Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Italiano
Catalan Czech Esperanto Greek Igbo Japanese Korean Latin Malay language Norwegian Polish Swahili Tagalog
Openingspagina!

Eén Maria, of twee, of drie?

Eén, twee of zelfs drie Maria’s?

door Theresia Saers

Al meer dan een kwart eeuw intrigeert mij de vraag van velen: is Maria Magdalena, meer genoemd Maria van Magdala, nu wel of niet dezelfde als Maria van Betanië? Ik begin steeds meer over te hellen naar een bevestigend antwoord. Bovendien, is een van de twee Maria’s dezelfde persoon als de anonieme berouwvolle zondares die wordt beschreven in Lucas 7? Een tergend moeilijke vraag. Net als een van die koans, moeilijke vragen die Boeddhistische meesters aan hun leerlingen stellen om ze op die manier tot verlichting te brengen.

Ik zal de verschillende aspecten van deze kwestie als volgt proberen te ontrafelen:

  1. Een kritische blik op de Evangelieteksten
  2. De discussie in de Kerk in de loop van de eeuwen
  3. Enkele moderne theorieën
  4. Conclusie

Een kritische blik op de Evangelieteksten

Om te beginnen. Degene die verantwoordelijk is voor de koppeling van de havenplaats Magdala (Mejdel) aan de naam Maria is de evangelist Lucas. Er is echter iets opvallends aan de hand. Hij schrijft niet ‘Maria van Magdala’ (Lc 8,2) zoals hij later schrijven zal ‘Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië’ ( Hnd 6,5) en ‘een man uit Tarsus, Saül geheten’ (Hnd 9,11). Nee, hij zegt ‘Maria, Magdalena genaamd’.(1)

Normaal gesproken zou een vrouw in die tijd gepreciseerd worden met de naam van haar man of haar zonen. In het geval van Maria Magdalena was dat kennelijk onmogelijk en Lucas zocht iets anders. Mogelijk had deze Maria in Magdala haar eigen huis waar ze haar vrouwen kon verzamelen. We weten het niet. Van Jezus, die over verschillende steden een ‘Wee u’ uitspreekt, geen slecht woord over Magdala.

Laat ons bijeen zetten wat er bekend is van Maria van Betanië.

* Zij handelt zeer opmerkelijk wanneer Jezus op zekere dag met zijn leerlingen een bezoek brengt aan het huis van haar zuster Marta en haar. Ze wijdt zich dan niet aan de materiële verzorging van de belangrijke gast en zijn leerlingen, nee, ze zet zich als een leerling neer bij de mannelijke discipelen. Het is een Bijbelse manier om aan te geven dat zij Jezus’ leerling was zoals Paulus ooit van Gamaliël Zij wordt daar nog om geprezen ook. (Lc 10,38-42).

* Wanneer haar broer Lazarus is gestorven, komt haar zuster Marta haar zeggen dat Jezus wenst dat ze naar hem en naar het graf komt (Joh 11).

* Zij was volgens het Vierde Evangelie de vrouw die Jezus heeft gezalfd (Joh 11,2).

* Jezus had een speciale liefde voor Maria van Betanië, haar zuster Marta en haar broer Lazarus (Joh 11, 5).

Van Maria van Magdala lezen we het volgende:

* Zij was een van een vrij grote groep vrouwen die Jezus van Galilea af waren gevolgd en hem met hun aardse goederen diende (Mt 27, 55 Mc 15, 41).

* Zij stond toe te zien bij de kruisiging (Mt 27,55 Mc 15, 40 Joh 19, 25-27).

* Zij en ‘de andere Maria’ waren tegenwoordig bij de graflegging (Mt 27, 61).

* Zij kwam met ‘de andere Maria’ het graf bezoeken. (Mt 28,1)

* Ze kwam om hem te balsemen (Mc 16,1 Lc 24,1).

* De Heer heeft zeven duivels uitgedreven uit Magdalena (Mc 16, 9 Lc 8, 2).

* Jezus verscheen na zijn verrijzenis het eerst aan Maria Magdalena. Zij ging aan de treurende apostelen melden dat hij leefde, maar zij geloofden haar niet. (Mc 16, 9 Joh 20, 1-18 Lc 23, 55,56 en Lc 24, 1-11).

* Magdalena en de vrouwen zagen na de verrijzenis ook engelen (Mt. 28, 1-7; Mc 16, 5-7; Lc 24, 4-8; Joh. 20, 11-13).

* Het laatste –en een van de weinige woorden die van Magdalena zijn opgetekend – is ‘Rabboni’, wat betekent ‘Meester’. Ze is dus duidelijk een leerling van Jezus (Joh. 20,16).

* Ze schijnt een leidersrol gehad te hebben bij de vrouwen. Lucas, Matteüs en Marcus vernoemen haar als eerste van de vrouwen.Lc (8, 2), Mt (27,56), Mc (15,40).

Mijns inziens is het karakter dat uit beide beschrijvingen volgt alvast niet tegenstrijdig. Wel tegenstrijdig is de wijze waarop Lucas Maria van Magdala behandelt. Lucas hult om zijn eigen theologische redenen Maria van Magdala, en ook de andere vrouwen uit die groep die de Heer volgden, in een waas van ziekte en zondigheid, terwijl hij tegelijkertijd er niet omheen kan te vertellen dat zij Jezus en de discipelen met hun vermogen ten dienste stonden. Was dat soms omdat dit laatste, heel positieve aspect, nog algemeen bekend was ten tijde van het opschrijven van zijn verhaal? Gebruikt hij literaire middelen om aan te geven dat Maria van Magdala, de vrouw van de zalving is, de berouwvolle zondares? (Lc 7). Hij noemt de vrouw niet bij name. Zegt hij onder bedekte termen dat zij de Maria uit Magdalena was? Hij laat immers zelfs de onfatsoenlijk optredende Farizeeër-gastheer in Betanië bij zichzelf zeggen, wat een ‘hamartolis’ die vrouw wel is, wat een ‘foute’ vrouw’.(2). (2)

Is het onwaarschijnlijk dat meer dan een zalving plaats heeft gevonden? Was the zalving door de rouwmoedige zondares (Lc 7) hetzelfde gebeuren als de zalving door Maria in Betanië? Uit het verslag dat Matteüs en Marcus hebben nagelaten over de zalving zou men opmaken dat Jezus zijn leerlingen opdroeg het verhaal van wat Maria van Betanië deed te vermelden overal waar het evangelie verkondigd zou worden (Mat 26, 13 and Mc 14, 9). Was dit niet om de gedachtenis aan haar naam levend te houden? Maar als dat zo is, en als de twee zalvingen op een gebeurtenis slaan, waar zou Lucas deze wens van Jezus vermelden te Betanië, maar de naam van de zondares niet aangeven in zijn hoofdstuk 7? Of bestond de traditie al in twee vormen vóór Lucas ze opnam in zijn evangelie?

Het is even opmerkelijk dat binnen de evangeliën alle vier de evangelisten Maria van Magdala een prominente rol toebedelen, maar dat alleen Lucas Maria van Betanië meer dan eens noemt in een hele speciale rol. Was dat zijn manier om het gebod van de Heer te vervullen? Of sprak hij over een andere zalving? Het Vierde Evangelie dateert van een latere tijd dan de evangeliën van Matteüs en Marcus, en is volgens sommige Bijbelgeleerden sterk beïnvloed door deze Maria Magdalena die volgens sommigen op de een of andere manier afkeuring schijnt te verdienen. Dit Vierde Evangelie dan neemt de moeite te vermelden dat het deze Maria van Betanië is geweest die de Heer heeft gezalfd. Was er dan toen al zoveel verwarring over de identiteit van deze twee Maria’s dat deze vermelding nodig was?

De discussie in de Kerk in de loop van de eeuwen

Het komt mij voor dat in de gemeenschap rond Jezus van Nazareth er twee eminente vrouwen waren met dezelfde naam, wat soms voor verwarring zorgde, vooral wanneer ze niet ter plekke waren. Zij heetten beide Maria. De ene was zijn moeder. De andere een voortdurende gezellin, al vanaf de dagen dat ze een nieuw leven was begonnen en Jezus’ voeten had gezalfd met kostbare olie, en hij haar had aanvaard onder zijn discipelen. Wanneer nodig sprak men van ‘de andere Maria’.

Echt verwarring ontstond eerst later, toen sommigen het nodig begonnen te vinden een verslag te schijven van het dienstwerk van Christus in Palestina. Er waren redenen waarom men soms onder bedekte termen verwees naar personen in de omgeving van Jezus (zoals in verzetscommunicaties in oorlogstijd). Maria, de moeder van Jezus, schijnt bij tijden aangeduid te zijn geweest met de naam van andere zonen, Jakobus en Jozef, en de andere Maria als Maria Magdalena. De Maria die voorkomt in meer dan één Bijbelverhaal en die woonde in Betanië en ook een prominente rol speelt als behorend tot de vriendenkring van Jezus, wordt nooit aangeduid als Maria van Betanië of om het zo maar eens te zeggen als ‘de derde Maria’.

Men begon zich af te vragen of Maria van Magdala dezelfde vrouw was als de Maria waarover ze lazen in verband met Betanië, en eveneens de anonieme zondares kon zijn waar Lucas over spreekt in zijn verhaal van de zalving. Want noemde hij de eerste niet een zondares in de stad en de tweede een vrouw waar Jezus zeven duivels uit had gedreven? Zeven duivels. Dat moet wel een heel grote zondares geweest zijn, nietwaar? Hoe het ook zij, de Oosterse traditie hield vast aan het idee van drie vrouwen, de Westerse traditie, vooral na de krachtige uitspraken van St. Augustinus, een groot bijbelgeleerde, en Paus Gregorius de Grote, spraken zich uit voor de stelling dat het in alle teksten om één en dezelfde vrouw ging.

De Gregoriaanse samensmelting van de drie Maria’s werd tenslotte in de Middeleeuwen algemeen aanvaard, vooral ook door de populariteit van zijn Leven van Maria Magdalena, dat gepropageerd werd in de dertiende-eeuwse Legenda Aurea.

In 1517 stelde Lefèvre d’Étaples dat de Westerse Kerk naar zijn mening ongelijk had en dat Maria Magdalena niet dezelfde was als de Maria die voorkwam in Betanië, en ook niet als de anonieme zondares van Lucas! De Maria Magdalena figuur was ten onrechte geduid als één vrouw.

De Kerk van het Westen leek te schudden op haar grondvesten. Maria Magdalena was uitermate belangrijk in het geloof van de Kerk en ieder die riep om een herwaardering kwam aan het wezen ervan. Grote geleerden, zoals John Fisher in Engeland en Erasmus in de Nederlanden, werden gevraagd naar hun mening. John Fisher beslist uiteindelijk: Lefèvre levert geen steekhoudend bewijs voor zijn stelling: er is beslist slechts één Maria Magdalena. Daarop prees Erasmus Fisher om zijn geleerde weerwoord. Lefèvre vond het maar beter enigszins terug te krabbelen. Misschien waren er twee, misschien toch maar één…

Maar het debat was niet meer te stoppen. De boeken die ik onlangs in Marseille aantrof zijn, meer dan een eeuw later, nog duidelijk geschreven in de context van die strijd:

1649 Dissertation sur Sainte Marie Magdeleine. Pour prouver que Marie Magdeleine, Marie Soeur de Marthe, et la Femme pécheresse, sont trois femmes différentes. A PARIS, AVEC PRIVILEGE DU ROY

1674 La Magdeleine, Pécheresse et Convertie. Traduite de l’Italien de MR. Le Mr. Le Marquis Antoine-Iules Brignolé Salé par le R.P. Pierre de S. André C.D. A AIX Chez Éstienne Roize .... Imprimeurs du Roy et de l’Université. De Italiaanse schrijver grijpt terug op de Gulden Legende, niet echt een wetenschappelijk onderzoek dus. In verheven bewoordingen schrijft de vertaler een opdracht aan Monsieur Louis Henry de Guyon.

1685 Dissertation pour la Défense des deux Saintes, Marie Madeleine et Marie de Béthanie, Soeur de Saint Lazare. Contre l’ opinion de ceux qui les confondent et les font une seule personne, et la même que la femme pécheresse. A Paris, Chez J.B. Nego, demeurant Court neuve du Palais, sur le grand Escalier ( !)

De meeste moderne geleerden, vooral Bijbelgeleerden die zich baseren op een vergelijkende studie van de Bijbelteksten, nemen minstens twee vrouwen aan: Maria van Magdala en Maria van Betanië. Geestelijke schrijvers zijn het echter niet met hen eens.

Enkele moderne theorieën

De laatste tijd spreekt de figuur van Maria Magdalena opnieuw tot de verbeelding. Hieronder twee voorbeelden van ongewone theorieën die momenteel worden verdedigd:

Ramon Jusino’s thesis is dat Maria Magdalena de Beminde Leerling was en de persoon die de inspirator was van het Vierde Evangelie. Esther de Boer gaat daarin met hem mee, hoewel zij uitgaat van een ander startpunt. (Ramon Jusino, Mary Magdalene Author of the Fourth Gospel? 1998 ; Boer, E. de.Mary Magdalene and the Disciple Jesus Loved. 2000)

Thomas Butler. Butler’s stelling is dat Maria van Betanië priester was, zelfs bisschop, als behoeder van de traditie. Hij stelt dat het heel wel mogelijk is dat zij de Beminde Leerling was en dat het Vierde Evangelie was samengesteld uit een bundel preken en commentaren van Maria van Betanië. (Butler,Thomas W. Let her keep it. A New Approach to John’s Gospel Through its Use of Mosaic Oracles. Tracy,California, Quantum Leap Publishers, 1998).

Persoonlijk houd ik het liever bij een psychologische studie door R.L.Bruckberger , Marie Madeleine, in 1975 gepubliceerd door Albin Michel te Parijs, waarin hij de hypothese verdedigt dat alle evangeliën spreken over een en dezelfde vrouw. Ik vind zijn argumenten uiterst acceptabel.

Het beeld dat te voorschijn komt uit Bruckberger’s studie is min of meer als volgt.

Maria, zuster van Marta en Lazarus, groeit op in een rijke familie, die verkeert aan het hof van de Tetrarch Herodes. Behalve de woning in Betanië bezit de familie een buitenverblijf in Magdala, aan de oevers van het Meer van Galilea, waar het ’s zomers goed toeven is. Vlak daarbij bouwt Herodes in die jaren de stad Tiberias, waar de Hellenistische cultuur spoedig hoogtij zal vieren.

De jonge Maria is rijk, levendig en leergierig, en voelt zich aangetrokken door de Hellenistische geleerdheid, haar kunst en rijkdom. Ze moet de verhalen gekend hebben over de grote vrouwen van haar volk, Judit en Ester. Ze moet net als andere jonge mensen ervan gedroomd hebben ooit ook iets te mogen betekenen. Ze gaat om met de dochter van Herodias en met Johanna, de vrouw van Chusa, hoge ambtenaar aan het hof. Ze wordt geboeid door de Hellenistische leer over de schoonheid en de wijsheid. Wijsheid is het hoogste ideaal en men bereikt de wijsheid door het nastreven van Schoonheid en Liefde. Uiterlijke schoonheid moet het volgens de Hellenisten echter afleggen tegen de innerlijke, schoonheid van karakter en van ziel.

Zodoende verlangen jongeren, de rijke Joodse jonge vrouw Maria niet anders, de Wijsheid te bereiken. Dergelijke vrouwen, courtisanes, stonden in de hele stad bekend. Het is duidelijk dat elke zichzelf respecterende Jood zich verre zou houden van deze hele Hellenistische cultuur in het ‘Galilea van de heidenen’. (Mt 4,5). We weten niet in hoeverre Maria is meegegaan in deze cultuur, maar bepaalde details in Lucas zijn in dit opzicht interessant. Lucas sprak tenslotte Grieks en hij moet deze cultuur goed gekend hebben.

Zelfs als Maria verstrikt is geraakt in de Hellenistische ideeën, moeten we niet denken in termen van prostitutie zoals wij die vandaag de dag kennen. Er was een quasi-religieus aspect aan. Evengoed kan het Maria niet zijn ontgaan dat er heel bedenkelijke kanten zaten aan deze beschaving. Wanneer je de Wijsheid probeert te bereiken, kan het niet anders dan dat je ogen evengoed opengaan voor het kwaad als voor het Goede en de Schoonheid. Mogelijk heeft Maria rond de tijd dat Johannes de Doper aan het hof van Herodes verscheen de echte innerlijke schoonheid leren kennen, de schoonheid van de ziel. De integriteit van deze profeet moet indruk gemaakt hebben. Vermoedelijk is ze zelf die Rabbi Jezus gaan zoeken waar Johannes naar verwees. Op een gegeven ogenblik moet Maria de totale leegte van haar bestaan hebben ingezien, wanneer ze het vergeleek met dat van Jezus. Langzamerhand keert ze zich af van het oude bestaan. Het wordt haar duidelijk dat deze Jezus de ware Wijsheid brengt. De dag komt dat ze het hof verlaat, getooid in al haar pracht. Ze draagt een kostbare ampul, een geschenk voor goden en koningen, het attribuut dat haar zozeer te pas kwam in haar vorig bestaan, maar ze is niet langer op weg naar de paleizen van de rijken. Ze is op zoek naar Jezus van Nazareth, die, ze voelt het van binnen, uiteindelijk de vervulling zal zijn van haar ideaal van Liefde, Schoonheid en Wijsheid. Hij is in het huis van een zekere Simon, die het niet eens nodig heeft gevonden Jezus te verwelkomen met ook maar de minste égards.

Lucas vertelt ons het verhaal van de vrouw die de voeten van Jezus kwam zalven met de allerzuiverste olie, in een allerkostbaarste ampul. Het is het verhaal van Maria’s bekering, dat de verbeelding van de gelovigen door de eeuwen heen heeft geraakt.

Ze lijkt instinctief aan te voelen dat deze Jezus haar al heeft gezien en de roerselen heeft gepeild van haar berouwvol hart. De gastheer groet ze niet, maar gaat regelrecht op Jezus af, knielt aan zijn voeten neer en toont hem alle liefde die ze maar kan. Met een teder gebaar giet ze de olie uit over zijn voeten, masseert ze met haar handen en haar prachtige haar, het haar dat ze als Joodse vrouw altijd verborgen had moeten houden, maar dat ze zo vaak gebruikt heeft om anderen te bekoren in haar vroeger leven. Haar tranen stromen. Over haar hoofd heen vormen de gedachten van de gastheer een dreigende wolk, maar Jezus veegt die vriendelijk weg en hij berispt Simon vanwege diens gebrek aan generositeit. Jezus aanvaardt heler harte de gave van haar berouw. Hij vertaalt het gebaar van haar liefde tot een uitnemend voorbeeld van dankbaarheid van de mens die weet dat zij vergiffenis heeft ontvangen.

“Zó ben jij nooit geweest, Simon, jij die jezelf zo geweldig vindt en zo trouw aan de Wet. Maar waar is je liefde? Ik snak naar liefde.”

Lucas beschrijft het in de volgende eenvoudige bewoordingen:

‘Simon’, zei hij ‘ziet u deze vrouw? Ik kwam uw huis binnen. Water voor mijn voeten hebt Me niet gegeven, maar zij heeft met tranen mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd. Een kus hebt u Me niet gegeven, maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten gekust. Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg ik u dat haar vele zonden vergeven zijn, getuige haar grote liefde. Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde.’
Tegen haar zei Hij: ‘Uw zonden zijn vergeven.’

De andere gasten zeiden toen onder elkaar: ‘Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?’
Tegen de vrouw zei hij toen: ‘Uw vertrouwen is uw redding. Ga in vrede’.

Het verhaal eindigt daar echter nog niet, want Lucas gaat onmiddellijk door –de indeling in hoofdstukken is van later datum en door anderen nodig geacht -:

In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen om de goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen waren –Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan, Johanna, de vrouw van Chusa, een hoge beambte van Herodes, en Susanna – en nog vele andere vrouwen, die hem uit eigen middelen onderhielden.

Twee dingen lijken duidelijk:

* Jezus heeft Maria Magdalena onmiddellijk aanvaard in zijn eigen gezelschap. Haar zonde bestaat niet meer voor hem Hij zal er nooit meer op terugkomen.

* Johanna, de vrouw van het hof van Herodes, en andere welgestelde vrouwen bleven bij Maria. Deze moet van meet af aan een leidersfiguur zijn geweest.

Zou het dit soort gedrag kunnen zijn, Jezus, die zonder enig verwijt mensen als Levi de tollenaar en Maria de courtisane, openbare zondaars, in zijn dichte nabijheid toeliet, dat Johannes de Doper zozeer shockeerde dat hij het nodig vond twee boodschappers naar Jezus te sturen om er zeker van te zijn dat hij de man van Nazareth terecht had aangewezen als de komende Messias? In de context van de vraag van Johannes noteert Lucas het zachtmoedige antwoord van Jezus. Johannes moet zich niet ergeren. Jezus voegt er nog een opmerkelijke uitspraak aan toe: “De Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar kinderen! …” (Lc 7,35).

De evangelist Johannes, heel goed op de hoogte van wat de andere evangelisten reeds over Jezus hebben geschreven , voegt er voor ons nog de informatie aan toe dat deze vrouw inderdaad Maria was, zuster van Marta en Lazarus uit Betanië (Jhn 11,2). De auteur van het vierde evangelie beschrijft nog een tweede verhaal over Maria die de Heer zalft. Hij noteert het in een versie die opmerkelijk gelijk is aan de verhalen van Marcus en Matteüs. Alle drie schrijven ze dat Jezus het gebaar van Maria, wanneer zij hem ten tweeden male zalft, ziet als vooruitwijzend naar zijn komende dood.

Conclusie

Het kan zijn dat de Bijbelgeleerden het bij het rechte eind hebben wanneer zij stellen dat de tradities over Maria van Magdala en Maria van Betanië voortkomen uit datgene wat Jezus deed in verband met twee verschillende personen. We zullen het wel nooit zeker weten. Het is echter opvallend dat er uit deze verschillende ‘Maria’s’ een enkele ‘Magdalena’ is voortgekomen in het latere christelijk aanvoelen, en dat niet geheel zonder grond.

Of we het nu hebben over één vrouw of twee, laat ons de gebeurtenissen niet uit het oog verliezen die beschreven worden in verband met hun daden. Zie de karaktertrekken die zij gemeen hebben:

Bovendien komen ze allebei met olie en zalf. En tenslotte:

Beide zijn uitgesproken leerlingen. De vrouw in Betanië toont dat als ze zich met de mannelijke discipelen neerzet aan de voeten van Jezus. Magdalena bewijst dat ze zijn leerling is, wanneer ze bij het zien van de Verrezen Heer uitroept: “Rabboni”. Dit is wel de grootste en meest originele kwaliteit van elk van de vrouwen.

Ik voor mij zou zeggen dat deze karakters zó precies bij elkaar passen dat we hen zonder enig bezwaar mogen samensmelten tot één enkele persoon, of we die nu Maria Magdalena noemen of Maria van Betanië.

Bovendien moeten we in deze hele discussie over de traditionele Maria Magdalena niet uit het oog verliezen dat deze traditie een eigen boodschap inhoudt. In het hart van de gelovigen leeft Magdalena als de vrouw die Jezus, de Christus, heeft gezalfd. Naar hun overtuiging heeft deze vrouw de Apostelen gespaard voor afvalligheid door hen het Goede Nieuws te melden. Deze vrouw kon en deed vele dingen die normaal door Kerk en wet van die tijd verboden waren. De traditionele devotie tot Maria Magdalena, zoals die in die eeuwen werd verstaan door de gelovigen, gaf daarom blijk van een latente traditie in het hart van de gelovigen, die aan vrouwen een veel grotere rol toekende dan die welke werd toegestaan door het Kerkelijk gezag.

Theresia Saers

Noten

(1) Het lijkt steeds of de passage moeilijk te vertalen is, men krijgt dan ook verschillende versies; genoemd, genaamd, bijgenaamd Magdalena, echter nooit Maria van Magdala. Zo heeft de Jerusalem Bible de vertaling ‘surnamed Magdalena’.

(2) Zie voor een verklaring van dit woord Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala.. Theresia Saers. Tilburg, Syntax.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina

Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !