Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Maria Magdalena, Moeder van de Kerk

Recensie van
Maria Magdalena, Moeder van de Kerk

door Margret E. Arminger, Bosch & Keuning, Baarn 1998. Oorspronkelijke titel: Die verratene Päpstin, List Verlag, München, Leipzig 1997. Vertaling: C.W.J.A. Walraven

De Duitse titel Die verratene Päpstin, die Arminger aan haar boek heeft meegegeven, doet nog duidelijker dan de Nederlandse alvast uit de doeken wat de slotsom van de schrijfster is geworden, nadat zij alle mogelijke feiten en hypothesen omtrent Maria Magdalena de revue heeft laten passeren, namelijk dat de rol van deze vrouw veel groter is geweest dan de kerk ons laat geloven.

Het Voorwoord van het vrij lijvige boek heeft het karakter van een essay waarin Arminger met forse halen een Maria Magdalena schildert, die veel meer aspecten blijkt te hebben dan die van de boetvaardige zondares die de voeten van de meester zalfde en waste met haar tranen.1 Er zijn allerlei suggesties over haar geopperd in de geschiedenis. Apostel, bijzondere vriendin van Jezus, hoofdfiguur van de gnosis. Geestelijke moeder van een soort tegenkerk, degene die de geheime leer van de meester overleverde, ingewijde in de mysteriënreligies van de oudheid, stammoeder van Jezus’ nageslacht. In ieder geval een vrouw tussen de zondige Eva en de onbereikbare heilige Moedermaagd Maria. Een die vandaag de dag nog meer met de relatie tussen de geslachten en met allerlei intermenselijke moeilijkheden van doen heeft dan men zich mogelijk realiseert. Het is de overtuiging van Arminger dat het speuren naar wie en wat Maria Magdalena werkelijk is geweest alleen maar nuttig voor ons kan zijn, en oude verkalkte structuren kan opblazen.

In een heel gedetailleerde inhoudsopgave kunnen we het denkpad van Arminger goed volgen. Een aantal dingen wil ik hier naar voren halen.

De wrevel en afkeer die bestaat bij de mannelijke leerlingen over het functioneren van de vrouw wordt in de evangeliën zelf duidelijk en heeft zich zoals wij weten voortgezet in de loop van de geschiedenis. Het feit ligt er echter: Jezus liet vrouwen deelnemen aan zijn dienstwerk. Arminger zet nog eens bij elkaar op welke plaatsen zelfs Paulus in zijn brieven aangeeft dat vrouwen wel degelijk actief betrokken waren bij de verbreiding van de jonge Kerk. Representanten van de Kerk, van Augustinus via Thomas van Aquino tot aan Bisschop Graber van Regensburg in onze dagen zijn evenwel vlijtig in het afhouden van vrouwen van bemoeienis met geloofszaken en rationaliseren hun afkeer door seksistische uitspraken. “Misschien wordt het hier duidelijk waarom wij eerder op het nauwe verband tussen vrouw en dier wezen: seksualiteit leidt tot beestachtigheid.” (Uitspraak van laatstgenoemde in 1980.)2 De apartheidspolitiek ten opzichte van de vrouwen is werkelijk met ondergrondse wortels in de tijden en de plaatsen verder doorgedrongen dan we ons in het dagelijks leven realiseren.

De schrijfster wijst erop dat het land waarin de gebeurtenissen uit de evangeliën zich afspeelden meer kosmopolitisch en politiek ingewikkeld was dan wij mogelijk beseffen. Sommigen zagen Jezus in die context als vrijheidsstrijder. Bij hem paste wel een vrouw van goeden huize, die een stut en een steun was. In die ingewikkelde wereld ontwikkelde zich langzamerhand het christendom als een religie, tussen de grote traditie van het Jodendom en de oppositie van zeloten, Essenen, afvallige Farizeeën en Nazoreeërs, die zich splitsen in o.a. een gnostische beweging, een die naar de woestijn vlucht en mogelijk de beginfase vormt van de Islam en de wortels van sekten in Syrië en Mesopotamië.

Degenen die de evangeliën schreven over het optreden van Jezus ontkwamen er waarschijnlijk niet aan rekening te houden met die Umwelt. Er waren vele aantekeningen over Jezus die reeds honderd tachtig jaar na zijn dood van Irenaeus, Bisschop van Lyon een doorn in het oog waren. De canonieke evangeliën en de door de officiële Kerk afgekeurde gnostische geschriften hebben echter wel zoveel treffende overeenkomsten dat men moet toegeven dat beide soorten teruggaan op een veel oudere bron van Christusuitspraken. In de gnostische geschriften heeft men de vooraanstaande positie van de vrouw Magdalena uitdrukkelijk bewaard, terwijl de Kerk van Rome die zoveel mogelijk heeft weggedrukt. Eerder genoemde rationalisatie en het verplicht vrijwillige celibaat hebben hun invloed gehad op de houding van een Kerk die deelname van de vrouw in het ambt rigoureus blijft afwijzen tot op de dag van vandaag. Maar haarscheurtjes in het gebouw zijn al te zien en men dient zich te gaan bezinnen op de verlangens van Christus ten opzichte van de vrouw in zijn geloofsbeweging.

Arminger gaat in op het feit dat ten tijde van het optreden van Jezus en Maria Magdalena ook in Palestina nog veel restanten van oudere godsdiensten hun invloed deden gelden. Daarbij de verering van moedergodinnen. Ze wijst er op dat die verering vooraf ging aan het monotheïsme met zijn mannelijk godsbeeld. In de oudste tijden, toen de mensen nog niet het precieze verband zagen tussen de verwekking van kinderen en de geboorte, begrepen ze maar al te goed het belang van de moeder. En waar het er in het christendom om gaat dat het op aarde zal zijn zoals in de hemel, zag men het bij hen juist andersom: in de hemel zoals op aarde. De moeder werd gezien als levengever en voedster en dus moesten er in de hemel wel moedergodinnen zijn. Uiteraard hoorde daarbij het matriarchaat in de maatschappij. Arminger verwijst naar het boek van Merlin Stone, When God was a Woman.3 Zoals de volken de motieven in scheppings- en zondvloedverhalen veelal gemeen hebben, zo zal ook het verhaal van Jezus en trouwens ook Magdalena niet ontkomen zijn aan de invloed van de denkwereld van die oudere tijd. En waar seksualiteit en vrouwelijkheid eerder als heilig werden beschouwd en priesteressen de seksualiteit vierden in de tempel, kwam in een latere tijd, waarin men de rol van de man bij de voortplanting begon te beseffen, in de religies een mannelijke godsbeeld op. In het christendom bracht dat ook een andere kijk op de rol van de vrouw en met name van Maria Magdalena, en botste zodanig met de traditionele denkwereld dat we nu nog moeite hebben de rol van Maria Magdalena helemaal te begrijpen uit wat er over haar is opgeschreven in de evangeliën.

Op meerdere plaatsen bespreekt schrijfster de rol van de Essenen en mogelijke verbanden met Jezus. De tijd waarin hij leefde was ook een eeuw waarin het aan alle kanten rommelde en revolutie in de lucht hing. Hij is zelf een mens met vrijere opvattingen, wat duidelijk is uit sommige van zijn uitspraken, maar eveneens uit zijn houding ten opzichte van de groep welgestelde vrouwen die met hem meetrok. Bij Jezus niet die krampachtige houding tegenover seks, die zoveel van zijn opvolgers heeft gekenmerkt en hen krampachtig een ‘verplicht vrijwillig’ celibaat heeft doen voorschrijven voor ambtsdragers. Met afschuw meldt schrijfster alle gevolgen daarvan, en ze benoemt die, zich beroepend op het boek van Peter de Rosa, Gottes erste Diener.

Een heel hoofdstuk besteedt Arminger aan de vele facetten van de Graallegende, de Orde van de Tempeliers en aan Franse koningen en Katharen, een ingewikkelde maar zeker in verband met Magdalena studies interessante kwestie, en schrijfster put daarbij vooral uit de geschriften van het Engelse auteurstrio Henry Lincoln, Michael Baigent en Richard Leigh.

Arminger laat, althans zo lijkt het wel, geen enkel aspect van de religies in de landen rondom Palestina die het beeld van Maria Magdalena mee bepaald kunnen hebben, buiten beschouwing. Volgens haar waren de tijden en de mensen beweeglijker dan wij soms denken. Joden waren verstrooid over de hele toenmalig bekende wereld en hetzelfde geldt voor Boeddhisten. En zo geeft schrijfster ook commentaar op de hypothese dat Jezus mogelijk in India de beginselen van het Boeddhisme heeft overgenomen. Ze wijst overigens bij alle in dit boek aan de orde gestelde hypothesen ook op feitenmateriaal in historie en culturen. Zo noemt ze de merkwaardige overleveringen over Jezus in Kashmir. En heeft Jezus, zoals hier en daar door schrijvers wordt geopperd, de kruisiging misschien overleefd? De kerk, zo schrijft zij, en passant, betreurt veel en graag Jezus’ lijden, maar bekommert zich veel minder om wie heden ten dage lijdt, en in wie Jezus nochtans zich herkend wil zien.

Dan is er nog een hoofdstuk over Maria Magdalena als schakel tussen Eva en Maria. Arminger gaat in op het tweede scheppingsverhaal en zijn implicaties in het licht van het symbool van de vijgenboom en dat van de slang in de vele contemporaine religies. Het verhaal treft haar als een geslaagde aanval op de suprematie van de heersende moedergodinnen elders

Tenslotte begeeft Arminger zich ook nog op het terrein van de mysteriëncultus, onderzoekt een mogelijk verband met Maria Magdalena, met Lazarus en zelfs met Judas Iscarioth. Met een oproep aan de vrouw om voor zichzelf op te komen in een door mannen bepaalde kerk besluit zij haar boek.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik dit boekwerk, toen ik het enkele jaren geleden ten geschenke kreeg, na het lezen van de eerste hoofdstukken terzijde heb gelegd. Ik wilde me liever concentreren op datgene wat ik uit nauwgezette lezing van de evangelieverwijzingen naar Magdalena en hun context zou kunnen distilleren. Nu, na het lezen van allerlei boeken over het onderwerp, zoals zij gedaan heeft in dat van haar, voel ik me een stuk beter thuis bij de aanpak van Arminger. Door allerlei draden uit het kluwen gebeurtenissen ten tijde van Jezus’ optreden wat nader te bekijken, worden sommige moeilijk verstaanbare passages in verband met hem en met Maria Magdalena toch duidelijker. Uiteraard heb ik ook mijn vragen bij bepaalde plaatsen in het boek. Zo kan ik het bijvoorbeeld, wanneer Arminger Jezus’ houding tegenover zijn moeder aanstipt, niet eens zijn met haar conclusies. Zo schrijft zij bijvoorbeeld dat hij zijn moeder hard en onbegrijpelijk slecht behandeld zou hebben: “Bij de vermaarde bruiloft van Kanaän valt hij zelfs tegen haar uit”, aldus Arminger. Ik zie andere aspecten van de ogenschijnlijk harde woorden van Jezus in verband met Maria, zijn moeder.4 Ik bezwijk voor de bekoring een verre echo van Paulus’ zelfverdediging te poneren. Als Arminger zelfs legenden aanhaalt, dan durf ik Brigitta van Zweden, de bekende mystieke, te citeren. Deze verhaalt hoe zij eens aan de Heer vroeg van wie hij tijdens zijn leven onder ons het meest had gehouden. Het antwoord was: “de heilige Maria mijn moeder, de heilige Johannes de Doper, en de heilige Maria Magdalena.5

Soms heb ik het gevoel dat schrijfster (te) grote stappen zet om snel thuis te komen. Ze is ongetwijfeld zeer belezen; er is een imposante lijst van geraadpleegde boeken. Ik bemerk echter dat zij op punten waar ik zelf iets meer van weet, steken heeft laten vallen. Zij spreekt over vier synoptische evangeliën in plaats van drie, meent zeker te weten dat er bij het Laatste Avondmaal alleen twaalf apostelen aanwezig waren, dat de uitverkiezing van die twaalf apostelen te maken had met de Essenen. Geen enkel woord over de symboliek van de Twaalf Stammen. Uit de Legenda Aurea, die zij vaak citeert, concludeert zij dat onze Maria uit Magdala afkomstig was (de vrouw uit Magdala, pag. 235). Dat staat er echter niet. Het is een boek waar wel erg vaak de zinsnede het kan zijn, en de woorden mogelijk en misschien voorkomen. Zoals gezegd, ik het er uit kunnen leren dat de tijdgeest oorzaak kan zijn van onduidelijke passages in de evangeliën en met name voor die waarin Maria Magdalena voorkomt en dat vanuit meerdere gezichtspunten bekeken de Magdaleense van 2000 jaar geleden een grote figuur genoemd mag worden. Een voortrekker in de Kerk, die op een onbehoorlijke wijze is weggeschreven.

Theresia Saers

Noten

1 Arminger gaat uit van meerdere zalvingen door meerdere vrouwen. In mijn eigen boekje Een albasten kruik en in De identiteit van Maria Magdalena, om je tanden op stuk te bijten heb ik uiteengezet waarom ik een andere mening ben toegedaan.

2 Zie Karlheinz Deschner: Das Kreuz mit den Christentum – eine Sexualgeschichte des Christentums.

3 Helaas staat er in de Nederlandse versie een hinderlijke fout: Als God een vrouw was in plaats van Toen God (nog) een vrouw was.

4 Zie: Er werd bruiloft gevierd. (Homepage zustervannu dicno14)

5 Zie: Marie de Magdala. Thomas Bernard et Jean-Luc Vesco.pag. 5

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !