|
|
|---|
Wijze: Het daghet in den Oosten;
tekst Th. Saers
Heb jij het lied vernomen
van een die heeft gediend
met heel gewone dingen?
Maar Jezus was haar vriend.
Het was van Jan de Doper
dat zij haar inzicht had.
Tezamen met Andreas
ging zij terstond op pad.
En op de vraag: Waar woont gij?
hoort zij
zijn eerste woord.
Kom zelf en zie. En nooit heeft
een
ander haar bekoord.
Op alle `s heren wegen,
tot in de diepste nacht,
is zij hem trouw gebleven,
heeft helpsters hem gebracht.
Zij gaf haar hele leven,
haar jeugd, haar geld en goed,
diende hem en de armen;
zij diende welgemoed.
Zij hoorde naar zijn woorden,
zij zag hem in zijn
kracht,
in kwetsbaarheid en moeheid
en in de lijdensnacht.
En toen hij in het graf van
zijn smaad en schande lag,
heeft hij
haar niet vergeten,
wachtend de nieuwe dag.
Om Magdaleen te troosten
is hij toen opgestaan.
Zijn leerling, zijn apostel,
hij heeft haar recht gedaan.
Maria, sprak hij teder,
noemend haar ware
naam.
Wil aan mijn broeders zeggen
dat ik ben
opgestaan.
Inleiding
Beeld
Meditaties
Bibliografie
Evangelie-teksten
Een Albasten
Kruik
Terug naar home
pagina

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |