|
|
|---|
1998 Éditions Pygmalion/Gérard Watelet
à Paris
Het boek van Dauxois over Maria Magdalena is uiteen te leggen in en
aantal delen
- De jonge Joodse in een omgeving, sterk gekleurd
door het Hellenisme; de aard van haar zondigheid;
- De zeven demonen;
- De gebeurtenissen in het jaar 29-30;
- Het passieverhaal en de opstanding;
- Enkele conclusies uit de apocriefe evangeliën;
- De traditie van het verblijf van Maria Magdalena in de
Provence.
Dauxois begint met een beschrijving van deze welgestelde en zeer
begaafde jonge Joodse in een omgeving, sterk gekleurd door het Hellenisme.
Schrijfster oppert vervolgens verschillende scenarios als mogelijke
verklaring voor de zondigheid die in het zalvingsverhaal van Lucas aan de orde
komt. Was het alleen al de wens om onderricht te krijgen? Bracht het onderricht
haar misschien in Magdala in de gevaarlijke want zondige omgeving van het hof
van Herodes? Dook Maria Magdalena soms nog verder in leer en leven van de
Hellenistische afgodendienaars? Werd ze een courtisane in dienst van de Griekse
goden? Dauxois maakt duidelijk dat we het niet weten, maar dat het verlangen
zelf naar onderricht in een vrouw door haar Joodse omgeving zonder meer al
sterk afgekeurd werd. En elke geringe afwijking van de voorschriften, zoals
uitgelegd door de Farizeeën, was op zich reeds verderfelijk.
Dat schrijfster vervolgens ook diep ingaat op zeven demonen, op
bezetenheid, lijkt me een en/en veronderstelling, waar de zeven demonen
even goed gezien kunnen worden als een verwijzing naar het totaal verkeerde
levenspad dat deze Maria in haar jonge jaren bewandeld moet hebben, dus slechts
als een andere manier van zeggen..
Dauxois plaatst de hele geschiedenis van het verkeren van Jezus met de
Magdaleense in het jaar 29-30. De bekering en de eerste zalving worden ingeluid
door de moord op Johannes de Doper. Ze stipt enkele gebeurtenissen aan die
vooruitwijzen naar het lijden en de dood van Jezus. De hoofdstukken die daarop
volgen lezen als één lange en indrukwekkende lijdensmeditatie.
Schrijfster gebruikt enkele teksten uit de apocriefe evangeliën om
aan te geven hoe de weg van Maria Magdalena daarna gegaan kan zijn: het geven
van onderricht aan medeapostelen en anderen. Het boek gaat vervolgens in op de
traditie in de Provence, dat Maria Magdalena namelijk in een scheepje daar aan
de zuidkust van Frankrijk op een dag, in een scheepje zonder roer, is
aangekomen. Volgens haar is er meer te zeggen vóór die traditie
dan er tegen. Ze geeft daar vervolgens haar redenen voor. Dauxois besluit haar
boek met een beschrijving van het verblijf van Maria Magdalena hoog in de grot
boven Saint Maximin.
Het zal de lezer opvallen dat schrijfster haar hoofdpersoon zonder meer
wenst te zien als dezelfde als Maria van Bethanië. Slechts in
één enkele voetnoot verwijst ze terloops naar deze
identiteitsvraag.(1)
Het is verkwikkend naar deze hele episode uit de aanvang van het
christendom te kunnen kijken door de ogen van een vrouw die thuis lijkt in de
Schrift, de apocriefe evangeliën en de traditie van de Provence.
Theresia Saers
(1) Hoofdstuk 10, eindnoot 1
Inleiding
Beeld
Meditaties
Bibliografie
Evangelie-teksten
Een Albasten
Kruik
Terug naar home
pagina

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |