Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Maria Magdalena. De mythe voorbij

Recensie van
Maria Magdalena. De mythe voorbij: Op zoek naar wie zij werkelijk is

Van het zeer goed gedocumenteerde boek van Esther de Boer Maria Magdalena De mythe voorbij : Op zoek naar wie zij werkelijk is (Meinema, Zoetermeer 1996) mag men wel zeggen dat het een zegetocht over de wereld begonnen is. In Nederland, Zweden, Italië, Engeland, de Verenigde Staten en Brazilië ligt het al in de boekwinkel. In een van haar talrijke artikelen over Maria Magdalena merkt de Boer op dat niet met zekerheid valt te zeggen of deze laatste nu al dan niet dezelfde persoon is als Maria van Bethanië. Haar gezagvolle woord brengt mij ertoe onderstaand artikel te publiceren tegen alle opponenten in.

Ik houd het ervoor dat het wel zo is, omdat het wezen van beide personen in de Schrift zo naadloos in elkaar overgaat.

De vrouw uit Bethanië, eerste vrouwelijke leerling, die bij de episode van Lazarus’ dood en opwekking ten leven een duidelijke geloofsbelijdenis spreekt, en die met haar zus en broer genoemd wordt als lid van de vriendenkring van Jezus. De vrouw van de zalving waarvan Jezus zegt dat te harer gedachtenis het verhaal van haar daden verteld moet worden op alle plaatsen waar zijn evangelie wordt gepredikt.

Maria Magdalena, voortrekster van een groep vrouwen, tochtgenoot in Galilea en Judea, tot voorbij Calvarië. Nog met een kruikje olie nadat haar Meester reeds in het graf is gelegd. Apostel van de apostelen. De vrouw wier laatste woord is ‘Rabbouni’, ‘Lieve Leraar’.

Twee vrouwen waarvan we niets anders vernemen dan haar geestkracht, toewijding aan Jezus en spiritualiteit. Alle twee door het contact met Jezus uitgegroeid tot volledig menszijn.

Zo ik het bij het verkeerde eind blijkt te hebben – en op het moment wijden meerdere theologen al hun vakkennis aan dit onderwerp en brengen misschien binnen niet al te lange tijd duidelijkheid - , zo ik het dus verkeerd heb en er zijn twee vrouwen in het spel, dan nog is er bij elk afzonderlijk meer dan voldoende reden voor de bewondering die ik in onderstaand artikel uitspreek.

Een belangrijk maar lange tijd ondergewaardeerd Schriftwoord krijgt in onze dagen weer aandacht en brengt daarmee de figuur van Maria van Magdala opnieuw in de belangstelling. Het betreft een woord dat Matteus en Markus Jezus zelf in de mond leggen. ‘Voorwaar, Ik zeg u, overal in heel de wereld, waar dit evangelie wordt gepreekt, zal ook tot haar gedachtenis worden vermeld wat zij gedaan heeft.’

Het ligt voor de hand dat in onze tijd aan deze oude teksten een eigentijdse interpretatie gegeven wordt, eigentijds maar niet vreemd aan de Traditie. De moderne gelovige herkent immers met vreugde dat zijn interpretatie van Magdalena meerdere aspecten omvat die in eeuwen van kerkelijke kunst óók zijn aangedragen en vastgelegd. Hoe jammer dat ze zo lang te weinig met de gelovigen zijn gedeeld door de voorgangers in onze kerk.

In Frankrijk wordt Maria Magdalena, de vrouw van de balseming van de Heer, in de volksdevotie en in de kunst vereenzelvigd met Maria uit Bethanië, zoals Johannes in zijn evangelie doet.

In mijn speurtocht naar afbeeldingen vond ik onder de naam Maria Magdalena vele malen een vrouw die afweek van het geijkte beeld van de bekeerde prostituee die ligt aan de voeten van de Heer, onderwerp van zo menige preek over liefde en berouw. Zij is een vrouw die staat, terwijl alle apostelen uitgezonderd de jonge Joannes, achter gesloten deuren, angstig en verward, de gebeurtenissen zitten af te wachten. Zij staat zelfs onder het kruis naast Jezus’ moeder, trouw tot in de dood, de woede trotserend van opperpriesters en schriftgeleerden. Met enkele andere vrouwen, met Joannes en met de voormalig cryptogelovige Jozef van Arimatea en Nicodemus, is zij te vinden bij de graflegging, zoals in de ontroerend mooie beeldengroep in de crypte van Chaource. Zij is de vrouw in de tuin van de verrijzenis, waar haar Rabboni deze speciale leerling opzoekt. Soms draagt ze een kruik in de hand, andere keren een kruik plus een boek. Soms is zij een predikende vrouw en zijn de apostelen of de gemeente haar toehoorders.

Waar vindt men die prachtige voorstellingen die van zoveel eerbied getuigen? En waaraan heeft ze die te danken? En waarom lijkt de kerk het belang van haar inspirerende figuur over het hoofd te zien of wetens en willens te verkleinen?

Zelf heb ik vele voorstellingen van haar gevonden in de Franse kunst, dus bij de oudste dochter van de kerk. Daar is een verklaring voor te vinden. Volgens de Franse traditie is Maria Magdalena tezamen met haar broer Lazarus en haar zuster Martha en nog enkele andere vroege volgelingen van de Heer verjaagd van haar geboortegrond, in een onbestuurbaar scheepje gezet en vervolgens veilig aangespoeld aan de Franse zuidkust. Vandaar verspreidde haar faam zich over heel Frankrijk en is vastgelegd in kunstwerken in kerken en kathedralen.

In de Franse traditie dankt Maria Madalena de blijvende eerbied die men voor haar koestert aan de toegewijde verkondiging van de groep en aan het heilige kluizenaarsbestaan van de Magdaleense zelf waar de legenden over verhalen. Ik voor mij wil liever wijzen op hetgeen de evangeli(n over haar zeggen. Dan noem ik haar omgang met Jezus, de gebeurtenissen in Bethani(, het getuigenis van de evangelisten aangaande haar toegewijd en dienstbaar volgen van Jezus en tenslotte de verhalen over haar zalving van de Heer en haar aanwezigheid bij Jezus’ dood en opstanding. Tenslotte ook het commentaar van Jezus op al die zaken. Per slot van rekening is hij de Bijbelverklaarder bij uitstek en zijn beoordeling van de gebeurtenissen is overgeleverd met de Schrift zelf.

In Bethanië staat Jezus op een dag aan de deur van de woning van Martha en Maria. Hij heeft volgelingen en brengt een aantal van hen mee. Hij komt niet uit de lucht vallen. Er is al een tijd sprake van twee profetische figuren, Joannes, ook wel genoemd de Doper, en deze Jezus van Nazareth, waarvan Joannes heeft getuigd dat hij de verwachte Messias is. Je kunt dus zeggen dat dit een niet alledaags bezoek is. Maria moet alert geweest zijn op de laatste ontwikkelingen in het geloofsleven van haar volk en reeds de behoefte van Jezus hebben onderkend om toehoorders en leerlingen te verwerven. Ze komt op de lezer over als een intelligente en gevoelige vrouw. Snel maakt ze een afweging: zal ze hem dienen met spijs en drank voor zijn lichamelijk welbevinden, zoals de wet van de gastvrijheid vraagt, of zal ze daarvan afwijken en tegemoet komen aan zijn zielsverlangen? Haar keus valt op het laatste. Hoewel het tegen de traditionele invulling van gastvrijheid ingaat, hoewel haar schoffering en afwijzing te wachten staan, kiest ze voor wat de Gast van de familie nodig heeft. Hij heeft immers dorst naar hun dorst en hongert naar hun honger, zoveel heeft zij al wel van hem begrepen. Ze zet zich neer als leerling bij de leerlingen. En nog belangrijker, Jezus bevestigt haar keuze, die in wezen een keuze is voor leerlingschap. Let wel, het is, zo zegt hij, een keuze, dus niet simpel gemakzucht of behoefte aan sensatie. Later zal Jezus immers zelf verklaren dat hij ander voedsel nodig heeft dan wat de apostelen, voor hun groep in Sichar zijn wezen halen.

En men mag het woord verklaren hier gerust lezen in de oorspronkelijke zin van verduidelijken. Zijn verklaring van de Schrift werpt ook licht op zijn bezoek in Bethani( en betekent een pluim voor Martha’s zuster Maria.

Het is nogal wat, vrouwen die zich aansluiten bij een rondtrekkende prediker die door de geloofsautoriteiten met argwaan bekeken wordt. Het zijn bovendien keurige vrouwen uit goede gezinnen. Het is niet alleen deze Maria die wel de Magdaleense genoemd wordt, afkomstig uit die welgestelde familie in Bethanië waar Jezus volgens het evangelie blijvend vriendschap gesloten blijkt te hebben met haar broer Lazarus.

Ook Joanna hoort bij het groepje. Zij is de vrouw van Chusa, eveneens een welgestelde vrouw, die door de positie van haar man veelal verkeert in hofkringen, soms in Jeruzalem, dan weer in Galilea. Een andere belangrijke vrouw, vaker genoemd ‘de andere Maria’, is mogelijk de Moeder van Jezus. Er zijn nog Suzanna en Salome en de moeder van de zonen van Zebedeus. Vrouwen hebben eigenlijk nauwelijks een eigen naam, maar worden aangeduid als de moeder van hun zonen (nooit van hun dochters) of de vrouw van die en die. Die laatste is belangrijk, vrouwen zijn dat eigenlijk niet. Dat deze Maria uit Bethani( de leidster wordt van een groep rondtrekkende volgelingen van de ongewenste prediker, wordt zeker niet voor lief genomen door de lokale machthebbers. De leidster krijgt een bijnaam, ‘die van Magdala’, met dezelfde connotatie als wanneer ze in Rotterdam zeggen ‘haar van Katendrecht’. De minachting voor sommige bewoonsters van de stad valt over haar heen. Maar ze zal toch ergens moeten wonen? Jezus heeft nooit een banvloek uitgesproken over Magdala, zoals hij wel deed over Betsaïda en Korazin of zelfs Kapernaum, dat van zichzelf dacht hoogverheven te zijn vanwege de dingen die er door de hand van de Heer waren geschied.

Ik houd het erop dat er voor deze verstandige Maria goede redenen geweest moeten zijn om te kiezen voor een verblijf in Magdala, redenen die waarschijnlijk verband hielden met haar roeping.

Wanneer Lucas de groep introduceert, weeft hij er tegelijk een waas omheen van ziekte en zonde.

Die Lukas toch. Is het niet zo dat hij als ware leerling van de Heer alleen had moeten spreken over de trouwe zorg van deze groep vrouwen en niet over eventuele zonden die eerst vergeven moesten worden? Wanneer zonden eenmaal vergeven zijn, moet er namelijk niet meer over worden gesproken. In zijn verhaal van de zalving, dat vooral afwijkt van dat van de andere drie evangelisten door een ingelast gesprek over zonde en vergeving komt een passage voor die met zichzelf in strijd is. Enerzijds stelt hij dat liefdebetoon een gevolg is van dankbaarheid om vergeving van zonde, maar bij Magdalena, die er als voorbeeld wordt gesteld, wordt eerst de grote liefde geprezen en volgt eerst daarna de vergeving. Hoe kan dat? Liefde en dankbaarheid betonen voor iets dat nog niet heeft plaats gevonden? Het lijkt er op dat de Magdaleense kost wat kost voor grote zondares moet doorgaan, maar was niet veeleer Simon zelf de zondaar en was zijn uitnodiging van Jezus niet de zoveelste strik die een Farizee(r spande voor Jezus? Waarom anders de minachting waarmee hij zijn gast behandelt? Matteus en Markus laten evenals Lukas de zalving plaats hebben bij ene Simon, dus het kan heel goed om dezelfde zalving gaan. Indien dan inderdaad het bewuste gesprek heeft plaats gevonden, hebben laatstgenoemde evangelisten begrepen dat niet Magdalena maar Simon de Farizee(r-gastheer de grote zondaar was en hebben ze hem daarom ‘de melaatse’, genoemd, een man die een slechte smaak in de mond brengt. In hun verhaal en dat van Johannes is Maria de stralende hoofdpersoon.

Tijdens het optreden van Jezus kan men bij de leerlingen eenzelfde aversie waarnemen tegen het optreden van de vrouwen, wat bijvoorbeeld heel duidelijk blijkt, wanneer die het feit van de verrijzenis komen melden aan de elf leerlingen die nog over zijn van de oorspronkelijke twaalf die zo bangelijk alleen maar kunnen zitten wachten op eventuele vervolging door opperpriesters en schriftgeleerden. Beuzelpraat noemen ze de boodschap die de vrouwen namens Jezus zelf afgeven. Beuzelpraat. Wat verwacht je anders van vrouwen? De apostelen schijnen niets geleerd te hebben van het herhaald corrigerend ingrijpen van de Heer. Het lijkt erop dat het optreden van Maria van Magdala als gelovige van formaat de vroege kerk op een zeker tijdstip in het verkeerde keelgat geschoten is. Daarop duidt mogelijk de toevoeging van een tweede slot aan het Markusevangelie. Waar komt anders opeens die vermelding van de zondigheid van onze Magdalena vandaan?

. Is die wrevel ook de reden waarom men en passant ook de naam heeft weggelaten van de vrouw die de Heer zalfde, en waarover Matteus en Markus getuigen dat haar verhaal verteld dient te blijven samen met het evangelie? Een vreemde herdenking, die weigert de naam van de herdachte te noemen. Zijn dit soort gevoelens de reden waarom het Vierde Evangelie met nadruk zegt dat Maria van Bethani( de Heer gezalfd heeft? Let wel, niet alleen zijn voeten, zoals Lukas stelt, maar hemzelf. Lukas is volgens eigen zeggen geen ooggetuige geweest; hij componeert duidelijk een religieus verhaal, waarin de geknielde vrouw aan de voeten van Jezus goed past.

Het is opmerkelijk te zien hoe gelovigen door de Traditie heen haar naam blijven noemen, en wel met grote eerbied en genegenheid. In de gezamenlijk geloofsbeleving is er slechts één vrouw die de Heer zalfde, Maria van Magdala. Het is toch ook nauwelijks voorstelbaar dat hetzelfde geloofsgebaar in twee verschillende vrouwen zal zijn opgekomen, een zo uitzonderlijk gebaar en dan nog in omstandigheden die zo veel gelijkenis vertonen?

Hoe jammer dat de vroege kerk de toon heeft gezet voor een onderwaardering van deze figuur, tot schade voor het geloofsleven.

Was Maria Magdalena ook werkelijk de voorgangster van een groepje? Men krijgt sterk de indruk van wel. Zonder uitzondering noemen de evangelisten haar als eerste van de vrouwen die Jezus volgen, en als eerste van haar die onder het kruis staan, van het groepje vrouwen dat op de morgen van de verrijzenis onderweg is naar het graf en later die morgen van hen die het geopende graf ontdekken.

Wellicht is het goed puntsgewijze bij elkaar te zetten waarin Maria Magdalena een grote, maar tegendraadse gelovige is geweest.

Allereerst bij het bezoek van Jezus aan Bethanië.

Ze is een gelovige die op de hoogte wenst te blijven van wat belangrijk is in het geloofsleven. Ze heeft de ontwikkelingen gevolgd, het optreden van Joannes de Doper en zijn getuigenis omtrent de komende Messias. Anders had zij in hem niet de aangekondigde Messias kunnen herkennen.

Die erkenning geeft zij gestalte door zich aan zijn voeten te zetten. Zij verhoopt aldus onderrichting en inspiratie van hem te verkrijgen. Zij is op dat ogenblik niet bevreesd voor de confrontatie met de mannelijke leerlingen. Zij durft ook de wet van de gastvrijheid te relativeren. Zij durft het commentaar van haar omgeving, familie en overheden te trotseren. Zij besluit hem te volgen.

In de tijd dat zij hem volgde bij zijn rondgang als prediker.

Haar liefde en geloof blijken uit het feit alleen al dat zij hem wenst te volgen als haar Rabbi. Zij ontwikkelt zich op enig moment tot voortrekker van andere vrouwelijke gelovigen. Zij stelt haar wereldlijke goederen ten dienste van Jezus en de armen die altijd om hem heen zijn. Evengoed is zij zelfstandig genoeg om het kruikje terug te houden tot de tijd komt dat de opperpriesters de Messias, de Gezalfde, dit uitwendig eerbetoon zullen geven. Zij is niet slechts iemand die ontvangt, maar een die op haar beurt geeft.

Bij de zalving, kort voor de dagen van Jezus’ lijden en dood.

Zij toont hier, evenals destijds in Bethanië, grote moed door zich ongevraagd te vertonen in het huis van de Farizeee(r, nog wel om Jezus, die door de overheden reeds ter dood veroordeeld is, uitdrukkelijk hulde te betonen en zo morele steun te geven.

Zij kent geen terughoudendheid wanneer zij geeft. Exegeten zijn het erover eens dat het bij de zalving om een zeer waardevol kruikje ging met heel kostbare inhoud.

Haar generositeit blijkt ook uit het feit dat zij de olie niet druppelsgewijze sprenkelt over hoofd en handen van de Heer, maar in één gebaar alles geeft. Ze breekt er zelfs haar kruikje voor.

Ze is royaal in het betuigen van al haar blijken van genegenheid, het tegenbeeld van Simon de Farizeeër.

Ze getuigt openlijk van haar geloof in tegenwoordigheid van de ongelovige geloofsautoriteit. Jezus zelf spreekt bij die gelegenheid over haar profetische gave. Ze verwijst immers naar zijn komende dood en begrafenis en daar overheen symbolisch ook naar zijn verrijzenis in de goede geur die ze om hem heen spreidt. Jezus zelf legt de relatie met zijn latere eigen eucharistische maaltijd, wanneer hij tijdens dit maal bij Simon voorzegt dat de gedachtenis van haar die zichzelf op het spel zet voor hem, allerwegen bekend moet worden en immer moet blijven voortleven. ‘Tot haar gedachtenis’, heet het.

Ook hier toont ze dat ze beter begrip heeft van wat aan de armen toekomt en wat aan de Heer, dan de aanwezige apostelen die mopperen. En tenslotte: Jezus zelf prijst haar optreden.

Tijdens de dagen van Jezus’ lijden en dood: Wanneer de apostelen het laten afweten blijft zij met enkele andere vrouwen in zijn onmiddellijke nabijheid. Ze bezwijkt niet: ze staat onder het kruis. Ze zet zich nog enige tijd bij het graf neer, tot zijn begrafenis zo goed en zo kwaad als het kan is geregeld.

Ze neemt de andere vrouwen mee naar Bethanië en bedenkt onderwijl wat ze nog zal kunnen doen wanneer de sabbat eenmaal voorbij is. In de vroege morgen is zij met de andere vrouwen alweer onderweg om hem te verzorgen. De apostelen zitten nog steeds achter gesloten deuren, zelfs de jonge Johannes.

Na de opstanding:

Jezus zelf komt haar groot geloof belonen wanneer hij haar opzoekt, haar eerst voorzichtig aanspreekt met ‘vrouw’ en haar tenslotte noemt bij haar eigen naam: ‘Maria.’

Zoals hij heeft gezegd: ‘Mijn schapen kennen mijn stem.’ ‘Rabboni!’, ‘Lieve Leraar!’ zo luidt het antwoord van Magdalena.

Zij is gehoorzaam. Zij zet haar eigen verlangen om hem bij zich te houden opzij. Met de vrouwen gaat zij het goede nieuws brengen aan de apostelen, waarvan ze eigenlijk wel vermoeden kan dat die haar niet zullen geloven.

Ik zou willen dat er over mijzelf en vele andere gelovige vrouwen een soortgelijk rapport geschreven zou kunnen worden.

Zie ook: Maria Magdalena. De Mythe Voorbij, samenvatting door Theresia Saers

Theresia Saers

Mark. 14, 9.

Johannes 11,2. Wanneer men de 4 zalvingsverhalen naast elkaar legt, zou men inderdaad een lans kunnen breken voor de opvatting van de Fransen aangaande de identificatie van Maria van Bethani( met de Magdaleense. Vgl. Een albasten kruik door Theresia Saers. Uitg. Syntax Tilburg (1998).

Joh. 4, 31-32.

Joh. 11,5.

Matt. 11,21.

Luk. 8,1-3

Markus 16,9.

Zij doet van harte mee met het gebruik dat zich langzamerhand ontwikkelt om de eigen goederen te bestemmen voor dienst aan Jezus en aan de armen. Het kostbare albasten kruikje is de uitzondering die de regel bevestigt. Dit valt op te maken uit het commentaar van Judas bij de zalving, dat ze het kostbare kruikje met inhoud te gelde had moeten maken ten bate van de armen. Het gebruik dat we in de Handelingen tegenkomen bestond dus al ten tijde van Jezus’ optreden in Galilea.

Vgl. Matt. 26,11. Mrk.14, 7. Beide teksten werpen licht op de beslissing van Maria in Bethani( om liever in de geestelijke honger en dorst van de gast te voorzien dan in de lichamelijke. Gasten komen vaker aan de deur, Jezus’ bezoek is echter uitzonderlijk waardevol.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !