|
|
|---|
Waarom ik schrijf
Het gebeurde tijdens een retraite in India met Kerstmis in 1992; ik
besloot er eindelijk mee op te houden voor God weg te lopen en accepteerde dat
ik geroepen werd tot het priesterschap. Gedurende de afgelopen zeven jaren van
niet-begrijpen heb ik mijn best gedaan te ontdekken wat dat zou kunnen
betekenen en wat ik er mee zou moeten beginnen. Ik moest de echtheid van mijn
roeping ontdekken en verder uitdiepen, en was geen gemakkelijk proces; ik moest
doorgaan met mijn leven en proberen de koers uit te zetten waarlangs het voor
mij als vrouw in de r.k. kerk mogelijk zou kunnen zijn priester te worden.
Op dit moment werk ik vier dagen per week als pastoraal werkster in een
parochie in het bisdom Westminster en ik studeer in deeltijd voor een MA [=
equivalent aan doctoraal] in filosofie en godsdienst aan het Heythrop
College in London.
In mijn vrije tijd help ik John Wijngaards met het onderzoekswerk voor
de site www.womenpriests.org. Hij heeft me gevraagd of ik mijn verhaal zou
willen vertellen. Hier komt het.
Mijn vroege jeugd
Ik groeide op als oudste van vier kinderen in een kleine
plattelandsparochie in Essex, Engeland. Mijn ouders waren zeer actieve leden
van de kerk en we deden overal aan mee. Met mijn veertiende was ik lectrice en
zo lang als ik me kan herinneren hielp ik mee met vlooienmarkten in de
parochie.
Ik ging naar een katholieke school, was lid van een katholieke
jeugdgroep, en ging regelmatig op bedevaart naar de relikwieën van
Walsingham en Aylesford.
Vanaf zeer jonge leeftijd was ik me bewust van God en wilde graag
anderen helpen. Toen ik elf was had ik een overweldigende ervaring van Gods
liefde voor mij en van het verlangen die liefde te beantwoorden. Eerder dat
jaar had ik een boek gelezen over Theresia van Lisieux en de woorden die ik
hoorde waren dat ik gevraagd werd te worden zoals zij. Vele jaren lang had ik
in de veronderstelling geleefd dat te zijn zoals Theresia betekende
religieuze, non worden, een wens die ik gedurende mijn tienertijd
koesterde. Toen ik zestien was vroeg iemand mij eens terloops: Vind jij
dat vrouwen priester moeten kunnen worden? Mijn antwoord was een
verschrikt en vanzelfsprekend nee!.
Keerpunt
Ik wist toen nog niet dat dit korte gesprek een keerpunt in mijn leven
zou gaan betekenen. In de jaren die daarop volgden begon ik diep na te denken
over de vraag of vrouwen zouden vrouwen priester moeten kunnen
worden? en geleidelijk aan groeide er een ander antwoord: een
Ja!. Ik dacht na over de gevolgen die dat zou hebben voor de kerk
en voor het geloof in Christus wanneer een eeuwenlange traditie doorbroken zou
worden door vrouwen te wijden en ik besefte dat de gevolgen daarvan groot
zouden zijn. Maar ik begon er ook een zekere juistheid van in te zien.
Het groeien van inzicht
Tegen de tijd dat ik naar de universiteit ging had ik mijn van gevoel
van roeping uit mijn tienertijd verloren maar wat er overbleef was mijn wens
iets te willen doen voor de kerk; en daarom ging ik theologie studeren aan de
universiteit van Nottingham, gevolgd door een jaar vrijwilligerswerk in
Liverpool.
In deze tijd begon ik te begrijpen dat priesters en religieuzen niet
bepaald elkaars gelijke zijn, buiten het feit dat het gaat om mannen en
vrouwen. Dat was een schokkende ontdekking. Als katholiek tienermeisje wist ik
dat mannen priester werden en vrouwen non. Religieuze zijn was dé
roeping waardoor vrouwen dienstbaar konden zijn aan de kerk en dat klopte met
wat ik dacht dat ik wilde. Maar ik had als vanzelfsprekend aangenomen dat het
ging om het voortzetten van het sacramentele leven van de kerk. Religieuzen, zo
realiseerde ik mij, waren niet de gelijken van priesters, maar van monniken.
Zij leefden in gemeenschap en boden de kerk een speciale gift, het charisma van
hun congregatie. Religieuzen konden werken in parochies en van tijd tot tijd
assisteren bij de voorbereiding tot de sacramenten, maar dat maakte niet hun
wezen uit; zij deden veel ander werk. De wijding tot het priesterschap was iets
heel anders en ofschoon die wel werd toegediend aan monniken, gebeurde dit
NOOIT aan nonnen. Het dienen in de kerk van Christus kan dan bedoeld zijn voor
zowel mannen als vrouwen, maar het priesterschap was uitsluitend mannelijk.
Eigenlijk wist ik wel dat alleen mannen bij de toediening van
sacramenten voorgingen, maar op de een of andere manier had ik me er nog nooit
eerder mee bezig gehouden dat ik niet geschikt zou zijn om de eucharistie te
vieren, en dat de reden daarvan was dat ik er niet en nooit voor in aanmerking
zou komen enkel en alleen omdat ik een vrouw was. De eucharistie vormde het
hart van mijn aanbidding en was de bron en de inspiratie bij alles wat ik deed,
en het was mij duidelijk dat dit altijd de kern zou zijn. Het besef dat ik
definitief was uitgesloten van het belangrijkste ambt waarin ik mijn geloof tot
uiting kon brengen werd me pijnlijk duidelijk en deed heel wat vragen bij me
opkomen naar de betekenis van het vrouw- en katholiek-zijn.
Roeping
Gedurende het jaar dat ik vrijwillig werkte begon ik me bewust te worden
van een onrustig, een lastig gevoel dat er iets niet klopte. De gedachte
daadwerkelijk priester te worden kwam regelmatig bij me op, maar evenzo vaak
vocht ik er tegen. Als ik een man was, zo redeneerde ik, dan zou ik het zeker
doen, maar ik ben een vrouw, en dus kan het niet. Ik kan voor de kerk werken
zonder priester te zijn. Ik help graag mensen. Ik kan maatschappelijk werker
worden of hulpverlener of iets dergelijks. Zelfs toen ik het intellectuele
niveau bereikt had waarop vrouwen gewijd zouden kunnen worden verzette ik me
met kracht tegen de gedachte dat het iets met míj te maken zou kunnen
hebben! Het was wel aardig weg te dromen bij de gedachte priester te kunnen
worden, maar in werkelijkheid maakte ik andere plannen.
Dat lastige gevoel verdween echter niet en tijdens een rondreis van
enkele maanden op mijn eentje door India ging ik in 1992 gedurende acht dagen
in retraite bij de Jezuïeten in Goa. Die retraite werd een pijnlijk en
moeilijk gevecht maar aan het einde overkwam me een ervaring, bijna onmogelijk
om te beschrijven, van God die mij persoonlijk tot het priesterschap riep. Tot
verbazing van zowel mijzelf als de Jezuïet die mijn geestelijk begeleider
was, lag ik huilend op de vloer van de kapel van het retraitehuis; aanvankelijk
met schrik wegens de klinkklare onmogelijkheid ervan, en vervolgens van vreugde
vervuld omdat ik werd overgoten met de immense troost dat dit van God kwam. Ik
hoefde slechts te vertrouwen en God zou de rest doen. Het lastige gevoel hield
op en maakte plaats voor een gevoel van vrede. Het is nu zeven jaar later en
het gevoel van een verrassende innerlijke rust blijft - in een leven dat anders
zeker in chaos zou zijn gedompeld.
Waarom wijding?
Ik was toen, en ben er nóg van overtuigd dat ik geen goed
priester zou zijn en dat God er beter aan zou doen iemand anders te kiezen. Ik
vind het tegenwoordig erg moeilijk om vrouwen in een pastorale functie te
ontmoeten die veel betere priesters zouden zijn dat ik, maar die toch zeggen er
niet toe geroepen te zijn. Waarom ik? Waarom zij niet? Laat me gaan, God!
Gedurende mijn retraite dacht ik dat ik de enige katholieke vrouw was
die deze roepstem hoorde. Maar sindsdien heb ik vele anderen ontmoet en ik
realiseer me dat de heilige Geest bezig is vrouwen over de hele wereld te
roepen. Vrouwen vanuit alle mogelijke verschillende achtergronden; de een
getrouwd, de ander niet, de een vanuit een kloosterleven, een ander niet; maar
allen vanuit het besef dat wijding hun pastorale werk een nieuwe dimensie zou
geven, en dat God dit op de een of andere manier van hen vraagt. De ontmoeting
met deze vrouwen, het luisteren naar hun verhalen en mijn bezoeken aan hen
hebben me, meer nog dan wat voor academisch argument dan ook, overtuigd van de
grote noodzaak deze roepingen naar waarde te schatten en ermee op te houden de
kerk te beroven van de volheid van de vele noodzakelijke giften en gaven.
Een volwassen kerk
In de parochie waar ik nu werk zie ik dat de positie van de vrouw, op
zijn minst in de parochiële structuren duidelijk niet klopt. Vrouwen
krijgen weinig directe verantwoordelijkheid voor het parochiële leven en
krijgen, en áls hen al verantwoordelijkheid ten deel valt verkrijgen ze
die voornamelijk door de invloed die zij kunnen uitoefenen op hun mannelijke
collegas. Dit is geen volwassen manier van te werk gaan, noch voor de
vrouwen, noch voor de mannen. Inderdaad, hetzelfde geldt voor mannen in het
pastoraat die niet celibatair zijn en voor leken in het algemeen. Een meer
volwassen manier van uitoefening van pastoraal werk is hard nodig. Als onze
kerk werkelijk wil groeien zouden er meer instanties betrokken dienen te zijn
bij de besluitvorming en het dragen van verantwoordelijkheid voor het geloof.
Het boek Genesis vertelt ons dat we als beeld van God vrouwelijk en
mannelijk geschapen zijn, en wat mij betreft moet de voortdurende ontrafeling
van dit mysterie van ons bestaan als twee op elkaar betrokken geslachten zeker
een integraal deel worden van het christendom. Vrouwen kunnen aan het gewijde
ambt het vrouwelijke gezicht van Christus geven, van wie we geloven dat God
mens werd tot onze verlossing. Soms ben ik bang dat we door het voortdurend
beklemtonen van de mannelijkheid van Jesus onszelf beperken tot de aanbidding
van de mannelijkheid van Jesus in plaats van de aanbidding van God, die zelf
nóch man nóch vrouw is en zowel het mannelijke als het
vrouwelijke omvat. Is de vrouwelijke nabijheid tot God slechts een afgeleide
nabijheid? Hoe kunnen we het goede nieuws verspreiden door te zeggen dat alleen
mannen op een juiste manier Christus tegenwoordig kunnen stellen?
De cursus hindernis-roetsjbaan
Gedurende de jaren na mijn retraite in Goa heeft het me constant moeite
gekost gelovig te blijven. Als wijding voor mij al mogelijk zou zijn geweest,
dan zou ik te maken hebben gehad met de strijd met alle hindernissen, zowel van
binnenuit als van buitenaf, waardoor ik het in de loop van de tijd zou hebben
opgegeven. Door met velen over mijn roeping te praten ben ik me bewust geworden
van de extra verantwoordelijkheid mijn roeping zo goed mogelijk te beleven in
die omstandigheden waarin ik het pastoraat kan uitoefenen. Ik ben bang dat ik
stomme fouten zou kunnen maken en dat mensen zouden zeggen: dat komt er nu van
als vrouwen priester willen worden!
Door alle angsten heen heb ik geprobeerd te beantwoorden aan de roep
van God zoals ik die heb begrepen. Uiteindelijk is het aan de kerk te besluiten
of ik een geschikte kandidaat voor de wijding zou zijn. Het enige wat ik kan
doen is ervoor uitkomen en zeggen dat men mij mag beoordelen.
Ordinatio Sacerdotalis
De publicatie van Ordinatio Sacerdotalis in 1994 die bevestigt
dat de kerk niet de macht bezit de priesterwijding aan vrouwen toe te dienen en
dat er dus geen verdere noodzaak bestaat hierover te discussiëren, heeft
het dringende karakter van mijn dilemma versterkt. Voor mij was het zo dat de
gebeurtenis van de ervaring van mijn roeping tot het priesterschap
tegelijkertijd mijn diepste godservaring betekende. Vanuit deze ervaring spreek
ik als ik met anderen praat over God en getuig van mijn geloof in Christus. Als
ik niet kan praten over het één, hoe kan ik dan praten over het
ander?
Ik weet dat het heel wat gemakkelijker zou zijn me stil te houden en het
niemand lastig te maken, maar dit zou niet eerlijk zijn. Wat me moed geeft om
vol te houden is de ontdekking dat zovelen over de hele wereld beginnen te
geloven dat de kerk geroepen wordt vrouwen te wijden.
Studie voor www.womenpriests.org
Het bestuderen van materiaal voor deze site heeft me de vrouwenhaat doen
zien die op zo trieste wijze blijkt uit de conclusies van vele kerkvaders met
betrekking tot de natuur van de vrouw, van wie de beslissingen toch nog steeds
een leidraad vormen in de leer van de kerkelijke overheid. Maar het is ook
belangrijk geweest om de vele bedreigingen in onze rijke traditie te ontdekken
die de weg wijzen naar de toekomstige theologie van de wijding van de vrouw, en
die dikwijls impliciet aanwezig zijn in de geschriften van dezelfde kerkvaders.
De beperkte informatie over de vrouwen die diaken waren, heiligen of mystici
brengen me tot de overtuiging dat deze roeping tot het priesterschap voor
vrouwen niet nieuw is maar slechts een die tot op de dag van vandaag is blijven
liggen als niet gerealiseerd.
Te zijn als Theresia
In mijn eigen leven, waarin de wens om te zijn zoals Theresia van
Lisieux was zo belangrijk in verband met mijn roeping, raakte ik
getroffen door de ontdekking dat Theresia zelf er naar verlangd had eens
priester te zijn en er zelfs dankbaar voor was dat ze overleed op de leeftijd
van vierentwintig jaar, de jongste leeftijd waarop ze ooit zou kunnen zijn
gewijd, zodat ze niet hoefde te leven met de teleurstelling dat nooit te hebben
bereikt.
En de toekomst?
Ik vind het soms pijnlijk en frustrerend te werken binnen de
officiële structuren van de kerk. Het is pijnlijk om herhaaldelijk uit
kerkelijke documenten te moeten vernemen dat de roeping waarvan ik geloof dat
die me door God is gegeven niet echt is en dat terwijl het juist deze roeping
is die me heeft aangespoord te gaan werken binnen de kerk! Als ik preek of
voorga in een communieviering, een nieuwe verantwoordelijkheid op me neem of
over een bepaald onderwerp spreek, vraag ik me altijd af of datgene wat ik heb
gezegd of gedaan wel goed is voor mij als vrouw die geen priester is (maar dat
graag zo willen zijn). Ik heb het gevoel dat ik altijd sterk moet letten op
datgene wat ik niet mag, sterker dan op dat wat ik wel kan en wat ter meerdere
eer en glorie van God zou zijn. Het zou zo niet moeten zijn.
In de kerk van het derde millennium zouden vrouwen en mannen in staat
moeten zijn hun christelijke roeping door alles heen te kunnen beleven en wel
op iedere manier, inclusief het priesterschap. Met een kleine aanzet van de
Heilige Geest ben ik ervan overtuigd dat we beter in staat zullen zijn te
luisteren naar elkaars roeping en dat we zodoende God toe zouden staan ons de
vernieuwde kerk te geven waar we naar verlangen.
Colette Joyce December
1999
Vertaling: Corrie
Wolters
Overzicht vrouwen met een
roeping
Tekenen van roeping
De weg van een vrouws
Stappen die je moet nemen
Kritiek beantwoorden
Je verhaal schrijven
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..


In dit boek gaat Hans Wijngaards in
op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het
jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op
zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert
Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van
vrouwen tot diaken.
Klik hier!