|
|
|---|
In onze kinderjaren komen al trekjes van onszelf tevoorschijn voordat we
beseffen wat dat zijn. Dit is zeker waar wat betreft mijn roeping door de doop
en de roeping die ik voel om tot priester te worden gewijd. Ik ben in 1970 in
California geboren en mijn beide ouders waren allebei leraar Engels van beroep
en allebei oprechte Katholieken. Ze hebben een eerlijk en traditioneel geloof,
en hebben hun vier kinderen grootgebracht in een parochie die al even diep
gelovig was en dat op een traditionele manier beleefde.
Gebeurtenissen in mijn vroegste jaren wezen al op mijn natuurlijke
gerichtheid op God en op de kerk. Mijn broertjes en mijn zusje speelden
Misje, waarbij mijn jongere broertje altijd voorging en ik
altijd diende als lectrice, de enige rol die voor mij was
weggelegd.
Mijn verjaardag was in mei en die van mijn zusje was een maand later.
Als kind gebruikte ik mijn verjaardagsgeld om een cadeautje te kopen voor mijn
zusje, ook al moedigden ze me aan om het geld voor mezelf te gebruiken. Ik kon
me niet voorstellen dat ik datgene wat ik kreeg voor mezelf zou houden als
iemand anders het evengoed kon gebruiken als ik.
Toen ik nog op de basisschool zat, waren mijn broertjes allebei
misdienaar, een rol waar mijn kinderhart naar verlangde maar nooit zou kunnen
krijgen, omdat meisjes toentertijd in mijn parochie niet als acoliet mochten
dienen. Onze ouders gaven ons een plaats in de voorste rij, en de ene
zondagmorgen na de andere zat ik dan vanaf mijn bank de sacristie in te kijken
en vroeg me af wat zich achter die halfopen deur bevond. En ik was al net zo
geboeid door de liturgie die zich elke week voor mijn ogen ontvouwde. Ik had
het rijkste gebedsleven dat een kind maar hebben kan. Ik bad
innerlijk tot een paradoxaal zowel liefhebbende als vreeswekkende
God.
In de hoogste klas van onze parochieschool werd ik in de leerlingenraad
gekozen en kreeg ik de zorg voor godsdienstige zaken, meestentijds
helpen met klaarzetten voor een Mis voor de hele school. Het lag mij, ook al
werd ik door sommige klasgenoten geplaagd en bij de diploma uitreiking gekozen
tot degene die het meest in aanmerking kwam om zuster te worden. In
dat zelfde jaar werd onze klas gevormd, en ik vond het prachtig om mij het
sacrament zoveel mogelijk eigen te maken, hoewel ik nog in de verste verte niet
klaar was om de uitdaging aan te nemen die een leven dat aan Christus gewijd is
zou meebrengen.
God zegent de tienerjaren echter met de twijfel of de uitdaging
die nodig is om een kinderlijk geloof te doen verkeren in volwassen
geloof. Ik weet nog dat ik hoog op het koor waar ik als kind lid van was, dacht
dat koorlid en lectrice zijn de enige manier was waarop ik ooit zou kunnen
meehelpen om de liturgie te leiden. Mijn hart was vol boosheid en desillusie
ten opzichte van de kerk voor haar (onze) uitsluiting van vrouwen, maar nu ik
volwassen ben besef ik pas dat God mij toen al riep een weg te gaan die er
uiteindelijk toe zou leiden dat ik voorga en preek in de Mis. Ik was
verschrikkelijk boos op God dat hij me geschapen had als vrouw en ik huilde er
vaak stilletjes om.
Tegen de tijd dat ik helemaal opging in het leven van een middelbare
scholiere was ik een geëngageerd seculier humanist, had het gebed
opgegeven, het belang van de kerk, en hoop op een leven hiernamaals. Maar
zoeken bleef ik en ik onderzocht alles wat zingeving kon bieden aan de leegte
in mijn hart. Als tweedejaarsstudent gaf ik aan belangstelling te hebben voor
een universitaire studie filosofie, maar ik heb de raad van anderen opgevolgd
om iets te studeren wat praktischer was voor een vrouw, en ik koos
opvoedkunde, een beslissing waar ik nooit spijt van heb gehad. Door cursussen
opvoedkunde en sociale wetenschappen leerde ik praktische vaardigheden die
later van groot nut zouden blijken bij mijn pastorale werk.
In al die vier jaren op de universiteit benaderde ik het begrip God heel
timide, omdat ik de pijn hoopte te vermijden dat ik vrouwen uitgesloten zou
zien van het priesterschap, en, ik beken het in alle eerlijkheid, ook de
uitdaging om een meer liefhebbend en rechtvaardig mens te worden. En toch
hoopte ik diep van binnen op God, en bad van lieverlee tot een onbekende
God.
Ik was nog op de universiteit toen de Berlijnse Muur viel, en die avond
besloot ik, terwijl de tranen me over de wangen stroomden bij het zien van
Duitsers die de Muur weghakten, om na het afstuderen een jaar te gaan wonen in
het Polen van mijn voorouders om mijn familie te leren kennen en minstens
enigszins van dienst te zijn door het geven van Engelse lessen.
Terwijl ik in postcommunistisch Polen bij een familielid woonde, stond
ik alleen maar open voor religie als cultuurexpressie. De bron van levend
water die in elke christen dient te stromen stond kurkdroog. Uiterlijk
was ik Katholiek, het was alleen de cultuur voor mij, maar van binnen raakte ik
leger en leger, toen ik besefte dat er nooit iemand had gevraagd naar mijn
geloof, mijn gebedsleven, mijn rol in de kerk. Ik was niemand verantwoording
verschuldigd.
Na mijn terugkeer in de VS besloot ik en graad te behalen in de Poolse
geschiedenis en te werken onder de intelligentsia. Ik kon in de verste verte
niet vermoeden dat ik in twee verschillende entiteiten terecht zou komen die
mij godsdienstonderricht zouden geven in mijn studiejaar.
Ik weet niet wat mij ertoe bracht het kantoor binnen te lopen van een
buurtparochie of een gesprek aan te knopen met de pastor, maar een macht die
groter was dan ik leidde me naar een levendige parochiegemeenschap, een die
samenkwam voor de vieringen, met elkaar bevriend was, samen zorgde voor de
armen, samen Bijbelstudie deed, en samen bad. Ik bezocht geregeld de parochie
evenementen en haalde vele lange jaren in door te bidden, te leren, te
studeren, retraites te houden, en de anderen te leren kennen met hun weg naar
het geloof.
Mijn tweede catechist was de Poolse geschiedenis zelf. De
martelaren en heiligen van Polen zowel de beroemde als de naamloze
getuigden voor mij van hun geloof in God door de boeken, artikelen,
gedichten en biografieën die ik hongerig en heler harte verslond terwijl
ik werkte voor mijn graad. Die winter, bij een zondagviering van de
Eucharistie, gaf ik mij tijdens de dankzegging voor de rest van mijn leven door
Jezus Christus over aan God. Nu eerst besef ik dat ik eerst gevolg moest geven
aan mijn roeping door het doopsel, alvorens de Heilige Geest mijn vorming tot
het priesterschap kon voortzetten.
In die lente schreef ik in mijn dagboek dat, ik eens ernstig na
moest denken als vrouwen priester konden worden. Ik zou graag een
leider worden in de kerk, was mijn voorlopige conclusie toen. Ik was 24.
De euforie van de val van het communisme was enigszins afgenomen en de
noodzaak van een Oost/Centraal Europese geschiedenisfaculteit was niet waar ik
op had gehoopt. Ter elfder ure kwam de Heilige Geest te hulp, ik verdedigde
mijn these en tekende dezelfde week nog, de week voordat de lessen begonnen,
een contract aan een Katholieke middelbare school.
De lessen in Amerikaanse geschiedenis waren intellectueel gezien vrij
gemakkelijk voor me, maar het waren de cursussen over de sacramenten, de
Schrift, en sociale gerechtigheid, die iedere vezel van me boeide. Ik begon te
beseffen dat parochiepastoraat de plek was waar de Heilige Geest me heen
leidde. Binnen twee jaar had ik de leiding van de katechese in een kleine
parochie. Bij de uitoefening van deze taak hoorde ik dat God mij riep tot een
levenslange dienst in de kerk. Ik werd aangenomen als theologiestudent aan het
plaatselijke seminarie en begon de hoognodige lessen en de parttime vorming,
terwijl ik mezelf fulltime stortte in het ambt van katechist.
In de eerste twee jaar had ik echter veel te lijden van verwarring over
mijn identiteit. Enerzijds waardeerde ik mijn ongehuwde (celibataire)
leefstijl, anderzijds zou ik graag trouwen. Enerzijds had ik de dagtaak van
iedere priester (met retraites en jeugdevenementen op vrijdagavond of op
zaterdag), en anderzijds kreeg ik te horen dat lekenwerkers in de kerk
feitelijk van 9 tot 5 werken en zich minder aan de kerk binden dan
priesters. Aan de ene kant studeerde ik theologie net als mijn mannelijke
collegae die zich voorbereidden op het priesterschap, maar ik kon mij niet
aanbieden als kandidaat voor de priesteropleiding. Ik bracht deze moeilijkheden
keer op keer voor God die, naar ik geloof, de bron en de animator is achter
mijn roeping tot sacramentele dienstbaarheid in de kerk.
God lijkt onafhankelijk van ons eigen idee van tijd te werken, maar wel
daarbinnen. In de loop van een jaar begon ik in de gemeenschap verscheidene
mensen te ontmoeten die - stuk voor stuk, alsof het een vooropgesteld plan was
mijn roeping tot het ambt bevestigden. Ik was bij een parochiaan thuis
en sprak over godsdienstonderricht voor haar zoon en zij zei openlijk,
ik zou jou willen horen bij een homilie. Innerlijk was ik stomverbaasd en
besefte niet dat God zo direct kon spreken. Tieners vroegen me: Frances,
waarom kan ik niet bij jou biechten? en Frances, waarom kun jij de
Mis niet voor ons opdragen?
Bij een bijeenkomst met tieners lunchte ik met de priester die als
begeleider was meegegaan met de trip en die me nog maar net had ontmoet.
Terwijl we zaten te eten zei hij: Volgens mij ga jij op een dag mijn
plaats innemen. Ben je jezelf aan het voorbereiden op een opleiding voor
predikanten? Rond die tijd liep ik tegen een medestudent theologie aan in
een kruidenierszaak. Ze zei: Frances, ik kan me jou niet voorstellen als
ongewijd. Je bent het gewoon, en iedereen ziet je in die rol.
Niet iedereen natuurlijk. Ik sprak met zo weinig mogelijk mensen over
mijn roeping, maar wanneer mensen het onderwerp eerlijk aansneden sprak ik
eenvoudig over hetgeen mij was overkomen, een diepe roeping om een kanaal te
zijn van Gods liefde en vergeving, heling en genade een kanaal van Gods
tegenwoordigheid sacramenteel. Hoewel sommige mensen die ik heb ontmoet
geprobeerd hebben mij te ontmoedigen of mij ervan af te brengen, vermijd ik
controverses en twisten.
Soms heb zelfs ik wel willen ontsnappen aan de last van deze duidelijke
en toch verborgen roeping. Dan begraaf ik me in de volkscultuur van Polen, een
van mijn liefhebberijen uit mijn jonge jaren.. Zelfs in deze omstandigheden
heeft God mij uitgekozen tijdens een Pools bal om te luisteren naar
iemand die gescheiden is - , om verschillende groepen Polen voor te gaan in
gebed, om een luisterend oor en bevestiging te betekenen voor een oudere Poolse
Amerikaan.
Dit was de enige gelegenheid niet waarbij ik ondervond dat mijn roeping
te sterk was om te worden ontkend. Toen ik een semester lang in een
psychiatrische inrichting dienst deed, ontmoette ik de grootste geestelijke
honger die ik ooit had gezien. Mishandeling, armoede, misdaad en verslaving in
combinatie met geestesziekte maakten dat de geest van zoveel gewone en goede
mensen onontkoombaar werd verzwakt.
Vele mensen wilden dat ik met hen zou bidden of alleen maar luisteren.
Ze wilden hoop ontvangen uit de Schrift en door de sacramenten, en eens zei een
patiënt tegen mij dat ze omdat ze eerder was misbruikt door een man
- de kerk zou verlaten als ze niet bij mij als vrouw kon biechten. Ik had zo
sterk het gevoel dat God me gebruikte als kanaal van genade en liefde en
vergeving, maar dat ik meer kon doen juist doordat ik meer zou zijn
sacramenteel.
Ik begon bewuster een sacramentaliteit te ontwikkelen in mijn
ambtsuitoefening en in mijn leven. Zoveel als de tijd me toeliet begon ik te
lezen over het priesterschap, de rol van de bisschop, de geschiedenis van het
ambt in de kerk en de theologie van vrouwen in het ambt. Mijn gebedsleven
verdiepte zich, vooral gebed voor het volk Gods, en het getijdengebed en de
dagelijkse schriftlezing hebben mij nauwer verbonden met de traditie en de
universaliteit van het Lichaam van Christus. Ik neem elke gelegenheid waar
bijvoorbeeld in de auto of als ik sta te wachten in de file voor
informele bezinning en voor het dagelijks gesprek met God dat essentieel is
voor de christen. In de vieringen bid ik dat ik met mijn leven het evangelie
kan verkondigen dat ik niet mag verkondigen in de liturgie
en dat ik dat
eens wel mag doen.
Door de jaren heen heb ik mijn verhaal van hoe ik de stem van God
gehoord heb die me riep om de kerk te dienen als priester toevertrouwd aan
degenen die ernaar vroegen. De meeste mensen steunden me. Ik heb geen platform
of offensief om er tegen aan te gaan, en al evenmin koester ik enige wrok of
bitterheid ten opzichte van de kerkleiders op wier schouders de aardse
beslissing neerkomt om te beslissen over de wijding van de vrouw. Ik heb alleen
de ervaringen die ik heb beleefd, de roepstem die ik heb vernomen in de stilte
van mijn hart en door de stem van andere mensen om te dienen als priester.
Frances Scott, USA
Overzicht vrouwen met een
roeping
Tekenen van roeping
De weg van een vrouws
Stappen die je moet nemen
Kritiek beantwoorden
Je verhaal schrijven
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..


In dit boek gaat Hans Wijngaards in
op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het
jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op
zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert
Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van
vrouwen tot diaken.
Klik hier!