Category: Mary Magdalene

Nutrita dalla parola di Gesù

Nutrita dalla parola di Gesù


Menu principale

Sponsors

Volontari

Sostegno alle vocazioni

Corsi di Studio

Bollettino

Menu d’Azione

Nutrita dalla parola di Gesù

Maria di Magdala. Meditazione - 5° giorno

Analisi dell'immagine

Capiamo che questa donna è Maria di Magdala a causa della boccetta di profumo e dai lunghi capelli che porta.Questa immagine è sorprendente poichè è moderna e si nota una totale assenza del simbolismo caratteristico di numerosi altri pittori e scultori antichi. Noi osserviamo qui una Maria di Magdala giovane e forte.

Il libro che Maria tiene in mano è senza dubbio la Sacra Scrittura. Come quando si sedette una volta ai piedi di Gesù, così continua ancora ad ascoltare la sua parola. E' evidente che essa medita più che non legga..

Trovo interessante la nota posata sul tavolo. Una testo di San Paolo mi viene in mente: "E di tutta evidenza, che voi siete una lettera di Cristo scritta da noi ministri, incisa non con l'inchiostro, ma con lo spirito del Dio vivente, non su tavolette di pietra, ma su tavolette carnali, sui vostri cuori ." (2 Corinti 3, 3).

Maria di Magdala di Piero di Cosimo (1501). Galleria Nazionale di Roma.


Cliccate qui per ingrandirla

Riflessione

Qualunque sia stato il passato di Maria , la sua forza attuale deriva dalla parole di Gesù e da come si aprì alla parola dello Spirito.

Maria ha bisogno di riflettere e di pregare anche se essa fu una dei primi testimoni, prima di Paolo, ed il più grande testimone per le genti presso le quali esercitò il suo ministero. Ma ecco, a quei tempi la testimonianza di una donna non aveva alcun valore ! Maria non se ne cura. Ella sa quale sia la verità.

Oggi, cosa è importante per voi e per me ? Leggiamo e rileggiamo la lettera che il Cristo ha scritto sulla tavoletta dei nostri cuori?

Suor Teresa Saers

English

Français

Nederlands

Norsk

Versione italiana di www.womenpriests.org curata da Francesco Rocca.


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Een gevaarlijke leraar.

Een gevaarlijke leraar.

Een gevaarlijke leraar.

Hoofdstuk Negen

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Het is overduidelijk dat Maria het hart van Jezus heeft geraakt. Na de verrijzenis zoekt hij uitgerekend haar het eerst op. Bij dit belangrijke gebeuren in haar leven spreekt zij hem aan met het eerste dat in haar opkomt: ‘Rabboni’. ‘Mijn leraar’. (Johannes 20,16) Aan wat voor leraar had zij zich als leerling overgegeven? Wat voor leer preekt hij, dat hij de priesters en schriftgeleerden, de hele orthodoxie, zo van streek maakt?

Jezus is in werkelijkheid een echte zoon van Mozes en de Wet. Hij wil echter alle toevoegingen van latere eeuwen die van de Wet een dwangbuis hebben gemaakt voor de arme en eenvoudige mensen van zijn omgeving, afpellen. De Joden smachtten weliswaar naar een verlosser, mogelijk de Profeet Elia zelf, die het Huis van Israel in oude glorie zou herstellen en uiteindelijk ook het Koninkrijk terugbrengen. Nu preekt Jezus wel een koninkrijk, mar wat is dat rijk heel anders dan wat de leiders van Israel in gedachten hebben. Zij denken in termen van macht voor Israel; in plaats daarvan is hier iemand die spreekt over een koninkrijk van God, waarin voor het concept macht geen enkele plaats is. We lezen dat twee van Jezus’ leerlingen een berisping krijgen, wanneer ze in een poging de grootste te worden in het komende rijk , hun moeder naar hem toesturen op de zaak aan de orde te stellen. Bezit moeten ze ook al niet nastreven. Geld is niet meer dan een noodzakelijk iets om te overleven en het moet worden gedeeld met medemensen in nood. Deze Rabbi benadrukt de voor de handliggende maar onwelkome waarheid dat rijkdom uiteindelijk niet zal baten wanneer de mens verschijnt voor de rechterstoel van God. Het feit dat Jezus zijn gezag niet ontleent aan de Farizeeën en bovendien uit Galilea afkomstig is, maakt hem nog meer verdacht. Hij zal vast en zeker hun macht en invloed ondermijnen. De voornaamste groeperingen onder de schriftgeleerden zenden afgezanten om de leer van deze zogenaamde profeet, Jezus, te controleren.

‘Toen de Farizeeën hoorden dat Jezus de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, overlegden ze met elkaar en een van hen stelde hem een vaag om hem in verlegenheid te brengen.’Meester, wat is het grootste gebod in de Wet?’ Jezus sprak: Gij zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, met geheel uw ziel en met al uw krachten. Dit is het grootste en het eerste gebod. Het tweede is er aan gelijk: Bemint uw vijanden als uw naasten. Aan deze twee geboden hangt de hele Wet en de Profeten ‘. (Matth. 22:34-40)

Maria, die luistert met een open geest, wordt aldus ingewijd in de grondwaarheden van het Koninkrijk. Liefde bindt deze gemeenschap tezamen. Jezus herhaalt het telkens weer: God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem. Ja, de hele relatie van mensen onder elkaar moet gebaseerd zijn op liefde, want het is slechts door middel van hun liefde voor elkaar dat ze hun liefde voor God kunnen bewijzen. Jezus preekt dit niet alleen; hij beleeft zijn leer met een overweldigende generositeit.

Maria ziet geen gevaar in liefde. Ze weet heel goed dat het de diepste wens is van ieder mens, liefde, erbij horen, aanvaarding, waardering, vooral wanneer de mens nog jong is of oud, arm of ziek. Of wanneer ze, zoals zij, dorsten naar kennis en wijsheid.in.God en naar contact met Rabbi Jezus. Ze deelt zijn verdriet, wanneer degene die zijn grootste steun moeten zijn hun hart verharden tegen hem.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Sacrament

Sacrament

Sacrament

De moeder die haar kindje wast en zalft

en van haar lijf en bloed laat leven,

mag sinds de schepping teken en genade geven.

Zeg ik mijn falen aan een vrouw en zij aan mij,

wij voelen beiden vrede dalen.

In tranen waste Magdaleen Christus de voeten,

maar vrouwen moeten het sacrament

aan mannen laten.

De zalving en het priesterschap

kennen geen vrouwenmaten.

Theresia Saers

Zie ook Gedichten over Maria Magdalena

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

De albasten kruik

De albasten kruik

De albasten kruik

Hoofdstuk Zeventien

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Ik vraag me af of Maria tegen alle hoop in had gehoopt dat er een dag zou komen dat zelfs de Farizeeën Jezus zouden erkennen als de Messias, de Gezalfde. Dat er ooit nog eens een moment zou zijn dat ze olie nodig zouden hebben om Jezus in tegenwoordigheid van het volk te zalven. Een dergelijke overweging kan de reden geweest zijn voor haar beslissing het kruikje kostbare nardus te bewaren dat ze meebracht bij die noodlottige maaltijd waartoe Jezus was uitgenodigd door de Farizeeër Simon.

Volgens Judas had het geld voor de nardus aan hem overgedragen moeten worden voor de zorg voor de armen die altijd om de leerlingen heen waren wanneer Jezus onderrichtte. Wellicht had Maria die olie nog van de begindagen, toen ze zich voor het eerst aan de voeten van de Rabbi neerzette. Er waren wel tijden geweest dat het gewone volk Jezus had willen meevoeren om hem tot koning te laten zalven, bijvoorbeeld na de broodvermenigvuldiging. Jezus had dat zonder meer geweigerd, aangezien hij wel wist dat alleen de euforie ten gevolge van het wonder en de voldoening van hun welgevulde maag hen ertoe hadden gebracht hem uit te willen roepen tot koning.

Misschien was het de hardnekkige verwerping van Jezus door de priesters en de schriftgeleerden die Maria het kostbare kruikje met kostbare olie te voorschijn deed halen en dat haar in een uitdagend gebaar dat kruikje deed stukslaan en het helemaal leeggieten over hoofd en voeten van haar Heer.

‘Zijn jullie dan stekeblind, jullie stomme mannen die beweren de leiders van Israel te zijn?’

Is dat de reden waarom Jezus zegt dat Maria alles gedaan heeft wat ze kon? En was de houding van de Farizeeën soms niet genoeg reden voor haar tranen? Waarom moet ze gehuild hebben om haar zonden? Ze moet gevonden hebben dat Jezus die haar had beschermd vanaf het moment dat zij ervoor gekozen had zijn volgeling en zelfs zijn leerling te zijn, dat deze Jezus genoeg had geleden. Ik vind het niet zo vergezocht, ook nu weer de woorden aan te halen van het Hooglied.

‘Och, waart ge als mijn broeder,
aan de borst van mijn moeder gezoogd!
Vond ik u dan buiten, ik kuste u
en niemand zou mij daarom laken.
Ik zou u leiden, ik zou u brengen
naar het huis van haar die mij heeft ontvangen;
van geurige wijn zou ik u te drinken geven,
van de jonge wijn van mijn granaatappelen.’ (Hooglied 8, 1-2)

Laten we nagaan hoe het verschrikkelijke drama zich ontwikkelt.

Enkele dagen nadat Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt, is hij terug in Bethanië. Een van de Farizeeën hoort dat Jezus weer in het dorp is en dat de mensen zich verdringen om hem te zien vanwege Lazarus. Waarom zou hij de gelegenheid niet benutten en de opperpriesters een handje helpen? Hij aarzelt niet en zendt dus een uitnodiging naar Jezus en enkele leerlingen voor een maaltijd. Martha, de zus van Maria is een van de vrouwen die hij opdraagt te dienen. Hoewel Jezus zich bewust is van de motieven van zijn ‘gastheer’, neem t hij de uitnodiging aan. Heeft hij ooit geweigerd te eten met zondaars? Maria, die de Farizeeën altijd een doorn in het oog is geweest, is niet uitgenodigd. Ze zit thuis en is ongerust en verdrietig. Jezus gaat sterven en de leiders van Israel hebben hem nog steeds niet erkend. Wat kan ze doen, als ze nog niet eens het huis van de Farizeeër in mag?

En als dat wel zo was,, geen enkele vrouw zou straffeloos een Farizeeër kunnen beschuldigen van zondige nalatigheid, zeker niet in zijn eigen huis. Ze weet heel goed waarom zij niet gevraagd is om te dienen. In zijn ogen is ze slecht. De Farizeeën verwijten haar nog steeds dat ze hun waarschuwingen in verband met de Rabbi in in het begin van zijn optreden in de wind heeft geslagen.

Heb ik het dan soms bij het verkeerde eind gehad, vraagt ze zich af, toen ik toch de woorden van Jesajah serieus nam en die van de Profeet Johannes later? Was het fout dat ik omwille van de Messias heb afgezien van een huwelijk? Was het soms verkeerd dat ik aan de vrouwen heb geleerd wat de Rabbi mij leerde? Is het mijn vriendschap met Johanna, omdat haar man aan het Hof van Herodes verkeerde? Ze denkt aan haar bijnaam. Komt het soms door haar connectie met Magdala? Is dat synoniem met Sodoma, en moeten al die mensen daar worden vermeden. Wat kan ik nu, in dit moment van doodsgevaar,, nog doen voor mijn geliefde Meester? Voor de Messias, de Gezalfde van Israel, die verworpen wordt door zijn eigen volk?

Op dat ogenblik herinnert ze zich het kruikje kostbare olie. Ze krijgt een inval. Waarom maak ik niet een duidelijk symbolisch gebaar? Ze neemt het kruikje van de plank, gaat naar het huis van de Farizeeër, tereedt zonder iets te vragen binnen. Ze kijkt de Farizeeër recht in het gezicht, breekt het kruikje met een tik die in het hele vertrek te horen is en giet de olie uit over haar Meester, niet druppel voor kostbare druppel, maar alles in één beweging. Het is het gebaar van een sterke persoonlijkheid. De tranen zijn niet van zwakheid. Ze laat haar licht schijnen. Op dat moment verwerft ze zich de liefde en bewondering van alle komende generaties.

Ik zal verder de evangelisten zelf het hele verhaal laten vertellen, ook de opmerkingen die aan de eigenlijke zalving vooraf gaan. Mijns inziens werpen die extra licht op de bijzondere omstandigheden van die maaltijd en zijn ze beslist nodig om goed te kunnen oordelen over wat er eigenlijk aan de hand is.aan het woord laten.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Testimone della Resurrezione

Testimone della Resurrezione


Menu principale

Sponsors

Volontari

Sostegno alle vocazioni

Corsi di Studio

Bollettino

Menu d’Azione

Testimone della Resurrezione

Maria di Magdala. Meditazioni - 7o giorno

Analisi dell'immagine

Questa rappresentazione della Resurrezione ci mostra un aspetto interessante del percorso di Maria di Magdala. In primo piano, vediamo Gesù e Maria. Gesù è vestito di rosso.Questo colore è il simbolo del sangue della Passione e della Crocifissione, dell'amore, della regalità. Le piaghe delle sue mani, di un piede e del suo costato sono ancora visibili. Egli ha in mano una vanga, come nella storia dell'ortolano del vangelo di Giovanni raccontata in 20,15 . Porta un'aureola con una croce. Punta l'indice in una posizione tradizionale che significa: " Va, sii mia testimone"


Gesù e Maria al sepolcro. Questo affresco della fine del quindicesimo secolo si trova nella cappella Silvester della cattedrale di Notre-Dame di Costanza .Copyright Beuroner Kunstverlag.

Cliccate qui per ingrandire l'immagine .

Riflessione

Maria di Magdala è rappresentata in ginocchio. Tiene il flacone d'olio prezioso che aveva preso per completare la sepoltura del Rabbi . Ecco, per un istante freme fin nel più profondo del suo essere nello scoprire che Gesù è realmente vivo. Poi essa tende la sua mano sinistra in un gesto che mostra che essa desidera che Gesù rimanga un pò più a lungo con lei . Ma Gesù risponde:" Non posso restare perchè non sono ancora asceso al padre mio".

Vi è qualcosa di più importante del condividere dei momenti di tenerezza." Va ad annunciare ai miei fratelli di recarsi in Galilea : è la che mi vedranno ". Sullo sfondo , si vede la città di Gerusalemme, la città della legge antica, con le mura che la difendono. Là, la gente attende di essere guarita e di ricevere un insegnamento. Il popolo in mezzo al quale rinascerà.

Suor Teresa Saers

English

Français

Nederlands

Norsk

Versione italiana di www.womenpriests.org curata da Francesco Rocca.


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Omkering van waarden

Omkering van waarden

Omkering van waarden

Hoofdstuk Tien

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

‘Het zit goed met jullie, arme mensen van Galilea, want het koninkrijk van de hemel komt jullie toe.’

Met deze beginwoorden van een lange toespraak introduceert Mattheus de term ‘hemel’, een word dat moeilijk te vatten is. Toch, Jezus belooft werkelijk een betere toekomst voor de arme en onwetende volking van Galilea met hun zware bestaan. Hij laat er geen twijfel over bestaan dat dit een realiteit is. Hij geeft geen bijzonderheden maar beweert met kracht: ‘Als het niet zo was, zou ik het jullie gezegd hebben’. Hij vertelt parabels, geen sprookjes.

Het is goed mogelijk dat de lezers, wanneer Mattheus het woord ‘hemel’ neerschrijft al gehoord heeft van de verbazingwekkende visioenen van Paulus. Deze spreekt over ‘dingen die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, dingen die nooit in een mensenhoofd zijn opgekomen, al wat God bereid heeft voor hen die hem liefhebben’.

Hoe groot ook de kwellingen van het leven, aldus Paulus, ze staan in geen verhouding tot de vreugde die ons wacht. Dat inzicht verschaft de apostel zelf een krachtig motief om moedig en het heeft hem in staat gesteld met buitengewoon grote moed, ja zelfs met vreugde, een leven van onbeschrijflijk veel lijden en vervolgingen te doorstaan.

‘En jullie, die zoveel verdriet hebt, je zult worden getroost.’ Dagelijks ziet Maria mensen, zulke mensen om Jezus heen; ze hebben alle mogelijke redenen om te treuren. Zij heeft zelf ervaren hoe Hij degenen troosten kan die in goede gesteltenis tot hem komen, want het moet gezegd dat er een relatie is tussen geloof en helen. De vrouwen rond Jezus begrijpen die relatie goed.

‘Zalig jullie die zo zachtmoedig zijn, want jullie zullen zeker in dat goede rijk komen.’ Maria weet ze ook te zitten onder de toehoorders, mensen zoals je ze steeds weer tegenkomt, met het eindeloos incasseringsvermogen van de armen, beseffend dat het nu eenmaal niet anders is, dat de wereld lijkt toe te behoren aan de rijken en de machtigen. Geduldige mensen, mensen die niet op andermans ondergang uit zijn.

‘Zalig jullie die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want mijn Vader zal jullie overvloedig recht verschaffen.’ Wat zijn ze verontwaardigd geweest, Maria en de leerlingen, toen ze vernamen van de moord op Johannes de Doper. En wanneer de éen of andere weduwe weer eens was uitgebuit door de hebzucht van een farizeeër. Er zal uiteindelijk recht verschaft worden! Wat zullen zijn troostwoorden welkom zijn geweest als zij probeerden anders te handelen. ‘Het gaat goed met jullie, als je barmhartigheid betoont Je zult barmhartigheid ervaren.’

‘Het gaat goed met jullie als je zuiver van hart bent, je zult God zien. De zuiveren van hart die zoals Maria geen bijbedoelingen hebben, maar onvoorwaardelijk liefde betonen. Zij heeft God herkend in haar Rabbi. Tegen haar hoeft hij niet keer op keer te herhalen :’Als jullie mij zien, zien jullie ook de Vader’.

‘Het gaat goed met jullie als je vrede sticht, want je zult Gods kinderen genoemd worden.’

‘Het gaat goed met de mensen die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid Zij zullen deelgenoot worden van het koninkrijk van God.

We vragen ons af wat voor verschrikkelijke visioenen door zijn geest gespeeld hebben, toen Jezus deze woorden over vervolgingen uitsprak. Hijzelf, de meeste apostelen en miljoenen latere volgelingen zouden de marteldood sterven omwille van datgene wat hij aan die arme landslieden verkondigde. Maria zelf maakte al iets mee van dezelfde verachting en pesterijen van de kant van de Joodse autoriteiten als Johannes en Jezus zelf al een tijd ondergingen. Een paragnost en heler als hij moet het ervaren hebben als een afschuwelijk vooruitzicht; het moet hem hebben doen uitzien naar een eindafrekening. Hij zegt dan ook met klem: ‘Gelukkig zullen jullie zijn als de mensen jullie minachten en vervolgen en kwaad van jullie spreken omwille van mij. Jullie mogen je verheugen, want jullie loon in de hemel zal groot zijn.Zo heeft men de profeten vóór jullie ook behandeld.’




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Paasspel uit 970

Paasspel uit 970

Paasspel uit 970

Bron: Haal het doek op, vijfentwintig eeuwen in en om het Europese theater door Fr.W.S. van Thienen

Oorsprong

Tijdens de kerkdienst was de gang van de mis ('Canon Missae') natuurlijk vastgelegd. Daarnaast waren er echter elementen als Psalmen, Introitus, Kyrie, Gloria e.d. die grotere vrijheid toelaten. Men kon hier en daar een 'tropus' invoegen, die een zekere uitweiding geeft.

Een voorbeeld? In de Paasmis zingt men 'Resurrexi et adhuc tecum sum' (ik ben opgestaan en voortaan met u). Hierop kan men nu de paraphrase maken: 'Interrogatur: Quem queritis O christicolae? Responditur: Jesum Christum Nazarenum.' (Er wordt gevraegd: wie zoekt gij O vereersters van Christus? Het antwoord luidt: Jezus Christus van Nazareth).

Tegen het jaar 900 wordt deze tropus al enigszins uitgebreid met de mededeling van de engel, dat Christus verrezen is: 'gaat, maakt de boodschap van zijn Verrijzenis bekend'. Daarna valt het koor in met de woorden van Christus zelf. Van hieruit naar de geacteerde voorstelling van de gang der vrouwen naar het Graf en haar ontmoeting met de engel, is nog maar een enkele stap.

Nog vóór de tiende eeuw ten einde is en wel omstreeks 970, beschrijft bisschop Aethelwold van Winchester in zijn Regularis concordia hoe deze scene 'gebracht' moet worden: ...vier geestelijken zullen zich verkleden. Eén van dezen, gekleed in een alba (het witte priesterkleed) komt binnen alsof hij deel wil nemen aan de 'dienst. Hij gaat onopvallend bij het Graf (het altaar) zitten, met een palmtak in de hand. Dan komen de anderen binnen met witte kappen over het hoofd en met wierookvaten in de hand. Zij lopen voorzichtig alsof zij iets zoeken en naderen zo het Graf. Wanneer degene die daar reeds zit, het drietal ziet aankomen, begint hij met zachte stem te zingen: 'wie zoekt gij?' Daarna antwoorden de drie anderen unisono: 'Jezus Christus van Nazareth'. Hij antwoordt dan: 'die is niet hier' - en hij toont de lege plek waar alleen nog maar de doeken liggen van Christus' lichaam. Hij houdt deze in de hoogte om te bewijzen dat de Heer is verrezen en niet langer in deze doeken gehuld ligt. Zij zingen de hymne 'de Heer is opgestaan uit het graf' en leggen de linnen doeken op het altaar. De priester, met hen verheugd over de triomf van Christus over de dood, begint de hymne 'Wij loven U, 0 God' en als deze zang begonnen is, beginnen alle kerkklokken te luiden'.

In zekere zin kunnen wij zeggen, dat bisschop Aethelwold hier als regisseur optreedt. Rondom deze eenvoudige handeling begint zich nu een spel te ontwikkelen. Er zijn allerlei mogelijkheden aanwezig om de kern van de handeling met anecdotische elementen te omgeven. Wat de zang betreft, net als bij de eerste gespeelde tropus kiest men reeds bestaande melodieën bij de nieuwe tekst. Hoewel de teksten in het Latijn worden gezongen, is iedere toeschouwer voldoende op de hoogte van de gang der handeling, dat hij deze kan volgen.

In de twaalfde eeuw begint men echter de Latijnse tekst te vermengen met gedeelten in de landstaal.

Eigentaals theater

Allereerst de toevoegsels aan de centrale handeling van het Paasspel. De gang der vrouwen (door de kerk naar het 'Graf') wordt onderbroken door het kopen van specerijen (soms gesymboliseerd door kaarsen). Dit is eerst een zwijgende handeling, maar weldra wordt de 'mercator' ook sprekende, d.w.z. zingende ingevoegd. In een Frans handschrift uit de twaalfde eeuw noemt hij zijn prijs; de vrouwen zingen 'O smart' en wenden zich vervolgens tot een tweede 'unguentarius' (reukwerk-verkoper) die blijkbaar minder hoge prijzen vraagt. Hier hebben we reeds een duidelijk symptoom van de neiging tot 'optuigen' van de handeling. Nog één stap verder en wij komen tot de inleiding waarin de koopman zijn waren aanprijst en tot scenes met zijn brutale personeel en zijn niet al te trouwe echtgenote. Maar voorlopig duurt het nog wel even, eer we daaraan toe zijn. Vooral in het Duitse taalgebied en het meest in Wenen kunnen de mensen van de dertiende eeuw aan dergelijke taferelen groot plezier beleven. Dit alles speelt zich dan echter niet meer binnen de kerk af.

Uitbreidingen, die nog binnen het kader van de zuiver religieus bedoelde tropus vallen, zijn o.a. deze: de vrouwen, op weg naar het graf van Christus, maken zich zorg, hoe zij de zware steen zullen kunnen afwentelen. Teruggekeerd tonen zij de doeken uit het graf aan de apostelen. Twee van dezen worden nu van hun kant ook handelende figuren: het zijn Petrus en Johannes die zich spoeden naar het lege graf. Johannes, als jongere, bewijst daarbij dat hij het hardst kan lopen.

Men heeft voorlopig vermeden, Christus zeif in de handeling te betrekken. Sedert ongeveer 1200 treedt Hij echter ook persoonlijk op. Wij zien hier een direct verband met de tijdgeest.

Paasspel van Maastricht

Een van de allermooiste voorbeelden daarvan bezitten wij in ons eigen land: het Paasdrama van Maastricht, dat omstreeks 1200 moet zijn ontstaan. De optredende figuren zijn: Christus als tuinman, gekleed als diaken met hoofddoek (humerale); Christus als pelgrim, gekleed in ruwharige rok, ongeschoeid en met pelgrimsstaf; twee engelen bij het graf op het priesterkoor: één aan het voeteneinde, één aan het hoofdeinde; Maria Magdalena en twee andere vrouwen: Maria Jacobi en Maria Salome; twee leerlingen als pelgrims gekleed (zij vervullen enigszins de rol der Emmaüsgangers).

In de Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht zingt men het laatste responsorium der Metten: 'Toen de Sabbath voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jacobus en Salome reukwerken om Jezus te gaan balsemen, alleluia. En zeer vroeg op de eerste dag der week, kwamen zij bij het graf, toen de zon reeds was opgegaan'. Na het beëindigen van deze zang, schrijden de drie geestelijken die de vrouwen uitbeelden, met een doek of kap over het hoofd in de richting van het Graf: 'Ja, laten wij ons inderdaad haasten naar het Graf om het allerheiligste lichaam van den Geliefde te balsemen'. Onderweg roept Magdalena ontzet uit: 'wie zal de Steen afwentelen?', zij snelt vooruit en ziet dat dit reeds geschied is: een witte jongeling heeft er plaats genomen en wenkt haar te komen.

Na de mededeling over de Verrijzenis treden de vrouwen het graf binnen en de engel herinnert aan de woorden die Christus zelf hierover gesproken heeft. Hij eindigt met de vermaning, heen te gaan en Petrus de Verrijzenis te melden. De tweede engel stelt de vrouwen nader gerust. Terwijl twee vrouwen naar verschillende richtingen ('naar het noorden en het zuiden') vertrekken, kan Maria Magdalena het graf maar niet verlaten. Met tranen in de stem ('lacrimabiliter' zegt de toneelaanwijzing) zingt zij 'Ik zoek en vind niet waar zij Hem hebben neergelegd'. Als zij uit het graf naar buiten komt, volgt de ontmoeting met Christus als tuinman. Hierna komt tenslotte de herkenning.

Nadat Magdalena zich aan Christus voeten heeft geworpen, doet Christus een stap terug en zingt 'Noli me tangere ('raak mij niet aan, want ik ben nog niet opgeklommen tot Mijn Vader, Mijn God en uw God, alleluia'). Christus verwijdert Zich en Magdalena neemt uit het graf een klein kruis met de zweetdoek op. Twee leerlingen verschijnen intussen als pelgrims en vragen haar wat Maria Magdalena onderweg gezien heeft. Deze vertelt het gebeurde en heft tenslotte het kruis op 'Christus, mijn hoop, is verrezen. Hij zal u voorgaan naar Galilea' (dit is blijkbaar ook de benaming van het hoog gelegen koor).

Na het vertrek van Maria Magdalena verschijnt Christus als pelgrim. De toneelaanwijzing geeft zijn kleding aan, die hierboven reeds is genoemd. Hij vraagt de beide leerlingen wat zij met elkander bespreken en waarom zij bedroefd zijn, 'alleluia'. Het antwoord begint met de vraag 'Zijt gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat gij niet weet, welke dingen in deze dagen zijn gebeurd'? Met spreekstem vraagt Christus: 'wat dan?' ('quae' ?). Daarna vertelt de tweede leerling wat er zich heeft afgespeeld. Christus antwoordt met de woorden uit het Evangelie: '0 onverstandigen en tragen van hart in het geloven van al hetgeen de profeten voorspeld hebben, alleluia'. Daarna verdwijnt Hij plotseling uit hun midden. Nu volgt de apotheose op het hoger liggende priesterkoor waar de drie vrouwen en de pelgrims samenkomen. Terwijl de gelovigen in de kerk zich voor dit priesterkoor verzamelen, tonen de vrouwen de lijkwade. Met luider stem ('altissimo voce clamantes' zegt de toneelaanwijzing) zetten nu alle medespelers de antiphoon in met de volgende tekst: 'De Heer die voor ons aan het Kruishout hing, is uit het Graf verrezen, alleluia'. Het geheel eindigt met een 'Te Deum' waar de stemmen van alle aanwezigen in meeklinken.

Bij de vele honderden variaties van het Paasspel behoort dit uit Maastricht tot de mooiste. Daarom is het hier uitvoerig geciteerd. Op deze wijze wordt dramatisch en aan het slot, met medewerking van alle gelovigen, de Verrijzenis een feit, dat allen als het ware persooniijk hebben meegemaakt en waarvan zij de emoties hebben ervaren.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Lazarus. Een heel bijzonder teken.

Lazarus. Een heel bijzonder teken.

Lazarus. Een heel bijzonder teken.

Hoofdstuk Zestien

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Het is mogelijk dat Maria en de vrouwen die met haar optrokken vooruit gereisd zijn in verband met hun speciale opdracht, namelijk het vinden van onderdak voor hun Rabbi. Hoe dan ook, Maria is in Bethanië wanneer Jezus voor de laatste keer richting de Tempel gaat. Het toeval treft dat haat broer Lazarus ernstig ziek is. Wanneer er een boodschapper komt met het bericht dat zijn vriend Lazarus in stervensgevaar verkeert, vertrekt de Meester niet onmiddellijk richting Bethanië. Johannes tekent het verhaal op. Opvallend is dat hij hierbij ook de naam onthult van de vrouw die de Heer zalfde, namelijk Maria van Bethanië. De omstandigheden van de zalving zelf vertelt hij pas later.

‘Er was een man, Lazarus geheten, die in het dorp Bethanië woonde met de twee zussen Maria en Martha, en hij was ziek. Het was deze Maria, de zus van de zieke Lazarus, die de Heer zalfde met olie en zijn voeten afveegde met haar haren. De zussen zonden een boodschap naar Jezus, ‘Heer, de man die u liefhebt is ziek’. Toen Jezus dit bericht ontving sprak hij, Deze ziekte loopt niet uit op de dood maar God zal er door worden verheerlijkt en de Zoon van God zal er door worden verheerlijkt’. Jezus had Martha en haar zus en Lazarus lief, en toch, toen hij hoorde dat Lazarus ziek was, bleef hij nog twee waar hij was vóór hij tegen de leerlingen zei, `laten we naar Judea gaan’. De leerlingen zeiden. ‘Heer, nog zo kort geleden wilden de Joden u stenigen en nu gaat ge weer terug?’ Jezus antwoordde, De dag heeft toch twaalf uren? Men kan overdag lopen zonder te struikelen, omdat hij het licht van de wereld heeft om te zien; maar als hij ‘s nachts loopt, struikelt hij, omdat er geen licht is om hem te leiden’.Ook zei hij nog, ‘Onze vriend Lazarus rust, ik ga hem wekken’. De leerlingen zeiden tot hem, ‘Heer, als hij rust wordt hij zeker beter’. De uitdrukking die Jezus gebruikte duidde op de dood van Lazarus, maar zij dachten dat ‘rust’ betekende ‘slaap’, dus Jezus sprak nu duidelijk,’Lazarus is dood; omwille van jullie ben ik blij dat ik er niet bij was, want nu zullen jullie geloven. Maar laat ons naar hem toe gaan’. Toen zei Thomas – ook genaamd de Tweeling – tot de andere leerlingen, "Laten ook wij gaan, om met hem te sterven".

Als Jezus aankomt, ligt Lazarus al vier dagen in het graf. Volgens Johannes was Jezus diep ontroerd.

Toen de Judeeërs aan het graf zijn tranen zagen, meenden ze uiteraard dat de dood van zijn vriend de voornaamste oorzaak was, maar was dat wel zo? Hij wist in feite namelijk heel goed dat de dood van Lazarus niet meer was dan ‘een slaap’. Het is goed mogelijk dat hij andere redenen had voor zijn tranen. Hij wilde immers een teken stellen door Lazarus van de dood op te wekken in plaats van simpelweg een zieke te genezen. Een teken zo ingrijpend dat hij er zijn eigen doodvonnis mee tekende. Hij had al eerder verschillende hints gegeven.

Jezus moest het feit onder ogen zien dat dit nog meer lijden en moeilijkheden betekende voor de vrienden die hem zo trouw waren gevolgd toen de priesters en de Farzeeën zich tegen hem keerden. Voor iemand die zo gevoelig was voor andermans leed als Jezus moet dit om die reden alleen al een van de zwaarste ogenblikken van zijn leven zijn geweest. Hij moet heel goed beseft hebben hoe zwaar hij het geloof van Maria in hem op de proef stelde. Wat er nu gebeurt is ook nog eens parallel aan wat er gebeuren zal met zijn eigen dood en begrafenis. Wanneer Jezus het graf zelf nadert, gaat er bij het zien van de grote ronde steen een pijnlijke ontroering door hem heen om zijn eigen kwetsbaarheid. Het doet hem huiveren. De evangelisten maken duidelijk dat Jezus immers goed weet dat hij zal gaan sterven als hij zich nogmaals in Judea waagt, waar men hem pas nog heeft willen stenigen. Bovendien kan hij zich heel goed voorstellen hoe Maria en de andere leerlingen in die dagen vertwijfeld rond zullen lopen met een verdriet dat hij hun niet kan besparen..

Er zijn heel wat Judeeërs naar Martha en Maria gekomen om hun medeleven te betuigen. Martha hoort dat Jezus er aan komt, ze gaat hem tegemoet, maar Maria blijft om de een of andere reden thuis. Ze heeft het bericht trouwens nog niet gekregen. Mogelijk is haar aandacht totaal bij de dood van haar broer, en moet ze nog de teleurstelling verwerken dat Jezus, die voor zoveel mensen de genezing van ziekte heeft betekend, nu uitgerekend voor zijn vrienden niet tijdig aanwezig is geweest. (Het feit dat Maria in Bethanië is, en niet bij Jezus, kan meerdere redenen hebben; uit de evangeliën blijkt dat de Twaalf ook lang niet altijd lijfelijk aanwezig waren bij Jezus. Ze worden er op uit gestuurd om te prediken en soms schijnen ze ook hun gewone werk weer even op te nemen. De slechte conditie van haar broer kan een reden geweest zijn dat ze een bezoek aan Bethanië heeft gebracht, we weten het eenvoudig niet. Weer is Maria waar men haar niet verwacht.)

Martha is dus helemaal alleen snel naar Jezus gelopen. Zij zegt hoe spijtig het is dat hij er niet was toen Lazarus dodelijk ziek was. En ze voegt er datgene aan toe waar ze eigenlijk vol van is: ‘Maar ik weet dat U zelfs nu nog tot God kunt bidden voor onze broer en dat God U altijd geeft wat U hem vraagt.’

‘Je broer zal verrijzen’, zegt Jezus. Dat klinkt Martha vertrouwd in de oren: ze gelooft in de verrijzenis na de dood. Maar wanneer die komt?

‘Ik ben zelf de verrijzenis en het leven’, zegt Jezus. ‘wie in mij gelooft zal leven, zelfs als hij gestorven is en ieder die leeft en in me gelooft zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat ook?’ Martha voelt de plechtigheid van dit geloofsmoment, ook al kan ze de diepte van deze mededeling in het geheel niet overzien. Ze zegt overtuigd: ‘Ja Heer, ik geloof vast dat U de Messias, de Gezalfde, bent, de Zoon van God die in de wereld is gekomen.’

‘Het komt wel goed’, denkt Martha. Ze gaat snel haar zuster roepen. Ze tikt Maria aan:’De Rabbi is er en vraagt naar je.’ Dat hoeft Martha geen tweede keer te zeggen. Maria staat onmiddellijk op; ze zegt niet eens tegen de bezoekers wat er aan de hand is. De Meester heeft naar haar gevraagd; nu zal alles weer goed komen. Degenen die gekomen zijn voor rouwbeklag, en het zijn er velen, gaan haar achterna, denkend dat ze in haar grote droefheid terug wenst te gaan naar het graf. Er is veel volk getuige van de ontmoeting tussen Jezus en Maria.

Deze laatste zegt precies hetzelfde wat Martha heeft gezegd. Ze moeten het in de droeve dagen voor Lazarus' dood beiden ook vele malen tegen elkaar gezegd hebben: "Als de Heer hier geweest was, zou Lazarus niet gestorven zijn." Jezus zou het niet hebben laten gebeuren, daarvan zijn ze overtuigd.

Wanneer Jezus opdracht geeft de steen weg te nemen, kan Martha het niet laten te waarschuwen dat haar broer al vier dagen in het graf ligt, 'en al ruikt'. Jezus moet haar aan zijn belofte herinneren. Met luide stem beveelt hij Lazarus naar buiten te komen en wanneer dat gebeurt, zegt hij: ‘Maak de windsels los’.

Het is een groots moment maar het is ook het pijnlijk begin van de lijdensperiode. De vele bezoekers kunnen het namelijk niet laten onmiddellijk aan de farizeeërs en de opperpriesters te gaan vertellen waar ze nu weer getuige van zijn geweest. Zij vertellen het op hun beurt aan de opperpriesters. Er wordt een vergadering belegd en het resultaat daarvan is een doodvonnis. De autoriteiten vinden namelijk dat Jezus een gevaar betekent voor de Heilige Plaats en voor de natie. Aldus is de sfeer in Jeruzalem wanneer in Bethanië de noodlottige maaltijd plaats vindt waarbij Maria de Heer zalft.

‘Van toen af aan ware ze vastbesloten hem te doden. Dus kon Jezus niet langer openlijk verschijnen onde de Joden. Hij verliet de streek en ging naar een stad Ephraim, in het grensgebied van de woestijn en verbleef daar met zijn leerlingen.(Johannes 11,54)

Opperpriesters en schriftgeleerden beramen een religieus-politieke moord tegen de Messias, terwijl ze vanuit hun geloof juist geleerd hebben hem te ontvangen. Een van hen bedenkt dat een uitnodiging voor een maaltijd misschien wel een goede gelegenheid schept om hem te arresteren




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Un vergognoso spreco di capacità

Un vergognoso spreco di capacità


Menu principale

Sponsors

Volontari

Sostegno alle vocazioni

Corsi di Studio

Bollettino

Menu d’Azione

Un vergognoso spreco di capacità

Maria di Magdala. Meditazione - 9º giorno










Cliccate qui o sull'immagine per ingrandirla

Analisi dell'immagine

Ecco una altro quadro che mostra Maria di Magdala mentre insegna alla folla. In sottofondo, intravvediamo un porto, un riferimento all'esilio ben conosciuto di Maria e dei suoi compagni sopra una barca alla deriva ed alla loro accoglienza tra il popolo del sud della Francia.Maria sta in piedi sopra diversi scalini (forse quelli destinati al banditore pubblico) per portare la Buona Novella a quelli che desiderano ascoltarla. Costoro ci ricordano le folle attratte da Giovanni Battista e, più tardi, da Gesù. Sembra che ci siano sia uomini che donne che si raggruppano per ascoltare Maria di Magdala.

Un uomo molto importante è venuto con la sua donna e si trova al posto d'onore. Anche Marta sembra essere nell'uditorio poichè vi è un'altra donna con l'aureola.. Più in là, un monaco sembra dare spiegazioni ad una persona( una donna?). seduta vicina a lui. Tutti sono attenti. Si ha l'impressione che l'artista deve aver pensato che, per una donna come Maria, fosse impossibile non condividere il nutrimento spirituale ricevuto direttamente da Gesù. E che non potesse mettere a disposizione di ciascuno i fiumi di acqua viva che sgorgarono dal suo seno da quando si rivolse a lui ( Giovanni 7,38 ).

Riflessione

Qualcuno potrebbe obiettare: " Voi citate il Signore in modo corretto, ma la vostra conclusione non è esatta, poichè in Giovanni 7,38 il testo indica che Gesù si rivolgeva a degli uomini". Io risponderei ( poichè solo un uomo può dire una cosa del genere) :: "Non vergognatevi, leggete il discorso di Gesù alla Samaritana ( Giovanni 4,1-42) e cambiate il vostro modo di vedere" Per 20 secoli, quale spreco di capacità si è determinato a causa di argomenti di questo genere ! Le donne sono state private di quello che spettava loro di diritto : avere la loro parte dell'irrompere delle grazie che ha offerto anche a loro la Fonte della Vita e dello Spirito in nome del quale esse sono state battezzate e confermate.

Nell'arte cristiana, Maria di Magdala esprime la protesta silenziosa dei fedeli cristiani nel loro intimo: essa manifesta il loro rammarico per tutto quello che le donne avrebbero potuto fare se solamente esse fossero state autorizzate ad esercitare il ministero sacerdotale.

Suor Teresa Saers

English

Français

Nederlands

Norsk

Versione italiana di www.womenpriests.org curata da Francesco Rocca.


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Een nieuw Koninkrijk

Een nieuw Koninkrijk

Een nieuw Koninkrijk

Hoofdstuk Elf

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

In de ogen van de Farizeeën is Jezus, de rondtrekkend prediker, een bedreiging voor de orthodoxie van het volk, voor hun eigen greep op hen en voor de stabiliteit van de politieke situatie. Een nieuwe leraar, die spreekt over een komend koninkrijk. Een gevaarlijke zaak. Op welke autoriteit beroept hij zich? Bepaald niet de hunne. Ze zijn woedend. Niet alleen ondermijnt hij hun gezag, er bestaat ook politiek gevaar in zijn woorden. Als de Romeinen lucht krijgen van dit gepraat over het komende koninkrijk, zullen zij het beetje onafhankelijkheid dat de Joden nog bezitten van hen afnemen. Stel je voor dat er werkelijk een dergelijk nieuw koninkrijk zou komen met deze ongewenste leraar als koning?En dan nog wel een koning die niet geïnteresseerd is in aardse rijkdom? Een koning met in zijn gevolg vrouwen als Maria van Bethanië en Johanna, die ook nog eens verkeert aan het hof van de onreine koning Herodes? Vrouwen horen thuis te blijven om voor man en kinderen te zorgen en ze moeten niet pretenderen kennis te hebben van Wet en Profeten.

Jezus gaat echter onbevreesd verder met wat hij zich heeft voorgenomen. De vrouwen trouwens ook. Maria Magdalena (oftewel Maria van Bethanië?) blijkt degen te zijn die de leiding heeft genomen, want alle evangelisten noemen haar steevast het eerst wanneer ze spreken over de vrouwen die Jezus volgden. Langzamerhand begint zich een bepaalde levenswijze af te tekenen, een gastvrijheid van gelovigen, met een sterke nadruk op het delen van goederen met de naaste in nood.

Dagelijks ziet Maria lijdende mensen tot Jezus komen met een verzoek om genezing. Hij blijkt hun nood te verstaan en is edelmoedig in het helpen. Hij zorgt ervoor dat zij, wanneer ze weggaan, iets meer verstaan van de liefde van God. Oorzaak en gevolg van de ziekte wordt duidelijk, hij geneest en wijst op een bescheiden manier de weg naar een betere toekomst. Wat moet hij sommige bemoedigende woorden vaak herhaald hebben dat de evangelist ze in later jaren bijeenbrengt als een leefregel en een uitnodiging het leven eens van een andere kant te bezien, zoals hij doet in de Acht Zaligheden.

Voor die mensen van onze tijd die beweren dat Christen zijn op de allereerste plaats een spirituele zaak is, zou het raadzaam zijn dat ze nog eens goed keken naar de levenswijze van de eerste volgelingen van Jezus. Een levenswijze die zich ontwikkelde tijdens zijn leven op aarde. Hij heeft de ware holistische benadering. We herinneren ons het broodwonder, wanneer de leerlingen hem als of het de gewoonste zaak van de wereld is komen vragen hoe ze de menigte moeten voeden. Ze zien het als doodnormaal dat degenen die naar Jezus’ onderricht komen luisteren te eten krijgen voor ze heengezonden worden. Het probleem dat er niet genoeg geld is, leggen ze aan Jezus voor, niet de vraag of ze de mensen dienen te voeden. Uit de reactie van Judas op het feit dat Maria de kostbare nardus ‘verkwist’ blijkt dat ze eigenlijk volgens hem al haar geld aan de nieuwe gemeenschap had moeten afdragen. Het leefpatroon dat we zien in de handelingen der Apostelen is niet iets dat werd uitgewerkt door de eerste Christenen na de dood van Jezus, het is de natuurlijke ontwikkeling van de leer van eerst Johannes de Doper en later Jezus zelf. De vrouwen hebben dat mogelijk gemaakt, wan het is duidelijk dat de mannen hun werk eraan gegeven hebben om hem te volgen en van hen mag men niet verwachten dat ze veel geld binnen brengen. Het zijn vrouwen als Maria Magdalena, Johanna en anderen die eigen inkomstenbronnen hebben, die de voortdurende gastvrijheid mogelijk maken. Ik vermoed dat dit de ware betekenis is van het woord van Jezus bij gelegenheid van de zalving, ‘de armen zullen jullie altijd bij je hebben’. De armen zullen namelijk jullie charisma (dienen te) herkennen, mijn beste volgelingen, jullie bereidheid om hen te helpen in hun nood.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research