Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Slotbeschouwing over de Magdalena legende

Slotbeschouwing over de Magdalena legende

Hoofdstuk 6 in: Van hoer tot heilige door Petra Teunissen Nijsse; Onderzoek naar de overlevering en het publiek van de Middelnederlandse legende "Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe"; Doctoraalscriptie Nederlandse Taal- en Letterkunde 1992; gepubliceerd op ons website met haar verlof.

Het onderzoek van de Middelnederlandse geestelijke letterkunde moet zich er [...] sterk van bewust zijn een literatuur te onderzoeken die primair bestemd was voor een publiek van in religieuze gemeenschappen levende vrouwen of, maar in mindere mate, lekebroeders. (Wybren Scheepsma)

In de liturgie begint de verering van Maria Magdalena in de achtste en negende eeuw, waarna ze in de loop der eeuwen een steeds populairdere heilige werd. De wijdverbreide Magdalenapreek van Odo van Cluny, die als vita van Maria Magdalena in de Latijnse legendaria werd opgenomen, heeft daartoe veel bijgedragen. Door deze preek werd de boetende zondares Maria Magdalena een voorbeeld voor de berouwvolle mens; in deze uitvoering komt ze ook in de passiespelen voor. In de Legenda Aurea van de dominicaan Jacobus de Voragine is de invloed van de preek van Odo van Cluny zeer goed merkbaar. Ook voor het ontstaan en voor de ontwikkeling van het wereldse beeld van Maria Magdalena is deze periode van belang.

In Duitsland en de Nederlanden krijgt de bekering van Maria Magdalena veel aandacht. Daar schreef in de loop van de veertiende eeuw een geestelijke in geest van Odo van Cluny en waarschijnlijk beïnvloed door Honorius Augustodiensis een Latijnse legende: Conversio Beatae Mariae Magdalenae. In de legende smelten een aantal bekeringsverhalen uit de Evangeliën samen: de lichtzinnige zondares Maria Magdalena wordt door haar godvruchtige zuster Martha bekeerd. Vol berouw zalft Maria Magdalena de voeten van Jezus Christus, die haar haar zonden vergeeft. Deze Conversio moet een grote verbreiding gekend hebben, want verscheidene passiespelen zijn op de legende gebaseerd.

Vrij snel na het ontstaan van de Conversio is de legende onder de titel "Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe" getrouw vertaald in het Middelnederlands. Deze vertaling is in drie Middelnederlandse manuscripten overgeleverd. De Conversio is ook, naar een andere Latijnse versie, in het Hoogduits vertaald; hiervan is slechts één manuscript bewaard gebleven.

Tot twee keer toe is de vertaling bewerkt. De bewerking B' besteedt veel aandacht aan Martha en aan haar doelbewuste pogingen tot bekering van haar zuster. Bovendien is het bijbelverhaal van Jezus' berisping van de farizeeër in de legende opgenomen. In twee manuscripten uit de bibliotheken van de lekebroeders van de Windesheimse kanunniken in het Zoniënwoud is de bewerking B' teruggevonden. De legende werd de broeders voorgelezen tijdens de maaltijden in de refter.

De bewerking C' breidt het verhaal zeer uit. De omstandigheden waaronder Martha haar zuster bekeert, Maria Magdalena's 'Weltleben', haar leven na de bekering, alles krijgt kleur en spanning. In deze bewerking is de bekeringslegende uitgegroeid tot een zelfstandige vita, die in sommige manuscripten de Passionaal-legende verdrong. Onder invloed van de Moderne Devotie is de Conversio bewerkt tot bewerking C'. Naast twee, vrij zuivere, Middeleeuwse redacties zijn twee versies van C' bewaard gebleven, waarin bewerking C' is aangevuld met passages uit de vertaling A'. Via de fraterhuizen en de kloosters van de Windesheimer kanunniken is de bekeringslegende in de bewerking C' in de Duitstalige gebieden terecht gekomen en daar in negen manuscripten overgeleverd.

Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de bekeringslegende in de liturgie is gelezen op de 'conversio-dag' van Maria Magdalana. De legende, vooral de bewerking C', heeft veeleer de Passionaal-legende verdrongen in de verzamelwerken en werd vaak als gelijkwaardig daaraan gezien.

De onderzoekingen naar de Middelnederlandse "Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe" bevestigen het heersende beeld van de productie van laatmiddeleeuws proza:

"Volgens schattingen is tachtig procent van het laatmiddeleeuwse proza uit de Nederlanden van geestelijke aard. Bij nadere beschouwing blijkt het grootste gedeelte van dit geestelijk proza in de volkstaal bestemd te zijn geweest voor vrouwen in kloosters, zusterhuizen of begijnhoven. Mannen die een geestelijk leven voorstonden bedienden zich bij voorkeur van het Latijn."

De bekeringslegende is voornamelijk overgeleverd in eenvoudige manuscripten die afkomstig zijn uit vrouwenkloosters. De enige manuscripten uit mannenkloosters behoorden tot de refterbibliotheken van lekebroeders. Ook zij waren 'illiterati', onbekend met Latijn.

Alle vrouwenkloosters, die een exemplaar van de bekeringslegende in hun bezit hadden, stonden onder invloed van het kapittel van Windesheim.

"Hoewel er (nog) geen betrouwbare cijfers voorhanden zijn, bestaat de indruk dat de helft van de geestelijke teksten in het Middelnederlands afkomstig is uit vrouwenkloosters die onder invloed stonden van het Kapittel van Windesheim. "

De bekeringslegende hoort tot die helft van die geestelijke, laatmiddeleeuwse teksten, die sterk verbreid en sterk benvloed is geweest door de spiritualiteit van de Moderne Devotie. Het intense besef van zonde en de contemplatie van Maria Magdalena hebben sterk tot de verbeelding gesproken van Geert Grotes volgelingen.

Om een duidelijker beeld van het ontstaan, de verspreiding en de invloed van de "Legende van Sunte Maria Magdalena bekeringhe" te verkrijgen zouden alle Latijnse en Duitse teksten uitgegeven en onderzocht moeten worden. De bekeringslegende, hoe interessant ook, is echter slechts één van de zeer vele legendes en heiligenlevens die in laatmiddeleeuwse kloosters gelezen werden. De vragen wanneer de kloosterlingen heiligenlevens lazen en met welke opzet zij deze lazen zijn veel belangrijker. Het onderzoek naar de laatmiddeleeuwse geestelijke letterkunde, nu vooral toegespitst op de 'rapiaria' en de compilatieteksten, moet ook aandacht gaan besteden aan de heiligenlevens.

Noten hoofdstuk 6

Inhoud van dit boek Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !