|
|
|---|
Hans Wijngaards presenteert de historische feiten en
animeert het actuele debat.
Door Margriet Gosker. Geroepen maart 2007
blz.3
Al
meer dan een halve eeuw zijn kerkhistorici en theologen bezig met het Raadsel
van Olympias. Zij was een vrouwelijke diaken die haar ambt vervulde rond het
jaar 400 na Christus in de Hagia Sophia, toen die nog de kathedrale kerk was
van Constantinopel. En de brandende vraag die door Olympias wordt opgeroepen,
luidt: Was Olympias nu een echte sacramenteel gewijde diaken - zoals al sinds
de 17e eeuw op grond van bestaande wijdingsliturgieën voor vrouwelijke
diakens door sommigen wordt aangenomen - of had ze slechts een hulpfunctie
zonder enige vorm van sacramentele bediening, zoals door anderen wordt
beweerd?
Het
raadsel van Olympias blijft boeien, want zowel voor- als tegenstanders van de
toelating van vrouwen tot de kerkelijke ambten ontlenen aan Olympias hun
diametraal tegengestelde argumenten.
Lang gekoesterde wens
Voor
wie van rooms-katholieken huize komt is het vrouwelijke diakenschap een lang
gekoesterde wens, een onvervuld verlangen of juist een affront, al naar gelang
de positie die men in deze zaak inneemt. Wie hoog in de hiërarchie is
gezeten zal er meestal weinig voor voelen, terwijl de meeste lezers van dit
blad er -denk ik - al jarenlang op zitten te wachten. Voor de meeste
protestanten is een vrouwelijke diaken al bijna veertig jaar lang een
betrekkelijk normaal verschijnsel, maar ze wordt natuurlijk niet ge-wijd, omdat
protestanten wel kerkelijke ambten kennen, maar geen sacramentele wijdingen.
Van Hans Wijngaards verscheen onlangs een kloek boek: Vrouwen tot diaken
gewijd. Achter deze ambitieuze boektitel zou je
dus op
zn minst een vraagteken verwachten als de auteur van rooms-katholieken
huize is. En dat is hij. Maar nee: de titel van dit nieuwe boek van Hans
Wijn-gaards is opzettelijk niet voorzien van een vraagteken. En toch is het de
auteur gelukt een bisschoppelijke aanbeveling voor zijn boek in de wacht te
slepen van de hand van bisschop R. Vangheiuwe van Brugge. Dat lijkt mooi, maar
is de bisschop het dan met de strekking van het boek eens? Geenszins. De
bisschop laat in zijn aanbeveling blijken, dat hij erkent, dat er nog
niet voldoende vrouwen zijn die volwaardig deelnemen aan de organisatie van het
christelijke leven, maar dan ziet hij als een mogelijke oplossing nota
bene het herstellen van het diaconaat als een niet-sacramentele
wijding. Een andere mogelijkheid is volgens hem, dat men vrouwen toelaat tot
het ambt van permanent diaken met de bedenking dat daarvoor een
wijding vereist is. Hij ziet het diaconaat dan ook niet als een opstap
naar het priesterschap, maar eerder ais een eigenstandige functie,
die zich vooral richt op de organisatie van de parochiegemeenschappen en de
zorg voor de armen. En daarmee geeft deze bisschop aan het diaconaat
precies die beperkte inhoud, die Hans Wijn-gaards in zijn boek zo warmbloedig
bestrijdt. Dus - met de apostel Paulus - zou ik willen vragen: waarom zijn er
dan aanbevelingsbrieven nodig (2 Kor. 3,1)?
Eenheid van ambten
Het
boek van Wijngaards is allereerst een historische studie, die wil bijdragen aan
het actuele debat over de toelating van vrouwen tot alle kerkelijke ambten in
de rooms-katholieke kerk. Zijn vooronderstelling is de eenheid van de
kerkelijke ambten, zoals uitgesproken door het Concilie van Trente in 1563 en
bevestigd door Vaticanum II. Trente formuleert het zo, dat de katholieke kerk
een hiërarchie kent, die door goddelijk recht is ingesteld en die bestaat
uit bisschoppen, priesters en diakens. Dit .impliceert volgens Wijngaards, dat
Trente de drie hogere wijdingen (en dus ook tiet diaconaat) als volledig
sacramenteel beschouwt. Is de vrouw eenmaal toegelaten tot het diakenambt, dan
breekt vervolgens de dijk door en volgen het priesterlijk en het bisschoppelijk
ambt als vanzelf, omdat er dan geen deugdelijk argument meer is om vrouwelijke
ambtsdragers nog langer uit kerkelijke ambten te weren. Het is er Wijngaards
bijzonder veel aan gelegen om te bewijzen, dat er inderdaad in het verleden
sacramenteel gewijde vrouwelijke diakens zijn geweest.
Als feitelijkheid bewezen
Het
eerste deel van zijn boek bevat een grondig onderzoek naar de feitelijkheid van
het vrouwelijke diakenschap in het vroege christendom van de derde tot aan de
negende eeuw. Met grote ijver heeft Wijngaards de bewijzen hiervoor verzameld.
Deze bewijzen zijn niet echt nieuw, maar wel heeft hij de oorspronkelijke
teksten, waaraan hij refereert en die deze feiten staven als tweede deel in
zijn boek opgenomen. Dat is dan ook de grote verdienste van dit boek, omdat
deze oude teksten nu eenmaal moeilijk toegankelijk zijn. Iedereen kan nu
nalezen wat Clemens van Alexandrië, Epifanius van Sala-mis, Basilius van
Caesarea, Gregorius van Nyssa, Johannes Chrysostomos, Theodorus van Mopsuestia
etc. er van hebben gezegd. Zo kan de lezer de auteur op alle punten helemaal
narekenen en ook zelf een eigen mening vormen. Op heldere wijze toont de auteur
overtuigend aan, dat er van meet af aan vrouwen als diaken zijn opgetreden en
dat deze vrouwen ook sacramentele wijdingen hebben ontvangen, hoezeer andere
rooms-katholieke theologen zich daar ook tegen verzetten door hun
misinterpretatie van de feiten. Hij dient zijn tegenstanders (wijlen de Franse
liturgist mgr. A.-M. Martimort en de Duitse professor dr. G.LMüller)
daarbij trefzeker van repliek. In een strak betoog ontzenuwt hij in zeven
hoofdstukken een scala aan tegenwerpingen en contra-argumenten.
In
deze doorwrochte historische studie, waarin de nieuwste inzichten zijn verwerkt
komt Wijngaards tot geen andere conclusie dan dat het vrouwelijk diaconaat
onomstotelijk als feitelijkheid in de geschiedenis bewezen is. En wat ooit in
de rooms-katholieke kerk werkelijkheid is geweest, dat moet ook in deze tijd
weer kunnen: E facto sequitur posse: uit de feitelijkheid volgt de
mogelijkheid. Als de kerk in het verleden vrouwen sacramenteel heeft gewijd,
dan kan ze het nu ook. Het is dan ook zijn vaste overtuiging dat de uitsluiting
van vrouwen uit de ambten alles te maken heeft met allerlei ingewikkelde
sociale en culturele vooroordelen of eenvoudigweg met de angst voor
menstruatie. Maar die motieven blijven verborgen achter allerlei theologische
schijnargumenten, die een bijbels en theologisch goed gefundeerde argumentatie
verhinderen. In een eerder boek heeft hij dit de koekoeksei-traditie
genoemd.
Ik heb
bewondering voor de schrijver. AI sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is
hij een onvermoeibare pleitbezorger van de wijding van vrouwen (ook tot
priester en bisschop), omdat hij tot zijn eigen verbazing in de bijbel en in de
traditie van de kerk geen houdbare argumenten heeft kunnen ontdekken die dit
verbieden of verhinderen. Al sinds jaar en dag zet hij zich in voor de
organisatie Women Priests en levert hij materiaal aan voor de bijbehorende
website. Toen de paus in 1994 in Ordinatio Sacer-dotalis verklaarde, dat de
discussie over de wijding van vrouwen was gesloten, besloot Wijngaards niet
lang daarna zijn priesterschap neer te leggen om toch vrijuit te kunnen blijven
spreken, daarmee het beginsel logenstraffend dat Roma locuta causa finita (als
Rome heeft gesproken is de kous af).
Ik heb
ook bewondering voor het boek om de ingehouden passie en strijdlust waarmee het
is geschreven. Achter elk feit waarmee de schrijver zijn tegenstanders
confronteert en achter elke tekst die hij als bewijsmateriaal aanvoert voel je
zijn diepe bewogenheid om het onrecht dat vrouwen door deze kerk wordt
aangedaan, door hen op oneigenlijke gronden buiten het bestuur, buiten het
beleid en dus ook buitende macht te houden. In een dergelijke bestuurscultuur
kunnen vrouwen nooit werkelijk enige zichtbare invloed uitoefenen, omdat ze al
bij voorbaat buiten spel worden gezet.
Sacramentaliteit
.Toch
heb ik bij dit boek ook wel een paar kritische vragen. De eerste vraag is
waarom de auteur zoveel nadruk legt op het sacramentele van het ambt. Zit hij
nog te veel verstrikt in het systeemdenken van het sacramentele heilsbestel en
kan hij zich daar niet uit bevrijden? In een boeiend hoofdstuk weerlegt hij het
contraargument dat het spreken over het sacramentele in het eerste millennium
een anachronisme zou zijn, omdat deze discussie pas in de 12e eeuw zou zijn
opgekomen. Hij zet een heel betoog op om te bewijzen, dat het geen anachronisme
is om ook in die eerste periode van de christenheid over sacramentele wijdingen
te spreken. Want al wordt de terminologie nog niet gebruikt, dat betekent nog
niet dat de zaak zelf niet zou hebben bestaan. Maar voor de toelating van
vrouwen tot de kerkelijk ambten zijnnog tai van andere argumenten aan te
voeren. Dus waarom dit smalspoor?
Mijn
tweede kritische vraag is: waarom doet de auteur zoveel moeite om onweerlegbaar
te bewijzen, dat het vrouwelijke diaco-naat inderdaad als sacramentele wijding
in de geschiedenis van de kerk heeft bestaan, terwijl hij aan de andere kant
heel goed weet, dat het hier helemaal niet om wetenschappelijk onweerlegbare
argumenten gaat, maar om irrationele vooringenomenheden en theologische
onhoudbare speculaties. En daarom weet iedereen van te voren, dat je zelfs met
het sterkste bewijs van de wereld deze ongelijke strijd nooit zult kunnen
winnen.
Dat
gebeurt pas als de Heilige Geest de kans krijgt om de dubbele beglazing
van het toegeslo-ten gebouwvan de mannelijke hiërarchie te doorbreken,
zodat er een verfrissende wind kan gaan waaien, die ruimte schept, ook voor
vrouwen...
Dr. M.
Gosker is PKN-predikante in Venlo. Dit artikel verschijnt gelijktijdig ook in
MV-NU, het info- en contactblad van de Mariënburg-vereniging.
Hans
Wjjngaards: Vrouwen tot diaken gewjjd Historische feiten en
actueel debat. Heeswjjk/Averbode 2006,224blz.,f7,-.


In dit boek gaat Hans Wijngaards in
op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het
jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op
zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert
Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van
vrouwen tot diaken.
Klik hier!