Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Paasspel uit 970

Paasspel uit 970

Bron: Haal het doek op, vijfentwintig eeuwen in en om het Europese theater door Fr.W.S. van Thienen

Oorsprong

Tijdens de kerkdienst was de gang van de mis ('Canon Missae') natuurlijk vastgelegd. Daarnaast waren er echter elementen als Psalmen, Introitus, Kyrie, Gloria e.d. die grotere vrijheid toelaten. Men kon hier en daar een 'tropus' invoegen, die een zekere uitweiding geeft.

Een voorbeeld? In de Paasmis zingt men 'Resurrexi et adhuc tecum sum' (ik ben opgestaan en voortaan met u). Hierop kan men nu de paraphrase maken: 'Interrogatur: Quem queritis O christicolae? Responditur: Jesum Christum Nazarenum.' (Er wordt gevraegd: wie zoekt gij O vereersters van Christus? Het antwoord luidt: Jezus Christus van Nazareth).

Tegen het jaar 900 wordt deze tropus al enigszins uitgebreid met de mededeling van de engel, dat Christus verrezen is: 'gaat, maakt de boodschap van zijn Verrijzenis bekend'. Daarna valt het koor in met de woorden van Christus zelf. Van hieruit naar de geacteerde voorstelling van de gang der vrouwen naar het Graf en haar ontmoeting met de engel, is nog maar een enkele stap.

Nog vóór de tiende eeuw ten einde is en wel omstreeks 970, beschrijft bisschop Aethelwold van Winchester in zijn Regularis concordia hoe deze scene 'gebracht' moet worden: ...vier geestelijken zullen zich verkleden. Eén van dezen, gekleed in een alba (het witte priesterkleed) komt binnen alsof hij deel wil nemen aan de 'dienst. Hij gaat onopvallend bij het Graf (het altaar) zitten, met een palmtak in de hand. Dan komen de anderen binnen met witte kappen over het hoofd en met wierookvaten in de hand. Zij lopen voorzichtig alsof zij iets zoeken en naderen zo het Graf. Wanneer degene die daar reeds zit, het drietal ziet aankomen, begint hij met zachte stem te zingen: 'wie zoekt gij?' Daarna antwoorden de drie anderen unisono: 'Jezus Christus van Nazareth'. Hij antwoordt dan: 'die is niet hier' - en hij toont de lege plek waar alleen nog maar de doeken liggen van Christus' lichaam. Hij houdt deze in de hoogte om te bewijzen dat de Heer is verrezen en niet langer in deze doeken gehuld ligt. Zij zingen de hymne 'de Heer is opgestaan uit het graf' en leggen de linnen doeken op het altaar. De priester, met hen verheugd over de triomf van Christus over de dood, begint de hymne 'Wij loven U, 0 God' en als deze zang begonnen is, beginnen alle kerkklokken te luiden'.

In zekere zin kunnen wij zeggen, dat bisschop Aethelwold hier als regisseur optreedt. Rondom deze eenvoudige handeling begint zich nu een spel te ontwikkelen. Er zijn allerlei mogelijkheden aanwezig om de kern van de handeling met anecdotische elementen te omgeven. Wat de zang betreft, net als bij de eerste gespeelde tropus kiest men reeds bestaande melodieën bij de nieuwe tekst. Hoewel de teksten in het Latijn worden gezongen, is iedere toeschouwer voldoende op de hoogte van de gang der handeling, dat hij deze kan volgen.

In de twaalfde eeuw begint men echter de Latijnse tekst te vermengen met gedeelten in de landstaal.

Eigentaals theater

Allereerst de toevoegsels aan de centrale handeling van het Paasspel. De gang der vrouwen (door de kerk naar het 'Graf') wordt onderbroken door het kopen van specerijen (soms gesymboliseerd door kaarsen). Dit is eerst een zwijgende handeling, maar weldra wordt de 'mercator' ook sprekende, d.w.z. zingende ingevoegd. In een Frans handschrift uit de twaalfde eeuw noemt hij zijn prijs; de vrouwen zingen 'O smart' en wenden zich vervolgens tot een tweede 'unguentarius' (reukwerk-verkoper) die blijkbaar minder hoge prijzen vraagt. Hier hebben we reeds een duidelijk symptoom van de neiging tot 'optuigen' van de handeling. Nog één stap verder en wij komen tot de inleiding waarin de koopman zijn waren aanprijst en tot scenes met zijn brutale personeel en zijn niet al te trouwe echtgenote. Maar voorlopig duurt het nog wel even, eer we daaraan toe zijn. Vooral in het Duitse taalgebied en het meest in Wenen kunnen de mensen van de dertiende eeuw aan dergelijke taferelen groot plezier beleven. Dit alles speelt zich dan echter niet meer binnen de kerk af.

Uitbreidingen, die nog binnen het kader van de zuiver religieus bedoelde tropus vallen, zijn o.a. deze: de vrouwen, op weg naar het graf van Christus, maken zich zorg, hoe zij de zware steen zullen kunnen afwentelen. Teruggekeerd tonen zij de doeken uit het graf aan de apostelen. Twee van dezen worden nu van hun kant ook handelende figuren: het zijn Petrus en Johannes die zich spoeden naar het lege graf. Johannes, als jongere, bewijst daarbij dat hij het hardst kan lopen.

Men heeft voorlopig vermeden, Christus zeif in de handeling te betrekken. Sedert ongeveer 1200 treedt Hij echter ook persoonlijk op. Wij zien hier een direct verband met de tijdgeest.

Paasspel van Maastricht

Een van de allermooiste voorbeelden daarvan bezitten wij in ons eigen land: het Paasdrama van Maastricht, dat omstreeks 1200 moet zijn ontstaan. De optredende figuren zijn: Christus als tuinman, gekleed als diaken met hoofddoek (humerale); Christus als pelgrim, gekleed in ruwharige rok, ongeschoeid en met pelgrimsstaf; twee engelen bij het graf op het priesterkoor: één aan het voeteneinde, één aan het hoofdeinde; Maria Magdalena en twee andere vrouwen: Maria Jacobi en Maria Salome; twee leerlingen als pelgrims gekleed (zij vervullen enigszins de rol der Emmaüsgangers).

In de Onze Lieve Vrouwekerk te Maastricht zingt men het laatste responsorium der Metten: 'Toen de Sabbath voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jacobus en Salome reukwerken om Jezus te gaan balsemen, alleluia. En zeer vroeg op de eerste dag der week, kwamen zij bij het graf, toen de zon reeds was opgegaan'. Na het beëindigen van deze zang, schrijden de drie geestelijken die de vrouwen uitbeelden, met een doek of kap over het hoofd in de richting van het Graf: 'Ja, laten wij ons inderdaad haasten naar het Graf om het allerheiligste lichaam van den Geliefde te balsemen'. Onderweg roept Magdalena ontzet uit: 'wie zal de Steen afwentelen?', zij snelt vooruit en ziet dat dit reeds geschied is: een witte jongeling heeft er plaats genomen en wenkt haar te komen.

Na de mededeling over de Verrijzenis treden de vrouwen het graf binnen en de engel herinnert aan de woorden die Christus zelf hierover gesproken heeft. Hij eindigt met de vermaning, heen te gaan en Petrus de Verrijzenis te melden. De tweede engel stelt de vrouwen nader gerust. Terwijl twee vrouwen naar verschillende richtingen ('naar het noorden en het zuiden') vertrekken, kan Maria Magdalena het graf maar niet verlaten. Met tranen in de stem ('lacrimabiliter' zegt de toneelaanwijzing) zingt zij 'Ik zoek en vind niet waar zij Hem hebben neergelegd'. Als zij uit het graf naar buiten komt, volgt de ontmoeting met Christus als tuinman. Hierna komt tenslotte de herkenning.

Nadat Magdalena zich aan Christus voeten heeft geworpen, doet Christus een stap terug en zingt 'Noli me tangere ('raak mij niet aan, want ik ben nog niet opgeklommen tot Mijn Vader, Mijn God en uw God, alleluia'). Christus verwijdert Zich en Magdalena neemt uit het graf een klein kruis met de zweetdoek op. Twee leerlingen verschijnen intussen als pelgrims en vragen haar wat Maria Magdalena onderweg gezien heeft. Deze vertelt het gebeurde en heft tenslotte het kruis op 'Christus, mijn hoop, is verrezen. Hij zal u voorgaan naar Galilea' (dit is blijkbaar ook de benaming van het hoog gelegen koor).

Na het vertrek van Maria Magdalena verschijnt Christus als pelgrim. De toneelaanwijzing geeft zijn kleding aan, die hierboven reeds is genoemd. Hij vraagt de beide leerlingen wat zij met elkander bespreken en waarom zij bedroefd zijn, 'alleluia'. Het antwoord begint met de vraag 'Zijt gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat gij niet weet, welke dingen in deze dagen zijn gebeurd'? Met spreekstem vraagt Christus: 'wat dan?' ('quae' ?). Daarna vertelt de tweede leerling wat er zich heeft afgespeeld. Christus antwoordt met de woorden uit het Evangelie: '0 onverstandigen en tragen van hart in het geloven van al hetgeen de profeten voorspeld hebben, alleluia'. Daarna verdwijnt Hij plotseling uit hun midden. Nu volgt de apotheose op het hoger liggende priesterkoor waar de drie vrouwen en de pelgrims samenkomen. Terwijl de gelovigen in de kerk zich voor dit priesterkoor verzamelen, tonen de vrouwen de lijkwade. Met luider stem ('altissimo voce clamantes' zegt de toneelaanwijzing) zetten nu alle medespelers de antiphoon in met de volgende tekst: 'De Heer die voor ons aan het Kruishout hing, is uit het Graf verrezen, alleluia'. Het geheel eindigt met een 'Te Deum' waar de stemmen van alle aanwezigen in meeklinken.

Bij de vele honderden variaties van het Paasspel behoort dit uit Maastricht tot de mooiste. Daarom is het hier uitvoerig geciteerd. Op deze wijze wordt dramatisch en aan het slot, met medewerking van alle gelovigen, de Verrijzenis een feit, dat allen als het ware persooniijk hebben meegemaakt en waarvan zij de emoties hebben ervaren.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !