OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Claude Jarvis

Colette Joyce

Waarom ik schrijf

Het gebeurde tijdens een retraite in India met Kerstmis in 1992; ik besloot er eindelijk mee op te houden voor God weg te lopen en accepteerde dat ik geroepen werd tot het priesterschap. Gedurende de afgelopen zeven jaren van niet-begrijpen heb ik mijn best gedaan te ontdekken wat dat zou kunnen betekenen en wat ik er mee zou moeten beginnen. Ik moest de echtheid van mijn roeping ontdekken en verder uitdiepen, en was geen gemakkelijk proces; ik moest doorgaan met mijn leven en proberen de koers uit te zetten waarlangs het voor mij als vrouw in de r.k. kerk mogelijk zou kunnen zijn priester te worden.

Op dit moment werk ik vier dagen per week als pastoraal werkster in een parochie in het bisdom Westminster en ik studeer in deeltijd voor een MA [= equivalent aan doctoraal] in filosofie en godsdienst aan het Heythrop College in London.

In mijn vrije tijd help ik John Wijngaards met het onderzoekswerk voor de site www.womenpriests.org. Hij heeft me gevraagd of ik mijn verhaal zou willen vertellen. Hier komt het.

Mijn vroege jeugd

Ik groeide op als oudste van vier kinderen in een kleine plattelandsparochie in Essex, Engeland. Mijn ouders waren zeer actieve leden van de kerk en we deden overal aan mee. Met mijn veertiende was ik lectrice en zo lang als ik me kan herinneren hielp ik mee met vlooienmarkten in de parochie.

Ik ging naar een katholieke school, was lid van een katholieke jeugdgroep, en ging regelmatig op bedevaart naar de relikwieën van Walsingham en Aylesford.

Vanaf zeer jonge leeftijd was ik me bewust van God en wilde graag anderen helpen. Toen ik elf was had ik een overweldigende ervaring van Gods liefde voor mij en van het verlangen die liefde te beantwoorden. Eerder dat jaar had ik een boek gelezen over Theresia van Lisieux en de woorden die ik hoorde waren dat ik gevraagd werd te worden zoals zij. Vele jaren lang had ik in de veronderstelling geleefd dat ‘te zijn zoals Theresia’ betekende – religieuze, non worden, een wens die ik gedurende mijn tienertijd koesterde. Toen ik zestien was vroeg iemand mij eens terloops: ‘Vind jij dat vrouwen priester moeten kunnen worden?’ Mijn antwoord was een verschrikt en vanzelfsprekend ‘nee!’.

Keerpunt

Ik wist toen nog niet dat dit korte gesprek een keerpunt in mijn leven zou gaan betekenen. In de jaren die daarop volgden begon ik diep na te denken over de vraag of vrouwen ‘zouden vrouwen priester moeten kunnen worden?’ en geleidelijk aan groeide er een ander antwoord: een ‘Ja!’. Ik dacht na over de gevolgen die dat zou hebben voor de kerk en voor het geloof in Christus wanneer een eeuwenlange traditie doorbroken zou worden door vrouwen te wijden en ik besefte dat de gevolgen daarvan groot zouden zijn. Maar ik begon er ook een zekere juistheid van in te zien.

Het groeien van inzicht

Tegen de tijd dat ik naar de universiteit ging had ik mijn van gevoel van roeping uit mijn tienertijd verloren maar wat er overbleef was mijn wens iets te willen doen voor de kerk; en daarom ging ik theologie studeren aan de universiteit van Nottingham, gevolgd door een jaar vrijwilligerswerk in Liverpool.

In deze tijd begon ik te begrijpen dat priesters en religieuzen niet bepaald elkaars gelijke zijn, buiten het feit dat het gaat om mannen en vrouwen. Dat was een schokkende ontdekking. Als katholiek tienermeisje wist ik dat mannen priester werden en vrouwen non. Religieuze zijn was dé roeping waardoor vrouwen dienstbaar konden zijn aan de kerk en dat klopte met wat ik dacht dat ik wilde. Maar ik had als vanzelfsprekend aangenomen dat het ging om het voortzetten van het sacramentele leven van de kerk. Religieuzen, zo realiseerde ik mij, waren niet de gelijken van priesters, maar van monniken. Zij leefden in gemeenschap en boden de kerk een speciale gift, het charisma van hun congregatie. Religieuzen konden werken in parochies en van tijd tot tijd assisteren bij de voorbereiding tot de sacramenten, maar dat maakte niet hun wezen uit; zij deden veel ander werk. De wijding tot het priesterschap was iets heel anders en ofschoon die wel werd toegediend aan monniken, gebeurde dit NOOIT aan nonnen. Het dienen in de kerk van Christus kan dan bedoeld zijn voor zowel mannen als vrouwen, maar het priesterschap was uitsluitend mannelijk.

Eigenlijk wist ik wel dat alleen mannen bij de toediening van sacramenten voorgingen, maar op de een of andere manier had ik me er nog nooit eerder mee bezig gehouden dat ik niet geschikt zou zijn om de eucharistie te vieren, en dat de reden daarvan was dat ik er niet en nooit voor in aanmerking zou komen enkel en alleen omdat ik een vrouw was. De eucharistie vormde het hart van mijn aanbidding en was de bron en de inspiratie bij alles wat ik deed, en het was mij duidelijk dat dit altijd de kern zou zijn. Het besef dat ik definitief was uitgesloten van het belangrijkste ambt waarin ik mijn geloof tot uiting kon brengen werd me pijnlijk duidelijk en deed heel wat vragen bij me opkomen naar de betekenis van het vrouw- en katholiek-zijn.

Roeping

Gedurende het jaar dat ik vrijwillig werkte begon ik me bewust te worden van een onrustig, een lastig gevoel dat er iets niet klopte. De gedachte daadwerkelijk priester te worden kwam regelmatig bij me op, maar evenzo vaak vocht ik er tegen. Als ik een man was, zo redeneerde ik, dan zou ik het zeker doen, maar ik ben een vrouw, en dus kan het niet. Ik kan voor de kerk werken zonder priester te zijn. Ik help graag mensen. Ik kan maatschappelijk werker worden of hulpverlener of iets dergelijks. Zelfs toen ik het intellectuele niveau bereikt had waarop vrouwen gewijd zouden kunnen worden verzette ik me met kracht tegen de gedachte dat het iets met míj te maken zou kunnen hebben! Het was wel aardig weg te dromen bij de gedachte priester te kunnen worden, maar in werkelijkheid maakte ik andere plannen.

Dat lastige gevoel verdween echter niet en tijdens een rondreis van enkele maanden op mijn eentje door India ging ik in 1992 gedurende acht dagen in retraite bij de Jezuïeten in Goa. Die retraite werd een pijnlijk en moeilijk gevecht maar aan het einde overkwam me een ervaring, bijna onmogelijk om te beschrijven, van God die mij persoonlijk tot het priesterschap riep. Tot verbazing van zowel mijzelf als de Jezuïet die mijn geestelijk begeleider was, lag ik huilend op de vloer van de kapel van het retraitehuis; aanvankelijk met schrik wegens de klinkklare onmogelijkheid ervan, en vervolgens van vreugde vervuld omdat ik werd overgoten met de immense troost dat dit van God kwam. Ik hoefde slechts te vertrouwen en God zou de rest doen. Het lastige gevoel hield op en maakte plaats voor een gevoel van vrede. Het is nu zeven jaar later en het gevoel van een verrassende innerlijke rust blijft - in een leven dat anders zeker in chaos zou zijn gedompeld.

Waarom wijding?

Ik was toen, en ben er nóg van overtuigd dat ik geen goed priester zou zijn en dat God er beter aan zou doen iemand anders te kiezen. Ik vind het tegenwoordig erg moeilijk om vrouwen in een pastorale functie te ontmoeten die veel betere priesters zouden zijn dat ik, maar die toch zeggen er niet toe geroepen te zijn. Waarom ik? Waarom zij niet? Laat me gaan, God!

Gedurende mijn retraite dacht ik dat ik de enige katholieke vrouw was die deze roepstem hoorde. Maar sindsdien heb ik vele anderen ontmoet en ik realiseer me dat de heilige Geest bezig is vrouwen over de hele wereld te roepen. Vrouwen vanuit alle mogelijke verschillende achtergronden; de een getrouwd, de ander niet, de een vanuit een kloosterleven, een ander niet; maar allen vanuit het besef dat wijding hun pastorale werk een nieuwe dimensie zou geven, en dat God dit op de een of andere manier van hen vraagt. De ontmoeting met deze vrouwen, het luisteren naar hun verhalen en mijn bezoeken aan hen hebben me, meer nog dan wat voor academisch argument dan ook, overtuigd van de grote noodzaak deze roepingen naar waarde te schatten en ermee op te houden de kerk te beroven van de volheid van de vele noodzakelijke giften en gaven.

Een volwassen kerk

In de parochie waar ik nu werk zie ik dat de positie van de vrouw, op zijn minst in de parochiële structuren duidelijk niet klopt. Vrouwen krijgen weinig directe verantwoordelijkheid voor het parochiële leven en krijgen, en áls hen al verantwoordelijkheid ten deel valt verkrijgen ze die voornamelijk door de invloed die zij kunnen uitoefenen op hun mannelijke collega’s. Dit is geen volwassen manier van te werk gaan, noch voor de vrouwen, noch voor de mannen. Inderdaad, hetzelfde geldt voor mannen in het pastoraat die niet celibatair zijn en voor leken in het algemeen. Een meer volwassen manier van uitoefening van pastoraal werk is hard nodig. Als onze kerk werkelijk wil groeien zouden er meer instanties betrokken dienen te zijn bij de besluitvorming en het dragen van verantwoordelijkheid voor het geloof.

Het boek Genesis vertelt ons dat we als beeld van God vrouwelijk en mannelijk geschapen zijn, en wat mij betreft moet de voortdurende ontrafeling van dit mysterie van ons bestaan als twee op elkaar betrokken geslachten zeker een integraal deel worden van het christendom. Vrouwen kunnen aan het gewijde ambt het vrouwelijke gezicht van Christus geven, van wie we geloven dat God mens werd tot onze verlossing. Soms ben ik bang dat we door het voortdurend beklemtonen van de mannelijkheid van Jesus onszelf beperken tot de aanbidding van de mannelijkheid van Jesus in plaats van de aanbidding van God, die zelf nóch man nóch vrouw is en zowel het mannelijke als het vrouwelijke omvat. Is de vrouwelijke nabijheid tot God slechts een afgeleide nabijheid? Hoe kunnen we het goede nieuws verspreiden door te zeggen dat alleen mannen op een juiste manier Christus tegenwoordig kunnen stellen?

De cursus hindernis-roetsjbaan

Gedurende de jaren na mijn retraite in Goa heeft het me constant moeite gekost gelovig te blijven. Als wijding voor mij al mogelijk zou zijn geweest, dan zou ik te maken hebben gehad met de strijd met alle hindernissen, zowel van binnenuit als van buitenaf, waardoor ik het in de loop van de tijd zou hebben opgegeven. Door met velen over mijn roeping te praten ben ik me bewust geworden van de extra verantwoordelijkheid mijn roeping zo goed mogelijk te beleven in die omstandigheden waarin ik het pastoraat kan uitoefenen. Ik ben bang dat ik stomme fouten zou kunnen maken en dat mensen zouden zeggen: dat komt er nu van als vrouwen priester willen worden!

Door alle angsten heen heb ik geprobeerd te beantwoorden aan de roep van God zoals ik die heb begrepen. Uiteindelijk is het aan de kerk te besluiten of ik een geschikte kandidaat voor de wijding zou zijn. Het enige wat ik kan doen is ervoor uitkomen en zeggen dat men mij mag beoordelen.

‘Ordinatio Sacerdotalis’

De publicatie van Ordinatio Sacerdotalis in 1994 die bevestigt dat de kerk niet de macht bezit de priesterwijding aan vrouwen toe te dienen en dat er dus geen verdere noodzaak bestaat hierover te discussiëren, heeft het dringende karakter van mijn dilemma versterkt. Voor mij was het zo dat de gebeurtenis van de ervaring van mijn roeping tot het priesterschap tegelijkertijd mijn diepste godservaring betekende. Vanuit deze ervaring spreek ik als ik met anderen praat over God en getuig van mijn geloof in Christus. Als ik niet kan praten over het één, hoe kan ik dan praten over het ander?

Ik weet dat het heel wat gemakkelijker zou zijn me stil te houden en het niemand lastig te maken, maar dit zou niet eerlijk zijn. Wat me moed geeft om vol te houden is de ontdekking dat zovelen over de hele wereld beginnen te geloven dat de kerk geroepen wordt vrouwen te wijden.

Studie voor www.womenpriests.org

Het bestuderen van materiaal voor deze site heeft me de vrouwenhaat doen zien die op zo trieste wijze blijkt uit de conclusies van vele kerkvaders met betrekking tot de natuur van de vrouw, van wie de beslissingen toch nog steeds een leidraad vormen in de leer van de kerkelijke overheid. Maar het is ook belangrijk geweest om de vele bedreigingen in onze rijke traditie te ontdekken die de weg wijzen naar de toekomstige theologie van de wijding van de vrouw, en die dikwijls impliciet aanwezig zijn in de geschriften van dezelfde kerkvaders. De beperkte informatie over de vrouwen die diaken waren, heiligen of mystici brengen me tot de overtuiging dat deze roeping tot het priesterschap voor vrouwen niet nieuw is maar slechts een die tot op de dag van vandaag is blijven liggen als niet gerealiseerd.

Te zijn als Theresia

In mijn eigen leven, waarin de wens om te zijn ‘zoals Theresia van Lisieux’ was zo belangrijk in verband met mijn roeping, raakte ik getroffen door de ontdekking dat Theresia zelf er naar verlangd had eens priester te zijn en er zelfs dankbaar voor was dat ze overleed op de leeftijd van vierentwintig jaar, de jongste leeftijd waarop ze ooit zou kunnen zijn gewijd, zodat ze niet hoefde te leven met de teleurstelling dat nooit te hebben bereikt.

En de toekomst?

Ik vind het soms pijnlijk en frustrerend te werken binnen de officiële structuren van de kerk. Het is pijnlijk om herhaaldelijk uit kerkelijke documenten te moeten vernemen dat de roeping waarvan ik geloof dat die me door God is gegeven niet echt is en dat terwijl het juist deze roeping is die me heeft aangespoord te gaan werken binnen de kerk! Als ik preek of voorga in een communieviering, een nieuwe verantwoordelijkheid op me neem of over een bepaald onderwerp spreek, vraag ik me altijd af of datgene wat ik heb gezegd of gedaan wel goed is voor mij als vrouw die geen priester is (maar dat graag zo willen zijn). Ik heb het gevoel dat ik altijd sterk moet letten op datgene wat ik niet mag, sterker dan op dat wat ik wel kan en wat ter meerdere eer en glorie van God zou zijn. Het zou zo niet moeten zijn.

In de kerk van het derde millennium zouden vrouwen en mannen in staat moeten zijn hun christelijke roeping door alles heen te kunnen beleven en wel op iedere manier, inclusief het priesterschap. Met een kleine aanzet van de Heilige Geest ben ik ervan overtuigd dat we beter in staat zullen zijn te luisteren naar elkaars roeping en dat we zodoende God toe zouden staan ons de vernieuwde kerk te geven waar we naar verlangen.

Colette Joyce December 1999

Vertaling: Corrie Wolters

Overzicht vrouwen met een roeping Tekenen van roeping De weg van een vrouws Stappen die je moet nemen Kritiek beantwoorden Je verhaal schrijven

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research