Openingspagina!
Magdalena en het Lukasevangelie

Meer dan bespraeckte swijgster

Magdalena en het Lukasevangelie

Aan de vele studies over het belang in de Schrift van Maria van Magdala oftewel Maria Magdalena zijn recentelijk twee heel bijzondere toegevoegd. Daar is het werk van Ramon Jusino, die, zich baserend op de studies van R.E.Brown, stelt dat Maria Magdalena de Beminde Leerling van Christus is en tevens de eigenlijke inspirator van het Vierde Evangelie. En er is Esther de Boer, die eveneens Maria Magdalena aan ons voorstelt als de Beminde Leerling, echter uitgaande van andere argumenten. Uit het werk van beide theologen blijkt overduidelijk weer eens dat Maria Magdalena een heel belangrijke rol gespeeld heeft in de nog jonge kerk. Beiden baseren zich grotendeels op bovengenoemd Vierde Evangelie.Tegelijkertijd heeft Dr. Thomas W. Butler een studie uitgebracht over Maria van Bethanië getiteld Let Her Keep It. In zijn werk eist hij de titel van Beminde Leerling op voor Maria van Bethanië, die in Butler’s werk vanaf de dagen van Jezus uitgroeit tot een voortrekker in dezelfde jonge kerk. Ook hij baseert zich op het Vierde Evangelie en maakt daarbij de zalving tot een kerngebeurtenis in zijn studie.

Vanwege de sterke argumenten die de drie geleerden aandragen om de identiteit vast te stellen van de Beminde Leerling zal men met alle drie de schrijvers mee willen gaan in hun conclusies. Wanneer zij alle drie inderdaad gelijk hebben, zou daaruit volgen dat de beide Marias een en dezelfde zijn, zoals in de geschiedenis vaker is gesteld en daar willen velen vandaag de dag niet meer aan.

Men mag wel zeggen dat Maria Magdalena in ieder geval de Beminde Leerling was en is van een enorme menigte gelovigen en er heerst na 2000 jaar Christendom bij het noemen van haar naam nog steeds een goede klank, maar er zijn bijgeluiden, geluiden namelijk van zondigheid, van prostitutie. Het beeld van Magdalena in de geest van de gelovigen is en was dan ook bij lange na niet eenduidig. Zelfs een korte wandeling door de geschiedenis levert zeer verschillende associaties op bij het noemen van haar naam.

Gaandeweg wordt duidelijk dat er aangaande Maria Magdalena een vermenging is opgetreden van de evangelieverhalen. Begrijpelijk, zo gaat het ook met allerlei andere verhalen, parabels en ook met leringen van Jezus zelf in de 4 evangeliën, ze hebben de neiging samen te klonteren. Afgezien van Bijbelgeleerden zullen weinigen zonder de hulp van een concordantie exact kunnen benoemen uit welke elementen een bepaald geloofsgegeven precies is opgebouwd en waar ze de afzonderlijke elementen precies vandaag gehaald hebben. De reputatie van Maria Magdalena nu, wier naam in geen van de vier genoemd wordt in hun zalvingsverhaal, heeft desondanks door de suggestieve wijze van vertellen die Lukas daarbij hanteert, een bepaalde beschadiging opgelopen, alsmede ook een bepaalde, niet nader uitgewerkte, relatie met de stad Magdala. Lukas volstaat met te zeggen dat het een bijnaam was.

Wanneer we spreken over het beeld van Maria Magdalena in de geschiedenis is het wellicht raadzaam een onderscheiding aan te brengen.

  1. Het beeld in de vroege uitingen van kerkelijke kunst;
  2. het beeld in geschreven uitingen, zowel theologische als andere;
  3. het beeld dat door de volksmond wordt verkondigd.

1. Maria Magdalena in de kerkelijke kunst

Dr. Eddie van den Brink, kunsthistoricus en schrijver van Van Romeins tot Romaans wijst er in een artikel in Trouw op dat het uitermate belangrijk is dat theologen ook hun voordeel doen met een studie van de beeldende kunst. In de vroegste kerkelijke kunst, van 200 tot ongeveer 1200, maken de steenhouwers van sarcofagen en kapitelen aanvankelijk in het geheel geen onderscheid tussen de twee Marias. Men toont slechts een vrouw in Christus’ nabijheid in de situaties die ons bekend zijn uit de evangeliën, met name rond zijn dood, begrafenis en opstanding, alsook rond de dood en de opwekking ten leven van Lazarus. De handelingen die ze in zijn tegenwoordigheid verricht worden niet specifiek toegeschreven aan ofwel Maria van Magdala ofwel Maria van Bethanië. De identiteit doet er klaarblijkelijk niet zo toe, wel het belangrijke optreden van deze vrouw.

In iets latere tijd, en met name na het verschijnen van de Legenda Aurea, is het samenvallen van de twee Marias een geliefde opvatting geworden. Toch is het maar een legende, zal men zeggen. Deze Legenda Aurea wordt overigens wel geacht een poging te zijn om samen te vatten wat de gelovigen her en der over de twee Maria’s geloofden. Een Middeleeuwse rationalisatie, zo kan men zeggen, van een bestaande overtuiging, een latent maar daarom niet minder geldig geloofsbesef.

In latere tijden en op allerlei plaatsen in Frankrijk bijvoorbeeld treft men kerken en kapellen aan ter ere van Magdalena. Dan is daar in de buurt vaak ook een heiligdom, een beeld of schilderij van Martha en Lazarus. In een kerk ter ere van Lazarus, zoals in Autun, is de centrale pilaar die geplaatst is in de voorhal versierd met beeldhouwwerk, voorstellende Lazarus met aan weerszijden Martha met een kruikje en Magdalena, eveneens met een kruikje. De binnentredende gelovige kan zich niet onttrekken aan die confrontatie. Het lijkt erop dat de verantwoordelijke geestelijkheid de gelovigen maant dat ook de Bijbelepisode waar deze beeltenis op slaat, een belangrijk deel is van de geloofsschat. De pilaar bevindt zich namelijk tussen de twee enorme deuren waardoor de gelovigen binnengaan. In een andere kerk trof ik in een Magdalenakapel weer die vereenzelviging van de beide Marias aan op een fresco met als onderwerp de opwekking van Lazarus. Martha vlak bij het graf van Lazarus heeft een doek voor de neus, ´Heer, hij riekt reeds´, zo lijkt ze te zeggen. De configuratie hier spreekt weerduidelijke taal.

2. Maria Magdalena in geschreven documenten

In de zesde eeuw concludeert Paus Gregorius de Grote dat de twee Marias in feite een en dezelfde zijn. En passant spreekt hij over haar zondigheid en daarop volgende bekering. Ik noemde al eerder de Legenda Aurea. In haar doctoraal scriptie over Maria Magdalena gaat A.E. Vels Heijn in op de controverse over de identiteit van Maria Magdalena, die startte met Jacques Lefèvre in 1517. Zij schrijft o.a.´Pas in de 16de eeuw werd aan dit tot dan toe aanvaarde beeld van Maria Magdalena getornd. Dan verschijnt in 1517 van de hand van Jacobus Faber Stapulensis (Jacques Lefeèvre d´Etaples) een geschrift waarin hij pleit voor een onderscheid in de drie personen waaruit de persoon van de heilige Maria Magdalena is opgebouwd. De hierop volgende controverse resulteert in 1680 in een te Parijs gepubliceerd "office", waarin onderscheid wordt gemaakt tussen deze drie personen en het instellen van een aparte feestdag voor Maria van Bethanië op 19 januari, naast de officiële feestdag van Maria Magdalena op 22juli.´

Sindsdien zijn een groot aantal werken over deze kwestie geschreven en vandaag de dag houden de Bijbelgeleerden het ervoor dat er inderdaad een samensmelting van drie of nog meerdere figuren heeft plaats gevonden. Tot we dan plotseling weer voor die eeuwenoude vraag staan. En konden we nu maar zeggen, ´Wil de echte Maria Magdalena opstaan?´

3. Het beeld dat door de volksmond wordt verkondigd

In willekeurige volgorde noemen mensen:

Alleen al de versmelting van al die elementen ontleend aan de evangeliën gezamenlijk maakt dat niet alleen het Vierde Evangelie belangrijk is voor de studie van Maria Magdalena, en al evenmin is dat evangelie het enige dat de ware identiteit van deze grote gelovige enigszins verdoezelt. Ook Lukas heeft daar nogal wat aan bijgedragen, vooral in 7,36-50, het verhaal van de zalving, en in 8,1-3.. In Een albasten kruik ben ik dieper ingegaan op de vier zalvingsverhalen. Ik heb getracht aan te tonen dat wat op het eerste gezicht in de evangeliën twee zalvingen lijken te zijn, heel goed afwijkende verhalen over dezelfde zalving kunnen betreffen. Er zijn meer onderlinge overeenkomsten dan verschillen. Het is op zich al merkwaardig dat, waar Lukas altijd in grote lijnen inhoudelijk dezelfde dingen vertelt als Markus en Mattheus en Johannes heel andere zaken vertelt en in andere taal, het bij de zalving andersom is. Lukas is de afwijkende en komt plotseling met een verhaal over zondigheid aanzetten. Johannes volgt de eerste twee. Johannes als commentaar op Lukas? Er schijnt trouwens meer commotie geweest te zijn, want aan het Markusevangelie is achteraf ook de verwijzing naar zeven duivelen toegevoegd. De aardbeving die Mattheus noemt in 27,51 lijkt in later jaren nog steeds repercussies te hebben veroorzaakt.

Er is ook een implosie geweest van de kracht die Maria Magdalena, geloofsgetuige bij uitstek, uitstraalde in de jonge kerk. Lukas is ervoor verantwoordelijk dat in zijn tweede boek, de Handelingen der Apostelen, de vrouwen van het begin naamloos weggemoffeld werden, uitgezonderd Jezus’ moeder. ´Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed, tezamen met enige vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.´ (Hand. 1,14) En toch, ´Toen de dag van het Pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen. Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag en vulde het hele huis waar ze waren vergaderd. Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond en zetten zich op ieder van hen neer. Allen werden vervuld van de Heilige Geest en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.´ (Hand. 2,1-4)

Wat jammer toch, dat van Maria Magdalena in de kerkelijk erkende evangeliën zo weinig woorden zijn bewaard. Desalniettemin is ze een ´bespraeckte swijgster´ geworden, zoals Maria Tesselschade Visscher opmerkte.

Het woord waarmee Maria Magdalena in het Vierde Evangelie haar relatie met Christus bekroont, klinkt luid en duidelijk na. ´Rabbouni. Mijn leraar!´.

Ik pleit ervoor dat Bijbelgeleerden als Jusino en De Boer een diepgaande studie gaan wijden aan het evangelie van Lukas dat verantwoordelijk is voor het vertekend beeld dat vele christenen in de loop der eeuwen van Maria Magdalena gehad hebben. Wellicht komen we dan tot de conclusie dat er óók een eerste woord van haar is, neergeschreven in gebarentaal, ´Maria die mede aan Jesus’ voeten zat`(Luk. 10,39).De klassieke houding van iemand die zich als leerling onder de leerlingen neerzet aan de voeten van de Meester. Die er door Jezus in bevestigd wordt en geprezen.

En heel misschien zien anderen wat ik zie in de leerling die samen met Andreas Jezus achterna ging bij diens Doop(Joh. 1,35-40). Twee leerlingen van Johannes, gretig verlangend naar spiritualiteit, een vrouw die op weg ging met een Andreas, die in de evangeliën net zo’n onderzoekende geest blijkt te hebben als Maria van Bethanië. Waarom zou Jezus later speciaal te gast zijn geweest in de woning van Martha en Maria van Bethanië. Of moet ik zeggen van Maria, bijgenaamd de Magdaleense?

Ó Theresia Saers

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !