OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
SolineVatinel

SolineVatinel

Soline Vatinel vertelde het verhaal van haar roeping tijdens een symposium over ‘vrouwenwijding’, gehouden in Dublin op 25 maart 1995(zie: "Woman – Sharing Fully in The Ministry of Christ?", BASIC 1995, pp. 39-45). Zij is medeorganisator van het Irish Catholic Women’s Ordination campaign: B.A.S.I.C. (= Brothers and Sisters in Christ). Hier opnieuw met toestemming van de auteur en van BASIC gepubliceerd op www.womenpriests.org. Vertaald uit het Engels door Corrie Wolters.

Oorsprong

Ik wil Gods loiefde verkondigen!

Ik ben van Franse afkomst, geboren in 1965 in een katholiek gezin. Mijn moeder was degene die het geloof uitdroeg; zij kreeg kanker toen ik zeven was en overleed op mijn twaalfde. Tijdens haar ziekte werkte ze, als ze zich goed voelde, als parochiecatecheet en ik herinner me dat er kinderen kwamen bij ons thuis kwamen, dat die rond de tafel zaten en tekeningen maakten over het evangelie, en dat moeder hun dat uitlegde.

Haar dood was een diepe ervaring en stelde mijn geloof op de proef. Tot dan toe geloofde ik dat Gods liefde beschermde tegen het lijden. Toen ik zag dat de kist met het lichaam van mijn moeder naar het graf werd gedragen vroeg ik me af waar God was, en de woorden van Martha kwamen in mij op (ik was meer met het evangelie opgegroeid dan met de kathechismus, en daar ben ik blij mee): ‘Als jij hier was geweest was mijn moeder niet gestorven’. Ik had enkele jaren nodig om haar dood te verwerken, en tegen die tijd was ik een jong volwassene.

Twee jaar daarna koos ik een als motto een tekst uit het evangelie van Johannes en daar was ik blij omdat ik er kracht uit putte. De tekst is die van Jezus aan de apostelen: Joh. 16,33: "Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen."

De dood van mijn moeder betekende lange zomervakanties en een vader die niet wist wat hij met zijn dochter moest beginnen. Het toeval wilde dat door een samenloop van omstandigheden iemand met enkele studenten naar Ierland zou vertrekken. Ik kwam voor de eerste keer in Ierland aan in Tullow, County Carlow in de zomer van ’69, het jaar van de moeilijkheden (de troubles). Ik denk dat ik een gebroken meisje was dat verliefd werd op een gebroken land.

Mijn roeping

Ik ging zoveel van Ierland houden dat ik er elke zomer terugkwam. Tegen de tijd van mijn eindexamen had ik al lang besloten dat ik in Ierland wilde gaan studeren. In 1973 ging ik geschiedenis studeren in het Trinitycollege en nu, 22 jaar later, ben ik er nog steeds.

Als jonge vrouw had ik een heel levendig geloof en ik was op school betrokken bij groepen studenten die nadachten over het evangelie. Maar ik was ook een zorgeloos kind, vol opwinding over het studeren in een vreemde stad, maar was ook heel verlegen.

Tegen het einde van mijn eerste studiejaar overkwam me een ervaring die me mijn leven lang bij zal blijven, ondanks het feit dat het nu 22 jaar geleden is. Het was een diepe Godservaring van Liefde, die niet te maken had met het verstand of met de geest, maar die heel reëel was, heel werkelijk; ik werd overstroomd met liefde. Dit is de enige manier waarop ik het kan beschrijven en ik denk dat het nog te zwak is uitgedrukt. Een overweldigende ervaring van Gods liefde, niet alleen voor mij maar voor de hele wereld en los van de vraag hoe zo’n enorme liefde beantwoord kan worden. Dit kon ik niet voor me houden, ik moest erover praten.

Vervolgens kwam heel snel het besef dat ik tot het priesterschap geroepen werd. Ik was niet opgevoed met de gedachte dat een vrouw priester zou kunnen zijn, en ik had daar nooit naar gestreefd. Ik wilde nooit misdienaar zijn. Ik had geaccepteerd dat God mannen tot het priesterschap riep. En toen ik deze roeping ervoer dacht ik dat het me bracht aan de rand van krankzinnigheid, en dat is niet te sterk uitgedrukt.

Ik verbleef enige tijd in het St. Patrickziekenhuis en kwam uiteindelijk wegens een overdosis terecht in het Javis Street Ziekenhuis. De studentenpastor bracht me er naar toe. Het was een intense schreeuw om hulp om iets te begrijpen terwijl niemand me kon helpen om dat te begrijpen. De pastores waren vriendelijke goede mannen en ik ben hen heel dankbaar wat zij voor mij deden, zowel in de vier jaar dat ik er studeerde als daarna. Maar het onderwerp ‘een vrouw geroepen tot het priesterschap’ was niet bespreekbaar en ik streed alleen verder met iets wat ik niet met mijn zelfbeeld kon verenigen.

Het was een zeer eenzame strijd en wat ik me uit die tijd herinner is het gebed: ‘Roep mij niet; jouw kerk heeft mij niet nodig.’ Ik bezat niet het geloof van Maria van Nazareth die ‘ja’ zei tegen het onmogelijke. De kerk stelde geen prijs op meisjes zoals ik en daarom wilde ik niet dat God mij riep. Ik had geen theologische vorming in die tijd, behalve dat wat bij de studie geschiedenis hoorde. Ik bestudeerde de reformatie. Daardoor kwam ik in de theologie terecht en streed ook daarmee.

Het kostte me vier jaar om ermee in het reine te komen, ik ga niet in op de intensiteit, de diepte ervan. Ik ging op pelgrimage naar Assisië, ik denk dat Franciscus mij daarbij hielp. Mijn geloof bleef overeind, en dat was een wonder op zich. Ik ging dagelijks naar de kerk en ik vermoed dat de Eucharistie mijn redding betekende. En dat was meer dan mijn geloof, het was mijn eigen leven.

Geweld veroorzaakt door de kerk

Jackie Hawkins heeft over haar priesterschap gesproken als over een baby, een baby die het vanwege een miskraam niet gered zou hebben of die door het instituut geaborteerd zou zijn.

Ik denk niet dat het te sterk is uitgedrukt als je zegt dat de roeping van de vrouw tot het priesterschap geaborteerd wordt. Het is het leven dat God in het hart van de vrouw heeft neergelegd waarop abortus gepleegd wordt. Het is niet zichtbaar en daarom kan men eraan voorbijgaan, en als er over gesproken dreigt te worden wordt het doodgezwegen.

Deze roeping is mij bijgebleven tijdens mijn huwelijk, een heel gelukkig huwelijk met Colm, en twee fijne kinderen, twee zoons, die gedurende dit symposium worden opgevangen door een lieve schoonmoeder. Maar de roeping tot het priesterschap is nooit helemaal verdwenen – zij ging ondergronds, ging dieper. Ik studeerde theologie en werkte als huwelijkscounselor. Ik heb nooit mijn roeping vervuld – zij werd intenser en sterker.

Ieder jaar op roepingenzondag was het alsof er een wond opnieuw openging als er om nieuwe priesters werd gevraagd. We hebben een kerk die vraagt om priesters, maar niet van de verkeerde, de vrouwelijke kant. Toen, in 1990 werd het me teveel. De baby leefde en schopte en wilde geboren worden. Dankzij Gods genade was het er nog; er had geen miskraam plaatsgevonden. En zij kwam met heel veel pijn; een geboorte is nooit gemakkelijk. Het verbaasde mij en het verbaasde degenen die erbij waren: Col en Eamon, een van de studentenpastores van het Trinity en die nog steeds bij me was. Het kwam naar buiten met erg veel pijn, met dagen en weken huilen van pijn – uitelkaar getrokken te zijn zoals een vrouw bij een geboorte uiteengetrokken wordt. Het ging mijn krachten te boven. Ik moest ‘ja’ zeggen tegen iets dat heel groot was en ik was maar een klein. Toch kwam het naar buiten en het leefde.

Het betekende niet het einde van de pijn. Toen moest erover gesproken worden. Ik moest erover praten met buren, vrienden en bisschoppen, met mensen met macht. Er kwam meer pijn en ik nam aan dat het een werkelijke ontmoeting met het kruis betekende.

Ik wil jullie een kort gedicht voorlezen dat ik ongeveer drie jaar geleden schreef – en vrouw vol zorgen’, die vertelt van die pijn.

De contekst ervan is de volgende: Ik luisterde, als vriendin, naar een meisje dat seksueel misbruikt was door een oudere broer en die zou daardoor sindsdien een groot deel van haar leven, ik denk een jaar of tien, in het St. Jozef of God ziekenhuis verblijft om die diepe inbreuk op haar persoonlijkheid te verwerken.

Terwijl ik naar haar luisterde, merkte ik dat haar pijn en het besef van geweld haar aangedaan mij heel diep raakten. Ik ben niet seksueel misbruikt maar ik ben diep geestelijk misbruikt door mijn eigen kerk, de kerk van wie ik intens houd. Ik ben het meisje dankbaar omdat ze mij met deze ervaring in aanraking bracht.

In de tijd dat ik dit gedicht schreef had men mij voorgesteld dat ik mijn verhaal op zou schrijven. Ik probeerde het, begon bij het begin en wilde zo door mijn jeugd heen werken, maar ik kon het niet. Het was té pijnlijk en ik kon er niet over praten. Maar het gedicht ontstond en dat was alles.

Een vrouw vol pijn

een voorwerp van nieuwsgierigheid of verwerping
zij hangt
vol bloed en blauwe plekken
ontdaan van haar waardigheid
aan het kruis van haar roeping

boven haar hoofd staat geschreven
‘priesteres’
de blinde menigte jouwt haar uit en bespot haar
en spuugt haar God, Schrift en Traditie
in het gezicht

‘God kiest alleen mannen.’
‘Je bent ziek, laat je nakijken.’
‘Als ze haar uitspraak slechts zou herroepen,
belijden zou haar bedrieglijke arrogantie.’
velen keren zich van haar af
een enkeling blijft bij haar

nu al achttien jaren lang
is zij gevangen gehouden
haar vrouw-zijn bespot
haar jonge leven wegvloeiend
in een eindeloze worsteling

het enige antwoord op haar gebroken hart is stilte
kerk-verlaten
God-verlaten
door haar tranen heen
ziet ze aan haar zijde
de liefhebbende, zachtmoedige Christus
die haar riep –toen ze nog een meisje was
om Hem te dienen

vol bloed en blauwe plekken
gekruisigd op het kruis van zijn roepstem
en toch glimlachend
“Vrouw, zij hebben mij niet aangenomen
en dus nemen zij jou niet aan
want zij bezitten niet genoeg liefde.”

Het was de bedoeling dat dit gedicht het afgelopen jaar zou worden gepubliceerd in een katholiek tijdschrift, maar na de brief van de paus weigerde de redactie dat. Het is duidelijk dat er teveel verwarring ontstaat als er over die pijn wordt gesproken.

Vrouwen die gekruisigd worden

tekening van Soline Valentin

Behalve het gedicht maakte ik een afbeelding met verf van mijn kinderen, maar het enige wat het opleverde was zwart. Ik schilderde een vrouw aan het kruis. Ze is naakt zoals Jezus aan het kruis naakt was. Ik studeerde hier in Milltown en ik prikte het op een mededelingenbord. Het werd verwijderd. Niets is afzichtelijker dan een vrouw hangend aan het kruis.

Later sprak ik met de aartsbisschop van Dublin over mijn roeping tot het priesterschap. Ik noemde het woord ‘kruis’ niet maar hij sprak het uit en zei: ‘Alleen een man kan aan het kruis hangen.’

Er worden veel vrouwen gekruisigd, zoals die vrouw die nog steeds in het St.John of God-ziekenhuis verblijft. Er zijn veel vormen van lijden en Maria aan de voet van het kruis bevond zich in werkelijkheid samen met haar zoon op het kruis. Dit is een vorm van pijn waar de kerk niets over wil horen, omdat er dan moeilijke vragen gesteld dienen te worden.

Ik eindig: niet met mijn eigen woorden maar met de woorden van een vrouw die niet gekruisigd is, maar die vier jaar geleden werd doodgeschoten in een klein dorp in Peru.

Zij was een religieuze, Zr. Irene McCormack en in de Irish Times van afgelopen zondag werd haar openbare veroordeling en terechtstelling door het Lichtend Pad herdacht.

Een getuige van het ambt voor de vrouw

Enkele maanden voordat ze werd doodgeschoten schreef ze een brief die gepubliceerd is. In dat dorp waren geen priesters meer. Zij was als enige achtergebleven, zij had als enige gekozen te blijven bij de mensen die haar door God waren toevertrouwd. Zij kwamen naar haar toe, deze mensen van Peru, en zij vroegen haar om de eucharistie. Zij wilde dat niet, zij was niet gewijd, zij was een vrouw en God riep geen vrouwen – maar toen besefte zij het en zij schreef: ‘Zij gaven mij de vrijheid de eucharistie met hen te vieren.’ Ik citeer haar:

‘Ons bezig zijn met de enige realiteit die te maken heeft met het wetenschappelijke, het empirische, maakt het ons moeilijk de waarde van de symbolen te erkennen. Het is niet alleen in tegenspraak met de uitspraak van Jezus dat er geen onderscheid is tussen man en vrouw, maar het is een gebrek aan waardering van de verbintenis met de dorpelingen zoals de onze over de hele wereld, en die wordt duidelijk doordat de kerk continu het voornaamste ambt ontkent, en dat is per definitie ‘communie’. Als wij in onze gemeenschappen hoog in de bergen van de Andes samenkomen in de naam van Jezus, bestaat er geen enkele kracht of autoriteit die mij ervan kan overtuigen dat Jezus niet persoonlijk tegenwoordig is.’

Ik ben dankbaar dat deze maanden zonder ‘officiële mis’ mij door een cultuur met andere symbolen gebracht heeft tot een nieuwe waardering voor de eucharistie.

[Uit: Compass: A Review of Topical Theology, Vol 25(4) 1991 pp.33-35]

Irene McCormack stierf. Zij gaf haar bloed nadat zij het bloed van Christus gaf aan diegenen van wie zij hield.

Ik ben bij dat u wilt luisteren naar de stem van degenen die verstomd worden. BASIC werd geboren uit een immense pijn maar ook door het mededogen van twee mannen, een priester en mijn man, die die pijn zagen en er niet voor wegliepen.

Soline Vatinel 25 maart 1995

Vertaling: Corrie Wolters

Overzicht vrouwen met een roeping Tekenen van roeping De weg van een vrouws Stappen die je moet nemen Kritiek beantwoorden Je verhaal schrijven

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research