Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Maria Magdalena, De mythe voorbij

Maria Magdalena,De mythe voorbij.

Op zoek naar wie zij werkelijk is.

Meinema, Zoetermeer 1996

Samenvatting door Theresia Saers

Lees ook: recensie & hoofdstuk drie!

In haar Woord Vooraf geeft de Boer haar opzet aan met het schrijven van dit boek: het gangbare beeld van Maria Magdalena herzien in het licht van wat de eerste vier eeuwen over deze Bijbelse figuur prijsgeven.

Hoofdstuk Een: het gangbare beeld.

Een vrouw die oproept tot bekering en die een voorbeeld is van overgave en toewijding. Met een groot aantal noten legt de Boer haar bevindingen open na de vele Magdalena studies die zij geraadpleegd heeft. In dit hoofdstuk komen allerlei interessante observaties voor. Zo heeft zowel Catharina van Siëna als Margery Kempe zich schatplichtig verklaard aan Maria Magdalena. Luise Rinser tekent Magdalena als een kritische vrouw die Jezus als gids ervaart in haar levenslange zoektocht naar de zin van haar bestaan. Nikos Kazantzakis daarentegen ziet Maria Magdalena als iemand waardoor Jezus in verleiding zou kunnen komen en zijn dienstwerk opgeven.

We lezen over de aloude zorgpogingen in Engeland voor ‘gevallen vrouwen’, over de stichting Magdala in Hoorn, over The Magdalene Centre in Seoul en tenslotte over ‘Die Gruppe von Maria von Magdala in Duitsland.

Hoe het Vaticaan het beeld van Magdalena herzag en wijzigingen aanbracht in de liturgie van haar feestdag. Hoe er al in 1517 een grote scheur kwam in het alom aanvaarde beeld van Maria van Magdala die dezelfde zou zijn als Maria van Bethanië. Hoe de Oosterse kerk vasthield aan laatstgenoemde opvatting en heel belangrijk, hoe Gregorius van Antiochië in de zesde eeuw in een van zijn preken Christus een ongelooflijk bemoedigende opmerking over de rol van vrouwen in de mond legt, wanneer Hij de vrouwen bij het graf toespreekt.

Hoofdstuk Twee.

In dit hoofdstuk beziet de Boer de oudste geschriften die Maria Magdalena noemen, namelijk de vier evangeliën. Ze behandelt de zin van haar naam, het feit dat vrouwen ware discipelen zijn van Christus, de gebeurtenissen die plaats vonden rond kruis, graf en opstanding.

Schrijfster stelt vast dat de evangeliën wel erg weinig bijzonderheden geven over een vrouw die ogenschijnlijk zulk een belangrijke rol speelde ten tijde van het optreden van Jezus en wat geleerden daarover gedacht hebben. Ze gaat in op de naam Magdala, die aan deze Maria is gaan vastkleven en op het karakter van die stad,. Ze behandelt de feiten die bekend zijn uit de geschiedenis, een roerige tijd, die ook tot de achtergrond van Maria Magdalena behoort.

Uitgebreid wordt ingegaan op de visie van Jezus op de vrouw, in zoverre die valt te distilleren uit de evangeliën. Vanuit ieder van die vier afzonderlijk beschouwt de Boer het discipelschap van Maria Magdalena. Haar conclusie:

‘ Matthéus tekent Maria Magdalena als discipel en als apostel voor de apostelen. Lucas maakt duidelijk dat zij en de andere vrouwen weliswaar discipelen zijn, maar dat zij niet als de twaalf mannelijke discipelen ook geroepen worden tot het apostelschap. Johannes schildert Maria Magdalena uitdrukkelijk wél als discipel en apostel. Marcus roept zijn lézers op om niet alleen discipel, maar ook apostel te worden, mannen zowel als vrouwen, naar het voorbeeld van Petrus en Maria Magdalena.

Bij Marcus, Matthéus en Lucas gaat het bij de opstanding om woorden die de discipelen als groep al voor Jezus’ dood bekend waren. Bij Johannes gaat het om een nieuw getuigenis dat Maria Magdalena aléén èn van de Opgestane te horen krijgt.

Opvallend is verder dat Johannes veel meer gewicht aan Maria Magdalena toekent dan Lucas en dat daarmee tegelijkertijd de positie van Petrus verandert.’

Hoofdstuk Drie

In dit hoofdstuk komen kerkvaders aan het woord vanaf Irenaeus tot en met Augustinus. Maria Magdalena wordt door hen genoemd als apostel en discipel, maar ze mag die rol alleen vervullen als helpster. Soms wordt gemeld dat ze leerlingen had, maar ook daar is er sprake van beperkingen die in die rol aan haar worden opgelegd. Vervolgens gaat schrijfster uitvoerig in op de vele teksten die in de Egyptische woestijn zijn gevonden. Ook hier zijn weer een lange lijst van verwijzingen gemeld.

Lees de volledige tekst van hoofdstuk drie!

Hoofdstuk Vier

Hier komen we dan aan belangrijke nieuwe inzichten. Het Evangelie naar Maria wordt onder de loupe genomen. De lotgevallen van de tekst nadat die in 1896 door een zekere Reinhardt in een winkeltje is aangetroffen. Geleerden die de tekst hebben bewerkt en geïnterpreteerd, Schmidt. Till, Pasquier en Luttikhuizen. En uiteraard de inhoud van de tekst.

Tien van de negentien bladzijden ontbreken. Ook de naam Magdalena. Door vergelijking met andere teksten van dezelfde soort kan men echter wel concluderen dat het hier om Maria Magdalena gaat.

De Boer neemt een vertaling op van de gehele Koptische tekst. Vervolgens spreekt zij over enkele passages die haar bijzonder aanspreken en over de manier waarop drie voorgangers van haar, Till , Pasquier en Tardieu de teksten hebben verklaard, steeds met in het achterhoofd het verband met de gnostiek.

De Boer echter besluit de tekst, zoals zij het noemt, de ruimte te geven en op zichzelf verklaard te worden uit eigen innerlijke samenhang. Na diepgaande beschouwing komt zij tot de conclusie dat dit Evangelie naar Maria de kiem heeft gelegd voor de belangrijke plaats die de gnostiek in allerlei geschriften toekent aan Maria Magdalena, dat het dus niet andersom was, als zou de gnostiek zulk een eerbied voor haar hebben gehad dat zij een gnostisch evangelie over haar geschreven hebben. Bijzondere aandacht krijgt in dit hoofdstuk de onderlinge verhouding van Petrus en Maria Magdalena. Aan het eind merkt zij nog op:

‘ Petrus kwam uit een eenvoudig Joods dorp, Maria Magdalena uit een Joods-Hellenistische handelsstad. Dat betekent dat Petrus zeer waarschijnlijk nauwelijks vertrouwd was met de bewegingsvrijheid van vrouwen die Maria eigen was geworden.’

Hoofdstuk Vijf

In dit korte slothoofdstuk zien we een nieuw fris beeld getekend. Een krachtige persoonlijkheid, wier inzichten gerijpt zijn door het contact met de Helleense wereld en door de roerige tijden waarin ze opgroeide. Ze is geïmponeerd door het geweldloze Koninkrijk van God dat Jezus preekte, zijn helende invloed, zijn spiritualiteit.

Uit het Evangelie naar Maria concludeert schrijfster dat Maria leerlingen moet hebben gemaakt, die met de inspiratie die zij verschafte hun voordeel hebben gedaan.

Tenslotte, de Boer’s speurtocht heeft ook aangetoond dat er meer discipelen waren dan het twaalftal, en dat er ook vrouwelijke discipelen toe behoorden. Eveneens dat er meer authentieke bronnen van kennis over Jezus zijn dan de vier erkende evangeliën. Dat er nog meer is in de traditie dan de evangeliën en de kerkvaders en dat per slot van rekening Maria Magdalena niet de sympathieke boetelinge is, maar een bron van inspiratie. Zij was een Mens.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !