|
|
|---|
door Esther de Boer
noot
De
vertaling is van de Koptische tekst, zoals Pasquier(1) die geeft in haar
commentaar, hetwelk is gebaseerd op een grondige studie van het oorspronkelijke
manuscript. De woorden tussen vierkante haakjes zijn die welke moeilijk te
lezen zijn. De vertaling is letterlijk in de zin dat, wanneer een Koptisch
woord meer dan eens voorkomt, ik het telkens heb getracht te vertalen door
hetzelfde Nederlandse woord. De woorden of zinnen tussen haakjes komen niet
voor in de Koptische tekst. Ik heb die toegevoegd om mijn interpretatie te
geven van de betekenis van bepaalde verzen. De eerste bladzijden, pag. 1-6 van
het manuscript ontbreken.
Note 1. Pasquier 1983, p.28-47. Voor de Griekse tekst van P Oxy 3525 and P Ryl
463 met tekstkritische noten zie Lührmann 1988, pag.324-325 en p.328-330.
(de
bladen l - 6 ontbreken)
[7]
[............] de materie dus, zal ze vernietigd worden of niet?
De
Verlosser zei:
Alle natuurlijke verschijnselen, alles wat gevormd is
en alles wat gemaakt is: het bestaat in en met
elkaar en het zal weer tot
op hun eigen wortel losgemaakt worden,
want de Natuur van de materie wordt
losgemaakt
tot op de dingen die eigen zijn aan haar Natuur alleen.
Hij
die oren heeft om te horen, moge hij horen".
Petrus zei tot Hem:
Zoals U ons alle zaken hebt verteld,
zeg ons dit andere, wat is de
zonde van de wereld?"
De Verlosser zei:
Er is geen zonde, maar
jullie zijn het die de zonde maken,
wanneer jullie de dingen doen
die
overeenkomen met de natuur van het overspel,
die men noemt: de zonde.
Daarom is de Goede gekomen in jullie midden
tot de dingen die eigen zijn
aan alle Natuur,
om haar neer te zetten in haar wortel".
Verder
voegde Hij eraan toe, hij zei:
Daarom zijn jullie ziek en sterven
jullie,
omdat [......]
(8)
Hij die begrijpt, moge hij begrijpen.
[De materie heeft] hartstocht
voortgebracht, die
omdat ze gekomen is uit een tegen-natuur, zonder vorm
is.
Sindsdien is er verwarring in het gehele lichaam.
Daarom heb ik
jullie gezegd:
Weest volledig zeker en laat je niet overtuigen (door
wat tegen de Natuur is),
want jullie zijn al overtuigd (door de Goede)
in tegenwoordigheid van de verschillende vormen van de Natuur.
Hij
die oren heeft om te horen, moge hij horen".
Toen de Gelukkige deze dingen
gezegd had,
omhelsde Hij hen allen, terwijl Hij zei:
Vrede zij
met jullie. Mijn vrede, breng haar voor jullie voort.
Zorg ervoor dat
niemand jullie misleidt door te zeggen: Zie hier! of Zie
daar!,
want de Zoon des Mensen is in jullie binnenste.
Volg Hem
na. Zij die Hem zoeken, zullen Hem vinden.
Ga dus en verkondig het
Evangelie van het Koninkrijk.
(9)
Stel
geen enkele grens vast dan die Ik heb vastgesteld voor jullie
en geef geen
wet zoals de Wetgever,
opdat jullie niet vastgehouden worden door hem".
Nadat Hij deze dingen gezegd had, ging Hij weg.
Maar zij, bedroefd
als ze waren, huilden erg, terwijl ze zeiden:
Hoe zullen we naar de
volken gaan en hoe zullen we verkondigen
het Evangelie van het Koninkrijk
van de Zoon des Mensen?
Als ze Hem niet hebben gespaard, hoe zullen ze ons
dan sparen?
Toen stond Maria op, ze omhelsde hen allen, ze zei
tot haar broeders:
Huil niet en wees niet bedroefd. En maak geen twee
harten,
want Zijn genade zal met jullie allen zijn en zal jullie
beschutten.
Laten we liever Zijn grootheid prijzen, omdat Hij ons toebereid
heeft,
Hij heeft ons Mens gemaakt.
Toen Maria deze dingen
gezegd had,
keerde ze hun hart naar binnen, naar de Goede
en ze
begonnen de woorden van de [Verlosser] te bespreken.
(10)
Petrus zei tegen Maria:
Zuster, we weten, dat de Verlosser jou meer
liefhad
dan de rest van de vrouwen.
Zeg ons, de woorden van de
Verlosser, die jij je herinnert,
die dingen die jij weet en wij niet.
Ook hebben we ze niet gehoord".
.
Maria antwoordde, ze zei:
Wat voor jullie verborgen is, zal ik jullie
vertellen.
En ze begon tot hen deze woorden te zeggen:
Ik, zei ze, Ik zag de Heer in een visioen
en ik zei tot
Hem: Heer, ik zag U vandaag in een visioen.
Hij antwoordde, Hij
zei me:
Gezegend ben je, omdat je niet wankelt wanneer je Mij
ziet.
Want op de plaats waar het verstand (nous) is, daar is de
schat.
Ik zei Hem: Heer nu, degene die het visioen ziet,
ziet hij dat met de ziel (psyche) of met de geest (pneuma)?
De
Verlosser antwoordde, Hij zei:
Hij ziet niet met de ziel noch met de
geest,
maar met het verstand,
dat [is] in het midden van die twee,
dat is [het dat] het visioen ziet en dat is het [......]
(de
bladen 11-14 ontbreken)
(15)hem en de Begeerte zei:
Ik heb je niet gezien, toen je naar de
aarde onderweg was,
maar nu zie ik je, terwijl je onderweg bent naar de
hemel.
Hoe kun je (me) bedriegen, terwijl je me toebehoort?
De
ziel antwoordde, ze zei:
Ik heb jou gezien, jij hebt mij niet gezien
en je hebt me niet bemerkt.
Ik was voor jou als kleding en je hebt me
niet herkend.
Toen ze deze dingen gezegd had,
ging ze luid
jubelend weg.
Opnieuw kwam ze bij de derde macht,
die men
de Onwetendheid noemt.
[Ze] ondervroeg de ziel, terwijl ze
zei:
Waarheen ben je onderweg?
Door slechtheid werd je
vastgehouden,
ja je werd vastgehouden. Beoordeel niet.
En de
ziel zei: Waarom beoordeel je me,
hoewel ik niet beoordeeld heb?
Ik werd vastgehouden hoewel ik niet vastgehouden heb.
Ik werd niet
herkend, maar ik heb herkend,
dat het Al losgemaakt wordt,
zowel de
dingen van de aarde (16)als de dingen van de hemel.
Toen
de ziel de derde macht uitgeschakeld had,
ging ze naar de kant van de
hemel en ze zag de vierde macht.
Zij nam zeven gestalten aan.
De
eerste gestalte is de duisternis, de tweede de begeerte,
de derde de
onwetendheid, de vierde de jaloezie van de dood,
de vijfde het koninkrijk
van het vlees, de zesde de dwaze vleselijke geleerheid,
de zevende de
driftige wijsheid.
Deze zijn de zeven [mach]ten van de Woede, ze vragen de
ziel:
Vanwaar ben je afkomstig, mensen-doodster?
of
Waarheen ben je onderweg, jij die plaatsen uitschakelt?
De
ziel antwoordde, ze zei:
Hij die mij vasthoudt, werd doorstoken
en hij die mij omkeert, werd uitgeschakeld.
En mijn begeerte is voleindigd
en de onwetendheid is gestorven.
Uit een wereld werd ik losgemaakt
(17)door een wereld
en uit een model door een model,
dat van de kant
van de hemel is.
En de keten van de vergetelheid is tijdelijk.
Vanaf
dit uur zal ik de rust ontvangen
- ten tijde van het beslissende moment in
de aeon
- in stilte."
Toen
Maria deze dingen gezegd had sloot ze haar mond,
omdat de Verlosser tot
hiertoe met haar gesproken had.
Andreas nu antwoordde, hij zei tot de
broeders:
Zeg, wat zeggen jullie over de dingen die zij gezegd
heeft?
Ik geloof tenminste niet, dat de Verlosser deze dingen gezegd
heeft.
Want deze leringen volgen, als het ware, een andere
gedachtegang."
Petrus antwoordde, hij zei over dit soort zaken,
hij
overlegde over de Verlosser:
Hij heeft toch niet gesproken met een
vrouw,
verborgen voor ons en niet in het openbaar,
opdat we onszelf
omkeren en allemaal naar haar luisteren?
Heeft Hij haar verkozen boven
ons?"
(18)
Toen
huilde Maria, ze zei tot Petrus:
Mijn broeder Petrus, wat denk je
dus?
Denk je dat ik alleen ze bedacht heb in mijn hart
of dat ik de
Verlosser bedrieg?"
Levi antwoordde, hij zei tot Petrus:
Petrus,
sinds eeuwigheid ben je driftig.
Ik zie je nu terwijl je redeneert tegen
de vrouw
zoals die tegenstanders (tegen de ziel).
Als de Verlosser
haar waardig heeft gemaakt,
wie ben jij zelf dan om haar te verwerpen?
Ongetwijfeld, de Verlosser kent haar grondig.
Daarom heeft Hij haar meer
liefgehad dan ons.
Laten we ons liever schamen en ons kleden met de
volmaakte Mens.
Laten we Hem voor ons voortbrengen, zoals Hij ons heeft
bevolen.
Laten we het Evangelie verkondigen zonder een andere grens vast te
stellen
noch een andere wet dan die de Verlosser gezegd heeft."
Nadat
(l9) Levi nu deze dingen gezegd had,
begonnen ze te gaan om te vertellen
en te verkondigen.
Het Evangelie naar Maria
Johannes 20: 17
Houd me niet langer vast, want ik ben nog niet opgegaan
naar de Vader, maar ga naar mijn broeders en zusters en zeg hun: Ik ga op naar
mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God. Maria van Magdala ging heen en
boodschapte de discipelen dat zij de Heer had gezien en dat Hij haar dit gezegd
had.
Johannes 14:18-21
Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Ik kom tot
jullie. Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer, maar jullie zien
Mij, want Ik leef en jullie zullen leven. Op die dag zullen jullie weten dat Ik
in mijn Vader ben en jullie in Mij en ik in jullie. Wie mijn geboden bewaart,
die is het die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door
mijn Vader en Ik zal hem/haar liefhebben en mijzelf aan hem/haar openbaren.
Johannes 3: 6.17-19
Voorwaar,voorwaar ik zeg jullie: tenzij iemand geboren
wordt uit water en uit Geest kan zij/hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld
veroordele, maar opdat de wereld door hem behouden zal worden. (..) Dit is het
oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis
liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.
Johannes 1:12
Maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij de macht
gegeven om kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven: die niet
uit bloed en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Inleiding
Beeld
Meditaties
Bibliografie
Evangelie-teksten
Een Albasten
Kruik
Terug naar home
pagina

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |