OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Om te doen herleven, te gedenken en weer op te voeren

Om te doen herleven, te gedenken en weer op te voeren

Een reconstructie van de wijding van vrouwelijke diakenen in het Eerste Millennium

Voorwoord

Dit document is een script voor de reconstrucie/opvoering met commentaar van de oude liturgische ritus door middel waarvan vrouwen werden gewijd als diakonessen in de Katholieke Kerk. De bewuste ritus is afkomstig van het Grieks sprekende Byzantijnse deel van de Oude Kerk (Palestina, Syrië, Klein Azië, Griekenland, Cyprus, Kreta en Zuid Italië.)

De discussie in de Rooms Katholieke Kerk over de toelating van vrouwen tot de heilige wijdingen heeft een nieuw focus gevonden. Het gaat om een ogenschijnlijk verouderd historisch feit: hebben de tienduizenden vrouwen die in het eerste millennium van de christelijke jaartelling tot diaken werden gewijd een echte wijding ontvangen? Een van de belangrijkste argumenten die het Vaticaan hanteert tegen de wijding van vrouwen is dat zij nooit tot de heilige wijdingen zijn toegelaten. De historici maken duidelijk dat zij zich vergissen. Want de vrouw ontving een geldige ‘saramentele’ wijding tot het diaconaat, en dit diaconaat is onderdeel van de heilige wijdingen.

Volgens de leer van de Katholieke Kerk is het zo dat als vrouwen diaken gewijd kunnen worden, zij ook priester kunnen worden en trouwens ook bisschop. Voor een verdere uitleg klik here.

Eerst iets over sacramenten. Volgens de Katholieke terminolgie zijn ‘sacramenten’ tekenen waardoor Jezus Christus zijn tegenwoordigheid in de Kerk voortzet. De meeste mensen zijn vertrouwd met twee sacramenten: het doopsel en de eucharistie. De Katholieke Kerk erkent nog vijf sacramenten: het vormsel, het huwelijk, de biecht, de ziekenzalving en de priesterwijding. Kerkelijke Concilies (Trente, 16de eeuw en Vaticaan II, 20ste eeuw) leerden dat het sacrament van de heilige wijdingen één is en drie ambten kent: het diaconaat, het priesterschap en het bisschopsambt.

De viering

Het model dat we hier voorstellen is op 18 januari 2003 gevierd in de kerk van St. James, Piccadilly, Londen door de Website Women Priests en de Katholieke Vereniging voor de Wijding van de Vrouw in Groot Britannië. Zie hierbij een verslag en een gedicht.

De ceremonie bestaat uit drie delen:

  1. Een beroep op de diakonessen van het Eerste Millennium om te getuigen.
    In het eerste millennium heeft de Kerk tienduizenden vrouwen gewijd. We kennen vele van hen van grafstenen, historische verslagen en van de heiligenkalender. We doen een beroep op hen om te getuigen.
  2. Wijdingsritus van een diakones.
    Ons baserend op wat we weten uit oude liturgische bronnen reconstrueren we hoe vrouwen tot diaken werden gewijd.
  3. Een diakones die assisteert bij het doopsel van een volwassen geloofsleerling
    Aangezien assistentie bij het doopsel een van de voornaamste taken was van diakonessen, reconstrueren we wat er gebeurde en waarom het passend was dat deze dienst werd verleend door vrouwelijke diakenen.

Lala Winkley ontwierp de choreographie van de viering.
De foto illustraties in het gehele script zijn van Doreen Wyatt. Klik op de kleine plaatjes om eeen vergroting te zien.

Deel 1. Een beroep op de diakonessen van het eerste millennium om te getuigen.

Credits: het script voor dit deel is van Lala Winkley, en gebaseerd op research door Dr. Mary Ann Rossi en John Wijngaards.

Achtergrond literatuur.Lees voor dit gedeelte:

Openingstafereel [Een kerkhof uit de oude tijd. Vijf grafstenen staan in het priesterkoor. Op elke grafsteen kunnen we een inscriptie zien die is genomen van de oorspronkelijke graven van vrouwen die diaken zijn gewijd.]

[Stilte, plechtige muziek groeit langzaam naar crescendo.]

[Om de beurt staan een vrouw op en declameert het gegeven verhaal van de Diakones die zij voorstelt en gaat weer zitten wanneer ze klaar is.]

1. [St. Phoebe]

“Ik ben Phoebe, de diaken (diakonos) van de kerk van Cenchreae, een voorstad van Korinthe. Ik leefde en vervulde mijn ambt in de eerste eeuw. Ik wil graag dat jullie die mijn zusters zijn, aan mij denken en je mij herinneren voor wat ik was, medewerkster van Paulus, hoewel de latere kerkhistorici me maar probeerden te blijven noemen zijn ‘assistente’.

Paulus had respect voor ons, hij vermaande de mensen hier in Korinthe en zei dat ze ‘aan iedere medewerker [zoals ik] en arbeider onderdanig moesten zijn’ [Kor.16: 16 en volgende]. Hij heeft mij en andere vrouwen ook geprezen voor wat we deden om het evangelie te verbreiden en voor het onderricht. Ik was in het gelukkige bezit van een behoorlijke rijkdom, die ik verkoos te gebruiken om Paulus en het werk te helpen. Mijn hoge rang in de maatschappij heeft hem bij verschillende gelegenheden ook geholpen. Ik kon enkele van zijn brieven naar de Romeinen brengen, bij wie hij me graag voorstelde als zijn medewerkster en beschermvrouwe. Ik ben ook door velen vereerd met de naam apostel. Blijf aan mij denken als aan zijn medewerkster, een gelijke partner in de oude kerk.”

2. [ Junia]

“ Ik ben Junia, een vrouw zoals u ziet, een apostel van de kerk, die samenwerkte met Andronicus, mijn missiegezel. We zijn vóór Paulus christen geworden maar hebben met hem samengewerkt en zelfs de gevangenschap met hem gedeeld. Paulus noemde ons altijd met respect uitnemende leden van de kring der apostelen. Later heeft men getracht mijn naam te veranderen in Junias (een Griekse mannennaam). Wat kan de mensen die dit deden hebben bewogen? Meenden ze dat ze door mijn ware identiteit als vrouw te verdoezelen, mijn werk belangrijker zouden maken? Mogelijk! Nou ja, ik groet jullie allemaal, vrouwen van nu. Wees fier op je vrouwzijn en ik dank jullie omdat jullie mij mijn vrouwzijn en mijn erkenning als een echte vrouwelijke apostel hebben teruggegeven.”

[De vrouwen die diakens voorstellen dragen een sjaal (de oude ‘maphorion’) met daaronder een purperen stool. Dze twee foto’s,met rechts Alison Gelder en links Pia Huber, plaatsen we met dank aan John Haffield.]

3.[Thecla]

“Ik ben Thecla, een vrouwelijke missionaris in Iconium gedurende de eerste eeuw. Die man Paulus, en wat hij van ons vroeg en hoe we van leven konden veranderen, maakte indruk op me. Ik was van hoge komaf. Ik deed afstand van mijn positie en van het huwelijk, mijn verloofde was allesbehalve in zijn schik! Hij en mijn familie begonnen me heel wreed te behandelen en vervolgden me en kregen me bijna ter dood veroordeeld. Op de een of andere manier ontkwam ik en reisde met Paulus mee naar Antiochië. De tijden waren toen wel anders, denk ik; ik ben ooit veroordeeld om te vechten tegen wilde dieren, doen ze dat nog?! Ik sprong in een put met water en bad God om het doopsel. Daarna weigerden de dieren me kwaad te doen. Ik denk graag dat het meer was dan door de stank die ik afgaf. Ik werd in vrijheid gesteld en ging weer met Paulus mee, ditmaal naar Myra. Ik preekte, genas mensen en doopte. Ik heb een leerhuis gebouwd en een gasthuis en heb veel mensen geïnspireerd, hoop ik.”.

4. [St. Nonna -4de eeuw Cappadocia;]

"Ik ben Nonna, ik leefde in de vierde eeuw in Cappadocië, wat jullie tegenwoordig Turkije noemen. Ik was zo gelukkig dat ik een goede man had getrouwd. Hij heette Gregorius. Al zeg ik het zelf, ik was verantwoordelijk bij het helpen van Gregorius om het christelijk geloof te ontdekken. Hij ging er helemaal in op. Hij werd priester en werd later gekozen tot bisschop van Nazianze. Ik ontving ook de diakenwijding. Daarna werkten we nauw samen om elkaar te helpen bij ons apostolaat.”

5. [St. Gorgonia, 4de eeuw. Cappadocië.]

“En ik ben Gorgonia, dochter van Nonna and Gregorius, diezelfde bisschop van Nazianze. Ik ben pas christen geworden op latere leeftijd, toen ik mijn gezin had grootgebracht. Ik werd gedoopt en diaken gewijd, wat er toe leidde dat ik mijn woning inrichtte als opvanghuis waar goede zorg kon worden gegeven aan arme en dakloze mensen.”

6. [ Maria, uit Cappadocië in Klein Azië.] (op Grafsteen)

“Ik kom ook uit Cappadocië. Ik heet Maria, zoals je kunt zien op mijn grafsteen uit de 6de eeuw. Daar kun je lezen hoe ik diaken werd gewijd en hoe ik mijn leven heb gewijd aan ondersteuning van de armen, het verwelkomen van vreemdelingen, het wassen van de voeten van de armen en de zorg voor weeskinderen. Hoewel mijn naam 1600 jaar in de vergetelheid is geweest, breng ik jullie allemaal de groeten over van mijn naamgenoot uit Magdala.”

7. [ St. Macrina uit Cappadocië.]

“Ik ben Macrina, ook uit Bithinië en uit de 4de eeuw. Na de dood van mijn moeder hielp ik met de opvoeding van mijn negen broertjes en zusjes. Ik kon pas beginnen met mijn eigen dienstwerk als diaken toen ik dat had afgerond. Ik werkte in een stad, genaamd Annisa van Pontus. Twee van mijn broers zouden bisschop worden, De ene was Basilius, sommigen noemden hem ‘Basilius de Grote’. O hemel, zo groot was hij nu ook weer niet, maar toch, soms groot, misschien. I kan het weten: ik heb hem grootgebracht en opgevoed. De andere was Gregorius. Hij werd bisschop van Nyssa. Hij was een goede echtgenoot voor Theosobia, ook diaken. Ik was voor mijn tijd ook nogal ongewoon, want ik was een uitstekende theologe. Ik was pas 20 toen ik een overweldigende aandrang voelde om een religieuze gemeenschap op te richten voor vrouwen. Ik weet dat ik mijn broers heb beïnvloed. Basilius vormde zijn kloosters naar dat wat ik was begonnen, maar dan natuurlijk voor mannen. Gregorius was een goede geleerde. Hij hielp de Schrift vertalen en voegde ons denken over de Heilige Geest toe aan het Credo. Als die bevoorrechte mannen derhalve notitie nemen van wat wij vrouwen hen aan inzicht kunnen verschaffen, kunnen ze werkelijk inspirerend zijn."

8. [ St. Theosebia,, Bythinië.]

“Een aantal van ons komt zo u ziet uit Bythië in Klein Azië aan de Zwarte Zee. Jullie noemen het tegenwoordig Turkije. Ik ben Theodosia, geboren in de 4de eeuw. Mijn man was Gregorius, broer van Macrina, priester, theoloog en later Bisschop van Nissa. Ik ben diaken gewijd en deed veel cathechese, onderrichtte geloofsleerlingen die bestudeerden wat het geloof inhield en ik doopte hen. Als diaken bezocht ik ook veel mensen en diende de zieken bij hen thuis.”

9 [Lampadia van Pontus].

“Ik ben Lampadia en diende ook als diaken in Pontus, Klein Azië, met mijn goede vriendin Macrina. Mijn dienstwerk als gewijde vrouwelijke diaken had plaats in de 4de eeuw. Ik richtte mijn aandacht op het dienstwerk aan vrouwen bij hen thuis.”

10. [ Eugenia; Bithynië]

“En ook ik ben uit Bythinië in Klein Azië. Mijn naam is Eugenia. Ik leefde in de 4de eeuw in Gargathis. Ik werd diaken gewijd en werkte voor allen, ik zorgde voor de armen en verpleegde de zieken. Ik bracht hen de communie en zalfde hen als ze gingen sterven. Ik geloof dat ze mijn dienstwerk hebben ervaren als heilzaam.”

11. [ Martyrs van Bithynië .]

“Er waren twee vrouwelijke diakenen waarvan de namen zijn verwijderd door de Romeinse autoriteiten. Het waren in de tweede eeuw leiders van hun plaatselijke christelijke gemeenten in Bythinië. Ze zijn in het jaar 112 gemarteld door de Romeinse Gouverneur, Plinius de Jongere. Ik verzoek u hun nameloos getuigenis te herinneren.”.

12. [Leta, Presbytera, Priester, in Tropea, Italy.5th C.]

“Ik ben Leta. Ik heb als priester gediend in een stadje in Italië, waar vele oude geheimen en getuigenissen aan het licht zijn gekomen. Zie de inscriptie op mijn grafsteen, ‘Leta, de Priester, waarvoor haar man dit graf heeft opgericht, is 40 jaar, 8 maanden en 9 dagen oud geworden. Mijn man verwees naar zichzelf als ‘Maritus’ (echtgenoot). Sommige mensen hebben geopperd dat ik de vrouw was, niet de priester van Tropea. Maar, als dat zo was, had mijn man zichzelf presbyter genoemd niet maritus. De bewijzen zijn er, mijn priesterschap kan niet langer worden ontkend. Ik eer u die ook priester bent en u die geroepen bent maar de kans niet hebt gekregen om uw roeping te toetsen.”

13. [Theodora, Bisschop, [Mozaiek in de kerk van St.Praxedis].

“Ik ben Theodora, Episcopa (Bisschop). Men kan vandaag de dag een afbeelding van me zien in de kerk van St. Praxedes in Rome. Een geleerde uit jullie tijd, Joan Morris, heeft mijn verhaal en mijn relatie met die kerk helpen rechtzetten. Het gezin van Pudens, dat Paulus nog gekend heeft (2Tim 4,21) heeft mijn huis gebruikt als een van de eerste ‘kerkgebouwen’. St. Pudentiana uit dat gezin en St. Praxedis in hetzelfde mozaiek waren moedige leidsters van huisgemeenten die veel gevaar liepen vóór het christendom in 313 werd gelegaliseerd. Laten wij hen eren. Op dit mozaïek zie je me met een vierkante stralenkrans, wat aangaf dat ik in het jaar 820 toen dit mozaïek gemaakt werd, nog leefde. St. Praxedes uit het huis van Pudens, 700 jaar daarvoor, staat naast me. We dragen beide ons bisschopskruis. Ik, Theodora, draag een witte sluier, heb mijn naam erbij en boven mijn hoofd mijn titel: Episcopa; het gebruik van de vrouwelijke uitgang in het Latijn betekent ‘bisschop die tevens vrouw is’. Ik geef jullie allen mijn bisschoppelijke zegen”.

14. [St. Apollonia-3de eeuw.Alexandrië;]

“Ik ben Apollonia. Ik ben gewijd in de derde eeuw in Alexandrië, een prachtige stad in Egypte. Het was toen echter een gevaarlijke tijd voor christenen, want vele werden wreed vervolgd. Toen ik weigerde aan de heidense goden te offeren, werd ik overgeleverd aan een groep die me wilde lynchen; ik weet dat ze het geweldig vonden mij in elkaar te slaan en me tenslotte te doden door me in het vuur te duwen. Een vreselijke dood. Ik ben gestorven voor datgene waar ik in geloofde.”.

15. [Sophia- Jerusalem; (op GRAFSTEEN).

“Ik ben Sophia uit Palestina. Ik leefde in de vierde eeuw, was een religieuze zuster en tevens een gewijde diaken. Ik genoot veel eer, want op mijn grafsteen daarginds heeft men de naam gezet waarmee de mensen van onze gemeente me vaak noemden, namelijk hun ‘tweede Phoebe’.”

16. [Eneon Jerusalem] (op GRAFSTEEN).

“Ik ben Sophia uit Palestina. Ik leefde in de vierde eeuw, was een religieuze zuster en tevens een gewijde diaken. Ik genoot veel eer, want op mijn grafsteen daarginds heeft men de naam gezet waarmee de mensen van onze gemeente me vaak noemden, namelijk hun ‘tweede Phoebe’.”

17. [Theoprepia Macedonia ](op GRAFSTEEN).

“Ik ben Theoprepia, uit Macedonië in Griekenland. Ik was een kloosterling uit de vierde eeuw, maar was tevens tot diaken gewijd, zodat ik kon dienen in de plaatselijke parochiekerk. Ik kon vele mensen steunen en leiding geven. U kent mij doordat mijn grafsteen toevallig niet is vernield. Slechts ongeveer 32 van al die duizenden vrouwen die hebben gediend als diakenen zijn aldus geïdentificeerd. Zou het kunnen dat sommige mensen in de lange geschiedenis van de kerk ons en onze bijdrage aan het kerkelijk leven niet herdacht en geëerd wensen te zien?

18. [Athanasia-Delphi] (op GRAFSTEEN).

“Ik ben Athanasia, ook uit Griekenland, maar ik kwam in de vijfde eeuw uit Delphi. Bisschop Pantamianos heeft me tot diaken gewijd om te helpen bij de doop van vele vrouwen die zich bij de christelijke kerk aansloten. Lees mijn grafschrift op mijn grafsteen ginds. De bisschop heeft die opgericht en heel duidelijk gemaakt wat er op diende te staan. Hij heeft me grote eer bewezen.

De zorg voor de armen maakte ook een groot deel van mijn werk uit. Het was belangrijk, zoals velen onder jullie hier wel weten, om zowel materiële als spirituele verlichting te brengen aan de zieken en de stervenden.”.

19. [St. Xenia, Kos.]

“Ik ben uit de vijfde eeuw, geboortig uit Rome, en ik werd Eusebia genoemd. Mijn vader was een Romeinse magistraat. Toen mijn familie mij tot een huwelijk wilde dwingen, ben ik in armoedige pelgrimskledij ontsnapt en beland op Kos, een Grieks eiland. Ik nam de naam ”Xenia" aan, wat betekent “vreemdeling”. Bisschop Paulus van Milasa heeft mij tot diaken gewijd. Veel van mijn werk deed ik uiteindelijk temidden van andere mensen die ook waren ontsnapt aan een wreed vaderland. Ik hoor dat er tegenwoordig mensen een toevlucht zoeken in jullie land; ik hoop dat sommigen van jullie in je werk gesterkt zullen worden met de zegening van de wijding.

20. [St. Olympias-4de eeuw.Constantinopel; ]

“Ik ben Olympias, geboren in Constantinopel in de vierde eeuw. Ik werd diaken gewijd door Patriarch Nektarios en werd coördinatrice van de vrouwelijke diakens die vielen onder de Hagia Sophia kathedraal. Ik was een krachtige bondgenoot van St. Johannes Chrysostomus, toen hij weerstond aan pogingen van de keizer om zich te bemoeien met aangelegenheden van de Kerk. Toen Johannes in ballingschap werd gezonden heb ik zijn zaak openlijk gesteund, ondanks vervolging door beambten van de Staat. Ik heb ook gemaakt dat het werk van de kathedraal kon doorgaan. Uiteraard bleken we daartoe zonder meer in staat”.

21. [St. Domnika- Rome/Alexandria/Constantinople]

“Ik ben Dominica, in de vierde eeuw in Rome geboren. Ik emigreerde naar Alexandrië, waar ik christen werd. Ik leerde ook ‘geneeskunde’. Later vestigde ik mij in Constantinopel, waar het Patriarch Nektarios goed leek mij diaken te wijden. Mijn dienstwerk bestond voornamelijk uit genezen en geestelijke leiding zoals velen van jullie bij mijn weten doen.”

22. [St. Poplia]

“Ik ben Poplia, uit die cultuurijke stad Antiochië in Syrië (vierde eeuw). Ik was gehuwd en had een zoon. Kort na mijn diakenwijding brak er vervolging uit onder Keizer Julianus. Ik kon veel mensen raad geven, hen sterken in geloof en vastberadenheid en toen het mijn beurt werd, hebben Romeinse soldaten me gemarteld omdat ik weigerde mijn geloof op te geven. Lieve vriendinnen, wees sterk, al dat soort mishandeling door autoriteiten werkt erg ondermijnend, maar wij kunnen sterk blijven als we gezamenlijk actie ondernemen.”

23. [StMelania de Jongere , reisde

“Ik ben Melania de Jongere, uit Rome in de vierde eeuw. Ik was gehuwd en had twee kinderen. Later ben ik naar Egypte gereisd. Ik werd diaken gewijd en vestigde me uiteindelijk in Jeruzalem. Daar besteedde ik veel tijd aan de studie en het onderricht van de Schrift en organiseerde het overschrijven van de Bijbel. Vele intellectuelen bekeerden zich door mijn werk tot Christus.”

24. [ St. Genoveva, Parijs]

“Ik ben Genoveva, zesde eeuw, Parijs, Frankrijk. Als gewijde diaken was mijn voornaamste taak het onderricht aan vrouwelijke doopleerlingen en deze vrouwen voorbereiden op het doopsel. Toen de schepen van de Vikingen de stad Parijs naderden ben ik naar hen toe gegaan om met hen te pleiten. Ze zijn rechtsomkeer gegaan. Vandaag de dag nog word ik erkend als de patrones van Parijs.”

25. [ St. Radegunda- Poitiers, France.]

“Ik ben Radegunda. Ik leefde in de zesde eeuw in Thuringia in Frankrijk. Ik probeerde te ontkomen aan een huwelijk maar werd, toen ik achttien was, gedwongen te trouwen met Koning Clotharius. Mijn koninklijke echtgenoot was een angstaanjagende gewelddadige man. Uiteindelijk ben ik aan hem ontsnapt en slaagde erin Poitiers te bereiken, waar Bisschop Medardus van Noyon me tot diaken wijdde. Ik gebruikte mijn rijkdom om een klooster te stichten en tot mijn grote vreugde werd het na verloop van tijd een belangrijk opleidingsinstituut voor vrouwen. Mijn klooster was ook een ‘vrij’ convent, waarover zelfs de plaatselijke bisschop niets te vertellen had.”

26. [ Martelaressen van Perzië.]

“Ik vertegenwoordig de zeven vrouwelijke diakenen die in in de vijfde eeuw voor het geloof gestorven zijn in Perzië, samen met hun Bisschop Abdjesus en een groep priesters, mannelijke diakenen, monniken en zusters. We werden massaal afgeslacht. De landen in het gebied van de Indusvallei hbben nu nog veel te lijden onder dergelijke slachtpartijen. Laat ons hen gedenken.”

27. [ Vrouwelijke diakenen uit Griekenland.]

“Ik vertegenwoordig de diakonessen die in Griekenland werkten, waarvan we vele namen kennen uit historische verslagen: Agaliasis van Melos, Agrippiane van Patras, Posidonia and Agathe van Philippi, Agathokleia en Theodosia van Odessa, en heel veel andere lieve, geleerde en bekwame leidsvrouwen waarvan men de namen niet voor ons heeft bewaard. Was dat omdat het vrouwen waren?”

28. [ Diakonessen uit het Westen.]

“Ik vertegenwoordig de diakonessen werkzaam in parochies in Italië, Frankrijk en Groot Brittannië gedurende de vierde tot de negende eeuw. In het bijzonder: Anna uit Rome, Ausonia uit Doclea, Theodora van Ticini in Gallië, waarvan de namen zijn opgetekend. Laat ons degenen gedenken wier namen niet staan opgetekend.”

[Alle diakonessen tezamen zeggen vervolgens:]

29. Deze gunstige gelegenheid willen we niet voorbij laten gaan zonder die latere vrouwen te gedenken die in hun tijd GEWELDIG waren, maar zelden worden geëerd voor het moedige werk dat zij deden en nog doen voor de christenheid: Juliana van Norwich, Margareta van Schotland, 11de eeuw, Brigitta van Zweden, 14de eeuw. Hilda van Whitby, Hildegard van Bingen, de Theresias van Avila and Lisieux, Catherina van Sienna, en de vrouwen die vele congregaties zijn begonnen en hebben geleid, een werk beginnend dat gedaan moest worden en zulks vaak tegen allerlei tegenwerking in. We eren ook de vrouwen die heden ten dage als diaken dienen in de Anglicaanse Traditie, en waarvan vele priester zijn. We bidden in het bijzonder voor Una Kroll, priester en kluizenares in Monmouthshire, en de leek Monica Furlong, die deze week is overleden. Zij hebben met heel veel inspiratie, toewijding en humor deze kreet om gerechtigheid laten horen aan het begin van deze periode van strijd in ons land.

Wij zingen: Ze is een berg/ hoog en sterk, en ze gaat maar door/ze is als een berg/hoog en sterk/en ze gaat maar door.... enz.

Part 2. Reconstructie van de wijdingsritus van diakonessen.

Het script voor dit gedeelte is van de hand van by John Wijngaards, de choreographie is van Lala Winkley.

Achtegrondinformatie voor dit gedeelte:

2.1 Inleiding

Commentator;[vanaf een ambo met microfoon opzij.]

Vanaf de tijd der apostelen zijn kerkelijke bedienaren in dienst genomen door wijding. “De apostelen baden en legden hun de handen op (Hnd 6,6)”. Deze praktijk is door de eeuwen heen blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Het diaconaat heeft altijd deel uitgemaakt van de sacramentele orde van de Kerk, ook al zijn er van tijd tot tijd veranderingen geweest in het dienstbetoon.

During the first millennium not only men, women too were ordained as deacons. This is a crucial fact for Church reform today. For one of the key arguments the Vatican Congregation for Doctrine of the Faith offers against the ordination of women is the assertion that women were never admitted to Holy Orders. Well, they are wrong. Women did receive a valid ‘sacramental’ ordination to the deaconate.

Gedurende het eerste millennium werden niet alleen mannen maar ook vrouwen diaken gewijd. Dit is van cruciaal belang voor kerkhervorming nu. Immers, een van de voornaamste argumenten die de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer aandraagt tegen de wijding van vrouwen is de bewering dat vrouwen nooit zijn toegelaten tot de heilige wijdingen. Dat is beslist onjuist. Vrouwen ontvingen wel degelijk een geldige ‘sacramentele’ diakenwijding.

De wijdingsritus die we gaan reconstrueren is te vinden in de oude liturgieboeken die gebruikt werden door de bisschoppen. De ritus wordt bevestigd door manuscripten in belangrijke bibliotheken: Oxford, Parijs, Cairo, Athene, Mount Athos en Rome. [Alle teksten zijn in hun geheel afgedrukt in het boek van John Wijngaards: No Women in Holy Orders? The Women Deacons of the Early Church.] Uit verslagen van vroeger weten we dat er op een gegeven moment duizenden vrouwen hun parochies dienden als diaken.

[Alle vrouwen die een rol vertolken als diakonessen uit het eerste millennium gaan nu staan en komen door het middenpad tot aan de treden van het priesterkoor, met het gezicht naar voren en de rug naar het volk..]

Commentator

In de oude Katholieke liturgie van het Grieks sprekende deel van de Kerk, scheidde een heilig scherm, de zogenaamde iconostase ofwel ‘het scherm met ikonen’ het schip van de kerk, waar de gelovigen zich bevonden, van het priesterkoor rondom het altaar. Dit scherm was ongeveer 1.80 m. hoog. De naam werd ontleend aan de afbeeldingen van Christus, Maria en de Apostelen, die de voorzijde sierden.....

[Degenen die het scherm vormen keren zich langzaam naar links, zodat ze op de gelovigen zijn gericht, maar nog steeds in de rij. Enige tijd staan ze heel stil en zwijgen om de bedoeling goed duidelijk te maken.]

Commentator

Voor ons doel vandaag bestaat de iconostase uit degenen die de vrouwen voorstellen die wij ons te binnen roepen, vrouwen die in het eerste millennium geroepen werden tot het diaconaat, maar waarom heen de stilte hangt van het graf. In plaats van ikonen van Christus, Maria en de apostelen op het scherm zien wij het gezicht van hedendaagse vrouwen uit het derde millennium, onze ikonen, vrouwen, hoewel zo vaak miskend en nog steeds niet bij name genoemd, die onze kerk nu dienen als diakonessen.

2.2 Opening van het heilige scherm

[De rij vrouwen splitst zich zodat de twee flanken’ van vrouwen de een rechts de ander links gaan en op die manier de deuren openen van de Iconostase. De vrouwen keren zich zijwaarts zodat ze zicht hebben op wat in het priesterkoor gebeurt.]

We zien de bisschop voor het altaar staan met een aartsdiaken aan zijn linkerzijde. Het wijdingsrituale ligt op een lezenaar voor de bisschop. In deze reconstructie doen we de handelingen van de bisschop, de aartsdiaken en de wijdeling na zonder de woorden. Deze worden gesproken door een commentator stem in de microfoon.

Terwijl de commentator spreekt, verlaat de aartsdiaken het heiligdom, gaat de wijdeling halen en brengt haar plechtig lopend naar het priesterkoor

Commentator

De wijding vond plaats na de lezingen en de homilie in het hart van de eucharistieviering. Het rituale vermeldt: “Nadat de deuren [van het priesterkoor] geopend zijn, en voordat de [aarts]diaken de litanie van ‘Alle Heiligen’ inzet, wordt de vrouw die tot diaken gewijd gaat worden binnengebracht.”

Het is veelzeggend dat vrouwelijke diakenen werden gewijd in het priesterkoor vóór het altaar. Dit deed men, niet alleen om aan te geven dat de diakones toegang had tot het altaar, maar ook om de gelegenheid aan te duiden als een van de ‘hogere wijdingen’, ter onderscheiding van de lagere wijdingen zoals subdiaken en lector. Theodorus van Mopsuestia uit de vierde eeuw legt uit dat lectoren, subdiakens enz. gewijd werden in de sacristie. Alleen bisschoppen, priesters en diakens werden gewijd in het priesterkoor ‘omdat zij heilige zaken bedienen’. Voor deze reconstructie zullen we de kandidaat van vandaag ‘Sophia’ noemen.

2.3. De publieke verkiezing van de kandidaat.

[De kandidaat treedt vóór de bisschop, maakt rechts van de bisschop een diepe buiging voor het altaar en keert zich met het gezicht naar de gelovigen. De aatsdiaken staat links van de bisschop.]

Commentator

Vrouwelijke diakenen werden gewijd waar de gehele gemeenschap bij was en “in tegenwoordigheid van de priesters, diakenen en diakonessen” (Apostolische Constitutie van het jaar 380). Dit ‘openbare’ karakter van de ceremonie markeerde de wijding als een van de hogere. Bovendien toont een studie van de gang van zaken bij wijdingen in de oude tijd aan dat een publieke uitverkiezing behoorde tot de wijding zelf. .

[Bisschoppen, priesters en diakens werden publiekelijk aangesteld door de zogenaamde ‘Goddelijke Genade’ proclamatie, waardoor de bisschop aanduidde dat die-en-die verkozen was tot dat-en-dat dienstwerk in een precies omschreven plaats. Deze proclamatie werd uitsluitend gebruikt voor de hogere orden. ] De bisschop strekt de rechterhand uit en wijst naar de kandidaat en doet of hij leest, terwijl degene die de woorden van de bisschop leest, door de microfoon spreekt..]

Stem van de Bisschop

‘De Goddelijke Genade die altijd heelt wat zwak is en vervolmaakt wat wij tekort schieten kiest Sophia uit om diaken te zijn van deze parochie. Laat ons daarom voor haar bidden dat de genade van de Heilige Geest op haar moge nederdalen.’

Allen

‘Amen! Heer, ontferm u over ons!’

2.4 De eerste handoplegging en het wijdingsgebed.

[De vrouw die gewijd gaat worden keert zich om, buigt het hoofd en de bisschop legt zijn rechterhand op haar hoofd.]

Commentator

De bisschop tekent tot driemaal toe het voorhoofd van de kandidaat met het kruisteken en legt zijn rechterhand op haar hoofd. Door de eeuwen heen werd de feitelijke wijding verricht door het opleggen van de handen onder het aanroepen van de Heilige Geest.

In de tekst die nu volgt merke men op hoe duidelijk en uitdrukkelijk haar de dienst van het diaconaat wordt opgedragen.

Bisschop

“Heilige en Almachtige Heer, door de lichamelijke geboorte van uw enige Zoon onze God uit een Maagd heeft u het vrouwelijk geslacht geheiligd. U schenkt niet slechts aan mannen maar ook aan vrouwen de genade en de nederdaling van de Heilige Geest. Heer, zie neer op deze uw dienstmaagd en wijd haar toe aan het werk van uw diaconaat, stort over haar uit de rijke en overvloedige gave van uw Heilige Geest. Bewaar haar opdat ze altijd haar dienstwerk moge verrichten met orthodox geloof en onkreukbaar gedrag, zoals het u behaagt. Want aan u komt alle glorie toe en eer."

Allen

‘Amen! Amen! Amen!’

Commentator

Men bemerke dat het toekennen van het dienstwerk aan een vrouw wordt gerechtvaardigd door een beroep op het feit dat God in Christus het vrouwelijk geslacht heeft geheiligd. De bisschop weet wat hij doet. Hij roept duidelijk en expliciet de Heilige Geest af over de vrouw voor het dienstwerk van het diaconaat. Ze wordt daarom sacramenteel gewijd. Merk ook op dat het opleggen van de handen wordt gedaan in het zicht van alle gelovigen en dat het sacramentele gebed luidop wordt gezegd zodat de hele gemeenschap het kan horen en het door hen wordt bevestigd

2.5 De voorbeden

[ De Aartsdiaken komt naar voren en doet alsof hij leest vanaf een papier]

Commentator

De aartsdiaken zet nu een lange litanie in van voorbeden. We zullen alleen luisteren naar een gedeelte ervan omdat dit de zojuist gewijde diakones vermeldt onder de gebeden voor de clerici.

Aartsdiaken (zingt)

Om hemelse vrede en het welzijn van het hele universum, laat ons de Heer bidden.

Allen

Heer ontferm u.

Aartsdiaken (zingt)

Voor onze Aartsbisschop, voor zijn priesters, om hulp, volharding, vrede, welzijn, gezondheid en het werk van zijn handen, laat ons de Heer bidden

Allen

Heer, ontferm u.

Aartsdiaken (zingt)

Voor Sophia die zojuist tot diaken is gewijd, en voor haar heil, laat ons de Heer bidden.

Allen (zingt)

Heer, ontferm u.

Aartsdiaken (zingt)

Moge de barmhartige God haar een oprecht en vlekkeloos diaconaat verlenen, laat ons bidden.

Allen (zingt)

Heer, ontferm u.

2.6 Second imposition of hands and ordination prayer

Commentator

De bisschop zegt, met zijn hand nog op het hoofd van Sophia, een tweede wijdingsgebed. Alleen de drie hogere wijdingen hebben twee wijdingsgbeden. Merk ook op dat de kandidaten voor de lagere wijdingen alleen gezegend worden. Alleen bij een echte wijding werd de Heilige Geest aangeroepen.

Bisschop

“Heer onze God, u wijst de vrouwen die zich aan u toewijden en die bereid zijn u op gepaste wijze te dienen in uw Heilige Woning niet af, maar laat hen toe tot het ambt van uw dienaren. Verleen de gave van de Heilige Geest ook aan deze uw dienares, zoals u Phoebe die u had geroepen tot dit dienstwerk de genade hebt verleend van het diaconaat. Geef haar Heer, dat ze zonder schuld mag volharden in uw Heilige Tempel, dat ze met zorg waakt over haar gedrag, vooral over haar besceheidenheid en matigheid. Verleen uw dienares de volmaaktheid, zodat zij, wanneer ze voor de rechterstoel van uw Christus zal staan, de waardige vrucht mag ontvangen voor haar uitstekende gedrag, door de barmhartigheid en de mensheid van uw Enige Zoon.”

Commentator

Dit tweede wijdingsgebed zou met de oplegging van de handen al een volledig sacramentele wijding uitmaken. Waarom twee wijdingsgebeden? Waarschijnlijk omdat de Kerk in het geval van bisschoppen, priesters en diakenen er zeker van wilde zijn dat het sacrament echt was meegedeeld!

2.7. Investituur

[De aartsdiaken haalt een groot dienblad met een diakenstool erop. Hij houdt het de bisschop voor, die de diakones de stool oplegt, haar sluier oplicht en de stool onder de sluier om haar schouders hangt met de twee uiteinden naar voren.]

Commentator

Volgens de oude praktijk ontvangt de pasgewijde ambtsdrager nu de stool van het diaconaat, het onderscheidend teken waardoor ze kon worden herkend als diaken. Het rituale legt uit dat de stool dient te rusten op de schouders van de diaken, onder haar sluier, maar met de twee uiteinden naar voren zodat de mensen het konden zien.

Alleen gewijde diakenen mochten de diakenstool dragen. Het Concilie van Laodicea verbood aan subdiakens, lectoren of zangers de stool te dragen, en bedreigde nietgewijde personen die de stool toch durfden dragen met excommunicatie. We pakken de draad van de wijding weer op bij de Heilige Communie.

2.8 Communie

[De deuren van de iconostase gaan enige tijd dicht].

Commentator

De deuren van de heilige muur gaan pas weer open wanneer de gelovigen de Heilige Communie ontvangen. Voor deze reconstructie openen we de muur om te zien wat er in het priesterkoor plaats vindt.

[De deuren van de heilige muur worden geopend]

Commentator

Toentertijd was het de gewoonte, zoals heden nog in de Orthodoxe Kerk, dat de gelovigen de heilige communie ontvangen uit een kelk waarin het brood in de wijn was gedoopt. Een deel van dit mengsel werd dan met een lepeltje op de tong gegeven. Priesters en diakenen daarentegen ontvingen de communie onder twee gedaanten en direct van de bisschop.

[Dit gold ook voor de pasgewijde vrouwelijke diaken. Ze maakte een buiging voor de bisschop die haar vervolgens de communie uitreikte onder twee gedaanten. ]

De stem van de bisschop

“Diaken Sophia, je ontvangt het kostbare en heilige, vlekkeloze Lichaam van onze Heer en God, onze Verlosser Jezus Christus, tot vergeving van je zonden en tot eeuwig leven.”

De diakones buigt voor de bisschop. Hij houdt het blad met het heilige brood in de linkerhand en legt een deel van het brood in haar handen. Voordat hij dit doet kust zij zijn rechterhand De bisschop neemt de kelk over van de aartsdiaken en reikt de kelk aan de diakones om eruit te drinken. Alvorens dit te doen kust zij zijn rechterhand. Daarna neemt de aartsdiaken de kelk terug

Commentator

Het is veelbetekenend dat de nieuwe diakones met de andere clerici aanwezig was in het priesterkoor, dat ze de communie op de hand ontving van de bisschop, precies zoals haar mannelijke collegae, en dat ze net als zij uit de kelk dronk.

2.9 Het overreiken van de kelk met het brood dat in de wijn is gedoopt.

Commentator

Nu werd er een speciale ritus toegevoegd. Het was namelijk gebruik dat een nieuwe diaken in zijn taak werd ingeleid door hem mee te laten doen bij het uitreiken van de heilige communie aan de gelovigen. Het was de mannelijke diaken die de bisschop of de priester hielp aan het altaar, eenvoudigweg omdat er slechts twee bedienaren waren en het niet passend zou zijn als een priester en een vrouw enige tijd waren afgeschermd van de gelovigen. Vrouwelijke diakenen brachten de communie naar de zieken.

[De aartsdiaken brengt de kelk terug en geeft die aan de bisschop. De bisschop overhandigt de kelk aan de diakones die ermee rondgaat en de kelk terugzet op het altaar]

Commentator

Om aan te geven dat de vrouwelijke diaken ook het dienstwerk ontving van communie uitreiken overhandigde de bisschop haar de kelk met het mengsel van brood en wijn. De oude ritus zegt: ‘Op het moment van het deelnemen aan de heilige mysteriën deelt de diakones met de andere diakenen in het lichaam en bloed. Wanneer de pasgewijde zelf gedeeld heeft in het kostbaar lichaam en bloed, overhandigt de bisschop haar de kelk. Ze neemt die aan en zet haar op het heilig altaar. Hiermede was ze gemachtigd toegang te hebben tot het altaar en de communie uit te reiken.’

2.10 Slot

Commentator

Zo besluiten we dat de wijdingsritus van een diakones een volledige wijding was:

Bovendien werden mannelijke diakenen gewijd volgens exact dezelfde wijdingsritus en niemand heeft hun sacramentaliteit ooit betwijfeld. Laat ons eindigen met de woorden van het Concilie van Trente:

Bisschop

“Als iemand beweert dat door de heilige wijding de Heilige Geest niet wordt geschonken, en dat de bisschop dus voor niets zegt: “Ontvang de Heilige Geest”, of dat door deze wijding het zegel [van de heilige wijdingen] niet wordt opgedrukt... Hij zij vervloekt.”.

Allen [zingt]

‘Amen! Amen!’ Amen Amen[applaus]

De andere diakonessen komen nu ook in het priesterkoor en feliciteren de zojuist gewijde diakones. Ondertussen spreekt de commentator.

Deel 3. Reconstrctie van de doopritus

Het script voor dit gedeelte is van de hand van by John Wijngaards, de choreographie van Lala Winkley.

3.1 Inleiding

[We zien de omtrek van een doopvont getekend op de vloer. De bisschop staat ervoor en de pasgewijde diakones naast hem.]

Commentator

In het eerste millennium had het sacrament van de doop een veel belangrijker plaats in het christelijk leven dan in onze dagen. Door het doopsel gingen de nieuwe gelovigen binnen in het Koninkrijk van Christus. Jaarlijks werden er duizenden volwassenen gedoopt.

Catechumenen ondergingen een lange voorbereidingsperiode: onderricht, gebed en exorcisme, vasten en boete, onderzoek en persoonlijke begeleiding. Hier speelden de vrouwelijke diakenen een rol, vooral met betrekking tot de vrouwen. In deze reconstructie van hun dienstwerk zullen we ons voornamelijk richten op de laatste fase: de doop zelf.

Na de laatste vemaningen en verzaking aan de duivel werden de catechumenen naar de doopkapel gebracht. De bisschop doopte eerst de mannen, daarbij geassisteerd door een mannelijke diaken. Dan werden ook de vrouwen de doopkapel binnengebracht.

[De diakonessen uit het eerste millennium komen vanuit de kerk en vormen een halve maan rond de plaats van de doopvont; ze symboliseren daarmee het scherm rond de doopkapel.]

De oude doopvonten waren net kleine poelen, verzonken in de vloer, en treden leidden naar het water. De plek rond de doopvont was afgeschermd, zodat degene die de doop verrichtte en de catechumeen enige privacy genoten. In deze reconstructie dienen de diakonessen als scherm.

3.2 Exorcisme

[De nieuwe diakones brengt de volwassen vrouwelijke catechumeen binnen, leidt haar naar de bisschop, die een kruis tekent op haar voorhoofd. Hij legt haar niet de handen op!]

Commentator

De officiërende bisschop ging bij de ingang van de doopkapel staan. Hij zalfde de vrouwelijke catechumeen met een kruisteken op het voorhoofd en sprak een exorcisme uit.

Stem van de bisschop

“Ik zalf jou [Agatha] met de vreugdeolie die alle geweld van de vijand overwint en waardoor je beschermd zult worden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.”

3.3 Ontkleding

[De diakones brengt de catechumeen de doopkapel binnen en ontdoet haar symbolisch van sieraden en kleding.]

Commentator

Dan bracht de diakones haar tot aan de doopvont. Daar hielp zij de catechumeen zich te ontdoen van haar kleding en sieraden. Ze maakte het haar van de vrouw los ‘om er zeker van te zijn dat niets van datgene wat aan een vreemde geest toebehoorde met haar het water in zou gaan van de wedergeboorte’.

3.4 Zalving met de olie van de catechumenen

De diakones giet wat (denkbeeldige) olie uit een grotere kruik in een klein flesje dat ze in haar linkerhamd kan houden. Zij giet een beetje op haar rechterhand en begint symbolisch de naakte catechumeen van top tot teen te zalven.

Commentator

De diakones giet een beetje olie uit een klein kruikje in haar rechterhand. Ze zalft de naakte doopleerling van top tot teen. Oude rubrieken laten er geen twijfel over bestaan dat de catechumeen wordt ontkleed en dat de zalving totaal is. “De dopelimg wordt geheel ontkleed... Alle zilveren en gouden sieraden, alsmede haar kleding, wordt verwijderd... Men zalve die persoon de borst, de armen, de buik, de rug, de handpalmen enz.”

De zalving was zelf een exorcisme en hield in dat men werd gezuiverd van alle kwaad dat te maken had met het lichaam. Het is duidelijk dat geen enkel deel kon worden overgeslagen. Het inmasseren van de aromatische olie op de huid van lichaam en ledematen en teslotte op hoofd en haar, was een diep bevredigende sensuele ervaring, een gevoel van totale kwetsbaarheid en van toch op een heerlijke manier erbij te mogen horen. Het riep gevoelens op van totaal aanvaard worden met lichaam en ziel, van opnieuw gevormd worden voor een wedergeboorte in een nieuw leven. Dit soort intieme zalving van een vrouw vereiste de dienst van een andere vrouw. Bovendien, aangezien het zo’n belangrijke ceremonie was binnen het heilig doopsel zelf, vereiste het bij voorkeur de dienst van een vrouw in het ambt , die voor deze functie gewijd was.

3. 5 De doop zelf

[De diakones helpt de doopleerling,alweer symbolisch de doopvont in.]

Commentator

De diakones hielp vervolgens de catechumeen de trappen af, van west naar oost, zodat de catechumeen gericht was op het oosten. In het midden reikte het doopwater tot borsthoogte. De diakones ging ook de doopvont in. Voor mannen was dit een functie die de hoofdcelebrant, de bisschop of de priester zelf, verrichtte, het driemaal onderdompelen namelijk, onder het uitspreken van een formule waarin de Vader, de Zoon en de Geest werden genoemd.

Voor vrouwen werd de onderdompeling gedaan door de diakones, terwijl de doopformule werd gesproken door de bisschop of de priester die buiten de doopkapel stond of achter een gordijn binnen de kapel.

[De diakones verricht een eerste onderdompeling van de catechumeen. ]

Stem van de bisschop

“Ik doop deze dienares van God [genaamd Agatha] in de naam van de Vader.”

Stem van de diakones

Amen!

[De diakones verricht een tweede onderdompeling van de catechumeen.]

Stem van de bisschop

“Ik doop deze dienares van God [genaamd Agatha] in de naam van de Zoon.”

Stem van de diaken

Amen!

[De diakones dompelt de catechumeen ten derde male onder.]

Bishop’s voice

“Ik doop deze dienares van God [genaamd Agatha] in de naam van de Geest.”

Stem van de diakones

Amen!

Commentator

Denk je eens in hoe fysiek stimulerend dit teken was dat aan de catechumeen werd verricht. Hoewel zij er mentaal op was voorbereid, voelde ze toch de shock van met borst en gezicht ondergedompeld te worden in het koele water, hoofd en haar totaal onder, en dan weer bovenkomen en snakken naar adem. En dat driemaal! Ondergedompeld in God! Beangstigend zoals de opsluiting in een graftombe, en toch vreemd spannend en versterkend. Dat was nog eens een sacrament, en de symboliek bleef in het geheugen geprent.

3.6 De ontvangst

[Vervolgens helpt de diakones de neofiet de doopvont uit en droogt haar met een handdoek.]

Commentator

De vrouwelijke diaken hielp vervolgens de pasgedoopte vrouw de doopvont uitkomen, richting het Oosten. Daar ‘ontving’ zij haar, ‘verwelkomde haar’, om met de woorden van de oude tekst te spreken. Het kwam erop neer dat ze haar droogwreef met een handdoek. Ook hier weer dienen we de vreugdevolle ervaring in te voelen die de pasgedoopte voelde. De diakones wreef zacht haar armen en benen droog en zorgde dat ze de olie die in de huid was opgenomen niet wegwiste, waardoor de neofiet zich helemaal gezond en compleet en nieuw voelde. Ze droogde en kamde het haar van de vrouw en sloot aldus een geestelijke opknapbeurt af die de toelating tot de gemeenschap van gelovigen van de nieuwe christin bezegelde.

3.7 Investituur

[De diakones helpt de neofiet in een wit doopkleed.]

Commentator

Vervolgens kleedde de diakones haar in een wit kleed en sprak een gebed:

Stem van de diakones

“Deze dienares van God [Agatha] is bekleed met het kleed der gerechtigheid, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.

3.8 Zalving met chrisma

[De diakones leidt de neofiet naar de bisschop die haar op het voorhoofd tekent met het teken van het kruis.]

Commentator

Vervolgens leidde de diakones haar naar de bisschop. Deze zalft haar onder het maken van het kruisteken op haar voorhoofd met het heilige chrisma, een speciale olie vermengd met kruiden en voor dit doel gezegend.

De stem van de bisschop

“Het zegel van de gave van de Heilige Geest!”

3.9 Verwelkoming door de gemeenschap

[De vrouw stelt de neofiet voor aan de leden van de gemeenschap die haar omhelzen. Ondertussen spreekt de commentator:]

Commentator

Aan het slot van de doopplechtigheden werden de pasgedoopten verwelkomd door de andere leden van de christengemeenschap. St. John Chrysostom schrijft:

Stem van de bisschop

Wanneer de neofieten uit het gewijde water komen worden ze omhelsd door de hele gemeenschap, die hen begroet, gelukwenst en deelt in hun vreugde. Want ooit waren zij slaaf en gevangene, nu zijn ze in één ogenblik vrije mensen geworden, kinderen die zijn genodigd aan een koninkijke maaltijd. Zo gauw zij uit het water komen worden ze naar de hoogheilige tafel gebracht, de bron van duizend weldaden [d.w.z. het altaar]; zij smaken het lichaam en bloed van de Heer en worden de woning van de Geest: ze zijn bekleed met Christus zelf en zodanig lijken ze waar ze ook gaan op aardse engelen, stralend als een bundel doorbrekend zonlicht.

3.10 Slot

Commentator

Deze schets maakt duidelijk hoe belangrijk de rol was die de diakonessen hebben gespeeld in de doopliturgie. De diakones was niet de hoofdcelebrant maar evenals haar mannelijke tegenpool assisteerde zij de bisschop of de priester bij het toedienen van dit cruciale sacrament. Ze was betrokken bij de heiligste momenten van de doop, de zalving en de onderdompelingen. Het is begrijpelijk dat de kerk ambtsdragers wijdde die sacramenteel voor deze taak waren bestemd.

Einde

Zie ook het script voor het eenvoudige model.

Vertaling Theresia Saers

Join us  .  .  .  !

Als je je geroepen voelt priester te worden, sluit je aan bij ‘CIRCLES’!

‘Circles’ heeft een speciaal ‘forum’ en ‘chatroom’ opzij gezet voor vrouwen die zich geroepen weten tot het priesterambt, om elkaar wederzijdse steun te geven.

Join us  .  .  .  !

Vermeld alstublieft dat dit een document is van www.womenpriests.org!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research