Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

De episodes in de bekeringslegende van Maria Magdalena

De episodes in de bekeringslegende van Maria Magdalena

Hoofdstuk 2 in: Van hoer tot heilige door Petra Teunissen Nijsse; Onderzoek naar de overlevering en het publiek van de Middelnederlandse legende "Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe"; Doctoraalscriptie Nederlandse Taal- en Letterkunde 1992; gepubliceerd op ons website met haar verlof.

De zes teksten volgen allemaal hetzelfde stramien van het bekeringsverhaal, maar er zijn grote verschillen in de 'aankleding' van het kale stramien. Het stramien bestaat uit vijf grote episodes, waarin de belangrijkste handelingen plaatsvinden. De episodes zijn afgebakend op plaatsen waar een nieuwe handeling begint. Na de inleiding, waarin er nog geen 'verhaalhandelingen' zijn, komt de eerste handeling: de bekeringspogingen van Martha met als voorbeeld het eerste gesprek. Het begin van het tweede gesprek markeert een nieuwe episode in de tekst: Maria Magdalena komt tot inkeer in het tweede gesprek met Martha en door de aanblik van Jezus. De vierde episode, die de volgende dag speelt, verhaalt van de zalving en de vergeving Maria Magdalena's zonden. De ontmoeting met Maria de Moeder Gods tenslotte markeert het begin van het "heilige" leven van Maria Magdalena. De vijf episodes zijn als volgt:

1. de inleiding op het verhaal

2. de verschillende bekeringspogingen van Martha

3. Maria Magdalena komt tot inkeer

4. de voetwassing en de zalving: de vergeving

5. de ontmoeting met Maria de Moeder Gods (en de rest van Maria Magdalena's leven)

Er zijn verschillende 'opties' voor de aankleding, zoals bijvoorbeeld de marktscène. Vier van de zes teksten lassen een scène in, waarin Martha en Maria Magdalena elkaar op de markt ontmoeten en waarin Maria Magdalena zich uitnodigt voor de maaltijd bij haar zuster thuis. De belangrijkste verschillen in het gebruik van dergelijke opties worden aan de hand van een schema gepresenteerd.

2.2. Het stramien van het verhaal

De inleiding

Lazarus, Maria Magdalena en Martha zijn kinderen van rijke ouders, die hun erfenis in drieën verdeeld hebben. Lazarus is ridder, Martha een nijvere en devote vrouw die goed op haar broer en zuster past en Maria Magdalena is een lichtzinnige, jonge en mooie vrouw, die haar erfenis feestend over de balk gooit.

Martha's bekeringspogingen

Martha probeert regelmatig haar zuster te bekeren. Ter illustratie wordt een gesprek tussen de zusters aangehaald, waarin Martha haar zuster (nogmaals) waarschuwt voor de gevolgen van haar lichtzinnigheid. De goedbedoelde vermaningen van Martha maken geen enkele indruk op Maria Magdalena.

Maria Magdalena komt tot inkeer

Op een dag komt Maria Magdalena, na een uitputtend feest, thuis bij Martha. Martha vraagt haar of onder de aanwezigen ook "een koning" was. Volgens Martha is deze koning namelijk zo mooi en lieflijk om te zien dat iedereen direct onder zijn bekoring komt. Maria Magdalena vraagt of ze wellicht Tiberius bedoelt. Nee, Martha bedoelt Jezus Christus, de zoon van God. Ze geeft een uitgebreide uiteenzetting over Jezus en diens goddelijke afkomst. Door de woorden van Martha en door toedoen van de Heilige Geest komt Maria Magdalena opeens tot inkeer. Ze beklaagt haar vroegere leven en vraagt Martha hoe zij zich kan beteren. Bovendien vraagt zij naar Jezus. Op dat moment komt Jezus binnen. Hij kijkt Maria Magdalena zo doordringend aan dat zij heftig berouw krijgt van haar zonden. Huilend vlucht zij naar de slaapkamer.

De voetwassing en de vergeving

Martha komt haar zuster zeggen dat Jezus bij Simon zal gaan eten, maar Maria Magdalena wil niet mee. Als Jezus en de gasten aan tafel zitten, komt Maria Magdalena binnen, wast de voeten van Jezus met haar tranen van berouw, droogt ze met haar haren en zalft ze met kostbare zalf. Jezus vergeeft haar al haar zonden.

Ontmoeting met Maria, de moeder Gods

Maria, de moeder van Christus komt naar Bethanië en troost Maria Magdalena.

2.3. De aankleding van het stramien

2.3.1. De inleiding

Zoals ook gebruikelijk is in de legendes in de Legenda Aurea, wordt de bekeringslegende voorafgegaan door een uitleg over de herkomst en hoge geboorte van Maria Magdalena. De meeste teksten noemen de namen van de ouders van Martha, Maria en Lazarus en geven uitleg over de Opwekking van de laatste. Opvallend is dat B' en A' in tegenstelling tot de andere teksten niets over de verdeling van de erfenis melden, maar wel vertellen dat Martha het beheer van het erfgoed op zich neemt.

Na deze situering van het verhaal worden de portretten van Lazarus, Martha en Maria Magdalena geschilderd. De teksten zijn kort over Lazarus en besteden aan Martha, die in de bekeringslegende een veel grotere rol speelt, meer aandacht. Zij wordt duidelijk geschetst als de tegenpool van Maria Magdalena. In het bekeringsverhaal is het vroegere, zondige leven van Maria Magdalena zeer belangrijk. Het portret van Maria Magdalena neemt dan ook veel plaats in. Een belangrijke kwestie blijkt de vraag te zijn of Maria Magdalena al dan niet een professionele prostituée was. Ook ten aanzien van het gezelschap waarin zij verkeerde, bestaan verschillen van mening.

De inleiding besluit met het noemen van de bron van deze bekeringslegende: de kerkvader Isidorus (van Sevilla) in het boek: 'Vander gheboerten ende dode der heiligen'(B'). De teksten vertonen kleine verschillen in de naamgeving van het boek. Isidorus wordt expliciet als autoriteit opgevoerd voor het eerste gesprek van tussen de zusters.

In schema:

Inleiding B1 B' A' DH2 L2 L1

- inleiding op legende x

- MM, Martha en Lazarus zijn

van hoge afkomst x x x x x x

- naam en portret ouders x x x x

- opwekking Lazarus x x x

- portret Lazarus x x x x x x

- portret Martha x x x x x x

- Martha verzorgt pelgrims x x x x

- portret Maria Magdalena x x x x x x

1. slecht gezelschap x x x x

2. duivel stort MM in zonden x x x x

3. hoogmoedigheid x x x

4. hoer-kwestie x x

5. slechte invloed van MM x

- verdeling erfenis x x x x

- beheer erfenis door Martha x x x

- naam van Isidorus x x x x x x

- titel van het boek x x x x x x

2.3.2. Bekeringspogingen

Martha doet herhaalde pogingen haar zuster weer op het rechte pad te brengen. Haar bekeringspogingen en het effect ervan vormen de kern van de bekeringslegende. Juist in de bekering door Martha verschilt deze legende van de Passionaallegende. B' neemt ten opzichte van de andere teksten een uitzonderingspositie in door exceptioneel veel aandacht voor Martha en haar rol in de bekering.

Alle teksten zeggen iets in het algemeen over Martha's goede bedoelingen en geven de inhoud van een gesprek tussen de zusters weer, als voorbeeld van een dergelijke poging. In vier teksten vraagt Martha Maria de Moeder Gods om voorspraak. In deze teksten is ook een aanleiding tot het gesprek opgenomen: Martha preekt naar aanleiding van het vlechten van Maria Magdalena's haar. Het gesprek gaat over de keuze van Maria Magdalena voor zorg voor haar lichaam in plaats van zorg voor haar ziel. Martha wijst haar op de gevaren van deze verwaarlozing van de ziel. In B1, B' en A' is zij uitgebreider over de schoonheid van de ziel, die zij vergelijkt met de zon.

Martha's preekt voor dovemansoren: Maria Magdalena trekt zich er niets van aan. Zij verklaart haar gedrag zelfs met een "Wie weet hoe langhe dattet dueren sal?"(DH2). In B' gaat Martha onvermoeibaar door met bekeringspogingen, in de andere teksten is zij slechts verdrietig over het effect van het gesprek.

In een tweede gesprek met Martha zal Maria Magdalena tot inkeer komen. De aanleiding tot dit gesprek vormt in enkele teksten de al genoemde marktscène in Jeruzalem. Martha is als een nijvere huisvrouw in het gezelschap van haar dienstmaagd Marcella boodschappen aan het doen, als zij Maria tegenkomt op de markt. In een kort gesprek nodigt Maria Magdalena, die voor een feest in Jeruzalem verbleef, zichzelf uit voor een maaltijd. Met een 'citaat' van Augustinus over het effect van deze maaltijd wordt vast naar de komende gebeurtenissen verwezen.

In schema:

Bekeringspogingen B1 B' A' DH2 L2 L1

- Martha roept hulp Maria in x x x x

- regelmatige berispingen x x

- MM vlecht haar haren x x x x

- keuze lichaam boven geest x x x x x x

- uitweiding over de zon x x x

- "wie weet hoe lang het duurt?" x x x x

- reactie Martha na vertrek MM x x x x x

- marktscène x x x x

- 'citaat' Augustinus x x x x

2.3.3. Maria Magdalena komt tot inkeer

Vermoeid van het feesten komt Maria Magdalena bij Martha aan, die haar zeer vriendelijk ontvangt. Maria Magdalena vertelt honderduit over het feest. Als een soort vooruitwijzing zegt ze dat ze heel Jeruzalem blij heeft gemaakt en dat ze nu wel genoeg gefeest heeft.

Martha vraagt of ze in haar feestelijkheden niet de koning gezien heeft die iedereen blij maakt. Maria Magdalena denkt dat Martha Tiberius, de regerend keizer, bedoelt. In B', A' en B1 vraagt Maria Magdalena niet gelijk of Martha inderdaad Tiberius bedoelt. Dit schept ruimte voor een extra uiteenzetting van Martha: "Bekenstu niet der coninc, welkes aensicht versiert alle den ghienen die hem ansien, van wies schoenheit alle redelijke creaturen verwonderen? En waert dattu hem eens te rechte ghesien hadste, hi soude di grote blijscap gheven ende ghelaten hebben." (B1)

Martha legt uit dat ze de koning aller koningen bedoelt, de rechter van hemel en aarde, etc. Zijn vader is God en de maagd Maria, van Davids geslacht, is zijn moeder. Het is opvallend dat deze uitleg in alle teksten vrijwel letterlijk hetzelfde is.

Maria Magdalena wil die mooie koning wel kennen! Dus vraagt ze Martha waar ze hem vinden kan, want ze wil hem graag tot vriend hebben. Martha is bedroefd omdat Maria Magdalena haar uitleg over de "arsater der sielen" niet geestelijk opvat. In enkele teksten kent Maria Magdalena Jezus al en grijpt Martha de gelegenheid aan iets over de afkomst van Jezus te vertellen. In de andere teksten vraagt Maria Magdalena of Martha om haar zo bedroefd is. Want als zij de oorzaak van die huilbuien is, dan is ze bereid weg te gaan.

Maria Magdalena komt tot inkeer door Martha's uitleg over Jezus of door Martha's verklaring dat ze geschokt is door de slechte reputatie van haar zuster. In sommige teksten is een aangrijpende klacht van Maria Magdalena over de "onreyne wereld" opgenomen.

Martha troost haar zuster, hetzij door te wijzen op het feit dat de Heer bij iedereen komt die hem aanroept, hetzij door te wijzen op het feit dat Jezus alle zielen gezond maakt. Hier herhaalt Martha haar eerdere opmerking over de "arsater der sielen".

Dan ziet Marcella Christus binnenkomen, al dan niet in gezelschap van Lazarus. In B1, DH2, L1 en L2 geeft Martha een teken, waarmee Maria Magdalena Jezus kan herkennen.

Als Jezus bij de zusters gekomen is, ontvangt Martha hem zeer vriendelijk. Een cruciaal moment in het bekeringsverhaal is het moment waarop Christus Maria Magdalena aankijkt. Dan gebeurt er iets in het hart van Maria Magdalena, zij heeft het gevoel dat Jezus dwars door haar heenkijkt en krijgt intens berouw over haar zonden. Een aantal opties bij deze scène: Martha moet Christus attent maken op haar zuster, Jezus verdrijft met die blik zeven duivels uit Maria Magdalena en Jezus kijkt haar aan zoals hij ook Sint Pieter aankeek, toen die hem verloochend had. Bovendien beschouwt Maria Magdalena zichzelf als een melaatse in enkele teksten vanwege haar zonden.

De aanblik van Jezus heeft Maria Magdalena zo geschokt dat zij uit schaamte naar haar slaapkamer vlucht. In A' en B' wil ze niet dat haar ziel getroost wordt en brengt ze de nacht slapeloos door. In deze teksten, evenals in B1 wordt de zondaar (de lezer) aangesproken.

In schema:

Maria Magdalena komt tot inkeer B1 B' A' DH2 L2 L1

Gesprek met Martha

- MM heeft genoeg van feesten x x x x

- MM heeft Jer. blij gemaakt x x x x x

- Tiberius x x x x x x

- uitbreiding over de koning x x x

- koning der koningen x x x x x x

- MM wil de koning kennen x x x x x x

- Jezus "arsater der zielen" x x x

- Martha bedroefd x x x x x

- MM kent Jezus al x x x

- uitleg Martha over afkomst J. x x x

- Jozef is een smid x x

- Inkeer:

1. door de Heilige Geest x x x

2. door het verdriet van Martha x x x

- MM vraagt Martha om raad x x x x x x

- MM klaagt over de wereld x x x

- Martha geeft raad:

1. Jezus troost wie aanroept x x x

2. Jezus geneest alle zielen x x x

Jezus' komst

- komst Christus in gesprek x x x x x x

- Marcella ziet Christus x x x x

- Lazarus is bij Christus x x x

- onderscheidingsteken x x x x

- ingreep Martha x x x x

- Jezus kijkt MM aan x x x x x x

- verdrijving zeven duivels x

- Sint Pieter x x x

- MM voelt zich melaats x x

- vlucht naar de slaapkamer x x x x x x

- versmading troost x x

- aanspreken zondaar x x

- Martha spreekt met Jezus x x x x

2.3.4. Zalving en vergeving

In de teksten spelen twee Simons een rol: Simon de melaatse en Simon de farizeeër. Of de uitnodiging voor de maaltijd komt van Simon de melaatse en op dezelfde dag als Jezus' komst, of de uitnodiging komt van Simon de farizeeër en geldt voor de volgende dag. In het tweede geval zitten er ook andere edelen aan bij de maaltijd.

Martha gaat Maria Magdalena waarschuwen dat Jezus niet meer in hun huis is en dat zij gaat bedienen bij de maaltijd. Maria Magdalena klaagt daarop over de manier waarop Jezus haar aankeek of zegt helemaal niets. Martha gaat naar Simons huis om Jezus te bedienen. In B1, DH2, L1 en L2 vraagt Jezus naar Maria Magdalena en verzoekt Martha hem vriendelijk te zijn voor haar zuster. Een 'citaat' van Gregorius over de zalving wijst vooruit.

Voor Jezus aan tafel gaat, bidt Hij met gebogen knieën tot Zijn Vader. Dit geknield bidden was kennelijk heel belangrijk want A' en B' zeggen nadrukkelijk dat Jezus de enige aanwezige was die met gebogen knieën bad.

Er zijn drie mogelijkheden bij de zalving: Maria Magdalena zalft alleen Jezus' hoofd, of ze wast Zijn voeten, droogt ze met haar haren en zalft ze, of ze doet allebei. Speelt de zalving zich af in het huis van Simon de farizeeër, dan wordt Maria Magdalena's gedrag door Sinom gelaakt en wordt deze door Jezus hierover berispt, in B' compleet met de bijbehorende gelijkenis.

In schema:

De zalving en vergeving B1 B' A' DH2 L2 L1

In Martha's huis

- Simon de farizeeër x x

- Simon de melaatse x x x x

- maaltijd dag van gesprek x x x x

- maaltijd dag na gesprek x x

- Martha gaat naar MM x x x x x x

- MM spreekt niet x x

- MM klaagt over Jezus x x x x

In Simons huis

- Martha vraagt Jezus

vriendelijk te zijn x x x x

- citaat Gregorius x x x x

- Jezus' tafelgebed x x x x x x

- Isidorus vermeld x x x x

- beschrijving zalfpot x

- MM zalft Jezus' hoofd x x x

- MM wast voeten met tranen,

droogt met haren en zalft ze x x x x

- berisping farizeeër x x x

- gelijkenis bij farizeeër x

- vergeving van de zonden x x x x x x

- MM terug in de slaapkamer x x x x x x

2.3.5. Maria Magdalena en Maria de Moeder Gods

Alle teksten vermelden een gesprek tussen Maria Magdalena en Maria, de Moeder Gods. Er zijn echter nog al wat verschillen, vooral betreffende de vraag of Maria uit zich zelf naar Bethanië komt of dat Martha haar haalde. De teksten waarin Martha Maria haalt, geven een gesprek tussen hen beiden weer met een lofprijzing van Maria de Moeder Gods op God die alle zondaars vergeeft.

Maria wil Maria Magdalena omhelzen, maar die weigert dat omdat zij zichzelf niet waardig acht de reine Moeder aan te raken. Maria troost haar, hetzij door te zeggen dat zij weet dat al Maria Magdalena's zonden vergeven zijn, hetzij door te zeggen: "Ick en verwonder my niet mijn dat ghi ghereynicht sijt van alle vlecken dan dat ick bewaert byn van alte smytten."

Als Maria Magdalena door Maria, de Moeder Gods, in de armen genomen wordt, worden zij beiden opgenomen in de lucht en daarna zacht weer neer gezet. Deze elevatie lijkt optioneel: de opheffing van de aarde komt niet voor in B'. Toch hoort de elevatie (met of zonder engelen) naar alle waarschijnlijkheid bij het stramien.

De verhalen over het leven van Maria Magdalena na de bekering zijn optioneel. De "dienst Gods", de aanwezigheid bij de opstanding, de boetedoening in de woestijn, Maria Magdalena's dood en haar voorspraak bij God zijn 'toegiften'. Opmerkelijk is de afsluiting met de datum van de bekering van Maria Magdalena: 1 maart. Dit wijst op een aparte kerkelijke feestdag voor de bekering.

In schema:

Maria Magdalena en Maria

de Moeder Gods B1 B' A' DH2 L2 L1

- Maria komt haar zoon bezoeken x x x

- Martha haalt Maria x x x

- lofprijzing Maria x x

- Maria neemt haar zusters mee x x x x

- Maria wil MM omhelzen x x x x x x

- Maria weet dat MM's zonden

vergeven zijn x x x x

- "Ick en verwonder my niet x x

- elevatie x x x x x

- Engelen bij de elevatie x x x x

- Marcella bij de elevatie x x x

- zusters van Maria vertellen

het wonder verder x x

Het verdere leven B1 B' A' DH2 L2 L1

- MM in de dienst Gods x x x x

- MM bij de opstanding x

- MM vergeeft zichzelf niet x

- Penitencie in de woestijn x x x x

- MM voorspraak bij God x

- 1 maart bekeringsdatum x x x x

2.4. Typering en indeling van de teksten

A': De tekst uit de drie manuscripten toont de legende in de meest eenvoudige vorm. Er is geen marktscène, de berisping van de farizeeër wordt alleen aangestipt en na de komst van Maria, de moeder van God, stopt het verhaal. De elementen uit A' komen bijna allemaal in de andere teksten terug, waarschijnlijk is A' een brontekst.

B': B' lijkt vaak zeer op A', maar met name op grond van de grote verschillen in tijdsverloop en de functie van Martha, is het m.i. beter de tekst apart te beschouwen. De tekst schenkt relatief veel aandacht aan Martha. Haar bekeringspogingen en ook haar eigen relatie tot Christus worden uitgebreid beschreven. Opvallend is dat in B' Martha maar liefst acht maal het predikaat "devoot" of "zalig" meekrijgt. Dit onderstreept het belang dat in deze tekst aan de functie van Martha gehecht wordt. Verder is ook het tijdsverloop in deze tekst bijzonder: de hele bekering duurt veel langer. Er zit veel tijd tussen de gesprekken, de overige bekeringspogingen en de uiteindelijke komst van Christus. Bovendien is het verhaal van de berisping van de farizeeër helemaal opgenomen. De elevatie bij het bezoek van Maria, de Moeder Gods, en het verdere leven van Maria Magdalena is niet opgenomen.

B1, DH2, L1 en L2 vertonen vaak dezelfde opties, zoals de uitgebreide beschrijving van de afkomst van Maria Magdalena, de marktscène, de bekering bij Simon de melaatse en Magdalena's leven na de bekering. Waarschijnlijk ligt aan deze teksten één origineel ten grondslag, verder C' te noemen. De vier teksten stammen daar van af en hebben allemaal weer eigen kenmerken.

L1: L1 is de kortste van de vier. De volgorde van de scènes is helemaal gelijk aan die van DH2. Verschillen zijn het extra citaat van Gregorius en de aanroeping van Maria Magdalena. Ligt bij de bekering in DH2 de nadruk op Maria Magdalena's zonden, in L1 (en L2) is de kapstok van de bekering de slechte naam van Maria Magdalena.

DH2: Het meest opvallende aan tekst DH2 is de vrij lange uitweiding over het einde van Maria Magdalena's leven. Het gedeelte over de voorspraak komt in de andere teksten niet voor. Verder heeft DH2 als enige de opmerking (tot twee keer toe) dat Maria Magdalena met haar gedrag ook andere mensen in het verderf stortte.

B1: B1 is de langste tekst van de vier. Vrijwel alle scènes zijn bijzonder uitgebreid beschreven. Het belangrijkste zijn echter de ingevoegde stukken over de eigenschappen van Maria Magdalena, met name het gedeelte over de vraag of zij een hoer was of niet. Met allerlei argumenten, vooral bijbelse, toont de auteur aan dat Maria Magdalena geen prostituée was. Haar smart en berouw zijn levendig en indrukwekkend beschreven.

In B1 zijn vrijwel alle elementen die in de teksten voor kunnen komen, ook daadwerkelijk opgenomen. De tekst is een combinatie tussen A' en C'. Zo zijn de marktscène en het einde van Maria Magdalena's leven bijvoorbeeld gelijk aan de scènes in DH2, L1 en L2 en het aanspreken van de lezer en de theologische uitweiding van Martha over de afkomst van Christus gelijk aan de scènes in A'.

L2: Ook in L2 zijn de marktscène en de uitgebreide beschrijving van het einde van Maria Magdalena's leven opgenomen. In zoverre lijkt deze tekst op B1, DH2 en vaak woordelijk op L1. In het zalvingsverhaal, de berisping van de farizeer, de komst van Maria de Moeder Gods, volgt de tekst echter A'. Zowel Simon de melaatse als Simon de farizeeër komen in deze tekst voor.

Een indeling als deze is altijd subjectief en speculatief. Door een vergelijking met de Latijnse bron, de Conversio, is het wellicht mogelijk de onderlinge verhoudingen te zien.

Noten hoofdstuk 2

  1. Duinhoven 1989, pag. 112. .
  2. Voorlopig gebruik ik de term 'teksten', zolang de familie-relatie tussen B1, DH3, L1 en L2 nog niet duidelijk is. .
  3. In alle teksten komt Jezus binnen tijdens het tweede gesprek, behalve in B'. Daar is het tweede gesprek in twee stukken verdeeld en komt Jezus in de tweede helft. .
  4. De tweede Romeinse keizer Tiberius Claudius Nero, die regeerde in de jaren 14 tot 37 na de geboorte van Christus. .
  5. Ik vermoed dan ook invloed van de Legenda Aurea. .
  6. B1 vertelt heel kort over Lazarus dat hij dezelfde Lazarus was die door Christus uit de dood werd opgewekt, zoals het in het evangelie staat. DH2 en L1 noemen het evange-lie niet, maar vertellen nog dat de opwekking plaats vond toen Lazarus al vier (DH2) dan wel drie (L1) dagen dood was. .
  7. B1 is weer het uitvoerigst: de erfenis is al beschreven en nu wordt verteld hoe dat beheer gestalte kreeg: "Ende sij ontfinc alle die renten ende berechte alle dinghen streng-he-lijc. Ende gaf den ridder ende den knechten ende den armen dat hem noet waer ende mit vroe-der voersichticheit sonder-linghe dat castiel Magdalum dat haer suster toegheschict was van harre vaderlike erve mit gueden vedgement." .
  8. B1, DH2, L1 en L2 hebben allemaal een zin als: "Ende naden doot haren oude-ren soe deelden die kijnderen haer vader-like erve."
    (B1) Lazarus krijgt een deel van Jeruza-lem, Martha Bethanië en Maria Magda-lum. Vanwege het slot Magdalum of Magdalon heet Maria "Magda-lena".
    B1 is het uitvoerigst: het mooie slot Magdalum ligt op twee mijlen van Genaserat. Bethanië is een kasteel dat vlak bij Jeruzalem ligt.
    DH2, L1 en L2 zeggen dat Bethanië een "stedeken" is bij Jeruzalem. Ook daar is Magdalum een slot. Het vermelden van de etymologie van de naam van de heilige is een gebruikelijke procedure in de Legenda Aurea. Literatuur bij Zuidweg 1948, pag. 41-43. .
  9. Zie ook Bumke 1989 pag. 426: "Het verwijt tegen en de lofprijzing van vrouwen lagen niet zo ver uit elkaar als men zou kunnen denken. Wanneer men een onderscheid maakte tussen goede en slechte vrouwen, kon men de ene prijzen en de andere berispen; en zowel de lofprijzing als de berisping kon men zodanig formuleren als zou het hele geslacht bedoeld zijn." .
  10. B' vertelt in de "inleiding" dat Maria Magdalena door overgave aan de wereldlijke geneugten haar naam verloor en dat men haar "sondersche" noemde. Maar: "Niet datmen yet van haer leest dat si haren maghedom mitten werken verloes. Want alle mannen waren haer meer te snode dan begheerlic. Want si was so moedich in haer selven, so dat hoer docht, dat haer gheen man en gheleeck die si kende." De passage is lastig te interpreteren. Waarschijnlijk is ze geen hoer, maar is ze geen maagd meer. Zij bedrijft de liefde voor haar plezier, niet voor geld. B1 voert evenals L1 Lucas als autoriteit op voor de aanduiding "openbaer sonder-sche". De auteur is er echter niet tevreden mee en begint een grote uiteenzetting: "Nochtans ist proeffelijc uuter schriftuere bij veel reden dat si ghien openbaer mien wijf gheweest is." Volgens B1 wordt de term 'hoer' weliswaar gebruikt in de Bijbel door de personen die over Maria Magdalena spreken, maar spreken de verhalen in de Bijbel deze bewering tegen. De uiteenzetting besluit met een sneer naar de Joden, die Maria Magdalena een hoer noemden. .
  11. B1 heeft iets extra's over het gezelschap: "als daer geschre-ven staet: "Mitten heiligen selstu heilich waren ende mitten verkeerden man selstu verkeert waren ende mitten onghe-rech-tighen selstu ongherechtich warden. Ende want dat over-vloedi-cheit is van gueden daer menghet oec gaerne mede die gheneuch-ten des vleysches". Volgens B1 is de invloed van het gezelschap dus zeer groot op het doen en laten van de mens. Betekent dit nu dat Maria Magdalena andere mensen op het slechte pad bracht of dat zij haar in het verderf stortten? . Over het auteurschap van Isidorus van Sevilla zie hoofd-stuk 3 "Bewerkingstechniek, bronnen en invloeden." . I
  12. In de schema's staat 'MM' voor Maria Magdalena. . Wel in Lo en DH3, niet in Gr. .
  13. In B' ligt bijvoorbeeld het tijdsverloop nogal anders, juist door herhaaldelijke nadruk op de bekeringspogingen van Martha. Het tweede gesprek wordt in twee delen gesplitst. Na het eerste deel van het gesprek bidt Martha dag en nacht voor haar zuster en "ten lesten" verhoort God haar. Als Maria Magdalena eindelijk berouw toont, troost Martha haar en: "hi-el-tse bij haer van allen y-d-e-len ende weerliken ghesel-scap, tot dat si ghevesticht was inder vresen ende inder mynnen Gods". "Op enen tijt hier-na" gaat Maria Magdalena dan opeens naar Jezus ver-langen en dan volgt het tweede deel van het gesprek met de binnenkomst van Christus. De bekeringspogingen worden herhaaldelijk aangezet: "Doe Martha dese reden vander suster hoerde, soe verblide sij hoer. Want si hoepte dat die vleys-schelike ydel-heit noch inden vuer des Heilighen Gheestes verwandelen sou-de" en "Mer Maria, als was si noch vol van weerli-ker ydel-heit, ende en bekende Chris-tus mynne niet, sy wert nochtan, uut Marthen haerre suster woerden ghetoghen tot lieften des co-nincs [...]." . Het is natuurlijk theologisch onmogelijk om Maria om voorspraak te vragen als zowel zij als haar Zoon nog op de aarde vertoeven. Kennelijk was het idee van voorspraak zodanig ingeburgerd in de religieuze beleving van het publiek, dat men zich aan deze onmogelijkheid niet stoorde. Er staat evenwel dat Martha Maria "bidt" en dit zou ook "vragen" kunnen betekenen in een persoonlijk gesprek. In dat geval kent Martha Maria de Moeder Gods goed en dat verklaart ook dat Maria naar Bethanië komt aan het eind van de legende. .
  14. Er is veel aandacht voor het haar van Maria Magdalena. Alle legendes en teksten over haar maken melding van haar schoon-heid en vooral van haar fraaie, goudblonde haar. In de schilder-kunst ziet men haar vaak afgebeeld met loshangend haar in tegenstelling tot andere vrouwfiguren op het schilderij, bijvoorbeeld bij de kruisiging. De grote tegenstelling met het gebruik van haar bij de voetwassing en zalving van Chris-tus' voeten is dan ook belangrijk. B1 be-steedt daar expliciet aan-dacht aan: "horen schoenen haer, daer sij hoer dicwijl mede hadde versiert". .
  15. Het lijkt of Jeruzalem in deze legende functioneert als "de wereld", de grote boze stad, waar het verderf op elke straathoek wacht. De bekering vindt plaats in het rustige, zuivere dorpje Betha-nië, waar Christus vaak vertoefde om uit te rusten. .
  16. Marcella, de dienstmaagd van Martha, ziet Maria Magdalena als eerste en waarschuwt haar bazin. In B1 heeft zij geen goed woord voor het gedrag van Maria Magdalena over. . B1, DH2, L1 en L2 voegen een citaat van Augustinus in over de op stapel staande maal-tijd: "Hier of spreect Sinte Augusti-nus onse heilige vader van Maria dat si binnen al dien voerle-den tiden haers levens nye beter maeltijt en at dan dese, hier wort se bekeert van haren son-deghen leven" (DH2). . Het schijnt me toe dat er een verband bestaat tussen de opmerking van Maria dat ze iedereen in Jeruzalem vrolijk heeft gemaakt, en de vraag van Martha naar de koning, "die alre men-schen herte verblijt" (B1). Maria Magdalena verlangt ook sterk naar deze koning. Wellicht is hier sprake van het Chri-stoffel-mo-tief: de machtigste koning willen die-nen. Maria Magdalena, die iedereen in Jeruzalem blij maakte, wil graag iemand die iedereen blij maakt, als vriend hebben. . In L1 en L2 is Martha verdrietig om de goede naam die Maria Magdalena verloren heeft, in DH2 meer omdat Maria Magda-le-na haar ziel met zonden bevlekt. Opvallend is dat in DH2 weer melding gemaakt wordt van de slechte invloed die Maria Magda-lena op haar gezelschap heeft. .
  17. B' is een stuk korter over de slechtheid van de wereld en noemt dit alleen in relatie tot haar wens de wereld te verlaten en Jezus te volgen. Het grondidee is echter het-zelfde. . Marcella komt alleen in B1, DH2, L1 en L2 voor, hetzij op de markt, hetzij als zij Christus aan ziet komen, het zij als getuige bij de elevatie. .
  18. Alleen in A', B' en B1 komt Jezus samen met Lazarus naar Bethanië. A' en B1 vertellen dat Lazarus op dezelfde dag Jezus namelijk heeft horen preken. Diens sermoe-nen bevielen hem zo goed dat hij Jezus volgde en hem naar zijn huis leidde. . Komt dit onderscheidingsteken
Inhoud van dit boek Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !