Maria van Bethanië, een alerte luisteraar.

Maria van Bethanië, een alerte luisteraar.

Hoofdstuk Drie

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Laten we ons houden aan datgene wat de evangelisten ons melden. De beste manier is steeds maar weer terugkeren naar de Schriften, zoals de Joden, het volk van Het Boek dat doen bij geloofsvragen. Daarbij dienen we de speciale verteltrant van de Schrift in het oog te houden. Verwijzingen naar oudere teksten zijn belangrijk, getallen ook, en eveneens symbolen, parabels en innuendoes.

Voor de joden was het een moeilijke tijd, die waarin Maria geboren werd. De eenheid van de Twaalf Stammen was teloor gegaan, het volk zuchtte onder de druk van de bezettingsmacht der Romeinen en het zag met verlangen uit naar een redder die de macht van het Huis van Israël zou herstellen. In de synagoge lazen ze de profetieën van Jesahja over een komende bode van heil. Enige tijd voor de belangrijke ontmoeting in Bethanië is er een profeet opgestaan in Judea, een zekere Johannes, een begenadigd man, die zich geroepen weet boodschapper te zijn van Jahweh, een die een komende redder aankondigt. Hij treedt op in de woestijn van Judea en in het stroomgebied van de Jordaan.

Het volk is gevoelig voor het woord van profeten. De Wet en de Profeten zijn de voedingsbodem voor heel hun bestaan. De Wet schrijft de joden voor hoe zij zich dienen te gedragen tegenover God en mens, de Profeten klagen hen aan wanneer zij zich daar niet aan houden. Er is een oude en diepgewortelde traditie dat, indien het volk bereid is zich te bekeren van zijn ongerechtigheid en nieuwe wegen van boete en rechtvaardigheid inslaat, er een redder zal komen, die Israël bevrijden zal. Maar het is als met botanici die in hun tuin een heel zeldzame plant hebben waarvan men weet dat die slechts eenmaal in haar leven bloeit. De meeste geleerden kennen alle bijzonderheden uit de boeken maar slechts een enkeling houdt volhardend de wacht bij de plant en mag getuige zijn van het geheime ontluiken van de prachtige bloem. Zal het volk der Joden alert zijn op het moment van het verschijnen van de Redder? Zullen ze bereid zijn en open staan? Niet iedereen ziet zó volhardend uit naar zijn komst als enkele decennia tevoren de oude Simeon deed, de man met de prachtige naam 'hij die luistert'. En bovenal, zullen zij bereid zijn hem te ontvangen?

En nu is er plotseling een levende profeet in hun midden. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuur; mannen en vrouwen komen in groten getale naar hem toe en laten zich onderrichten. Johannes heeft een natuurlijk gezag. Wanneer hij de mensen vraagt het water van de Jordaan in te gaan als een uitwendig teken van hun verlangen zich te bekeren dan geven ze er gehoor aan en vragen ze hem wat ze veranderen moeten in hun leven.

Johannes geeft heldere antwoorden; hij kent het volk van zijn tijd. Hij wijst hen op hun sociale plichten: wie meer dan genoeg heeft van de goederen van deze wereld, moet delen met de mens naast hem die niets heeft. De tollenaars moeten ophouden de mensen meer geld te vragen dan hen toekomt; ze mogen de regel dat de mensen nu eenmaal tol moeten betalen, niet misbruiken voor eigen gewin. De soldaten moeten de vrouwen met rust laten en geen geld van de mensen eisen op grond van hun militair zijn. Van dan af aan moeten degenen die meer dan genoeg hebben, delen met hun naasten in nood. Kortom, men moet een in alle opzichten goed mens zijn.

Onze Maria is ongetwijfeld ook onder de toehoorders geweest. Wanneer er iéts duidelijk wordt uit de evangelieverhalen dan is het wel dat ze zich steeds opstelt als iemand die wenst te leren. Ze woont in Bethanië, dat vlak bij Jerusalem gelegen is. De mensen van Judea zijn in het algemeen zeer betrokken bij Tempel en leer; er zijn duidelijke aanwijzingen dat die van Judea orthodoxer zijn dan bijvoorbeeld de bevolking van Galilea. De mare van een nieuwe profeet moet Maria bereikt hebben, en de inhoud van zijn boodschap ook. Het volk van Judea, van Samaria en van Galilea, ze komen immers allemaal af op de profeet waarin ze het zegel van betrouwbaarheid waarnemen. Ligt zijn leer immers niet duidelijk in het verlengde van de vertrouwde prediking van Wet en Profeten? In Maria kunnen we duidelijk een mens zien die God zoekt en voor zulk een mens is niets zo belangrijk als het zich bezighouden met zijn Wet en wat Hij van de mens verlangt. Waarom zou Maria van Bethanië dan een uitzondering zijn en zich niet op de hoogte hebben gesteld van de woorden van Johannes? Die Maria, waarvan we in het evangelie allereerst lezen dat zij al dadelijk begrijpt dat ze in Jezus van Nazareth te maken heeft met een groot Leraar? Waar anders zou ze dit begrip opgedaan hebben dan bij haar luisteren naar Johannes de Profeet? Ze moet wel onder zijn toehoorders geweest zijn. Zijn aankondiging van een Redder moet haar als muziek in de oren geklonken hebben. Nu nog verwachten de Joden een Redder, een Messias, de Gezalfde van Jahweh. Bij hun Paasmaal reserveren zij een plaats voor Elias, de profeet die op aarde zal terugkeren. Hij zou de Messias kunnen zijn, of op zijn minst zijn voorloper. Bij de Joden ligt het gezegde ‘Als de Messias komt’ op het puntje van de tong. Het lijkt soms wel een stopwoordje. Voor velen heeft dat gezegde de inhoud gekregen van onze uitdrukking: ´Met Sint Juttemis, als de kalveren op het ijs dansen!´ Zo niet voor onze Maria. Tweeduizend jaar geleden en in Judea, zonder al de afleiding die de volgende eeuwen zouden brengen, moet de Belofte nog heel duidelijk geleefd hebben in de harten van de mensen. De komende Redder? Waar, wanneer? Maria, in wie we een ongelooflijk sterk verlangen tegenkomen meer te leren over de bedoelingen van God - ze negeert daartoe immers zelfs de gebruikelijke omgangsvormen in Bethanië - moet op de een of andere wijze beseft hebben dat haar eigen leven te maken zou hebben met dat van de komende Messias. Aan de hand van de teksten van Jesaja had ze zich een beeld van hem gevormd. Hij zou een bevrijder van het volk zijn en dat volk in liefde regeren. Ze maakt de indruk van een uitzonderlijk begaafde vrouw met een sterke geestkracht. Haar onderzoekende geest leidde haar ertoe te erkennen dat Johannes het zeer wel bij het rechte eind kon hebben. Voor een dergelijke vrouw moet de Belofte geworden zijn tot een diepe onderstroom in haar wezen, tot een groeiende liefde, een verlangen om eens, ooit, deze Redder te ontmoeten van aangezicht tot aangezicht.

De ouders van Maria hadden het kind de naam Maria, Miriam, gegeven naar de profetes Miriam, de zuster van Mozes. Het was een klein gebaar, geïnspireerd door geloof en hoop. Wanneer wij haar te Bethanië ontmoeten, heeft ze al een zekere rijpheid bereikt en heeft ze gegronde redenen om een plaats te kiezen aan de voeten van de Heer, eerder dan een maaltijd voor hem te bereiden. Je zou zeggen dat ze hem al eerder ontmoet heeft. Het is niet zo’n vreemde veronderstelling dat zij de leerling geweest is die samen met Andreas op onderzoek uitging nadat Johannes Jezus had aangeduid als de Komende. Waarom zou deze anders zo plotseling op de stoep staan van het huis waar zij woonde? En hoe had ze anders dat merkwaardige inzicht kunnen verwerven in de overweldigende betekenis van de Bezoeker? Jezus zelf bevestigt dat inzicht.

Uit herhaalde lezingen van de profeet Jesaiah had Maria zich een voorstelling kunnen maken van het type Redder dat men mocht verwachten. Hij zou het volk leiden in liefde.

De geest van Jahweh, mijn Heer, rust op mij,
want Jahweh heeft mij gezalfd;
Hij heeft mij gezonden, om armen de blijde boodschap te brengen,
om te verbinden wiens hart is gebroken,
aan gevangenen verlossing te melden, aan geboeiden bevrijding. (Jesaiah 61,1)

Maria moet eerst de boodschapper hebben herkend en later Jezus zelf. In Bethanië merkt Jezus op dat zij het beste deel heeft gekozen. Hoezo het beste deel? Contemplatie boven zorg? Zou het niet veeleer zijn dat ze begrepen heeft wat echte zorg die dag vroeg? Echte gastvrijheid?

Maria verleende een hogere dienstbaarheid. Ze besefte dat luisteren die keer Jezus meer goed deed dan brood en wijn. Dat hij hongerde naar haar honger en dorstte naar haar dorst. In Samaria zou hij het later verklaren voor de mannelijke leerlingen. Hij had ander voedsel, een voedsel war de leerlingen geen begrip van hadden. Dat gebeurde bij de gelegenheid dat hij in gesprek werd aangetroffen met een vrouw, waarvan geschreven wordt hoe ze kwam, luisterde en geloofde. Zij hadden dit essentiële gegeven over hem zelf nog niet ontdekt.

Terwijl ze mediteerde over de woorden van Johannes en zich gereed maakte om te reageren zo gauw de beloofde Redder aan zou treden, was Maria precies wat de Profeet met zijn woorden beoogde: ze was alert. Zodoende kon ze handelen toen Johannes de Doper wees op Jezus van Nazareth. Zij ging hem achterna; iets anders zou ze onmogelijk gekund hebben. Mogelijk was zij tezamen met Andreas. Dat kunnen we niet weten.




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research