|
Rie, zoals zij bij familie en in haar vriendenkring werd
genoemd, studeerde aan de Pedagogische Academie in Utrecht en behaalde daarna
de aktes Engels en Frans. Zij sprak deze talen vloeiend, wat van groot belang
was in haar latere internationale werk.
Haar leiderschapskwaliteiten werden spoedig ontdekt; het is dus
niet verwonderlijk dat zij dikwijls gevraagd werd voor leidinggevende taken.
Hoewel zij allerminst uit was op persoonlijke carrière werd zij in de
loop der jaren benoemd in zeer hoge functies in nationale en internationale
organisaties, die werkzaam zijn op het terrein van de emancipatie en de vorming
van vrouwen.Op spontane wijze en met ernst en humor wist zij mensen to winnen
voor gezamelijke belangen en hen to bewegen zich daarvoor in te zetten. Zelf
was zij daarvan een levend en aansprekend voorbeeld.
In 1945 richtte zij samen met anderen de 'Katholieke Actie voor de
Vrouwelijke Jeugd in Nederland' op en in dat zelfde jaar werd zij tot
presidente van deze KAVJ gekozen. Zij heeft voortdurend benadrukt, en met
zichtbaar resultaat,dat aan meisjes gelijke kansen in onderwijs en in
beroepsmogelijkheden geboden moeten worden als aan jongens. Dat was
pionierswerk in die tijd binnen de Katholieke kerk.
De kracht van haar overtuiging en haar talent voor communicatie
werden ook buiten Nederland opgemerkt. Zij werd in 1952 vice-president en vier
jaar later president van de 'Fédération Mondiale de Jeunesse
Féminine Catholique'. Haar jarenlange ervaring in internationaal
jeugdwerk mondde uit in leidinggevende functies in overkoepelende organisaties,
onder andere:
- lid van de Raad van de 'World Union of Catholic Women's
Organizations' (WUCWO).
- lid van de 'Women's Ecumenical Liaison Group', in 1968
opgericht door de Wereldraad van Kerken èn het Secretariaat voor de
Eenheid van Christenen te Rome.
- president van de 'Conference of Catholic International
Organizations'.
Met al haar vermogens meewerken aan het verwerkelijken van de
gelijkwaardige plaats van de leken, en bijzonder van de vrouwen, in de
Katholieke kerk, was het levenswerk van Rie Vendrik, dat zij beleefde als een
persoonlijke zending. Vanuit een levend christelijk geloof en een helder
verstaan van de bijbelse boodschap voelde zij zich verplicht om er
onvermoeibaar voor te strijden dat in de kerk discriminerende denkbeelden en
bepalingen ten aanzien van vrouwen uitgebannen worden. De tegenstrijdigheid
tussen het beamen van het evangelisch beginsel van de gelijkwaardigheid van de
seksen èn het legitimeren van de ongelijkheid in praktijk, regels en
wetten mag niet langer getolereerd worden.
Rie was staflid van De Horstink, het landelijk Centrum van
Katholieke Actie, dat in Nederland actief was op het gebied van de vorming van
leken. Zij werd als auditrice uitgenodigd op de derde zitting van het Vaticaans
Concilie. In verschillende werkgroepen bracht zij daar de eigen
verantwoordelijkheid van de leken naar voren vanuit de visie op een vernieuwde
kerk,waarin mannen en vrouwen gelijkberechtigd samenwerken aan de vooruitgang
en het heil van de wereld.
De vasthoudende stem van vrouwen
Het Derde Wereld Congres voor Leken Apostolaat in
1967 to Rome was voor Rie en alle deelnemers een hoogtepunt van de
lekenbeweging na het Vaticaans Concilie. Rie vervulde een belangrijke rol bij
de intensieve voorbereiding van het congres en in de leiding ervan. Hier
ondervond zij voor het eerst van nabij de openlijke en verborgen manipulaties
van Vaticaanse autoriteiten, die probeerden greep to houden op het congres en
zijn lekenleiders.
In 1968 werd zij benoemd als lid van de door het
Vaticaan opgerichte 'Internationale Raad voor de Leken' to Rome. Meteen vanaf
het begin stelde zij zich zeer onafhankelijk en vrijmoedig op. Samen met andere
leden weigerde zij een loyaliteitsverklaring te ondertekenen, die de leden
verplichtte tot geheimhouding over de inhoud van de vergaderingen.
In 1973 werd voor het eerst in de geschiedenis van
de Katholieke kerk een speciale 'Studiecommissie over de Vrouw in de
Maatschappij en in de Kerk' opgericht. Dit besluit wekte grote verwachtingen:
zou nu de erkenning van de gelijkwaardigheid van alle leden van het Volk van
God consequent toegepast worden op vrouwen, ook wat betreft de toegang tot de
kerkelijke ambten? En dit deste meer omdat deze studiecommissie ingesteld werd
in antwoord op de Bisschoppensynode van 1971, waar de Canadese bissschoppen
hadden aangedrongen op een diepgaande studie naar de mogelijkheid van vrouwen
in het kerkelijk ambt.
Maar nog voordat deze commissie bijeen kwam zond
het Vaticaan een geheim memorandum aan de bisschoppenconferenties, waarin de
grenzen van het onderzoek door de commissie nauwkeurig werden aangegeven:
uitgangspunt van het onderzoek moet zijn de Vaticaanse leer over de specifieke
taak van de vrouw en de complementariteit van man en vrouw. En vanaf het begin
moet de studie over de mogelijkheid van de ambtswijding van vrouwen worden
uitgesloten. Voor Rie, die benoemd werd tot lid van deze commissie, is deze
functie de meest ingrijpende in haar leven geworden.
Tijdens het twee jaar durende werk van de
studiecommissie heeft zij al haar talenten ingezet voor open en eerlijke
discussies ondanks de manipulaties en intimidaties van Vaticaanse zijde. Zij
heeft samen met vier andere vrouwen uit België, Spanje, Portugal en
Brazilië krachtig weerstand geboden tegen de voorgelegde teksten, waarin
de Romeinse visie op de 'specifieke natuur' van de vrouw met bijbelse en
theologische argumenten werd opgedrongen.
Het moedig optreden van de 'groep van vijf' culmineerde in het
opstellen van een 'Minderheidsrapport'. Hierin klinkt een indrukwekkend
getuigenis van de stem van het geweten van deze vrouwen, die de overtuiging en
de hoop van talloze katholieke vrouwen vertolkten.
Maria Vendrik: een wijze, hartelijke en
vastberaden vrouw met visie en geduld; een vrouw, zacht èn sterk. Zij
was en blijft een inspiratie voor veel vrouwen en mannen in de Kerk
wereldwijd.
René van Eyden en Dirkje Donders |