Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Helaas, zij was een vrouw.

Helaas, zij was een vrouw.

Hoofdstuk Vijf

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Wanneer ik de teksten lees die vroegere Bijbelgeleerden gebruikten voor de officiële liturgie van het feest van Maria Magdalena, zie ik dat hun gedachten dezelfde kant op gingen. Ook zij vergeleken haar grote liefde met die van het meisje in het Hooglied, het gedicht dat vaak werd gelezen in de Joodse sabbat liturgie en waarmee Maria Magdalena vertrouwd moet zijn geweest.

‘Op mijn legerstede des nachts
zocht ik mijn zielsbeminde;
ik zocht hem, maar ik vond hem niet…

Ik wil opstaan en rondgaan in de stad,
op straten en pleinen
en mijn zielsbeminde zoeken;
ik zocht hem, maar ik vond hem niet…

De wachters die in de stad hun ronde deden,
troffen mij aan;
"Hebt gij ook mijn zielsbeminde gezien?"

Nauwelijks was ik hen voorbijgegaan,
of daar vond ik mijn zielsbeminde.
ik greep hem vast en wilde hem niet loslaten,
totdat ik hem gebracht had in het huis van mijn moeder
in de kamer van haar die mij baarde.’

Voor iemand als Maria Magdalena kan het leven niet gemakkelijk zijn geweest. Het speelde zich af rond Tempel en Wet, heel sterk het domein van priesters en schriftgeleerden, een mannenwereld. Het feit dat ze gezien werd als een vrouw met uitgesproken eigen opvattingen op het gebied van de religie moet haar tot buitenstaander hebben gemaakt, iemand die ‘anders’ was. We weten allen wat het betekent anders te zijn in een gemeenschap die zeer naar binnen gekeerd is, zeker tijdens een bezetting door een vreemde mogendheid. Onder zulke omstandigheden wordt het meer dan ooit beschouwd als noodzakelijk dat men zich conformeert aan traditionele opvattingen.

Aangezien de meeste lezers waarschijnlijk vertrouwd zijn met de evangelieteksten, mag ik er misschien aan herinneren dat er minstens zevenmaal afkeurend gesproken wordt over Maria of minachtend op haar neergezien door degenen die haar meest nabij waren. Eenmaal was het haar zus Martha die het niet goed vond dat zij bij de leerlingen durfde te gaan zitten in plaats van Jezus dienen als een nederige dienstmaagd. Tot driemaal toe zijn het de leerlingen in de verschillende verhalen van de zalving die bezwaar maken tegen haar gebaar. Verder is er de Farizeeër –gastheer, wiens boze gedachten onmiddellijk worden opgepikt en gecorrigeerd door Jezus. En toen ze kwam getuigen van de verrijzenis werd ze geschoffeerd om haar getuigenis alsof ze gewoon een vrouw was die kletspraatjes verkocht (Lukas 24,11 en Marcus 16,11).

Het is overduidelijk dat Maria iemand was die heel gemakkelijk de mensen provoceerde door haar gedrag. Sommige mensen wilden daarom liever niet met haar gezien worden. Jezus deed anders. In geen van deze gevallen keurt hij haar handelen af, haar daden worden door hem juist geprezen en gesteld tegenover die van degenen die iets op haar hebben aan te merken. Daar is bijvoorbeeld de veroordeling door de Farizeeër in het verhaal van Lukas over de zalving. De oorspronkelijke Griekse tekst gebruikt hier het woord hamartolos. Hoewel dit woord zeker kan betekenen zondares, hadden de vertalers even goed de tweede betekenis kunnen kiezen, namelijk die van een persoon die er verkeerde opvattingen op na houdt. Het hebben van een onorthodoxe opvatting is namelijk in de ogen van de farizeeër minstens even verkeerd. Zijn gast Jezus, die hij met zoveel minachting behandelt, zal om die reden enkele dagen later worden terechtgesteld. Het verhaal dat Jezus vertelt wanneer hij de gedachten van de Farizeeër oppikt is zwaar van ironie. Hij jongleert met de begrippen zonde en liefde, respect en gebrek daaraan, het gedrag van Maria en dat van de ‘gastheer’. Jammer genoeg had men in die dagen de mogelijkheid nog niet de toon over te brengen die de muziek maakt, zoals de Fransen zeggen. De lezer beseft echter terdege dat Maria er beter af komt dan de Farizeeër.

Vrouwen en hun geloof. In zaken die geest en ziel betreffen zijn en worden vrouwen vaak ondergewaardeerd. Het is hun taak geliefden te zijn en moeders en huishoudsters. Geest en ziel kunnen beter worden overgelaten aan de wijsheid van mannen. Het dienstwerk van Jezus nu hielp vrouwen hun historisch gefundeerde gevoelens van minderwaardigheid te boven te komen.

In Israel werd aan de naam van een gehuwde vrouw die van haar man of haar zonen toegevoegd om haar te identificeren. Was een vrouw ongehuwd, een zeldzame situatie, dan moest men dus uitzien naar een ander middel, bijvoorbeeld de naam van een stad waar ze een of andere relatie mee had. Zo horen we dus van Johanna, de vrouw van Chusa, Maria, de moeder van Jakobus en Jozef en Maria van Magdala. Het feit dat er in de vier evangeliën geen naam van een echtgenoot of van zonen wordt genoemd in verband met Maria, maar die van een stad, wijst er dus waarschijnlijk op dat zij nooit gehuwd is geweest, een feit dat in haar cultuur iets was waar mensen niet gelukkig mee waren. Dit feit, gevoegd bij haar duidelijk sterke karakter en haar tegendraadse volgen van Jezus, zijn een reden te meer voor haar tijdgenoten om haar te zien als ‘een geverfde vogel’, een vreemde vrouw, iemand die de mensen door haar afwijkende gedrag soms vrees inboezemde. Een persoon met de verkeerde houding, ik zeg het nogmaals, een hamartolos. Een soort heks of duivelin, onrein in de ogen van de mensen en vooral van de Farizeeën.

Wat ik zie is veeleer een vrouw die haar ogen gebruikt om te zien, haar oren om te horen, die in haar ziel de genade toelaat. Zo'n vrouw, die zo anders is dan de middelmaat, moet wel sterke reacties oproepen, onbegrip, mogelijk een zekere angst. Maar het is geen eigengereidheid van haar, ze heeft haar roeping niet gekozen, ze is gekozen, voordat ze zelf kiezen kon. Jezus zal later zelf uitleggen dat het niet de mens is die God kiest, maar dat God die de mens kiest, hetzij man of vrouw. Nu de roeping in haar leeft, is ze echter niet te stuiten. Evenmin als Johannes, of als Jezus.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !