OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Helen Blackburn

Helen Blackburn

Hoofdstuk 12, ‘The waiting time’, uit In Good Company: Women in the Ministry ed. Lesley MacDonald. Wij publiceren dit gedeelte opnieuw op onze website met permissie van schrijver en uitgever.

Het boek is te bestellen bij Andrew Press, tel. 0131-2255722; fax 0131-2203113. ISBN No 1 901557 15 4; prijs £ 9.99; copyright Wild Goose Publications, The Iona Community, Glasgow 1999.

Ik ben op 23 oktober 1965 geboren in een gewoon Katholiek gezin in Noord Oost Engeland. Uiteindelijk werd ik de oudste van vier dochters. In enkele van mijn vroegste herinneringen waren er chaotische zondagochtenden, wanneer Vader en Moeder ons uit bed haalden, aankleedden en in de auto kregen op tijd voor de Mis van acht uur. We zaten altijd vooraan zodat we konden zien wat er gebeurde. Op de een of andere manier beschouwden we de priesters niet als ‘gewone mensen’ . Ik groeide op in een parochie van Redemptoristen en in die tijd was het heel ongewoon als je priesters zag die niet gekleed gingen in hun karakteristieke zwarte habijt. Na de Mis gingen we altijd naar Oma en Opa en soms speelden we ‘Misje’ , en improviseerden wat met allerlei theedoeken en bekers, afkomstig van de duivensport! Het ging nooit oneerbiedig: het was meer dat het deel uitmaken van de kerk en elke zondagmorgen naar de Mis gaan een belangrijke rol speelde in van onze kinderjaren. Als ik eraan terugdenk vraag ik me af hoe mijn ouders het allemaal klaar speelden. We moeten soms vast wel eens te laat zijn gekomen!

Ik ging op de Katholieke Lagere School, naast de kerk. Ik denk dat ik het meestentijds waarschijnlijk allemaal prachtig heb gevonden. Toen begreep ik de term ‘gender kwesties’ nog niet; ik wist alleen dat sommige dingen niet helemaal goed waren. Ik kon maar niet begrijpen waarom jongens en meisjes op verschillende speelplaatsen moesten spelen, terwijl we thuis allemaal samen op straat konden spelen. Of waarom de jongens altijd werden gevraagd als er een film werd vertoond of als er een feestje was, en er lessenaars en stoelen verzet moesten worden. En het werd er niet beter op toen we onze Eerste Communie deden. De jongens zager er goed uit in hun overhemd met das, maar ik begreep niet waarom de meisjes er uit moesten zien als minibruiden met hun sluiers en gerimpelde witte jurkjes. Op de foto kijk ik niet erg blij, maar het was niet iets waar je destijds tegen had durven protesteren. Toen we les kregen over de sacramenten, kregen we te horen dat er zeven waren… maar dat de meisjes er maar zes konden ontvangen. Niemand probeerde uit te leggen waarom, en de meisjes voelden zich tekort gedaan en buitengesloten.

Op woensdagmiddag ging de hele school naar de kerk voor het Lof. Dit was pas echt, voor het grootste deel in het Latijn – tenminste totdat ik in een hogere klas van de basisschool zat. Natuurlijk waren er vanwege alle kaarsen, bellen en de wierook nogal wat misdienaars nodig. Toen de jongens uitmijn klas eenmaal misdienaar werden kon ik mijn mond niet meer houden en vroeg ik of ik ‘misdienette’ mocht zijn. Ik kreeg heel duidelijk te horen dat dit niet mocht, maar ik mocht in plaats ervan wel de liedbundels uitdelen. En weer probeerde niemand me uit te leggen waarom. Later bracht men naar voren dat misdienaars mogelijk priesterroepingen konden betekenen, en als er meisjes meededen zou hen dat daarvan af kunnen brengen! Uiteindelijk stemde het Vaticaan in april 1994 ermee in dat het acceptabel was dat meisjes misdienaar konden zijn, maar alleen als er geen mannen of jongens voorhanden waren. Natuurlijk hadden veel parochies al jaren misdienettes, dus was dit niet zo’n belangrijk punt voor hen, maar voor mij was het een veelbetekenend keerpunt. Ik kon zien dat de hiërarchie de verscheidenheid in de vrouwelijke dienstverlening begon te erkennen. Het is heel interessant, dat toen meer dan tien jaar geleden leken werden aangesteld om de communie rond te brengen, er zowel mannen als vrouwen werden gevraagd om dit ambt op zich te nemen, een dienst die inhoudt dat men feitelijk de geconsacreerde gaven van de Heilige Communie uitreikt. En toch moesten vrouwen en meisjes nog verscheidene jaren wachten voordat zij gewoon de priester mochten assisteren aan het altaar.

Het zou wel al te gemakkelijk zijn om heel negatief te gaan denken over het schijnbaar gebrek aan voortgang in bevordering en ontwikkeling van het ambt van de vrouw, maar het is belangrijk dat we het besef bewaren van historisch perspectief. Ik ben te jong om me de Latijnse Mis nog te herinneren, waarbij de priester met zijn rug naar de mensen stond, en waarbij de leken nauwelijks mee deden, en te jong om me de Mis te herinneren zonder leken als lector. De Mis in de moedertaal waarbij mensen veel functies hebben lijkt mij volmaakt normaal, omdat ik er mee opgegroeid ben. Voor veel andere mensen is verandering moeilijk te verteren, en ze verlangen er vaak naar dat de dingen weer zouden zijn als vroeger. Ik herinner me nog dat mijn Oma vond dat vrouwen de lezing niet behoorden te verrichten, maar dat was meer dan twintig jaar geleden, en misschien was het iets waar haar generatie nu aan gewend is en wat ze hebben aanvaard als een geldige dienst voor vrouwen.

In 1976 publiceerde Paus Paulus VI Inter Insignores, en ik me herinner me als de dag van gisteren de kop in een van de Katholieke kranten: ‘Het Vaticaan zegt nee tegen vrouwelijke priesters.’ Natuurlijk moedigde het de gelovigen niet aan om in gesprek te gaan – het zei alleen maar nee. Ik zal ongeveer tien jaar oud zijn geweest. Ik snapte niet waarom het was, maar niemand wilde het uitleggen. Het idee dat ik mogelijk een priesterroeping had was toen nog nooit bij me opgekomen – waarschijnlijk omdat ik wist dat het niet mogelijk was. Maar ik begon de kwesties die betrekking hadden op de wijding van vrouwen al wel serieus te overdenken.

De rest van de wereld begon ook na te denken over de wijding van vrouwen. Wie kan de kreet vergeten die Una Kroll slaakte vanuit de engelenbak –‘We vroegen om brood en jullie hebben ons een steen gegeven’ – toen in 1978 de uitslag van de stemming in de Engelse Staatskerk over vrouwenwijding het niet haalde. In de Verenigde Staten werd in 1975 de Rooms Katholieke ‘Conferentie over Vrouwenwijding’ opgericht (WOC), Maar het moet nog wel tien jaar geduurd hebben voor ik zelfs maar wist dat die bestond, en nog meer jaren voor ik ontdekte hoe men er lid van kon worden. Ondertussen had ik einde tachtiger jaren dichter bij huis een Anglicaanse kerk bezocht. Welke weet ik niet meer, ook niet waarom ik daar was…. Maar tussen een stapel literatuur op een tafel bij de deur lag een folder over de Beweging voor de Wijding van Vrouwen ( MOW). Dit was werkelijk een geschenk. Ik heb de folder meegenomen naar huis en heb me onmiddellijk opgegeven voor het MOW. Plotseling had ik toegang tot literatuur, informatie, lijsten met boeken, nieuwsbrieven – en T-shirts! Ik heb mijn MOW T-shirt nog steeds, hoewel het nu wel een beetje oud en verkleurd is.

Ik ging er groot op dat ik lid was van de Beweging en ik nam zelfs deel aan een wake bij het Lambeth Palace. Mijn zus vond het heel grappig dat ze mij zag op Breakfast Television. Ik heb Myra Poole voor het eerst ontmoet bij die wake. Zij zou later een van de oprichtsters zijn van ‘De Wijding van de Vrouw in de Katholieke Kerk’.

Ondertussen had ik de school overleefd plus nog een serie part-time baantjes, voordat ik begon aan mijn opleiding psychiatrisch verpleegkundige. Ik bleef destijds iedere zondag naar de Mis gaan en nam ook actiever deel aan het parochieleven. De kwestie meisjes als misdienaar speelde nog steeds voor me, maar ik had me opgegeven als lector en was een van de eersten die werd gevraagd om voor de parochie de Communie te brengen aan de zieken. Men vroeg mij ook of ik de jeugd wilde vertegenwoordigen in de parochieraad. Niet iedereen kon mijn uitgesproken standpunten, vooral inzake de wijding van vrouwen, waarderen, maar ik reageerde daarop door veel over dat onderwerp te lezen, en ik hield mezelf goed op de hoogte van ontwikkelingen.

We hadden een heel actieve plaatselijke Raad van Kerken (tegenwoordig bekend als ‘Gezamenlijke Kerken’ ), en bij gelegenheid kon ik deelnemen aan oecumenische evenementen en andere kerken bezoeken. Ik vond het bijzonder fijn als ik kerken kon bezoeken waar vrouwen actief lid waren van het pastorale team. Ik houd nog steeds enige ruimte vrij in mijn volle agenda om van tijd tot tijd andere kerken te bezoeken en ik kan niet genoeg het belang benadrukken van het werk voor de oecumenische beweging. Voor mij gaat het er bij oecumene meer om dat wij trachten elkaar te begrijpen dan elkaar te veranderen, dat we de diversiteit erkennen terwijl we de dialoog bevorderen.

Ik had er graag bij willen zijn, toen er op 11 november 1992 in de Dean’s Yard werd afgekondigd dat de Generale Synode van de Engelse Kerk gestemd had vóór de wijding van de vrouw tot het priesterschap. Ik was echter duizenden mijlen ver in de smoorhitte van een college in Zambia, waar ik als vrijwilliger werkte bij de VSO. Ik had mijn kortegolfradio meegenomen naar mijn werk, en zat gespannen te luisteren aan mijn bureau, toen de uitslag werd doorgegeven door de Wereldomroep van de BBC. Ik was dolblij voor mijn Anglicaanse zusters, maar moest me wel een beetje verdrietig voelen omdat wij als Katholieken nog steeds moesten wachten.

De mensen thuis dachten aan me en het was leuk dat ik zoveel Britse kranten mocht ontvangen. De roddelpers overtrof zichzelf met koppen als ‘Kapelaan in korte broek’, maar godzijdank had mijn vader de tegenwoordigheid van geest mij een schitterende spotprent te sturen uit The Guardian, die de volgende anderhalf jaar de muur van mijn huis in Lusaka heeft gesierd.

Rond die tijd had ik ernstig nagedacht over mijn toekomst. Ik genoot van mijn werk in Zambia maar ik kon noch wilde voor altijd blijven. Ik had me bij verschillende universiteiten aangemeld, had ook enkele aanbiedingen gekregen, en besloot uiteindelijk naar Edinburgh te gaan, omdat dat een bijzonder goede studierichting Christelijke Ethiek en Praktische Theologie had. De Anglicaanse vrouwen zouden spoedig worden gewijd, maar sommige van ons zouden nog lang moeten wachten. Ik besloot die wachttijd goed te benutten. Enkele jaren tevoren had ik geschreven naar een geweldige priester, John Wijngaards, nadat ik zijn boek Did Christ Rule Out Women Priests?had gelezen.Hij schreef me terug dat we moesten geloven dat de wijding van de vrouw er zou komen, en hij zei dat het belangrijk was dat ik me academisch diende te vormen, als ik meende dat ik mogelijk was geroepen tot het priesterambt. Ik heb me die woorden toentertijd sterk aangetrokken, en erover nagedacht, toen ik het aanbod van Ediburgh accepteerde om een studie te beginnen voor het bereiken van een Licentiaat in de Godgeleerdheid.

Het CWO (De Wijding van de Katholieke Vrouw) kwam officieel tot stand op 24 maart 1993. Ik kon niet bij de oprichting zijn, omdat ik nog in Zambia was, maar ik werd lid en was vast van plan zo spoedig mogelijk mee te doen. Ik verhuisde in oktober 1994 naar Edinburgh, en een van de eerste poststukken die ik ontving was een nieuwsbrief van het CWO. Er stond ook het een en ander in over de groep in Edinburgh met enkele data en adressen van bijeenkomsten. Het was duidelijk dat ik de juiste beslissing had genomen door te kiezen voor Edinburgh! Toevallig kwam ik erbij in een heel spannende tijd. Eerder dat jaar had de Episcopale Kerk van Schotland gestemd vóór de priesterwijding van de vrouw, en de eerste wijdingen zouden in december plaatsvinden. Het was zonneklaar dat het CWO deze vrouwen steun wilden betuigen, en ik raakte zelfs betrokken bij de groep, toen zij hun activiteiten planden voor die dag. De wijdingen in Edinburgh zouden plaatshebben op 17 december 1994. Er zouden vijftien vrouwen bij zijn en twee mannen, en toevallig was de enige kandidaat die ik kende een van de mannen!

We waren van plan een korte gebedsdienst met lezingen te houden bij de Rooms Katholieke Kathedraal van St. Mary, voordat we naar de Episcopaalse Kathedraal van St. Mary trokken. Alles verliep volgens plan, ook al gaf een van de geestelijken ons in overduidelijke termen te verstaan dat we onze banieren moesten verwijderen van ‘zijn grondgebied’ . We haalden keurig onze banieren weg en trokken naar de Episcopaalse Kathedraal, waar ze ons niet warmer hadden kunnen ontvangen. De Zeer Eerwaarde Heer Graham Forbes, Proost van de kathedraal, kwam naar buiten om ons te verwelkomen, en vond het prima om te poseren voor een foto! We hadden verwacht dat we tijdens de dienst buiten moesten blijven, maar de Proost zorgde ervoor dat we plaatsen kregen. Ik had een brok in mijn keel tijdens de hele zeer ontroerende viering. Ik zeg niet vaak dat mensen een video moeten gaan zien, maar in dit geval wel. Ik had keer op keer willen luisteren naar de schitterende preek van Bisschop Richard Holloway. De pers negeerde ons niet en we kregen heel bemoedigende publiciteit. Het was een prachtige dag en we voelden ons aangestoken om regelmatig iets dergelijks te doen.

Sommige CWO groepen in Engeland waren begonnen maandelijks een wake te houden vóór hun diocesane kathedraal en we meenden dat wij iets dergelijks ook wel konden doen. We kozen de donderdag (dan is het late koopavond in Edinburgh - meer mensen in de buurt), kozen donderdag 1 juni 1995 als datum voor onze eerste nachtwake, en lieten een persbericht uitgaan. Een hele meute verslaggevers, fotografen en kooplustigen kwamen kijken hoe wij door en doornat werden, toen de hemel open ging voor een van de zwaarste buien die Edinburgh in maanden had gezien. Het zette echter geen domper op ons enthousiasme (niet grappig bedoeld!) en op de eerste donderdag van iedere maand, zelfs als die op Nieuwjaar valt, blijven we onze nachtwake houden, en gedenken bekende en naamloze vrouwen die door de eeuwen heen hebben bijgedragen aan de kerk en de wereld.

Dat zijn vrouwen van Maria Magdalena tot Mary Seacole. We dragen een paars kledingstuk om aan te geven dat we rouwen om de verloren en afgewezen talenten van vrouwen. We zingen, we bidden, we houden stiltes aan en we denken aan onze voormoeders die zo’n inspiratie voor ons hebben betekend. Het valt niet altijd mee om de waken te houden, vooral in de zomermaanden wanneer de mensen op vakantie zijn, maar we schijnen het altijd klaar te spelen. Eenmaal per jaar, op de dinsdag in de Goede Week, houden we een speciale wake die samenvalt met de Mis van het Chrisma, waarin de heilige oliën worden gewijd en uitgedeeld die het komende jaar gebruikt gaan worden, en waarin de priesters van het aartsbisdom hun wijdingsbeloften hernieuwen.

De campagne brengt uitdagingen mee. Ik heb al vele jaren brieven geschreven aan de Katholieke pers: niet alleen over de wijding van vrouwen maar ook over aanverwante kwesties zoals oecumene en inclusieve taal. Ik kreeg om zo te zeggen stank voor dank: een aantal anonieme brieven over de post – niet altijd beleefde brieven – alsmede een verzameling ‘rechtse’ kranten. Ik weet niet of die publicaties bedoeld waren om mij te bekeren. Aangezien ik een redelijk open geest heb, zou ik ze waarschijnlijk lezen als de afzenders de moed hadden om hun naam te vermelden.

Om de een of andere reden vinden mensen die tegen de wijding van de vrouw zijn vaak dat het volkomen normaal is om onbeschoft te zijn tegen over mensen zoals ik. Mensen die ik nauwelijks ken hebben me gevraagd wat voor boeken ik lees en of ik naar de Mis ga. Zelfs priesters hebben onaardige grappen over me gemaakt. Enkele hebben me zelfs gevraagd waarom ik geen Anglicaan word. Verleden jaar stond ik tijdens de Chrisma Mis foldertjes uit te reiken aan mensen die de kathedraal binnen gingen. Ik bood er een aan een vrouw die het aannam, het kapot scheurde en het bijna naar me terug gooide. Ze was zo boos, maar mij maakte het incident verdrietig. Ik heb de stukken in mijn zak gestoken en ze een aantal dagen bewaard. Ik liep me almaar af te vragen hoe het komt dat de kwestie van de vrouwenwijding zoveel emotie teweeg brengt in mensen. Voel een mens zich beter als hij een foldertje in tweeën scheurt? Is het angst voor verandering, angst voor het onbekende, angst voor wat de hiërarchie wel zou kunnen denken? Ik heb geen antwoorden maar ik denk wel dat een verbod op de discussie belangrijk bijdraagt aan het probleem. Het zou toch veel beter geweest zijn als het Vaticaan had gezegd dat de tijd momenteel nog niet rijp was, maar dat het belangrijk is dat de discussie over de kwesties, over de ethiek en de theologie doorgaat.

Het CWO is een van de organisaties die over de hele wereld heen campagne voeren voor het wijden van de vrouw tot priester in de Rooms Katholieke Kerk, maar de kwestie is breder dan die van het wijden van vrouwen alleen. We dienen het belang te erkennen van allerlei diensten. Als kind dacht ik dat misdienaar zijn ‘belangrijker’ was dan de liedbundels ronddelen. Zo moet ik nooit meer denken. In feite denk ik dat we allemaal geroepen zijn tot een of andere vorm van dienstbaarheid in de kerk. Het kan zijn het gewijde ambt van priester of diaken, of het kan de dienst zijn van koffie zetten na de Mis. We zijn heel goed geworden in het scheppen van hiërarchieën binnen het dienstbetoon in plaats van dat we de unieke en speciale gaven erkennen die we allen te bieden hebben. De meest waardevolle gaven die elke priester of ambtsdrager bezit zijn die van het aanmoedigen, kansen geven en bevestigen van alle kerkleden ongeacht hun bijzondere roeping. Ik denk vaak aan de ouderen die niet meer naar de kerk kunnen maar die iedere dag bidden voor de parochie en voor al haar leden. Als dat geen dienstbetoon is, weet ik niet wat dienstbetoon wel is.

Er zijn verschillende vormen van dienstbetoon die duidelijk behoren tot de historische traditie van de Christelijke Kerk. Op Pasen 1996 is er in Stuttgart een conferentie gehouden onder de titel ‘Het diaconaat, een ambt voor vrouwen in de Kerk? Een ambt dat recht doet aan vrouwen?’ De conferentie besloot de bisschoppen te vragen om van Rome permissie te verkrijgen in hun diocees vrouwen te wijden tot diaken. De roep om toelating van vrouwen tot het diaconaat groeit beslist en het CWO ondersteunt die met alle macht. Degenen die zich geroepen voelen tot dit soort ambt zijn gevraagd zich aan te sluiten bij het Internationale Netwerk voor het Diaconaat dat gevestigd is in Duitsland.

Het CWO is een kleine (maar groeiende) organisatie met een enorme opdracht. Wij zijn van mening dat het belangrijk is een forum te hebben voor het onderzoeken, het uitdagen en het ontwikkelen van het huidige verstaan van het priesterschap. Voor mij betekent dat beslist het steunen van het Internationale Netwerk voor het Diaconaat. Het houdt ook in de ondersteuning van andere vormen van ambtsbediening, campagnes voor inclusieve taal en de oecumenische beweging. Hier in Schotland is het CWO betrokken geraakt bij het Netwerk van Oecumenische Vrouwen in Schotland (NEWS), dat een comité uitmaakt van ACTS (Actie van de Gezamenlijke Kerken in Schotland). Het comité omvat vertegenwoordigers van elk van de tien lidkerken van ACTS, tezamen met die van verscheidene gecoöpteerde groepen. Het CWO heeft verzocht een gecoöpteerde groep te mogen worden, en de meeste leden van NEWS verwelkomden onze aanvraag, maar er waren binnen ACTS mensen die de geldigheid van onze organisatie betwistten. De kwestie is uitvoerig besproken op hoge niveaus vóór we tenslotte de status verkregen van waarnemer. We waren uiteraard teleurgesteld dat belemmeringen ons verhinderden ons op basis van gelijkheid te voegen bij onze zusters, maar we weten dat de status van waarnemer een begin is. We zijn dankbaar dat NEWS en ACTS ons erkennen en respecteren als organisatie.

Er zijn ook nauwere contacten gelegd met de Beweging voor Whole Ministry (het Gehele Ambt) in de Episcopaalse Kerk van Schotland (MWM). De vrouwen en mannen die tot het MWM behoren hebben een gelijksoortige strijd doorgemaakt, en wij waarderen hun vriendschap en hun steun. Het is ook heel belangrijk dat leden van het CWO overal in Schotland contact met elkaar kunnen hebben: lidmaatschap strekt zich uit van Hawick tot Inverness, en veel mensen zijn heel geïsoleerd – vooral in de meer landelijke gebieden. Het CWO en het WWM hebben gezamenlijk bijeenkomsten kunnen houden.

Er is een tekort aan priesters – daarover bestaat geen enkele twijfel. Er wordt ons steeds opnieuw gevraagd om te bidden om roepingen, en terecht, want de statistieken liegen er niet om. Onlangs sprak ik een vriendin die in een meer afgelegen deel van Schotland woont. Er is geen residerende priester in haar stad, en ze sprak openlijk over de moeilijkheden die dit meebracht. Een snelle blik in het Directorium van de Katholieke Kerk toont hoeveel priesters de zorg hebben voor twee of zelfs drie parochies. Sommige parochies kunnen ’s zondags geen Mis bijwonen, eenvoudig omdat er niet genoeg priesters zijn. Is het niet onredelijk dat veel priesters lijden aan stress, veroorzaakt door te hoge werkdruk, terwijl de kerk tegelijkertijd niet in staat of bereid is na te gaan of er andere vormen van gewijde ambten bestaan? Moeten de mensen het maar stellen zonder sacramenten, omdat er niet genoeg ongehuwde, celibatair levende mannen zijn om ze toe te dienen?

Als lid van het CWO moet ik de wijding van vrouwen wel steunen. Ik blijf mijn insigne en mijn paarse lint dragen. Ik blijf waken bijwonen en vergaderingen en evenementen. Er zijn nog vele anderen zoals ik die ook menen dat ze persoonlijk mogelijk geroepen zijn tot het gewijde ambt. In tegenstelling tot de mannen krijgen we geen gelegenheid een proces te ondergaan waarin de roeping wordt onderzocht. We hebben de kerk niet verlaten. Velen van ons zijn actieve kerkleden: we dienen als lectoren, koffiezetters, musici en in zoveel andere diensten. Met al onze toewijding wordt ons gezegd dat we het recht niet hebben om zelfs maar te spreken over kwesties die voor ons en voor de kerk van belang zijn. Ik blijf studeren, bidden en protesteren. Dit is een tijd van afwachten. Misschien brengt het vervolg van dit hoofdstuk het goede nieuws dat mijn tijd van afwachten voorbij is.

Helen Blackburn, 1999

Overzicht vrouwen met een roeping Tekenen van roeping De weg van een vrouws Stappen die je moet nemen Kritiek beantwoorden Je verhaal schrijven

Join us  .  .  .  !

Als je je geroepen voelt priester te worden, sluit je aan bij ‘CIRCLES’!

‘Circles’ heeft een speciaal ‘forum’ en ‘chatroom’ opzij gezet voor vrouwen die zich geroepen weten tot het priesterambt, om elkaar wederzijdse steun te geven.

Join us  .  .  .  !


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research