Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Lazarus. Een heel bijzonder teken.

Lazarus. Een heel bijzonder teken.

Hoofdstuk Zestien

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Het is mogelijk dat Maria en de vrouwen die met haar optrokken vooruit gereisd zijn in verband met hun speciale opdracht, namelijk het vinden van onderdak voor hun Rabbi. Hoe dan ook, Maria is in Bethanië wanneer Jezus voor de laatste keer richting de Tempel gaat. Het toeval treft dat haat broer Lazarus ernstig ziek is. Wanneer er een boodschapper komt met het bericht dat zijn vriend Lazarus in stervensgevaar verkeert, vertrekt de Meester niet onmiddellijk richting Bethanië. Johannes tekent het verhaal op. Opvallend is dat hij hierbij ook de naam onthult van de vrouw die de Heer zalfde, namelijk Maria van Bethanië. De omstandigheden van de zalving zelf vertelt hij pas later.

‘Er was een man, Lazarus geheten, die in het dorp Bethanië woonde met de twee zussen Maria en Martha, en hij was ziek. Het was deze Maria, de zus van de zieke Lazarus, die de Heer zalfde met olie en zijn voeten afveegde met haar haren. De zussen zonden een boodschap naar Jezus, ‘Heer, de man die u liefhebt is ziek’. Toen Jezus dit bericht ontving sprak hij, Deze ziekte loopt niet uit op de dood maar God zal er door worden verheerlijkt en de Zoon van God zal er door worden verheerlijkt’. Jezus had Martha en haar zus en Lazarus lief, en toch, toen hij hoorde dat Lazarus ziek was, bleef hij nog twee waar hij was vóór hij tegen de leerlingen zei, `laten we naar Judea gaan’. De leerlingen zeiden. ‘Heer, nog zo kort geleden wilden de Joden u stenigen en nu gaat ge weer terug?’ Jezus antwoordde, De dag heeft toch twaalf uren? Men kan overdag lopen zonder te struikelen, omdat hij het licht van de wereld heeft om te zien; maar als hij ‘s nachts loopt, struikelt hij, omdat er geen licht is om hem te leiden’.Ook zei hij nog, ‘Onze vriend Lazarus rust, ik ga hem wekken’. De leerlingen zeiden tot hem, ‘Heer, als hij rust wordt hij zeker beter’. De uitdrukking die Jezus gebruikte duidde op de dood van Lazarus, maar zij dachten dat ‘rust’ betekende ‘slaap’, dus Jezus sprak nu duidelijk,’Lazarus is dood; omwille van jullie ben ik blij dat ik er niet bij was, want nu zullen jullie geloven. Maar laat ons naar hem toe gaan’. Toen zei Thomas – ook genaamd de Tweeling – tot de andere leerlingen, "Laten ook wij gaan, om met hem te sterven".

Als Jezus aankomt, ligt Lazarus al vier dagen in het graf. Volgens Johannes was Jezus diep ontroerd.

Toen de Judeeërs aan het graf zijn tranen zagen, meenden ze uiteraard dat de dood van zijn vriend de voornaamste oorzaak was, maar was dat wel zo? Hij wist in feite namelijk heel goed dat de dood van Lazarus niet meer was dan ‘een slaap’. Het is goed mogelijk dat hij andere redenen had voor zijn tranen. Hij wilde immers een teken stellen door Lazarus van de dood op te wekken in plaats van simpelweg een zieke te genezen. Een teken zo ingrijpend dat hij er zijn eigen doodvonnis mee tekende. Hij had al eerder verschillende hints gegeven.

Jezus moest het feit onder ogen zien dat dit nog meer lijden en moeilijkheden betekende voor de vrienden die hem zo trouw waren gevolgd toen de priesters en de Farzeeën zich tegen hem keerden. Voor iemand die zo gevoelig was voor andermans leed als Jezus moet dit om die reden alleen al een van de zwaarste ogenblikken van zijn leven zijn geweest. Hij moet heel goed beseft hebben hoe zwaar hij het geloof van Maria in hem op de proef stelde. Wat er nu gebeurt is ook nog eens parallel aan wat er gebeuren zal met zijn eigen dood en begrafenis. Wanneer Jezus het graf zelf nadert, gaat er bij het zien van de grote ronde steen een pijnlijke ontroering door hem heen om zijn eigen kwetsbaarheid. Het doet hem huiveren. De evangelisten maken duidelijk dat Jezus immers goed weet dat hij zal gaan sterven als hij zich nogmaals in Judea waagt, waar men hem pas nog heeft willen stenigen. Bovendien kan hij zich heel goed voorstellen hoe Maria en de andere leerlingen in die dagen vertwijfeld rond zullen lopen met een verdriet dat hij hun niet kan besparen..

Er zijn heel wat Judeeërs naar Martha en Maria gekomen om hun medeleven te betuigen. Martha hoort dat Jezus er aan komt, ze gaat hem tegemoet, maar Maria blijft om de een of andere reden thuis. Ze heeft het bericht trouwens nog niet gekregen. Mogelijk is haar aandacht totaal bij de dood van haar broer, en moet ze nog de teleurstelling verwerken dat Jezus, die voor zoveel mensen de genezing van ziekte heeft betekend, nu uitgerekend voor zijn vrienden niet tijdig aanwezig is geweest. (Het feit dat Maria in Bethanië is, en niet bij Jezus, kan meerdere redenen hebben; uit de evangeliën blijkt dat de Twaalf ook lang niet altijd lijfelijk aanwezig waren bij Jezus. Ze worden er op uit gestuurd om te prediken en soms schijnen ze ook hun gewone werk weer even op te nemen. De slechte conditie van haar broer kan een reden geweest zijn dat ze een bezoek aan Bethanië heeft gebracht, we weten het eenvoudig niet. Weer is Maria waar men haar niet verwacht.)

Martha is dus helemaal alleen snel naar Jezus gelopen. Zij zegt hoe spijtig het is dat hij er niet was toen Lazarus dodelijk ziek was. En ze voegt er datgene aan toe waar ze eigenlijk vol van is: ‘Maar ik weet dat U zelfs nu nog tot God kunt bidden voor onze broer en dat God U altijd geeft wat U hem vraagt.’

‘Je broer zal verrijzen’, zegt Jezus. Dat klinkt Martha vertrouwd in de oren: ze gelooft in de verrijzenis na de dood. Maar wanneer die komt?

‘Ik ben zelf de verrijzenis en het leven’, zegt Jezus. ‘wie in mij gelooft zal leven, zelfs als hij gestorven is en ieder die leeft en in me gelooft zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat ook?’ Martha voelt de plechtigheid van dit geloofsmoment, ook al kan ze de diepte van deze mededeling in het geheel niet overzien. Ze zegt overtuigd: ‘Ja Heer, ik geloof vast dat U de Messias, de Gezalfde, bent, de Zoon van God die in de wereld is gekomen.’

‘Het komt wel goed’, denkt Martha. Ze gaat snel haar zuster roepen. Ze tikt Maria aan:’De Rabbi is er en vraagt naar je.’ Dat hoeft Martha geen tweede keer te zeggen. Maria staat onmiddellijk op; ze zegt niet eens tegen de bezoekers wat er aan de hand is. De Meester heeft naar haar gevraagd; nu zal alles weer goed komen. Degenen die gekomen zijn voor rouwbeklag, en het zijn er velen, gaan haar achterna, denkend dat ze in haar grote droefheid terug wenst te gaan naar het graf. Er is veel volk getuige van de ontmoeting tussen Jezus en Maria.

Deze laatste zegt precies hetzelfde wat Martha heeft gezegd. Ze moeten het in de droeve dagen voor Lazarus' dood beiden ook vele malen tegen elkaar gezegd hebben: "Als de Heer hier geweest was, zou Lazarus niet gestorven zijn." Jezus zou het niet hebben laten gebeuren, daarvan zijn ze overtuigd.

Wanneer Jezus opdracht geeft de steen weg te nemen, kan Martha het niet laten te waarschuwen dat haar broer al vier dagen in het graf ligt, 'en al ruikt'. Jezus moet haar aan zijn belofte herinneren. Met luide stem beveelt hij Lazarus naar buiten te komen en wanneer dat gebeurt, zegt hij: ‘Maak de windsels los’.

Het is een groots moment maar het is ook het pijnlijk begin van de lijdensperiode. De vele bezoekers kunnen het namelijk niet laten onmiddellijk aan de farizeeërs en de opperpriesters te gaan vertellen waar ze nu weer getuige van zijn geweest. Zij vertellen het op hun beurt aan de opperpriesters. Er wordt een vergadering belegd en het resultaat daarvan is een doodvonnis. De autoriteiten vinden namelijk dat Jezus een gevaar betekent voor de Heilige Plaats en voor de natie. Aldus is de sfeer in Jeruzalem wanneer in Bethanië de noodlottige maaltijd plaats vindt waarbij Maria de Heer zalft.

‘Van toen af aan ware ze vastbesloten hem te doden. Dus kon Jezus niet langer openlijk verschijnen onde de Joden. Hij verliet de streek en ging naar een stad Ephraim, in het grensgebied van de woestijn en verbleef daar met zijn leerlingen.(Johannes 11,54)

Opperpriesters en schriftgeleerden beramen een religieus-politieke moord tegen de Messias, terwijl ze vanuit hun geloof juist geleerd hebben hem te ontvangen. Een van hen bedenkt dat een uitnodiging voor een maaltijd misschien wel een goede gelegenheid schept om hem te arresteren




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !