OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Maria en de Heilige Wijdingen

Maria en de Heilige Wijdingen

Hoe konden de mensen Maria zien als priester, wanneer vrouwen de Heilige Wijdingen niet kunnen ontvangen?

Theologen en geestelijke schrijvers waren zich heel goed bewust van de beperkingen die de vrouw werden opgelegd. Ze stelden vast dat er duidelijk spanning was tussen de priesterlijke functies en de priesterstatus van Maria enerzijds, en het feit dat ze een lid was van het ‘zwakkere geslacht’ anderzijds.

In een tekst uit de 4de eeuw, die in de Middeleeuwen keer op keer zou worden herhaald, werd het bezwaar zelfs direct met Maria in verband gebracht:

“Als vrouwen waren aangesteld om namens God als priester op te treden, of om in de Kerk officiële liturgische handelingen te verrichten, dan zou Maria zelf, die het voorrecht ontving dat ze in haar lichaam de Grote Koning, de hemelse God, Gods Zoon, mocht dragen, op een gegeven moment in het Nieuwe Testament het priesterambt hebben uitgeoefend. Maar ze oordeelde een dergelijke handeling niet terecht. Zelfs het toedienen van het doopsel werd haar niet toevertrouwd, aangezien Christus zelf niet door haar is gedoopt maar door Johannes… Het waren de Apostelen aan wie deze ambten werden toevertrouwd en zij benoemden hun opvolgers… Nooit is er een vrouw benoemd onder de bisschoppen en de priesters. Maar, zo zal iemand zeggen, had Filippus niet die vier profeterende dochters?. Ja, maar ze oefenden niet het priesterambt uit.” Epiphanius of Salamis, Panarion 79, § 3.

Hoe probeerde men die tegenstrijdigheid op te lossen? In de tijd van de Kerkvaders, werd de vraag niet expliciet opgeworpen. De Vaders stelden gewoon vast dat Maria de priesterlijke waardigheid bezat en lieten de vraag onopgelost liggen.

Vanaf de Middeleeuwen werd het conflict meer direct aangepakt. Theologen vroegen zich af hoe het verbod op de wijding van de vrouw zich verhield tot Onze Lieve Vrouw. In het algemeen concludeerden zij dat Maria, hoewel ze dan misschien niet het sacrament van de Heilige Wijdingen op de gewone manier had ontvangen, zij op de een of andere wijze de genade en de macht die in het priesterschap verondersteld worden, gelijkelijk had gekregen. Dit is met de grootste klem betoogd door de H. Albertus de Grote , Kerkvader.

De theologen bedachten verschillende formuleringen:

1.Maria ontving de Heilige Wijdingen op een en dezelfde wijze.

‘ Maria bezat alle sacramentele genaden op volmaakte wijze. Zij heeft alle sacramenten ontvangen die in haar tijd waren ingesteld en door allen algemeen ontvangen. Zo ging voor haar geen enkel gevolg en geen enkele genade van de sacramenten verloren. En volgens Albertus (= St Albertus de Grote) heeft ze alle sacramenten ontvangen behalve de Heilige Wijdingen, maar die Ordes ontving ze gelijkelijk, want ze bezit de waardigheid ervan, de macht, de dienstverlening in de Kerk, en is de hoogste priester geworden na Christus.’ Jan Mombaer (1501), Rosetum, title 24, section 5.

‘In zijn “Mariale” stelt Albertus de Grote de volgende vraag: “Heeft de Heilige Maagd alle wijdingen bezeten van priesterschap en bisschopsambt?” Hij antwoordt dat ze op generlei wijze het (sacramentele) karakter van deze wijdingen bezat, maar dat ze slechts op de meest uitnemende en edelste wijze deelde in taken en functies, zodat – en dit zijn de woorden van Albertus – “Zij bezat het priesterschap op de hoogste wijze,” d.w.z. ze bezat de hoogste graad van priesterschap.
Elders zullen we spreken over de kwaliteit en de grootheid van Maria’s priesterschap: en dan zal duidelijk worden dat Christus niet alleen met Maria de volheid van zijn eigen zalving heeft gedeeld, maar die ook totaal heeft geschonken.’ Ferdinand Chirino de Salazar (1575 - 1646 AD), Canticum, dl. 2, pp. 95.

2. Maria is, anders dan de uiterlijke wijding die aan huidige priesters worden gegeven, priester gewijd door een innerlijke wijding. Daarom was het de Heilige Geest zelf die Maria heeft gewijd.

‘We kunnen zeggen dat de Heilige Maagd niet uiterlijk is gewijd maar innerlijk, en zodoende is gewijd tot een geestelijke priester, niet een volgens de wet.' -- ‘De glorierijke Maagd is niet uiterlijk maar innerlijk priester gewijd, niet naar de wet maar naar de Geest.' -- ‘Meer dan welke vrouw en op een andere wijze is Maria gewijd met onzichtbare olie. Hoe zou Christus anders geboren hebben kunnen worden uit een Maagd, tenzij die Maagd gezalfd was met hemelse olie [= de olie van de Heilige Geest].' Ippolito Marracci Sacerdotium Mysticum Marianum (ca.1647), passim.

"In de eerste schepping is de vrouw genomen uit de man. In de tweede zal het de man zijn, de hemelse man, die genomen wordt uit de vrouw,maar uit een heel bijzondere vrouw, te weten een vrouwelijke hogepriester. Om hogepriester te worden, moet men worden gewijd, men moet een slachtoffer hebben, het heiligen en offeren. Men moet onderrichten en bidden. Men moet het priesterschap meedelen. Men moet zielen voortbrengen en ze herscheppen. Welnu. Al deze voorwaarden zijn voldaan in Maria. Zij is gezalfd en gewijd door de Heilige Geest zelf.. . . ” F. Maupied , Orateurs Sacrés, Paris 1866, dl. 86, pag. 228.

3. Het was Christus die Maria heeft gezalfd en haar tot priester heeft gemaakt. Christus heeft haar zijn eigen priesterschap meegedeeld. Hij heeft haar geestelijk tot afgezant gemaakt en haar laten delen in zijn eigen waardigheid.

"Christus de Heer heeft aan Maria veel beter en veel vollediger dan aan welke andere persoon of zelfs aan de hele Kerk de betekenis van zijn naam doorgegeven. Hij die 'Christus' wordt genoemd, dat is 'de gezalfde', omdat hij heilig was, koning was en priester, omdat hij heer was en profeet, heeft de volheid van zijn olie uitgestort over Maria, en heeft haar zo gemaakt tot heilige, tot koningin, tot priester, en eeuwigdurende heerseres."
"Aangezien de Maagd de functies vervulde van alle priesterschap, oud en nieuw kunnen we terecht zeggen dat de olie die de naam Christus inhoudt [Christus betekent 'gezalfde'] geheel is opgebruikt en over haar uitgestort."
..."De allergezegendste Maagd heeft de functie van priester vervuld , omdat zij met haar wil die volkomen in overeenstemming was met de wil van haar zoon, hem heeft opgedragen en geofferd op het altaar van het kruis, gelijk hij zichzelf heeft geofferd... en zoals ze elke dag tezamen met de priesters het lichaam van haar Zoon opdraagt in het onbloedig offer van de Allerheiligste Eucharistie."
"De heilige en goddelijke wijding stelde Christus aan als hogepriester en bisschop. En ook de Maagd, die in hogere en meer uitnemende graad dan anderen van deze zalving is doordrongen, ontving een priesterschap dat grootser en uitnemender is." Ferdinand Chirino de Salazar (1575 - 1646 AD), Canticum, dl. 2, pag. 92, 94-95.

"Het is waarlijk de Zoon van God zelf die priester is en offeraar, net zoals hij zelf het slachtoffer is, maar tezamen met Maria. Hij deelde met haar zijn rol van priester en slachtoffer, welke hij aan haar medeelde door een uitbreiding van zijn eigen priesterschap, door de zalving van zijn genade en zelfs door het merkteken van het priesterschap, niet in formele zin, maar op een meer uitnemende wijze dan het priesterschap van alle andere priesters, zodat zij met hem nog nobeler en beter kon samenwerken tot verzoening van de zondaars." Auguste Nicolas , La Vierge Marie d’après l‘Évangile, Paris 1858, pag. 295.

"Hoe zou Christus de twee waardigheden [=koninklijke en bisschoppelijke] niet meedelen aan Maria, daar hij toch de Zoon en zij zijn Moder was?...Als Christus koning was - een titel die hij niet had ontvangen van zijn moeder, zijn moeder zijn koninklijke waardigheid meedeelde, met hoeveel te meer reden zou hij de bisschoppelijke waardigheid aan haar meedelen, aangezien hij de grote Bisschop was, een titel die hij door zijn moeder had ontvangen [=door haar priesterlijke afstamming.]" Antonio Vieira (1608-1697), Sermon on the Rosary, ib. pag. 78-80a.

4. Hoewel Maria niet sacramenteel gewijd was, bezat ze toch in de allerhoogste mate het wezen van het priesterschap. In Maria lag de uitnemendheid van het priesterschap besloten.

"Haar verheven hoedanigheid en haar sekse lieten niet toe dat God de Heilige Maagd riep tot een mysterie dat alleen mannen naar het uiterlijk konden opdragen en waartoe alleen mannen door de Kerk konden worden afgevaardigd. Hoewel ze vrouw was, had de Heilige Maagd al de onzichtbare genade van de apostelen en de priesters in zichzelf. Ze was al gezalfd met de volheid van genade. In Jeruzalem had zij publiekelijk een priesterrol vervuld, toen ze hem in menselijke gedaante en niet als sacrament opdroeg, en toen zij hem later opdroeg op Kalvarië, daar het offer haar eigen wezen diende te weerspiegelen. En zo zij al afwezig was bij het Laatste Avondmaal en het mysterie niet opdroeg onder de sacramentele tekenen zoals de apostelen en priesters doen naar de wijze van Melchisedech, droeg zij hem toch innerlijk op door de universele geest en volheid van genade waarmee Jezus Christus haar had vervuld." Jean-Jacques Olier (1608 - 1657), Recueil, manuscript in Saint Sulpice, Paris, Rue du Regard, pag. 230.

"....Als moeder van Jezus bezit Maria recht en souvereiniteit over de apostelen, niet door het gezag van jurisdictie, wat niet overeen zou komen met haar sekse, maar door de uitnemendheid van geest en genade. Daarom was zij na de Hemelvaart niet de voornaamste gezagsdrager maar veeleer het hart van het mystieke lichaam... Priesters bezitten twee vermogens, één over het fysieke lichaam van Jezus, wanneer zij het door de gewijde woorden tegenwoordig stellen op het altaar, het andere over zijn mystiek lichaam... Het eerste vermogen is een afschaduwing van Maria's moederschap, het andere van haar hoogste macht." F. Bourgoing , Vérités et excellences de Jésus Christ, Paris 1636, dl. 2, Méditation 19, § 3, pag. 183-184.

"Niets van wat er aan waardigheid schuilt in de waardigheid van een bisschop zal ik weigeren aan de Moeder. Vanwege haar sekse en haar bescheidenheid schrijf ik haar datgene wat mannelijk is in dit ambt niet toe: ik onthoud haar al wat alleen maar zorgen zijn en hindernis voor beschouwing, en ik kan haar royaal en vrijgevig alle grootheid toekennen, zelfs de allerhoogste, die de menselijke geest zich maar kan indenken.... Als het zo duidelijk behoort tot de eer van de Bisschop dat hij met plechtige woorden het Lichaam van Christus kan maken en als de Bisschop bij God pleit voor de zondaar, zal dan de Maagd, die het meest was voorbestemd om dit te doen, die titel onthouden worden, ook al bewerkstelligt zij zo overvloedig wat wezenlijk is aan dat ambt?" Jacques le Vasseur (1610), Diva Virgo, hoofdstuk 22, pag. 171, 176.

'Laat ons nu onze aandacht eens richten op de titel van onze verhandeling die zegt "dat de maagd de waardigheid van het priesterschap heeft bezeten zonder het [sacramentele] karakter ervan...." De uiterst geleerde Raymond Jones heeft gezegd dat alle privileges en alle waardigheid van de Kerk te vinden zijn in Maria in zoverre ze met haar overeenstemmen. En daarom zeg ik dat de waardigheid van priester in haar is zonder het [sacramentele] karakter ervan. .Christopher of Avendaño (1628), Marial de las Fiestas, Franse editie, pag. 209.

5. Maria deelde in de priesterrol van Jezus zelf.

“Maria deelt in . . . de rol van Jezus als priester en slachtoffer en haar zoon verleent haar die. Haar handen zijn het altaar. Haar onderwerping vervult de taak van de priester en haar hart is het slachtoffer van liefde.” Hubert Lebon , Marie, mére admirable, Paris 1861, pag. 98.

“Maria is naar haar aard priesteres. In andere priesters wordt die rol toegevoegd; in Maria daarentegen is het een samengaan, dat wil zeggen: het is er op een verhevener manier... De reden van de superioriteit van het priesterschap van Maria is gelegen in de hypostatische verbintenis [=de eenheid van het goddelijke en het menselijke in Christus] waartoe Maria behoort door het feit dat ze moeder is van God.
Evenals Jezus Christus geen priester is door een rol die hem van buitenaf werd toebedeeld maar vanwege de hypostatische eenheid via welke zijn menselijke natuur heeft aangenomen, zo deelt de Maagd die behoort tot de hypostatische orde in het priesterschap op de wijze waarop het priesterschap in Jezus is, en niet zoals het aan andere priesters wordt meegedeeld." Gaetano Guida Il sacerdozio di Maria, 1873, pag. 31.

6. In Maria is de hinderpaal van haar sekse overwonnen.

“ Aangezien de hinderpaal van haar sekse zodoende duidelijk is overwonnen door het gezag van de heiligen, door het voorbeeld van de Schrift en de kracht van de rede...., kunnen we nu overgaan van een discussie van legaliteit naar de feiten: laten wij in de Koningin van de Rozenkrans of in de Rozenkrans van de Maagd, de titel zien en de macht en het uitoefenen van haar bisschoppelijke waardigheid... De Heilige Maagd was niet alleen bisschop in de eigenlijke betekenis van de term, maar meer in het bijzonder: 1. Bisschop volgens de woordbetekenis. 2. Bisschop door de tekenen van haar waardigheid. 3. Bisschop door de sleutelmacht. Antonio Vieira (1608-1697), Sermon on the Rosary, ib. pag. 81.

7. Het priesterschap van Maria bleef onopgemerkt door het feit dat ze zo dicht bij Christus stond.

“ Geen sterveling heeft ooit zó gedeeld in het priesterschap van Jezus Christus als deze koningin van de apostelen en van de priesters.... De reden waarom er nauwelijks ooit wordt gesproken over haar priesterschap is dat ze alijd zo dichtbij de grote Hogepriester staat, in wiens tegenwoordigheid alle gedeelde priesterschap verdwijnt als een ster voor de zon. Als Maria's priesterschap verdwijnt en zijn naam verliest in het aangezicht van het eeuwige priesterschap, is dat niet echt een verlies. Dat komt door een samensmelten van hart en geest in één unieke offerande." Philpin de Rivière , Union de Marie au fidèle, Paris 1861, pag. 265, 301.

8. Maria's priesterschap lag al besloten in haar moederschap.

“ Vrouwen zijn uitgesloten van de waardigheid van het priesterschap, en Maria zelf kan het vanwege haar sekse niet ontvangen. Zo men haar priester noemt is het niet omdat zij door de apostelen werd gewijd maar doordat de priesterlijke waardigheid al op uitnemende wijze besloten ligt in haar waardigheid als moeder van God. Haar goddelijk moederschap gaf haar het recht volledig bepaalde functies van het priesterschap te vervullen. Ze heeft die ook werkelijk vervuld, bijvoorbeeld toen zij Jezus opdroeg in de Tempel en in het bijzonder toen zij hem op Kalvarië opdroeg tot ons heil. Zij heeft beslist de genade bezeten die iemand tot priester maakt, zonder echter de macht om het lichaam en bloed van haar aanbiddelijke Zoon op het altaar op te dragen." J.B. Petitalot , La Vierge Marie d‘après la theologie, Paris 1876, pag. 60-61.

9. Maria is de enige vrouwelijke priester.

“ Maria is priester, want zij was een vertegenwoordigster in het Verlossingswerk van haar sekse - hoewel in volledige afhankelijkheid van de universele vertegenwoordiging door Christus. Maar het priesterschap van Maria bljft beperkt tot haar persoon. Geen andere vrouw kan haar opvolgen en haar bijzondere taak voortzetten. Het is daarom de mannelijke priester die bij zijn wijding Maria's aandeel heeft ontvangen. Het is echter duidelijk dat hij het heeft ontvangen ten gunste van van de vrouwen, meer dan tot zijn eigen voordeel. In één woord, dit verband beïnvloedt het priesterschap zodat de priester, de vertegenwoordiger en dienaar van Christus, eveneens en tegelijkertijd de dienaar is van Maria, een instrument van Maria voor haar seksegenoten. De waardigheid en de betekenis van het priesterschap komt daarom in een nieuw licht te staan vanuit een mariologisch perspectief.”H. Oswald , Dogmatische Mariologie, Paderborn 1850, pag. 198.

Conclusie

Hoewel dus de theologen en geestelijke schrijvers vanwege de culturele en theologische opvattingen van hun tijd niet inzagen dat het verbod op de wijding van de vrouw aanvechtbaar is, bleven zij de priesterrol van Maria beamen.

Daardoor stellen zij impliciet en soms zelfs expliciet dat de sekse van Maria geen hinderpaal is voor haar priesterschap. Maar als één vrouw priester kan zijn, kunnen alle vrouwen dat. Sekse of gender op zich is geen voldoende reden om vrouwen uit te sluiten van de wijding.

Het Vaticaan heeft zich van meet af aan verzet tegen de wijding van vrouwen. Het ligt voor de hand dat dit de reden is waarom Het Heilig Officie onder Paus Benedictus een verbod uitvaardigde tegen afbeeldingen van Maria in priestergewaad en later, onder Paus Pius XI , de devotie zelf tot Maria Priester heeft verboden.

Lees ook:
“Zijn Maria en Elisabet ook onder de pastores?”, door Petronella Maria Elizabeth Hogervorst-van Kampen, Juli 1997

Overzicht van dokumenten aangaande de devotie tot Maria Priester
Home Page?


Traditie
Maria - waarom priester? Theologen en schrijvers Gallerij met beelden Maria en wijding Maria als priester die offert Maria, model voor priesters
Steun ons werk!


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research