De albasten kruik

De albasten kruik

Hoofdstuk Zeventien

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Ik vraag me af of Maria tegen alle hoop in had gehoopt dat er een dag zou komen dat zelfs de Farizeeën Jezus zouden erkennen als de Messias, de Gezalfde. Dat er ooit nog eens een moment zou zijn dat ze olie nodig zouden hebben om Jezus in tegenwoordigheid van het volk te zalven. Een dergelijke overweging kan de reden geweest zijn voor haar beslissing het kruikje kostbare nardus te bewaren dat ze meebracht bij die noodlottige maaltijd waartoe Jezus was uitgenodigd door de Farizeeër Simon.

Volgens Judas had het geld voor de nardus aan hem overgedragen moeten worden voor de zorg voor de armen die altijd om de leerlingen heen waren wanneer Jezus onderrichtte. Wellicht had Maria die olie nog van de begindagen, toen ze zich voor het eerst aan de voeten van de Rabbi neerzette. Er waren wel tijden geweest dat het gewone volk Jezus had willen meevoeren om hem tot koning te laten zalven, bijvoorbeeld na de broodvermenigvuldiging. Jezus had dat zonder meer geweigerd, aangezien hij wel wist dat alleen de euforie ten gevolge van het wonder en de voldoening van hun welgevulde maag hen ertoe hadden gebracht hem uit te willen roepen tot koning.

Misschien was het de hardnekkige verwerping van Jezus door de priesters en de schriftgeleerden die Maria het kostbare kruikje met kostbare olie te voorschijn deed halen en dat haar in een uitdagend gebaar dat kruikje deed stukslaan en het helemaal leeggieten over hoofd en voeten van haar Heer.

‘Zijn jullie dan stekeblind, jullie stomme mannen die beweren de leiders van Israel te zijn?’

Is dat de reden waarom Jezus zegt dat Maria alles gedaan heeft wat ze kon? En was de houding van de Farizeeën soms niet genoeg reden voor haar tranen? Waarom moet ze gehuild hebben om haar zonden? Ze moet gevonden hebben dat Jezus die haar had beschermd vanaf het moment dat zij ervoor gekozen had zijn volgeling en zelfs zijn leerling te zijn, dat deze Jezus genoeg had geleden. Ik vind het niet zo vergezocht, ook nu weer de woorden aan te halen van het Hooglied.

‘Och, waart ge als mijn broeder,
aan de borst van mijn moeder gezoogd!
Vond ik u dan buiten, ik kuste u
en niemand zou mij daarom laken.
Ik zou u leiden, ik zou u brengen
naar het huis van haar die mij heeft ontvangen;
van geurige wijn zou ik u te drinken geven,
van de jonge wijn van mijn granaatappelen.’ (Hooglied 8, 1-2)

Laten we nagaan hoe het verschrikkelijke drama zich ontwikkelt.

Enkele dagen nadat Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt, is hij terug in Bethanië. Een van de Farizeeën hoort dat Jezus weer in het dorp is en dat de mensen zich verdringen om hem te zien vanwege Lazarus. Waarom zou hij de gelegenheid niet benutten en de opperpriesters een handje helpen? Hij aarzelt niet en zendt dus een uitnodiging naar Jezus en enkele leerlingen voor een maaltijd. Martha, de zus van Maria is een van de vrouwen die hij opdraagt te dienen. Hoewel Jezus zich bewust is van de motieven van zijn ‘gastheer’, neem t hij de uitnodiging aan. Heeft hij ooit geweigerd te eten met zondaars? Maria, die de Farizeeën altijd een doorn in het oog is geweest, is niet uitgenodigd. Ze zit thuis en is ongerust en verdrietig. Jezus gaat sterven en de leiders van Israel hebben hem nog steeds niet erkend. Wat kan ze doen, als ze nog niet eens het huis van de Farizeeër in mag?

En als dat wel zo was,, geen enkele vrouw zou straffeloos een Farizeeër kunnen beschuldigen van zondige nalatigheid, zeker niet in zijn eigen huis. Ze weet heel goed waarom zij niet gevraagd is om te dienen. In zijn ogen is ze slecht. De Farizeeën verwijten haar nog steeds dat ze hun waarschuwingen in verband met de Rabbi in in het begin van zijn optreden in de wind heeft geslagen.

Heb ik het dan soms bij het verkeerde eind gehad, vraagt ze zich af, toen ik toch de woorden van Jesajah serieus nam en die van de Profeet Johannes later? Was het fout dat ik omwille van de Messias heb afgezien van een huwelijk? Was het soms verkeerd dat ik aan de vrouwen heb geleerd wat de Rabbi mij leerde? Is het mijn vriendschap met Johanna, omdat haar man aan het Hof van Herodes verkeerde? Ze denkt aan haar bijnaam. Komt het soms door haar connectie met Magdala? Is dat synoniem met Sodoma, en moeten al die mensen daar worden vermeden. Wat kan ik nu, in dit moment van doodsgevaar,, nog doen voor mijn geliefde Meester? Voor de Messias, de Gezalfde van Israel, die verworpen wordt door zijn eigen volk?

Op dat ogenblik herinnert ze zich het kruikje kostbare olie. Ze krijgt een inval. Waarom maak ik niet een duidelijk symbolisch gebaar? Ze neemt het kruikje van de plank, gaat naar het huis van de Farizeeër, tereedt zonder iets te vragen binnen. Ze kijkt de Farizeeër recht in het gezicht, breekt het kruikje met een tik die in het hele vertrek te horen is en giet de olie uit over haar Meester, niet druppel voor kostbare druppel, maar alles in één beweging. Het is het gebaar van een sterke persoonlijkheid. De tranen zijn niet van zwakheid. Ze laat haar licht schijnen. Op dat moment verwerft ze zich de liefde en bewondering van alle komende generaties.

Ik zal verder de evangelisten zelf het hele verhaal laten vertellen, ook de opmerkingen die aan de eigenlijke zalving vooraf gaan. Mijns inziens werpen die extra licht op de bijzondere omstandigheden van die maaltijd en zijn ze beslist nodig om goed te kunnen oordelen over wat er eigenlijk aan de hand is.aan het woord laten.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research