Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Recensie van
Marie Madeleine door R.L.Bruckberger

Editions Albin Michel, Parijs 1975.

Eigenlijk ben ik bij het lezen van dit boek niet begonnen bij het levensverhaal van Magdalena, maar bij de annotaties. Ik heb zelf ook verschillende werkjes en artikelen over haar geschreven, en met de Dominicaan Bruckberger ben ik van mening dat iedereen het in het geval van deze vrouwelijke apostel zal moeten doen met een hypothese. De hypothese zal bovendien behoorlijk moeten worden onderbouwd, de mijne evengoed als die van anderen. Omdat ik net zozeer streef naar de ultieme oplossing van het mysterie Maria Magdalena als hij ben ik zeer geïnteresseerd in de methode die door deze schrijver wordt gevolgd.

Wat me opvalt bij Bruckberger is dat hij zichzelf om zo te zeggen opstelt als een detective, met andere woorden, bij de aanvang van zijn zoektocht is niets zeker. Hij zoekt voortdurend nieuwe methoden om zijn doel te bereiken: de identiteit namelijk van de persoon die hij zoekt. Voor hem als voor mij zijn de vier evangeliën het voornaamste document en het voornaamste getuigenis. Hij is er op uit dat het getuigenis steeds belangrijker zal blijven dan de hypothese; het getuigenis moet de hypothese steunen en niet andersom. De auteur wenst zijn personage ook zeker niet te onderzoeken zoals iemand die de natuurlijke historie bestudeert en zijn onderwerp in mootjes hakt als in een herbarium. Als detective wil hij zich rekenschap geven van het feit dat de evangelisten samengespannen lijken te hebben om bepaalde details niet te verschaffen. Bruckberger heeft verband willen leggen tussen alle details die de evangelisten verschaffen, de weglatingen net zo goed als de bijzonderheden die wel zijn gegeven. Al doende spant de auteur al zijn vermogens tot het uiterste in, gebruikt zijn kennis van de theologie, van de spraakkunst, van de letterkunde, de geschiedenis van de Oudheid en van de psychologie om alle gegevens te bestuderen. Uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat het hoogstwaarschijnlijk is dat Maria van Bethanië een en dezelfde persoon was als Maria van Magdala, en dat deze persoon wel degelijk vóór haar ontmoeting met Christus een zondares was, iemand die haar heil zocht in een geheel verkeerde levensinstelling.

Bruckberger schreef zijn boek in 1951, toen er over DNA bij mijn weten nog niet gesproken werd, zeker niet bij het oplossen van misdaden. Als het gebruik van DNA om de identiteit van iemand vast te stellen al bekend was geweest zou Bruckberger nog iets anders zou hebben opgemerkt dat zijn conclusie kan ondersteunen. Hij zou hebben opgemerkt dat ‘het psychologisch DNA’ van Maria van Bethanië en dat van Maria Magdalena identiek was, en dat het wel om één en dezelfde vrouw moet gaan. (1)

De schrijver is van mening dat Maria van Bethanië/Maria Magdalena inderdaad een zondares was, maar wel een vrouw met een magnifieke stijl. Als een jonge vrouw uit een vooraanstaand milieu heeft ze verkeerd in kringen van Hellenisme, en moet ten onrechte de Wijsheid hebben gezocht als courtisane. De ontmoeting met Johannes de Doper zal haar een andere weg gewezen hebben naar de Wijsheid.

Ik heb er altijd moeite mee gehad Magdalena te zien als zondares, maar door het lezen van het boek van Bruckberger heb ik leren begrijpen waarin de zeven demonen eigenlijk hebben bestaan. De schrijver heeft bovendien een oplossing gevonden voor het mysterie van de ambiguïteit in het evangelie van Luc, waar het deze vrouw betreft. Geen poging om haar invloed te verkleinen maar bezorgdheid om de repercussies. Onder de gelovigen uit het Jodendom, omdat een van de grootste vrouwen onder hen een verleden had als zondares. Onder de geloofsvervolgers, omdat zij mogelijk de familie van Bethanïe meer kwaad zouden kunnen doen.

Het is een indrukwekkend boek. Hier en daar is het achterhaald door andere studies, bijvoorbeeld, wanneer hij en passant vermeldt dat het apocriefe Evangelie volgens Maria Magdalena een koptisch geschrift is. Esther de Boer heeft uiteengezet waarom dat niet het geval is.

Wanneer men dit boek leest, kan men en passant dichter komen bij Christus en bij Maria Magdalena. Christus is in het geheel niet geïnteresseerd in het verleden van de mens, in wie die persoon was, maar wat er uit kan groeien.(2) Men voelt zich ondanks dat verleden zelf ook meer tot Magdalena aangetrokken, omdat je het gevoel hebt dat zij van jongs af aan heeft geprobeerd de beperkingen te overwinnen van het verschijnsel mens. Ik beveel de lezing van dit boek van harte aan.

Theresia Saers

Noten

(1) Maria van Bethanie en Maria van Magdala hebben dezelfde karaktertrekken: ze zijn beiden onbevooroordeeld, hebben een sterk verlangen naar kennis en onderricht, zijn moedig, zijn beiden toegewijde leerlingen van Christus, zijn Hem zeer nabij, tonen hem groot respect, hebben een groot geloof en nog meer dan dat, een grote liefde. Ze zijn beiden balsemdragers.

(2) Ik heb het dan ook heel moeilijk met afbeeldingen van Maria Magdalena als boetelingen, alleen gekleed in haar haren.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !