|
|
|---|
door Theresia Saers
Al meer dan een kwart eeuw intrigeert mij
de vraag van velen: is Maria Magdalena, meer genoemd Maria van Magdala, nu wel
of niet dezelfde als Maria van Betanië? Ik begin steeds meer over te
hellen naar een bevestigend antwoord. Bovendien, is een van de twee
Marias dezelfde persoon als de anonieme berouwvolle zondares die wordt
beschreven in Lucas 7? Een tergend moeilijke vraag. Net als een van die
koans, moeilijke vragen die Boeddhistische meesters aan hun leerlingen
stellen om ze op die manier tot verlichting te brengen.
Ik zal de verschillende aspecten van deze kwestie als volgt proberen te
ontrafelen:
- Een kritische blik op de
Evangelieteksten
- De discussie in de Kerk in de loop van
de eeuwen
- Enkele moderne
theorieën
- Conclusie
Een kritische
blik op de Evangelieteksten
Om te beginnen. Degene die verantwoordelijk is voor de koppeling van de
havenplaats Magdala (Mejdel) aan de naam Maria is de evangelist Lucas. Er is
echter iets opvallends aan de hand. Hij schrijft niet Maria van
Magdala (Lc 8,2) zoals hij later schrijven zal Nikolaüs, een
proseliet uit Antiochië ( Hnd 6,5) en een man uit Tarsus,
Saül geheten (Hnd 9,11). Nee, hij zegt Maria, Magdalena
genaamd.(1)
Normaal gesproken zou een vrouw in die tijd gepreciseerd
worden met de naam van haar man of haar zonen. In het geval van Maria Magdalena
was dat kennelijk onmogelijk en Lucas zocht iets anders. Mogelijk had deze
Maria in Magdala haar eigen huis waar ze haar vrouwen kon verzamelen. We weten
het niet. Van Jezus, die over verschillende steden een Wee u
uitspreekt, geen slecht woord over Magdala.
Laat ons bijeen zetten wat er bekend is van Maria van
Betanië.
* Zij handelt zeer opmerkelijk wanneer Jezus op
zekere dag met zijn leerlingen een bezoek brengt aan het huis van haar zuster
Marta en haar. Ze wijdt zich dan niet aan de materiële verzorging van de
belangrijke gast en zijn leerlingen, nee, ze zet zich als een leerling neer bij
de mannelijke discipelen. Het is een Bijbelse manier om aan te geven dat zij
Jezus leerling was zoals Paulus ooit van Gamaliël Zij wordt daar nog
om geprezen ook. (Lc 10,38-42).
* Wanneer haar broer Lazarus is gestorven, komt haar zuster Marta
haar zeggen dat Jezus wenst dat ze naar hem en naar het graf komt (Joh 11).
* Zij was volgens het Vierde Evangelie de vrouw die
Jezus heeft gezalfd (Joh 11,2).
* Jezus had een speciale liefde voor Maria van
Betanië, haar zuster Marta en haar broer Lazarus (Joh 11, 5).
Van Maria van Magdala lezen we het volgende:
* Zij was een van een vrij grote groep vrouwen die
Jezus van Galilea af waren gevolgd en hem met hun aardse goederen diende (Mt
27, 55 Mc 15, 41).
* Zij stond toe te zien bij de kruisiging (Mt 27,55 Mc 15, 40 Joh
19, 25-27).
* Zij en de andere Maria waren
tegenwoordig bij de graflegging (Mt 27, 61).
* Zij kwam met de andere Maria het graf
bezoeken. (Mt 28,1)
* Ze kwam om hem te balsemen (Mc 16,1 Lc 24,1).
* De Heer heeft zeven duivels uitgedreven uit
Magdalena (Mc 16, 9 Lc 8, 2).
* Jezus verscheen na zijn verrijzenis het eerst aan
Maria Magdalena. Zij ging aan de treurende apostelen melden dat hij leefde,
maar zij geloofden haar niet. (Mc 16, 9 Joh 20, 1-18 Lc 23, 55,56 en Lc 24,
1-11).
* Magdalena en de vrouwen zagen na de verrijzenis ook
engelen (Mt. 28, 1-7; Mc 16, 5-7; Lc 24, 4-8; Joh. 20, 11-13).
* Het laatste en een van de weinige woorden die
van Magdalena zijn opgetekend is Rabboni, wat betekent
Meester. Ze is dus duidelijk een leerling van Jezus (Joh. 20,16).
* Ze schijnt een leidersrol gehad te hebben bij de
vrouwen. Lucas, Matteüs en Marcus vernoemen haar als eerste van de
vrouwen.Lc (8, 2), Mt (27,56), Mc (15,40).
Mijns inziens is het karakter dat uit beide
beschrijvingen volgt alvast niet tegenstrijdig. Wel tegenstrijdig is de wijze
waarop Lucas Maria van Magdala behandelt. Lucas hult om zijn eigen theologische
redenen Maria van Magdala, en ook de andere vrouwen uit die groep die de Heer
volgden, in een waas van ziekte en zondigheid, terwijl hij tegelijkertijd er
niet omheen kan te vertellen dat zij Jezus en de discipelen met hun vermogen
ten dienste stonden. Was dat soms omdat dit laatste, heel positieve aspect, nog
algemeen bekend was ten tijde van het opschrijven van zijn verhaal? Gebruikt
hij literaire middelen om aan te geven dat Maria van Magdala, de vrouw van de
zalving is, de berouwvolle zondares? (Lc 7). Hij noemt de vrouw niet bij name.
Zegt hij onder bedekte termen dat zij de Maria uit Magdalena was? Hij laat
immers zelfs de onfatsoenlijk optredende Farizeeër-gastheer in
Betanië bij zichzelf zeggen, wat een hamartolis die vrouw wel
is, wat een foute vrouw.(2). (2)
Is het onwaarschijnlijk dat meer dan een zalving plaats
heeft gevonden? Was the zalving door de rouwmoedige zondares (Lc 7) hetzelfde
gebeuren als de zalving door Maria in Betanië? Uit het verslag dat
Matteüs en Marcus hebben nagelaten over de zalving zou men opmaken dat
Jezus zijn leerlingen opdroeg het verhaal van wat Maria van Betanië deed
te vermelden overal waar het evangelie verkondigd zou worden (Mat 26, 13 and Mc
14, 9). Was dit niet om de gedachtenis aan haar naam levend te houden? Maar als
dat zo is, en als de twee zalvingen op een gebeurtenis slaan, waar zou Lucas
deze wens van Jezus vermelden te Betanië, maar de naam van de zondares
niet aangeven in zijn hoofdstuk 7? Of bestond de traditie al in twee vormen
vóór Lucas ze opnam in zijn evangelie?
Het is even opmerkelijk dat binnen de evangeliën
alle vier de evangelisten Maria van Magdala een prominente rol toebedelen, maar
dat alleen Lucas Maria van Betanië meer dan eens noemt in een hele
speciale rol. Was dat zijn manier om het gebod van de Heer te vervullen?
Of sprak hij over een andere zalving? Het Vierde Evangelie dateert van een latere tijd dan de
evangeliën van Matteüs en Marcus, en is volgens sommige
Bijbelgeleerden sterk beïnvloed door deze Maria Magdalena die volgens
sommigen op de een of andere manier afkeuring schijnt te verdienen. Dit Vierde
Evangelie dan neemt de moeite te vermelden dat het deze Maria van Betanië
is geweest die de Heer heeft gezalfd. Was er dan toen al
zoveel verwarring over de identiteit van deze twee Marias dat deze
vermelding nodig was?
De
discussie in de Kerk in de loop van de eeuwen
Het komt mij voor dat in de gemeenschap rond Jezus van Nazareth er twee
eminente vrouwen waren met dezelfde naam, wat soms voor verwarring zorgde,
vooral wanneer ze niet ter plekke waren. Zij heetten beide Maria. De ene was
zijn moeder. De andere een voortdurende gezellin, al vanaf de dagen dat ze een
nieuw leven was begonnen en Jezus voeten had gezalfd met kostbare olie,
en hij haar had aanvaard onder zijn discipelen. Wanneer nodig sprak men van
de andere Maria.
Echt verwarring ontstond eerst later, toen sommigen het
nodig begonnen te vinden een verslag te schijven van het dienstwerk van
Christus in Palestina. Er waren redenen waarom men soms onder bedekte termen
verwees naar personen in de omgeving van Jezus (zoals in verzetscommunicaties
in oorlogstijd). Maria, de moeder van Jezus, schijnt bij tijden aangeduid te
zijn geweest met de naam van andere zonen, Jakobus en Jozef, en de andere Maria
als Maria Magdalena. De Maria die voorkomt in meer dan één
Bijbelverhaal en die woonde in Betanië en ook een prominente rol speelt
als behorend tot de vriendenkring van Jezus, wordt nooit aangeduid als Maria
van Betanië of om het zo maar eens te zeggen als de derde
Maria.
Men begon zich af te vragen of Maria van Magdala dezelfde vrouw was als
de Maria waarover ze lazen in verband met Betanië, en eveneens de anonieme
zondares kon zijn waar Lucas over spreekt in zijn verhaal van de zalving.
Want noemde hij de eerste niet een zondares in de stad en de
tweede een vrouw waar Jezus zeven duivels uit had gedreven? Zeven duivels. Dat
moet wel een heel grote zondares geweest zijn, nietwaar? Hoe het ook zij, de
Oosterse traditie hield vast aan het idee van drie vrouwen, de Westerse
traditie, vooral na de krachtige uitspraken van St. Augustinus, een groot
bijbelgeleerde, en Paus Gregorius de Grote, spraken zich uit voor de stelling
dat het in alle teksten om één en dezelfde vrouw ging.
De Gregoriaanse samensmelting van de drie Marias werd tenslotte in
de Middeleeuwen algemeen aanvaard, vooral ook door de populariteit van zijn
Leven van Maria Magdalena, dat gepropageerd werd in de
dertiende-eeuwse Legenda Aurea.
In 1517 stelde Lefèvre dÉtaples dat
de Westerse Kerk naar zijn mening ongelijk had en dat Maria Magdalena niet
dezelfde was als de Maria die voorkwam in Betanië, en ook niet als de
anonieme zondares van Lucas! De Maria Magdalena figuur was ten onrechte geduid
als één vrouw.
De Kerk van het Westen leek te schudden op haar grondvesten. Maria
Magdalena was uitermate belangrijk in het geloof van de Kerk en ieder die riep
om een herwaardering kwam aan het wezen ervan. Grote geleerden, zoals John
Fisher in Engeland en Erasmus in de Nederlanden, werden gevraagd naar hun
mening. John Fisher beslist uiteindelijk: Lefèvre levert geen
steekhoudend bewijs voor zijn stelling: er is beslist slechts één
Maria Magdalena. Daarop prees Erasmus Fisher om zijn geleerde weerwoord.
Lefèvre vond het maar beter enigszins terug te krabbelen. Misschien
waren er twee, misschien toch maar één
Maar het debat was niet meer te stoppen. De boeken die ik onlangs in
Marseille aantrof zijn, meer dan een eeuw later, nog duidelijk geschreven in de
context van die strijd:
1649 Dissertation sur Sainte Marie Magdeleine. Pour prouver que
Marie Magdeleine, Marie Soeur de Marthe, et la Femme pécheresse, sont
trois femmes différentes. A PARIS, AVEC PRIVILEGE DU ROY
1674 La Magdeleine, Pécheresse et Convertie. Traduite de
lItalien de MR. Le Mr. Le Marquis Antoine-Iules Brignolé
Salé par le R.P. Pierre de S. André C.D. A AIX Chez
Éstienne Roize .... Imprimeurs du Roy et de lUniversité.
De Italiaanse schrijver grijpt terug op de Gulden Legende, niet
echt een wetenschappelijk onderzoek dus. In verheven bewoordingen schrijft de
vertaler een opdracht aan Monsieur Louis Henry de Guyon.
1685 Dissertation pour la Défense des deux
Saintes, Marie Madeleine et Marie de Béthanie, Soeur de Saint Lazare.
Contre l opinion de ceux qui les confondent et les font une seule
personne, et la même que la femme pécheresse. A Paris, Chez J.B.
Nego, demeurant Court neuve du Palais, sur le grand Escalier ( !)
De meeste moderne geleerden, vooral Bijbelgeleerden die zich baseren op
een vergelijkende studie van de Bijbelteksten, nemen minstens twee vrouwen aan:
Maria van Magdala en Maria van Betanië. Geestelijke schrijvers zijn het
echter niet met hen eens.
De laatste tijd spreekt de figuur van Maria Magdalena opnieuw tot de
verbeelding. Hieronder twee voorbeelden van ongewone theorieën die
momenteel worden verdedigd:
Ramon Jusinos thesis is dat Maria Magdalena de Beminde
Leerling was en de persoon die de inspirator was van het Vierde Evangelie.
Esther de Boer gaat daarin met hem mee, hoewel zij uitgaat van een ander
startpunt. (Ramon Jusino, Mary Magdalene Author of the Fourth Gospel? 1998
; Boer, E. de.Mary Magdalene and the Disciple Jesus Loved.
2000)
Thomas Butler. Butlers stelling is dat
Maria van Betanië priester was, zelfs bisschop, als behoeder van de
traditie. Hij stelt dat het heel wel mogelijk is dat zij de Beminde Leerling
was en dat het Vierde Evangelie was samengesteld uit een bundel preken en
commentaren van Maria van Betanië. (Butler,Thomas W. Let her keep it. A New Approach to Johns Gospel Through its
Use of Mosaic Oracles. Tracy,California, Quantum Leap Publishers, 1998).
Persoonlijk houd ik het liever bij een psychologische studie door
R.L.Bruckberger , Marie Madeleine, in 1975 gepubliceerd door
Albin Michel te Parijs, waarin hij de hypothese verdedigt dat alle
evangeliën spreken over een en dezelfde vrouw. Ik vind zijn argumenten
uiterst acceptabel.
Het beeld dat te voorschijn komt uit Bruckbergers studie is min of
meer als volgt.
Maria, zuster van Marta en Lazarus, groeit op in een rijke familie, die
verkeert aan het hof van de Tetrarch Herodes. Behalve de woning in Betanië
bezit de familie een buitenverblijf in Magdala, aan de oevers van het Meer van
Galilea, waar het s zomers goed toeven is. Vlak daarbij bouwt Herodes in
die jaren de stad Tiberias, waar de Hellenistische cultuur spoedig hoogtij zal
vieren.
De jonge Maria is rijk, levendig en leergierig, en voelt zich
aangetrokken door de Hellenistische geleerdheid, haar kunst en rijkdom. Ze moet
de verhalen gekend hebben over de grote vrouwen van haar volk, Judit en Ester.
Ze moet net als andere jonge mensen ervan gedroomd hebben ooit ook iets te
mogen betekenen. Ze gaat om met de dochter van Herodias en met Johanna, de
vrouw van Chusa, hoge ambtenaar aan het hof. Ze wordt geboeid door de
Hellenistische leer over de schoonheid en de wijsheid. Wijsheid is het hoogste
ideaal en men bereikt de wijsheid door het nastreven van Schoonheid en Liefde.
Uiterlijke schoonheid moet het volgens de Hellenisten echter afleggen tegen de
innerlijke, schoonheid van karakter en van ziel.
Zodoende verlangen jongeren, de rijke Joodse jonge vrouw Maria niet
anders, de Wijsheid te bereiken. Dergelijke vrouwen, courtisanes, stonden in de
hele stad bekend. Het is duidelijk dat elke zichzelf respecterende Jood zich
verre zou houden van deze hele Hellenistische cultuur in het Galilea van
de heidenen. (Mt 4,5). We weten niet in hoeverre Maria is meegegaan in
deze cultuur, maar bepaalde details in Lucas zijn in dit opzicht interessant.
Lucas sprak tenslotte Grieks en hij moet deze cultuur goed gekend hebben.
Zelfs als Maria verstrikt is geraakt in de Hellenistische ideeën,
moeten we niet denken in termen van prostitutie zoals wij die vandaag de dag
kennen. Er was een quasi-religieus aspect aan. Evengoed kan het Maria niet zijn
ontgaan dat er heel bedenkelijke kanten zaten aan deze beschaving. Wanneer je
de Wijsheid probeert te bereiken, kan het niet anders dan dat je ogen evengoed
opengaan voor het kwaad als voor het Goede en de Schoonheid. Mogelijk heeft
Maria rond de tijd dat Johannes de Doper aan het hof van Herodes verscheen de
echte innerlijke schoonheid leren kennen, de schoonheid van de ziel. De
integriteit van deze profeet moet indruk gemaakt hebben. Vermoedelijk is ze
zelf die Rabbi Jezus gaan zoeken waar Johannes naar verwees. Op een gegeven
ogenblik moet Maria de totale leegte van haar bestaan hebben ingezien, wanneer
ze het vergeleek met dat van Jezus. Langzamerhand keert ze zich af van het oude
bestaan. Het wordt haar duidelijk dat deze Jezus de ware Wijsheid brengt. De
dag komt dat ze het hof verlaat, getooid in al haar pracht. Ze draagt een
kostbare ampul, een geschenk voor goden en koningen, het attribuut dat haar
zozeer te pas kwam in haar vorig bestaan, maar ze is niet langer op weg naar de
paleizen van de rijken. Ze is op zoek naar Jezus van Nazareth, die, ze voelt
het van binnen, uiteindelijk de vervulling zal zijn van haar ideaal van Liefde,
Schoonheid en Wijsheid. Hij is in het huis van een zekere Simon, die het niet
eens nodig heeft gevonden Jezus te verwelkomen met ook maar de minste
égards.
Lucas vertelt ons het verhaal van de vrouw die de voeten van Jezus kwam
zalven met de allerzuiverste olie, in een allerkostbaarste ampul. Het is het
verhaal van Marias bekering, dat de verbeelding van de gelovigen door de
eeuwen heen heeft geraakt.
Ze lijkt instinctief aan te voelen dat deze Jezus haar al heeft gezien
en de roerselen heeft gepeild van haar berouwvol hart. De gastheer groet ze
niet, maar gaat regelrecht op Jezus af, knielt aan zijn voeten neer en toont
hem alle liefde die ze maar kan. Met een teder gebaar giet ze de olie uit over
zijn voeten, masseert ze met haar handen en haar prachtige haar, het haar dat
ze als Joodse vrouw altijd verborgen had moeten houden, maar dat ze zo vaak
gebruikt heeft om anderen te bekoren in haar vroeger leven. Haar tranen
stromen. Over haar hoofd heen vormen de gedachten van de gastheer een dreigende
wolk, maar Jezus veegt die vriendelijk weg en hij berispt Simon vanwege diens
gebrek aan generositeit. Jezus aanvaardt heler harte de gave van haar berouw.
Hij vertaalt het gebaar van haar liefde tot een uitnemend voorbeeld van
dankbaarheid van de mens die weet dat zij vergiffenis heeft ontvangen.
Zó ben jij nooit geweest, Simon, jij die jezelf zo
geweldig vindt en zo trouw aan de Wet. Maar waar is je liefde? Ik snak naar
liefde.
Lucas beschrijft het in de volgende eenvoudige bewoordingen:
Simon, zei hij ziet u deze vrouw? Ik kwam uw huis
binnen. Water voor mijn voeten hebt Me niet gegeven, maar zij heeft met tranen
mijn voeten nat gemaakt en ze met haar haren afgedroogd. Een kus hebt u Me niet
gegeven, maar zij heeft sinds Ik hier binnenkwam onophoudelijk mijn voeten
gekust. Mijn hoofd hebt u niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten
gezalfd met balsem. Daarom zeg ik u dat haar vele zonden vergeven zijn, getuige
haar grote liefde. Maar wie weinig wordt vergeven, heeft weinig liefde.
Tegen haar zei Hij: Uw zonden zijn vergeven.
De
andere gasten zeiden toen onder elkaar: Wie is deze man, die zelfs zonden
vergeeft?
Tegen de vrouw zei hij toen: Uw vertrouwen is
uw redding. Ga in vrede.
Het verhaal eindigt daar echter nog niet, want Lucas gaat onmiddellijk
door de indeling in hoofdstukken is van later datum en door anderen nodig
geacht -:
In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen om de
goede boodschap van het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf
vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen
waren Maria van Magdala, uit wie zeven demonen waren weggegaan, Johanna,
de vrouw van Chusa, een hoge beambte van Herodes, en Susanna en nog vele
andere vrouwen, die hem uit eigen middelen onderhielden.
Twee dingen lijken duidelijk:
* Jezus heeft Maria Magdalena
onmiddellijk aanvaard in zijn eigen gezelschap. Haar zonde bestaat niet meer
voor hem Hij zal er nooit meer op terugkomen.
* Johanna, de vrouw van het hof
van Herodes, en andere welgestelde vrouwen bleven bij Maria. Deze moet van meet
af aan een leidersfiguur zijn geweest.
Zou het dit soort gedrag kunnen zijn, Jezus, die zonder enig verwijt
mensen als Levi de tollenaar en Maria de courtisane, openbare zondaars, in zijn
dichte nabijheid toeliet, dat Johannes de Doper zozeer shockeerde dat hij het
nodig vond twee boodschappers naar Jezus te sturen om er zeker van te zijn dat
hij de man van Nazareth terecht had aangewezen als de komende Messias? In de
context van de vraag van Johannes noteert Lucas het zachtmoedige antwoord van
Jezus. Johannes moet zich niet ergeren. Jezus voegt er nog een opmerkelijke
uitspraak aan toe: De Wijsheid vindt rechtvaardiging bij al haar
kinderen!
(Lc 7,35).
De evangelist Johannes, heel goed op de hoogte van wat de andere
evangelisten reeds over Jezus hebben geschreven , voegt er voor ons nog de
informatie aan toe dat deze vrouw inderdaad Maria was, zuster van Marta en
Lazarus uit Betanië (Jhn 11,2). De auteur van het vierde evangelie
beschrijft nog een tweede verhaal over Maria die de Heer zalft. Hij noteert het
in een versie die opmerkelijk gelijk is aan de verhalen van Marcus en
Matteüs. Alle drie schrijven ze dat Jezus het gebaar van Maria, wanneer
zij hem ten tweeden male zalft, ziet als vooruitwijzend naar zijn komende dood.
Het kan zijn dat de Bijbelgeleerden het bij het rechte eind hebben
wanneer zij stellen dat de tradities over Maria van Magdala en Maria van
Betanië voortkomen uit datgene wat Jezus deed in verband met twee
verschillende personen. We zullen het wel nooit zeker weten.
Het is echter opvallend dat er uit deze verschillende Marias
een enkele Magdalena is voortgekomen in het latere christelijk
aanvoelen, en dat niet geheel zonder grond.
Of we het nu hebben over één vrouw of twee, laat ons de
gebeurtenissen niet uit het oog verliezen die beschreven worden in verband met
hun daden. Zie de karaktertrekken die zij gemeen hebben:
- Inzicht en onderscheiding der geesten
- Moed
- Ondernemingsgeest
- Liefde en vriendschap
- Sterk geloof en vertrouwen
- Edelmoedigheid
- Persoonlijkheid
Bovendien komen ze allebei met olie en zalf. En tenslotte:
Beide zijn uitgesproken leerlingen. De vrouw in Betanië toont dat
als ze zich met de mannelijke discipelen neerzet aan de voeten van Jezus.
Magdalena bewijst dat ze zijn leerling is, wanneer ze bij het zien van de
Verrezen Heer uitroept: Rabboni. Dit is wel de grootste en meest
originele kwaliteit van elk van de vrouwen.
Ik voor mij zou zeggen dat deze karakters zó precies bij elkaar
passen dat we hen zonder enig bezwaar mogen samensmelten tot één
enkele persoon, of we die nu Maria Magdalena noemen of Maria van Betanië.
Bovendien moeten we in deze hele discussie over de traditionele Maria
Magdalena niet uit het oog verliezen dat deze traditie een eigen boodschap
inhoudt. In het hart van de gelovigen leeft Magdalena als de vrouw die Jezus,
de Christus, heeft gezalfd. Naar hun overtuiging heeft deze vrouw de Apostelen
gespaard voor afvalligheid door hen het Goede Nieuws te melden. Deze vrouw kon
en deed vele dingen die normaal door Kerk en wet van die tijd verboden waren.
De traditionele devotie tot Maria Magdalena, zoals die in die eeuwen werd
verstaan door de gelovigen, gaf daarom blijk van een latente traditie in het
hart van de gelovigen, die aan vrouwen een veel grotere rol toekende dan die
welke werd toegestaan door het Kerkelijk gezag.
Theresia Saers
Noten
(1) Het lijkt steeds of de passage moeilijk te vertalen is, men krijgt
dan ook verschillende versies; genoemd, genaamd, bijgenaamd Magdalena, echter
nooit Maria van Magdala. Zo heeft de Jerusalem Bible de vertaling
surnamed Magdalena.
(2) Zie voor een verklaring van dit woord Een albasten kruik. Over de
rol en betekenis van Maria van Magdala.. Theresia Saers. Tilburg,
Syntax.
Inleiding
Beeld
Meditaties
Bibliografie
Evangelie-teksten
Een Albasten
Kruik
Terug naar home
pagina

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |