Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

De opstanding

De opstanding

Hoofdstuk Vijfentwintig

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Wanneer de Sabbat voorbij is, in de donkerte van de vroege morgen, helpen de vriendinnen van Maria, die een even slapeloze nacht hebben doorgebracht als zij, haar linnen, kruiden en olie gereed te maken. Ze haasten zich naar het graf en denken nog niet aan de moeilijkheid die de zware steen zal bieden. Ze denken niet aan de wachters die Pilatus heeft geplaatst, alleen aan dat gefolterde lichaam van hun Rabbi. Zwijgend lopen ze daar, ieder met eigen droeve gedachten. De steen blijkt er niet eens te liggen en de opening is daar open en bloot. Wat heeft dat te betekenen? De steen weggenomen? Hebben anderen het graf geopend en het lichaam van de Meester weggenomen?

Ze komen naderbij in de verwachting daarbinnen niets dan duisternis te vinden. Het lichaam is er inderdaad niet meer, wel de linnen doeken, keurig opgevouwen, die getuigen van het feit dat er een lichaam heeft gelegen. Het lijkt wel of de Meester gewoon is opgestaan en de doeken keurig heeft achtergelaten om ze later weer te kunnen gebruiken. Maar donker is het niet. Er zijn twee stralende witte gedaanten in de graftombe, die de vrouwen aanspreken.

‘Waarom schreien jullie? Waarom zoeken jullie de levende onder de doden?’

Nog terwijl ze zo spreken keert Maria Magdalena zich om en struikelt bijna het graf uit. En het heldere licht van de tuin in. Ze heeft geen belangstelling voor engelen, ze wil haar Meester vinden. Achter zich hoort ze weer een stem en dezelfde vraag.

‘Waarom huil je?

‘Omdat ze mijn Meester hebben weggenomen,’ antwoordt ze. Haar ogen vol tranen, keert ze zich half naar de spreker. Zeker de tuinman. Misschien weet hij er meer van…

Het is geen tuinman. Het is de Rabbi zelf. Maar hoe zou zij, met haar hoofd zo vol afschuwelijke beelden van Jezus, haar Meester levend herkennen in de man die daar staat.

‘Als u hem hebt weggenomen’, zegt ze, ‘zeg dan asjeblief waar u hem gelegd hebt, dan kan ik hem terughalen.’

‘Maria.’De herinneringen overspoelen haar, haar neem zo vele, vele keren door de Rabbi gesproken.

‘Maria.’

‘Rabboni! Lieve Leraar!’

Dat is hij altijd geweest voor haar, haar leraar, haar Rabbi, met woorden van eeuwig leven. Wat is ze trots geweest dat ze tot zijn leerlingen mocht behoren. En ze is een trouw leerling geweest. Mary…’

Eigenlijk past het me niet om mee te blijven kijken naar wat hier gebeurt. Het moet wel voor ons allen duidelijk zijn dat Maria op dat moment haar Leraar uiteraard langer bij zich had gehouden. Toch maakt hij zich vriendelijk van haar los.

‘Noli me tangere!’ Houd me nu niet tegen. .

Hij heeft haar willen opzoeken, maar blijven kan hij niet.

‘Probeer me niet terug te houden. Ik moet gaan. Ik ga naar mijn Vader. Ga jij ondertussen aan mijn broeders zeggen, dat ik hen voor zal gaan naar Galilea. Daar zullen ze me zien.’

‘Mijn broeders’, zo zegt het Vierde Evangelie. Een schrijffoutje van een vermoeide evangelist, die bijna het eind van zijn relaas heeft bereikt? Een normaal menselijk verlangen van Jezus, dat hij eerst de zorg van zijn bloedverwanten wil wegnemen? Of beseft de evangelist dat de discipelen zelf de broeders en zusters zijn van Jezus, kinderen van de Vader waarheen hij op weg is.

Ik denk dat laatste.

Maria is verheugd, omdat Jezus leeft en geen lijden meer kent, maar er is duidelijk ook de droefheid dat het samenzijn zo kort is. Ze zou echter Maria Magdalena niet zijn als ze niet onmiddellijk zou zijn weggerend om de wens van de Rabbi uit te voeren. Ze roept de andere vrouwen daarginder bij het graf om te vertellen wat er is gebeurd, dat ze de Meester heeft gezien. Ze hebben een eigen verbazingwekkend verhaal van de engelen die tot hen hebben gesproken, maar het verhaal van Maria slaat alles. Ze haasten zich naar het huis waar ze de leerlingen denken te vinden. Ze kloppen aan. En moeten nog eens kloppen. De leerlingen zitten daarbinnen toch in angst? Dan kijkt er een met een benauwd gezicht om het hoekje van de deur. ‘Wie daar?’

‘Wij zijn het, Maria Magdalena en de vrouwen.’

Ze worden naar binnen getrokken. De vrouwen vertellen haastig hun verhaal. ‘It is us, Mary and the women.’ Hands pull them in.

The women cannot wait to tell them, ‘De Rabbi leeft. Maria heeft hem gezien!’

O nee, dat kan niet. Het graf is verzegeld. Maria kan hem echt niet gezien hebben. Dit zijn overspannen vrouwen. Ze hebben teveel meegemaakt. Ze zijn zichzelf niet meer.’

De leerlingen blijven volhouden dat de vrouwen natuurlijk hysterisch zijn. Vrouwen, wat kun je anders verwachten. Laten zich door hun gevoel meeslepen.

Maar Maria Magdalena houdt aan. ‘De Meester leeft echt. Hij heeft mij een boodschap meegegeven voor jullie. Hij zal jullie voorgaan naar Galilea. Daar zullen ook jullie hem zien. En dat moest ik komen zeggen!’ Helaas geloven de leerlingen er niets van.

‘Toen de vrouwen terugkeerden van het graf vertelden ze alles aan de Elf en de anderen. Deze vrouwen waren Maria van Magdala, Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus. De overige vrouwen die erbij waren vertelden het ook aan de apostelen, maar dit verhaal leek onzinnig, en men geloofde de vrouwen niet.’ (Lukas 24, 9-11)




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !