Das Weltleben und die Bekehrung der Maria Magdalena im deutschen religiösen Drama und in der bildenden Kunst des Mittelalters

Das Weltleben und die Bekehrung der Maria Magdalena im deutschen religiösen Drama und in der bildenden Kunst des Mittelalters

Gonny van den Wildenberg-de Kroon, pp. 129 - 133

SAMENVATTING

De verhouding tussen het religieuze drama van de middeleeuwen en de beeldende kunst heeft al meer dan honderd jaar de belangstelling van de wetenschap. De vraag die hierbij steeds centraal heeft gestaan, is, waar de verklaring ligt voor de overeenkomsten tussen de scènes in het drama en de beeldende kunst. Velen, onder wie vooral de franse kunsthistorikus Emile Male wiens invloed zich decennia lang heeft doen gelden, zoeken het antwoord in de belangrijke rol van de mysteriespelen die met hun uitbeelding van het gegeven, met hun kleding, coulissen en rekwisieten een belangrijke stempel op de beeldende kunst gedrukt hebben. Een modernere stroming komt echter tot de conclusie dat, wanneer er al sprake van beïnvloeding is, deze veel vaker door de oude traditie van de beeldende kunst op het drama uitgeoefend is dan omgekeerd. Weer anderen zien in het passionsgeschichtliche Gemeingut de gemeenschappelijke bron voor kunst en drama. Bij bijna al deze onderzoekingen is men van geselekteerd materiaal dat in de beeldende kunst en het drama overeenkomsten vertoont, uitgegaan, wat begrijpelijk is, omdat men meestal aan de hand van overeenkomende scènes de invloed van het spel op de beeldende kunst of omgekeerd wilde bewijzen.

Ook dit onderzoek richt zich op dit probleem van de overeenkomsten. Het blijkt echter dat men te snel de scènes in drama en beeldende kunst als identiek accepteert. Een vergelijking van de Maria Magdalenahandeling in het middeleeuwse duitse drama met produkten van de beeldende kunst leert ons dat, hoewel de handeling zowel in het drama als in de beeldende kunst voorkomt, de realisering zo verschillend is, dat de vraag gerechtvaardigd is of er van invloed van het drama op de beeldende kunst of omgekeerd eigenlijk wel sprake kan zijn. Deze twijfel aan de invloedthese wordt vergroot door het onderzoek van de zalving van Christus door Maria Magdalena in het drama en in de ikonografie: drama en beeldende kunst blijken eigen zalvingstradities te hebben (Ein-leitung, 3).

In hoofdstuk I wordt een overzicht gegeven hoe het wereldse leven en de bekering van Maria Magdalena in het drama gestalte krijgen. Daarbij wordt onderscheiden in twee groepen waarvan in de ene het wereldse leven niet uitgebeeld wordt maar verbaal in het bekeringsproces verweven is en in de andere een uitvoerige wereldse handeling voor het begin van de pogingen tot bekering vertoond wordt.

Hoofdstuk II geeft na een kleine uiteenzetting over de rol van Maria Magdalena in de beeldende kunst in het algemeen, een soortgelijk overzicht over de bij het onderzoek gebruikte afbeeldingen die naar thema gerangschikt beschreven worden. Daarna worden vanaf hoofdstuk III beide kunstrichtingen op elkaar betrokken waarbij om te beginnen de in het drama en de beeldende kunst voorkomende personen en groeperingen van personen vergeleken worden. Uit het onderzoek blijkt dat tussen de spelen onderling vaak zo'n groot verschil in aantal en soort van de bij het wereldse leven en de bekering betrokken personen bestaat dat van vaste kombinatie-schema's geen sprake is. De beeldende kunst is in hoofdlijnen meer geschematiseerd maar de details zijn vaak verschillend. Volledige overeenkomst tussen personen en groeperingen van personen bestaat tussen drama en beeldende kunst niet. Vervolgens worden in hoofdstuk IV alle personen afzonderlijk onder de loep genomen. Weer blijkt het aantal afwijkingen respectabel te zijn. Deze verschillen tussen drama en beeldende kunst verlangen verschillende interpretaties. Voor de minnaars van Maria Magdalena en haar vrienden en knechten geldt dat door het ontoereikende feitenmateriaal aan de kant van het drama moeilijk een nauwkeurige vergelijking tussen spel en beeldende kunst te trekken is. De muzikant treft men weliswaar in beide kunstrichtingen aan maar hij vormt slechts een zo klein gedeelte van de dansscène die verder in drama en beeldende kunst zo veel verschillen vertoont, dat het onwaarschijnlijk is dat juist dit kleine fragment van de muzikant wel uit beinvloeding verklaard zou moeten worden. De nar komt alleen op afbeeldingen voor en dient daar om de beschouwer op het zondige, dwaze gedrag van Maria Magdalena attent te maken en hem ervoor te waarschuwen. In het drama komt hij niet voor. Bij de duivel, die in het spel een belangrijke rol vervult, op de afbeeldingen echter niet voorkomt en bij Maria Magdalena zelf die in het drama tijdens het wereldse leven vaak als hoertje wordt afgeschilderd, in de beeldende kunst daarentegen als adellijke dame wordt weergegeven, is de afwijking door het verschil in karakter en daarmee samenhangend in mogelijkheden tot expressie van beeldende kunst en drama te verklaren. Door de dynamische aard van het drama waarbij in opeenvolgende handelingen een proces stapje voor stapje ontwikkeld en aan de toeschouwer getoond wordt, is het gevaar van misverstaan van een situatie veel geringer dan in de beeldende kunst ,die door haar statische aard op een momentopname van een gebeuren aangewezen is. Weliswaar beschikt de middeleeuwse beeldende kunst in de simultane wijze van weergeven over de mogelijkheid een ontwikkeling te tonen, maar die wordt bij ons onderwerp niet toegepast en zou ook in duidelijkheid nooit met de levensechtheid van het drama kunnen wedijveren. Maria Magdalena, alleen met de duivel afgebeeld, zou niet als heilige maar bijvoorbeeld als door de duivel bezetene begrepen zijn. Bij het drama bestaat dit gevaar niet omdat de scènes die volgen, waarin Maria Magdalena berouw over haar zondige daden toont en zich bekeert, de toeschouwer nauwkeurige duidelijkheid van zaken geven. Voor de persoon van Maria Magdalena geldt hetzelfde. Wanneer zij in de beeldende kunst alleen als lichte vrouw zou zijn afgebeeld, zou dit bij de beschouwer verwarring stichten en aan haar heiligheid afbreuk doen. In het spel gebeurt dit door de corrigerende invloed van de volgende scènes niet.

Hoofdstuk V bespreekt de wereldse attributen en handelingen in drama en kunst. Spiegel en krans komen enkele malen in verschillende betekenis in het spel voor, in de beeldende kunst daarentegen maar op één afbeelding, die niets met het drama te maken heeft. De afwezigheid van een zingende Magdalena in de beeldende kunst vindt weer zijn verklaring in het karakterverschil tussen spel en beeld. Een afbeelding van een zingende Maria Magdalena zou te weinig betekenis hebben om op de beschouwer het bedoelde wereldse gedrag over te brengen. De scène waarin Maria Magdalena met haar gezelschap uitrijdt om te gaan jagen komt alleen in de beeldende kunst voor. Een bevredigende verklaring voor het ontbreken van deze scène in het drama is niet te vinden. Daar tegenover kent het drama als wereldse bezigheden van Maria Magdalena zowel het balspel als het schaakspel. De beeldende kunst heeft alleen het balspel en dat nog maar op één afbeelding die niet met de dramascènes correspondeert. Over de dans valt op te merken dat hoewel beide kunstgenres hem als algemene uitdrukking van wereldse vreugde gekend hebben, ze hem heel verschillend met hun eigen mogelijkheden met Maria Magdalena in verband hebben gebracht en op eigen wijze hebben uitgebeeld. Tenslotte komt in hoofdstuk VI de bekering aan de orde waarbij van de vier verschillende in het drama voorkomende bekeringsscènes door het karak-terverschil tussen drama en beeldende kunst alleen de bekering door het preken van Jezus in beeld gebracht wordt. Het onderzoek leidt tot de conclusie dat hoewel vele scènes en details zowel in het drama als in de beeldende kunst voorkomen, er zo veel afwijkingen aan te wijzen zijn dat men voor drama en beeldende kunst een eigen traditie en een eigen manier van uitbeelden moet aannemen.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


Links naar andere websites in de gehele wereld! Maak deze site een van je favourieten! Vertel een vriend over deze website! Laat ons je gedachten en voorstellen weten! Plaats een doorklikknop op je eigen website! Women's Ongoing Internet Consultation 'Vrienden' ondersteunen ons door een regelmatige bijdrage Wij hebben financiele steun nodig!

In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier!

Join us  .  .  .  !