|
|
|---|
| Overzicht vrouwen met een roeping | Tekenen van roeping | De weg van een vrouws | Stappen die je moet nemen | Kritiek beantwoorden | Je verhaal schrijven |
In de Kerk heeft altijd de overtuiging geleefd dat echte
roepingen van God komen en dat het misdadig zou zijn dergelijke roepingen te
dwarsbomen.
De wortels van iedere roeping liggen in het feit dat we door God zijn
geschapen. Iedere mogelijkheid die we hebben komt uit Gods hand en iedere
roeping, of het nu een taak betreft, een dienstbetoon, een levenswijze of een
speciale zending, ze komt van God die ons uit het niet geroepen heeft de
persoon te worden die wij zijn.
Onze speciale roeping als christen komt regelrecht voort uit het feit
dat we in Christus zijn gedoopt en zo met hem priester, profeet en koningin of
koning zijn geworden. Het doopsel als christen houdt de mogelijkheid in van
geroepen te worden tot het sacramentele priesterschap. En aangezien het doopsel
voor vrouwen en mannen gelijk is, ontvangen beide dezelfde impliciete en
verwijderde roeping tot het sacramentele priesterschap.
Naïeve opvattingen
Vroeger is de roeping tot het priesterambt vaak verstaan op een vrij
magische en simplistische wijze. Men stelde zich voor dat God letterlijk
kandidaten koos volgens zijn onpeilbare decreten.
Ik herinner me het volgende verhaal tijdens een retraite op het
grootseminarie.
Vóór de schepping van de wereld riep God zijn engelen
bijeen en gaf hen vast een kijkje op al wat hij zou gaan scheppen, inclusief de
mensen van alle komende geslachten. De engelen mochten hem vragen stellen.
Eén engel die het plan had bestudeerd zei tegen de Almachtige:
Ik zie die-en-die daar (hierbij vul je je eigen naam in). Wat voor nut
zou hij/zij hebben? Kunt u die niet weglaten uit het plan voor het
universum?
God antwoordde: Nee, die-en-die is belangrijk voor me. Voor
hem/haar heb ik een speciale zending. Die maak ik tot mijn priester!
De gevolgtrekkingen liggen voor de hand. God roept een persoon tot het
priesterschap middels een weloverwogen en expliciete beslissing. Wee diegene
die in de weg zou staan van die goddelijke roeping!
Het probleem met een dergelijk denkbeeld is dat het God menselijk maakt
en klein. God handelt niet zoals wij doen. God werkt middels tweede oorzaken.
Aangezien iedere gedoopte een verwijderde roeping heeft doordat deze persoon is
ingelijfd bij Christus, laat God familie, vrienden, leraren, geestelijke
schrijvers, pastores en anderen ertoe bijdragen dat een verwijderde roeping een
actuele roeping wordt. God roept jou! In een bepaald opzicht
zijn Gods roeping en de menselijke factoren vervlochten; zij worden
één werkelijkheid.
Dit meer evenwichtig verstaan van de roeping houdt niet in dat die
minder van God komt. God mag dan werken middels secundaire oorzaken: toch is
het per slot van rekening God die uitnodigt tot het priesterschap en
niet bepaalde leraren of vrienden.
Degene die geroepen wordt weet dat hij
of zij tegenover God staat
Hoor hoe Paus Johannes Paulus II spreekt over zijn eigen roeping.
Men vraagt mij vaak, en de vragenstellers zijn vooral jonge
mensen, waarom ik priester ben geworden. Misschien zouden sommigen onder u
dezelfde vraag willen stellen. Laat me eens proberen een kort antwoord te
geven. Om te beginnen moet ik zeggen dat het moeilijk geheel te verklaren is.
Het blijft immers een mysterie, zelfs voor mezelf. Hoe verklaar je Gods wegen?
Toch weet ik dat ik op een zeker ogenblijk in mijn leven overtuigd was dat
Christus tot me zei, zoals tot duizenden vóór me: Kom, volg
mij! Er was een duidelijk besef dat wat ik in mijn hart had vernomen geen
menselijke stem was, en evenmin zomaar een idee van mij. Christus riep
me om hem te dienen als priester.
En je kunt waarschijnlijk wel zeggen dat ik God heel dankbaar ben
voor mijn roeping tot het priesterschap. Niets betekent meer voor me of geeft
me grotere vreugde dan dagelijks de Mis te vieren en Gods volk te dienen inde
Kerk. Dat is de waarheid vanaf de dag van mijn priesterwijding. Niets heeft
daar verandering in gebracht, zelfs niet het feit dat ik Paus werd.
(Los Angeles, USA,14 september, 1987)
Sheila Cassidy was een Engelse arts die in Chili woonde en werkte onder
het regime van Pinochet. Ze beschrijft hoe ze recht voor God kwam te staan toen
ze begreep dat God haar voor zijn werk wilde
Na vijf dagen van gebed en bezinning werd me gevraagd een
passage te lezen uit het derde hoofdstuk van het Boek Samuel. Ik las dat God
Samuel driemaal riep en dat de jongen niet begreep wie er riep totdat zijn
meester hem zei dat hij moest gaan liggen en afwachten, en als de Heer riep
moest hij zeggen: Spreek, Heer, uw dienaar hoort Dus legde ik mij
op een winterochtend in 1975 neer op een hoop bladeren achter in de tuin in een
Chileens retraitehuis en maakte die woorden van Samuel tot de mijne. Net als in
mijn kinderjaren hoorde ik geen stemmen en zag geen visioenen, maar
langzamerhand werd het me duidelijk dat God me riep. Ik wist zonder gerede
twijfel dat Hij mij vroeg hem te volgen, in goede en kwade dagen, in rijkdom en
armoede, in ziekte en gezondheid, voor de rest van mijn leven
Hoe kun je anderen de kwelling en de extase laten voelen van
door God te zijn geroepen? Op het zelfde moment ben je overrompeld door de
immensiteit van de eer, het ongelooflijke feit van geroepen te zijn, en
tegelijkertijd schreeuw je het uit, Nee! Nee! Asjeblief, niet ik,
dat kan ik niet! Datgene wat enkele ogenblikken eerder een voorrecht was,
wordt een wrede, oneerlijke eis. Waarom moet ik degene zijn die gevraagd wordt
een huwelijk en een carrière op te geven? Waarom ik? Waarom mag ik geen
gemeenschap hebben met een man en zijn kinderen dragen? Ik heb ook maar
één leven, hoe kunt u mij vragen om het af te staan alsof het
niets voor me betekent?
Terwijl ik daar lag met mijn tranen, oren en ogen vol
herfstbladeren, wist ik dat dit het eind was van de zoektocht. Ik was hier
naartoe gekomen en had God gevraagd om te spreken en dat had hij ook. En
natuurlijk was ik vrij om te zeggen, Nee, ik wil niet, maar dit zou
een duidelijk en weloverwogen weigering zijn. Ik dacht erover na en wist dat ik
niet Nee wilde zeggen en dat ik, hoe zeer het ook deed, enkel maar nederig zou
aanvaarden. En dus, sprak ik als honderden mannen en vrouwen vóór
mij mijn Fiat. Sheila Cassidy, Audacity to Believe,
Collins, Fount paperback, 1977, pag. 122-123.
Sheila Cassidy is door agenten van het regime van Pinochet gemarteld
voor haar werk onder de armen.
De priesterroeping van een vrouw
Het is duidelijk dat niemand zomaar kan aannemen dat men roeping heeft.
Elke roeping moet worden getoetst. Degene die zich geroepen
voelt moet leren onderscheiden of de roeping echt is en werkelijk van God
komt.
Wat mannen betreft wordt de ervaring van de innerlijke
roeping, het gevoel van getrokken te worden door God, het vernemen van
een innerlijke uitnodiging, altijd genomen voor een belangrijke aanwijzing dat
er grond is voor ernstige overweging. Niemand zou de innerlijke
roepstem zomaar van de hand durven wijzen zonder de geldigheid ervan te
onderzoeken.
De Kerk legt alle leden van de Katholieke gemeenschap de ernstige plicht
op roepingen te koesteren en de roep die een individuele gelovige wellicht
ontvangt niets in de weg te leggen. Het
Tweede Vaticaans Concilie heeft deze verplichting nog eens herhaald.
Het feit dat zovele goede, bekwame, heilige, evenwichtige vrouwen
zich geroepen voelen tot het priesterschap vereist eenzelfde gehoor en
eenzelfde openheid voor de Heilige Geest. Ok al kunnen bepaalde individuele
vrouwen zich vergissen als ze geloven dat ze geroepen zijn, we mogen niet
ontkennen dat het bij veel vrouwen God is die hen roept. En God wil dat zij
priester worden.
Als de Kerk de priesterroepingen die mannen ontvangen niet mag
ontkennen of verwaarlozen, waarom zou ze dan dezelfde roeping in vrouwen met
verachting mogen bejegenen?
John Wijngaards
Vertaling Theresia Saers
Overzicht
Tekenen van roeping
De weg van een
vrouw
Stappen die gezet moeten worden
Antwoorden aan critici
Je verhaal vertellen
Als je je geroepen voelt priester te
worden, sluit je aan bij CIRCLES!
Circles heeft een speciaal forum en
chatroom opzij gezet voor vrouwen die zich geroepen weten tot het
priesterambt, om elkaar wederzijdse steun te geven.

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |