Our international network!
Klik ook op de lijst hieronder!
De positie van de vrouw in de Kerk
Nieuw: ons virtuele universiteits college
Zoeken naar God met de zoekenden
Onze cursussen voor geloofsverdieping
Gelijkwaardigheid van de vrouw in godsdienst en maatschappij!
Visit our world wide links!
FrenchEspagnol English NederlandsItalian
Comite van aanbeveling Sluit U aan bij ons! Ons centrale kantoor Doelstellingen en beginselen Achtergrond informatie

Barones Holvoet is een van onze beschermvrouwen en is de voorzitster van ons Comité voor Fondsenwerving.

Ze heeft de graad van Bachelor in de Rechten en Master of Arts in de Philologie en ze woont in Brussel.

De barones doceerde in Zaire, Tunesië, Parijs, Brussel & Toronto. Ze is de auteur van Les femmes dans l’oeuvre romanesque de Simone de Beauvoir.

Ze schrijft gewoonlijk onder haar meisjesnaam 'Françoise Bourguignon'.

Baroness Holvoet

Mijn oproep aan U

Als fervent zeiler heb ik aan het roer gestaan van menige boot op een stormachtige zee, maar ik heb me nooit zozeer aan boord van een zinkend schip gevoeld als op dit moment in de Katholieke Kerk.

Versta me goed. Ik houd van die Kerk! Ik ben er teruggekomen nadat ik veertig jaar heb rondgezworven. Maar het betekent dat ik wist wat ik deed, toen ik terugkwam. Ik ben teruggekomen na diep te hebben nagedacht en niet in een opwelling.

Uit boosheid had ik vóór het Tweede Vaticaans Concilie de Kerk verlaten, een Kerk waarin sadistische pastoors het onschuldige meisje dat ik toen was vroegen hoeveel keer ik per week had gemasturbeerd ofwel of ik een jongen op de mond had gekust. Tegenwoordig bevind ik me in een hartelijke structuur, veel meer open dan voorheen, zonder rancunes, waar zelfs zonden niet meer zo gedramatiseerd worden dat je de eeuwige verdoemenis te wachten staat! De Mis wordt in het Frans gevierd, de priesters glimlachen naar je en gaan gekleed als ieder ander- nou ja, bijna - en nonnen gedragen zich als de rest van de moderne wereld. Terug naar het echte leven!

Ik voelde me als een verloren kind dat naar huis terugkeert, en diep ontroerd dwaalde ik door alle kamers, dankte ‘mijn goede God en Vader’, die mij in zijn eindeloze barmhartigheid opnieuw aan zijn Tafel verwelkomde.

Er stond mij helaas een teleurstelling te wachten!

Uiteraard was het de God van Liefde niet die mij teleurstelde, maar de opvolgers van het sanhedrin, de kooplieden in de tempel en de farizeeën.

Want, geloof me, ze zijn nog steeds onder ons!

Zoals ik al zei, ik voelde me als het verloren kind dat in het gezin terugkeert, maar we moeten niet vergeten dat in de ogen van het mannelijk instituut dat verloren kind... een zoon was en dus waard om het gemeste kalf voor te laten slachten en alle privileges terug te geven van een rijke snotaap, erfgenaam van patriarchale macht.

Ik geloof niet dat een meisje in hun ogen dezelfde behandeling had verdiend. Ze zou om haar zonden gestenigd moeten worden, en haar kleine lichaam achtergelaten als slachtoffer voor gieren en jakhalzen. Ze zou ‘prostituée’ zijn genoemd of ‘zondares’. De heersende machten zouden andere meisjes de vreze Gods hebben aangejaagd door haar als voorbeeld te tonen, om hen rustig te houden en onderdanig, zodat ze de mannen zou dienen volgens de gevestigde orde. Later, in de geschiedenis van de Kerk hebben deze voorvechters van de gevestigde orde onder elkaar discussies gevoerd of meisjes dieren waren of mensen, kinderen van God of niet. Ze hebben de meisjes verboden priesterlijke benodigdheden en zeker hosties, aan te raken. En wat volwassen vrouwen betreft, die mochten geen onderricht meer geven in de kerk, en niet preken.... Ze leerden hen nederigheid te tonen en onderdanigheid, ‘de sieraden van hun sekse’. Sommigen van hen hebben ze op de brandstapel gebracht, degenen die zich durfden verzetten, en ze noemden die heksen. Sommigen hebben ze opgesloten in een krankzinnigengesticht of diep in een klooster, waar ze werden verpletterd onder de versterving van het vlees, om aan God te behagen en spijt te krijgen over het feit dat ze vrouw waren.

Deze verschrikkelijke paternalistische houding ten opzichte van vrouwen is nog niet helemaal veranderd.

Vooruitgang?

Ja, er is wel iets veranderd in de woordbetekenissen, verzachtingen, zwakkere weergave, verklaringen van goede bedoeling, ‘Mulieris Dignitatem’, maar een vrouw mag nog steeds niets te maken hebben met het heilige. Ze mag de consument zijn, maar heeft alleen maar toegang via tussenpersonen. De mannen gaan over het heilige, scheppen hun eigen hiërarchie, stellen de regels vast, organiseren de plechtigheden, kennen onderscheidingen toe en kiezen elkaar; zij bereiden documenten voor en geven ze uit, komen bij elkaar in kerkelijke of oecumenische synoden, rekenen op de angst die zij voortdurend wekken in de het hart van de vrouw, om haar te maken tot bewaakster van wat zij verkondigen als ‘traditie’.

Hebben we soms geen goede redenen om ons het volgende af te vragen, nadat we Kardinaal Ratzinger gelezen hebben of andere theologen zoals hij: heeft God nu die tradities geschapen of zijn het de mensen, mannen, die menselijke tradities hebben vergoddelijkt, en God uit het oog hebben verloren, voortstrompelend in hun gouden kazuifels en hun philacterieën?

In de Westerse wereld zien we vandaag de dag kerken vol oude vrouwen, babouchkas die schichtige gebeden mompelen, we zien rechtse groeperingen die de Paus nog bij zijn leven heilig verklaren. We zien Opus Dei, het schimmige, zwijgende, geheime leger, dat de Spaanse priesters aanzet de biechtpraktijk te bevorderen, geestelijke erfgenamen als zij zijn van de rechters bij de gerechtshoven van de Grote Inquisitie.

Overdrijf ik? Teken ik een caricatuur? Mogelijk. Maar ik peins er niet over mij knollen voor citroenen te laten verkopen, en daarom heb ik al deze groepen persoonlijk bezocht, de een na de ander. Ik heb ze zien optreden in de naam van God, ik heb naar hun preken geluisterd, ik heb getracht discussies aan te gaan met die priesters, ondanks het feit dat ze niet konden spreken vanwege hun verplichte eed van gehoorzaamheid. Dan probeerde ik een beroep te doen op hun kritische geest, maar meestentijds heb ik zielige, conventionele antwoorden gekregen over de rol en de aard van de vrouw, lessen over de plicht van de vrouw om nederig te zijn, over de Maagd Maria als rolmodel, allemaal net een onwelluidende theologische jukebox.

Gelukkig ben ik ook basisgemeenschappen tegengekomen, het team van Housetop, dat de website www.womenpriests.org runt en enkele kerkleiders met karakter en overtuiging. Hun soliede en waarachtige geloof heeft me gesteund en hoop gegeven dat verandering nog mogelijk is binnen het instituut zelf, voorlopig in noodgemeenschappen die optrekken parallel met het instituut, en de Kerk van de catacomben weer neerzetten.

Niet alle hoop is verloren! Maar we moeten ferm zijn, assertief, durven spreken, durven zeggen wat we eerlijk menen. Er is nog een lange weg te gaan binnen een instituut, waarin van oudsher de leiders er altijd op gebrand zijn geweest de kritische geest af te stompen en over het algemeen alleen meningen hebben erkend die keurig het Nihil Obstat zegel dragen van een hiërarchische bureaucratie.

Ik ben van mening dat het hoog tijd is wakker te worden en de toestand van ons thuis, onze Kerk, te evalueren, de ramen open te zetten en frisse wind binnen te laten en de plumeaux ter hand te nemen om de boekenplanken te stoffen, met hun oude boeken die dik onder het stof zitten.

Het is tijd om te laten zien dat vrouwen heel goed een huishouden kunnen beheren. Dat is per slot van rekening toch de rol die ons vanouds is toebedeeld? Het gewijde ambt wil niets anders zijn dan de Kerk dienen, gelijk optrekken met de gelovigen, reageren op hun aspiraties en recht doen aan al hun charismata.

Het is een feit dat heel wat vrouwen de Roepstem van de Heer hebben gehoord en aan het altaar willen dienen. Ze beschikken over alle geestesgaven die nodig zijn voor de vervulling van dat ambt en er is niets in de theologie dat hen weerhoudt van het waarmaken van deze roeping. Dergelijke vrouwen dient men te helpen om die roeping te verwezenlijken, ze mogen overtuigd zijn van hun eigen waarde, ze moeten zich niet in kronkels hoeven te draaien om een toestemming te vragen die vandaag de dag nog steeds niet afkomt.

Het is tijd dat de vrouwen hun mouwen opstropen, mee gaan doen in het werk om andere vrouwen te overtuigen van de echte waardigheid van elk mens, van elke dochter van God, van elke gedoopte! Vrouwen moeten ervan overtuigd worden dat de Kerk veel kan winnen als ze gewijde mannen en vrouwen heeft, echte mannen en vrouwen, celibatair en gehuwd, uit eigen keuze, en niet verplicht tot een castrerend celibaat dat hen weghoudt van de mensen die ze moeten begeleiden en gidsen.

Doet u mee?

Onze taak is weliswaar gigantisch en er staat enorm veel op het spel, maar dit hoeft ons niet te beangstigen: wij vrouwen hebben ergere dingen meegemaakt. In de loop van de eeuwen hebben we meer moeilijkheden gehad die we de een na de ander te boven zijn gekomen. We zijn op tocht en we gaan voorwaarts. Beetje bij beetje begint de wereld de keerzijde te beseffen van het patriarchale systeem en de rampen die het heeft veroorzaakt: tyrannie, oorlog, allerlei overheersing, in het bijzonder op seksueel gebied, gewelddadig kapitalisme, menselijke slavernij, de verwoesting van de planeet in de naam van mammon.

Om al deze redenen steun ik het Catherina van Siena netwerk, zijn doel en zijn projecten, en ik doe een beroep op u om het eveneens te ondersteunen - op wat voor manier dan ook!

En vergeet alstublieft ook de toekomst niet, verschaf ons werk zekerheid door ons in uw erfenis te doen delen.

Het is hoog tijd dat wij vrouwen onze rol als healers weer opnemen: de Kerk helen en de mensheid helen, de mensen dat deel van henzelf teruggeven dat al te lang is weggedrukt en Gods plan verwezenlijken in zijn totaliteit:“Man en vrouw schiep Hij hen!”

Françoise Bourguignon – januari 2005


Sluit u bij ons aan als . . . .
Lid? Vriend? St. Catherina Bouwer? Vrijwilliger? Weldoener?