Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Verbijstering

Verbijstering

Hoofdstuk Twaalf

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Mogelijk was Maria aanwezig op de bewuste dag dat een rijke jongeman Jezus benaderde met de vraag wat hij moest doen om het eeuwig leven te verkrijgen. ‘Verkoop wat je bezit en geef het geld aan de armen; dan mag je terugkomen en mij volgen en een schat hebben in de hemel.’ De jongeman vond de voorwaarden te hard en was weggegaan. Toen Jezus zijn leerlingen waarschuwde dat het heel moeilijk is voor een rijke om het koinkrijk binnen te gaan, ‘nog moeilijker dan voor een kameel om door het oog van een naald te komen’, waren zelfs zij verbijsterd en bezorgd. Petrus reageerde, ‘En wij die alles verlaten hebben, wat zal ons loon zijn?’ Het plechtige antwoord van Jezus moet Petrus en de andere leerlingen nog meer verbijsterd hebben.

Er is niemand die huis, broers en zusters, vader, kinderen of land verlaten heeft omwille van mij en het evangelie, die het niet honderdvoudig vergoed krijgt in huizen, broers, zussen, vader, kinderen of land –weliswaar met vervolgingen - hier in de tijd en in de komende wereld het eeuwige leven.’

De goederen van dit leven en vervolgingen in een adem genoemd. Stel je voor!

Maria had datgene gedaan wat Jezus van zijn volgelingen vroeg. Ze had afstand gedaan van haar bezit en ze was zich heel goed bewust dat de beloften die ze zojuist had gehoord al werkelijkheid werden in haar leven. Ze had gevonden wie ze al heel haar leven had gezocht, de Rabbi, maar haar zoektocht had gemaakt dat de mensen haar gingen vermijden. Nog vóór ze hem ontmoette, vanaf het moment dat haar zoektocht begon. Vanaf de dag dat ze verkozen had zijn leerling te worden en hem te volgen waarheen hij maar zou gaan, tot de dood aan toe, was de minachting van orthodoxe gelovigen haar deel geworden. Zij die haar Rabbi onvoorwaardelijk liefhad, moest door een jammerlijk misverstand het stigma dragen van een voormalige prostitué te zijn, iemand die bezeten was van zeven duivels.

Naar wie zond Jezus zijn eerste leerlingen met bovenstaande leer? "Ga niet naar de steden der heidenen", zei hij. "Ga eerst maar naar de verloren schapen van het Huis van Israël." Ongetwijfeld zijn de heidenen die hij bedoelde de inwoners van de steden met sterk hellenistische invloeden; de bewoners daarvan waren meer dan de joden gericht op een materialistisch bestaan. En waar je schat is, daar is je hart. Als jij je hart verknocht hebt aan materialistische geneugten, valt het moeilijker de overstap te maken naar het koninkrijk dat Jezus preekt. Hij wil die steden zeker niet uitsluiten van onderricht maar daar ligt niet de prioriteit. Nergens lezen we dan ook van een bezoek van Jezus aan een stad als Magdala, maar deze stad valt evenmin een doemvonnis ten deel. Hoe kan het ook, met zo'n inwoonster?

Wat opvalt bij het onderricht is, dat Jezus niet bang is voor verandering. Voor mensen die zo sterk aan de Traditie hechten als de schriftgeleerden en vooral de farizeeërs is dit nauwelijks te verteren. Jezus stelt met klem dat iemand die onderwezen is in het rijk van God is 'als een huisvader die uit zijn schat oud en nieuw tevoorschijn brengt'. Voor de farizeeërs is het niet te verteren dat je het geloof moet ontvangen als een kind, zoals Maria in Bethanië gedaan heeft. Nog veel minder hebben ze waardering voor het gebod van Jezus dat de eerste de laatste moet worden, de heer als de dienaar. Enkelen van hen erkennen weliswaar openlijk dat Jezus de Wet Gods naar waarheid leert, maar men durft zich toch niet goed bij hem aansluiten, en behalve degenen die zich in de nacht melden voor onderricht, behoren er geen farizeeërs tot zijn volgelingen. Er zijn duidelijk drie theologische scholen: die van de farizeeërs, die van Johannes de Doper, en die van Jezus van Nazareth. (Luc. 5,33) De laatste twee liggen in elkaars verlengde: Johannes bereidde de komst van Jezus voor, en preekte vooral de boetvaardigheid; Jezus gaat verder dan de boetvaardigheid en preekt de liefde. De school van de farizeeërs bracht de Wet en de Profeten op een geheel andere wijze. Trouw aan het oude en overgeleverde, en dan letterlijk, dat is in hun ogen de grootste volmaaktheid. Dat is hun wereld, dat is hun theocratie. Verstard, verstijfd, maar de hunne. Een rijk van naastenliefde wensen zij niet te aanvaarden; dat zou tornen aan hun machtspositie. Het moet dus buigen of barsten, en Jezus zegt het zijn leerlingen duidelijk: 'Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard'. De messen worden al gewet, de zwaarden getrokken, en Jezus weet dat hij Johannes zal volgen in de dood.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !