OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
H. Catharina van Siena

H. Catharina van Siena

1347 – 1380 AD

Catharina Benincasa werd geboren in het jaar 1347. Toen ze 16 jaar was, trad zij toe tot de Derde Orde van de Dominicanen. Ze hield zich bezig met actief apostolaat, maar was ook een mystica en ontving de stigmata in 1371. In 1376 reisde ze naar Avignon en haalde paus Gregorius XI over naar Rome terug te keren. Nadat zij haar Dialogen had geschreven, overleed zij in 1380.

De H. Catharina voelde zich geroepen tot het priesterschap, wat blijkt uit de volgende twee passages uit de biografie die Raymundus van Capua over haar heeft geschreven, “The Life of St. Catherine of Siena” (het leven van de H. Catharina van Siena), uitgeverij Harvill Press, Londen, 1960. Raymundus was Catharina’s spiritueel leider.

Deel 1. Hoofdstuk 5, p. 34-35

Toen de heilige maagd haar kuisheidsgelofte had afgelegd, werd zij elke dag iets vromer. De kleine discipel van Christus begon tegen de vleselijkheid te strijden nog voordat zij deze had ervaren. Zij besloot geen vlees meer te eten, tenminste voor zover zij kon, en als ze aan tafel mee moest eten, gaf ze haar vlees aan haar broer Stefano of gooide het stiekem naar de katten. Zij probeerde de discipline die ze zichzelf oplegde als ze alleen was of met andere kinderen van haar eigen leeftijd strikter te maken; en het is misschien moeilijk te geloven, maar zij raakte bezield van een geestdrift voor zielen en vooral van een grote liefde voor heiligen die zich hadden ingezet voor de redding van hun medemens.

Rond deze tijd openbaarde de Heer aan haar dat de H. Dominicus uit geestdrift voor het geloof en de redding van zielen de Orde van Predikers had gevormd, en zij ontwikkelde opeens een zo hoge achting voor deze orde dat zij, als zij deze predikers langs het huis zag gaan, keek waar zij hun voeten neerzetten en, als zij langs waren gegaan, vol nederigheid en vroomheid hun voetsporen ging kussen. Zo groeide in haar een niet te doven verlangen om lid te worden van de orde en mee te werken aan het bijstaan van zielen.

Toen bedacht ze zich dat zij een vrouw was, en ze heeft aan mij bekend dat ze er vaak aan heeft gedacht de H. Euphrosyne, wier naam haar verteld was, na te doen: zij was verkleed als man het klooster ingegaan. Zo zou zij ook vermomd als man naar verre oorden kunnen gaan waar niemand haar kende om in de Orde van Predikers te treden en mee te helpen aan het redden van zielen. Maar de Almachtige God had een andere bedoeling toen Hij deze geestdrift in haar ziel had doen ontstaan. Hij was van plan haar verlangen op een geheel andere manier te stillen en wilde niet dat ze dit plan, dat ze al lang in gedachten had, ooit tot uitvoer zou brengen.

In de tussentijd groeide de heilige maagd in lichaam maar vooral in geest. Haar nederigheid was sterk, haar vroomheid nam toe, haar geloof werd meer verlicht, haar hoop werd sterker en haar naastenliefde steeds vuriger, en met al deze deugden was haar wijsheid voor iedereen duidelijk. Haar ouders waren vol verbazing en haar broers vol bewondering; thuis keken ze elkaar vaak vol verwondering aan over zoveel wijsheid in een zo jong kind.

Om dit te bevestigen, zal ik iets herhalen dat mij in alle ernst is verteld door haar moeder.

Rond deze tijd, toen Catharina tussen de zeven en tien jaar oud was, wilde Lapa dat er een mis opgedragen werd aan de H. Antonius. Zij riep daarom haar dochter en zei: “Ga naar de parochiekerk en vraag de priester een mis op te dragen aan de H. Antonius, of zoek anders een andere priester die dat kan doen, en laat de offerande van zoveel kaarsen en dit geld op het altaar achter.” Toen ze dit hoorde, rende het jonge meisje – altijd opgetogen als zij iets kon doen om God te eren – zo snel zij kon naar de kerk, vond de priester, deed wat haar moeder haar had gevraagd en was zo verrukt als er een mis werd opgedragen dat zij in de kerk bleef totdat de mis voorbij was.

Ondertussen was Lapa, die wilde dat zij terugkwam zodra zij de offerande had achtergelaten, zich zorgen gaan maken. Zodra ze het meisje zag, begon ze tekeer te gaan tegen haar en zei wat men in die streek in een dergelijke situatie gewoonlijk zegt: “Vervloekt zijn de kletskousen die zeiden dat je nooit meer terug zou komen!” (Op deze manier beschrijven sommige mensen anderen die lang wegblijven.) Toen ze haar moeder dit hoorde zeggen, was het wijze kleine meisje even stil, en toen nam ze haar moeder terzijde en zei deemoedig: “Mevrouw mijn moeder, als ik niet doe wat u mij zegt te doen, of te ver ga, slaat u me dan zoveel u wilt, zodat ik de volgende keer beter op zal passen, want dat is gepast en juist; maar ik vraag u: laat mijn tekortkomingen geen reden zijn dat uw tong met u op de loop gaat en u de buren doet vervloeken, wie zij ook zijn, want dat past iemand van uw leeftijd niet en doet mij heel veel pijn.”

Haar moeder was nogal overdonderd door dit wijze verwijt van haar dochtertje en wist even niet hoe ze moest antwoorden, toen ze een zo grote wijsheid zag in een zo klein persoontje. Maar ze was vastbesloten haar ware gevoelens niet te laten zien en vroeg gewoon: “Waarom was je zo lang weg?” “Omdat ik ben gebleven om de mis bij te wonen waarvan jij me had gezegd dat je die opgedragen wilde hebben”, antwoordde Catharina. “Zodra die voorbij was, ben ik rechtstreeks naar huis gekomen.”

Hierdoor werd haar moeder nog meer verlicht, en toen Giacomo thuiskwam, vertelde zij hem alles in tot in de kleinste details. Ze zei: “Die dochter van jou zei dit tegen me, en dat.” En haar vader dankte God in zijn hart en dacht na over wat er gebeurd was.

Hoewel dit voorval er één uit vele is en daarom wellicht niet zo belangrijk, kunt u, lezer, hieruit opmaken dat hoe de gratie Gods in de heilige maagd bleef groeien tijdens haar huwbare jaren; het volgende hoofdstuk behandelt deze periode.

En hiermee sluit ik het hoofdstuk af. De feiten die ik heb beschreven in dit hoofdstuk heb ik grotendeels van Catharina zelf vernomen; de rest kreeg ik van haar moeder en anderen die in die tijd bij haar thuis woonden.

Deel twee, hoofdstuk 1, p. 108-109

[De Heer heeft Catharina opgeroepen wat minder een kluizenaarsleven te leiden:]

“Herinner je je niet dat de geestdrift voor zielen die ik in je kinderjaren bij jou heb gekweekt en gevoed een zo grote omvang aannam dat je van plan was jezelf als man te vermommen, in de Orde der Predikers te treden en naar verre oorden te reizen, om zo meer van nut te zijn voor jezelf en andere zielen? Het habijt waar je zo vastberaden naar verlangde vanwege de grote liefde die je had voor mijn trouwe dienaar Dominicus, die zijn Orde hoofdzakelijk uit liefde voor zielen oprichtte – dat habijt bezit je nu. Waarom zou je verbaasd zijn of weeklagen als ik je ertoe heb gebracht te doen wat je verlangde te doen in je kinderjaren?

En Catharina, enigszins getroost door dit antwoord, zei toen, zoals de Heilige Maria eens had gezegd: “Maar hoe moet dat dan?” De Heer zei: “Zoals mijn goedheid zal beschikken.”

Als een goede discipel die haar Meester navolgt, antwoordde Catharina: “Uw wil, niet die van mij, geschiede in alle dingen, Heer, want ik ben het duister en U bent het licht; ik ben niet, terwijl U Hij die Is bent; ik ben zeer onwetend en U bent de wijsheid van God de Vader. Maar ik smeek u, o Heer – als het niet te aanmatigend is – hoe kan wat U net heeft gezegd, gebeuren? Dat wil zeggen: hoe kan ik, zo laag en zondig als ik ben, van nut zijn voor zielen? Zoals U weet, maakt het feit dat ik een vrouw ben dat op veel manieren onmogelijk, zowel omdat vrouwen niet hoog geacht worden door mannen als omdat het niet betamelijk is dat een vrouw zich begeeft onder een gezelschap van mannen.”

Op deze woorden antwoordde God, zoals de aartsengel Gabriël eens had geantwoord, dat voor God niets onmogelijk was, want Hij zei:

“Ben ik niet degene die de mensheid heeft geschapen en haar heeft verdeeld in mannen en vrouwen? Ik verspreid de gratie van mijn geest waar ik wil. In mijn ogen zijn er mannen noch vrouwen, rijken noch armen, maar allen zijn gelijk, want ik kan alle dingen met hetzelfde gemak doen. Het is net zo eenvoudig voor mij om een engel te scheppen als een mier, en het scheppen van alle hemelen is net zo eenvoudig voor mij als het scheppen van een worm. Over mij is geschreven dat ik heb geschapen wat ik wilde scheppen, want niets is onmogelijk voor mij.” (Psalm 113).

“Blijf je nog twijfelen? Denk je dat ik geen wegen kan vinden om te bereiken wat ik beschikt en voorbeschikt heb? Ik besef echter wel dat je niet zo spreekt uit gebrek aan geloof maar uit nederigheid. Je moet daarom weten dat de hoogmoed nu zo’n vlucht heeft genomen, vooral bij mannen die denken dat ze geleerd of wijs zijn, en ik, als Rechter, kan hen niet langer tolereren zonder een gerechtvaardigde straf over hen neer te laten komen waardoor zij in verwarring zullen raken. Maar omdat mijn genade boven al het andere wat ik doe uitreikt, zal ik hen eerst een nuttige les geven om te zien of zij tot bezinning komen en zich nederig opstellen. Hetzelfde heb ik gedaan met de joden en niet-joden, toen ik idioten in hun midden stuurde die ik vervuld had van goddelijke wijsheid. Om de mannen in hun arrogantie te beschamen zal ik vrouwen doen opstaan die van nature zwak zijn maar kracht en goddelijke wijsheid hebben. Als die mannen dan tot bezinning komen en zich nederig opstellen, zal ik ze met de grootst mogelijke genade tegemoet treden, tenminste zij die conform de hun geschonken genade mijn doctrine aannemen, die hun aangeboden wordt in broze maar speciaal daarvoor uitgekozen vaten, en deze eerbiedig volgen. Zij die deze wijze les niet willen volgen zal ik met het volste recht tot een zodanige verwarring brengen dat de wereld hen zal beschouwen als verachtelijke en bespottelijke sujetten. Het is immers niet meer dan rechtvaardig dat zij die zichzelf verheerlijken, vernederd worden. Wees daarom plichtsgetrouw en onverschrokken als ik je in de toekomst onder de mensen stuur. Waar je je ook mag bevinden, ik zal je niet in de steek laten of vergeten je zoals gewoonlijk te bezoeken, en ik zal je leiden in alles wat je te doen staat.”

Vertaling Mirjam Bonné

Overzicht vrouwen met een roeping Tekenen van roeping De weg van een vrouws Stappen die je moet nemen Kritiek beantwoorden Je verhaal schrijven

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research