OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------

De Vrouw in de Kerk

Dr. G. Huls, publ. Bosch& Keuning N.V., 1965

Hoofdstuk 2

DE VROUW IN JEZUS' DAGEN

A. In de heidense wereld

Om een achtergrond te geven aan datgene wat in het Nieuwe Testament over de vrouw gezegd wordt, is het noodzakelijk om iets te weten over haar positie in het romeinse rijk, dat in Jezus' dagen zeer sterk gestempeld werd door de grieks-hellenistische cultuur.

In Rome zelf werd in de oude tijd het huwelijk en daarmee ook de vrouw hoog gehouden. Echtscheiding, hoewel theoretisch mogelijk, kwam in de praktijk zelden voor: Dïonysius van Halicarnassus prijst Rome omdat er in 520 jaar geen echtscheiding heeft plaats gevonden.

Reeds de oudste romeinse wet, die der twaalf tafelen, legt de volledige beschikkingsmacht over het gezin in handen van de man, die soms het recht over leven en dood heeft. Al geldt de vrouw dus niet als de gelijkgerechtigde van de man, rechtloos is zij zeker niet. Zij heeft een positie, die vele sexe-genoten bij andere volken haar konden benijden.

Langzamerhand begint echter een proces van verval, waarbij allerlei invloeden een rol spelen en waardoor in Jezus' dagen toe standen zijn ontstaan, die van het oude ideaal niets overlieten.

In brede kring was het huwelijk vervangen door het concubinaat, waaraan vooral door vermogende vrouwen de voorkeur werd gegeven, omdat zij hierdoor de vrije beschikking over haar bezit tingen behielden. Het is dan ook geen wonder, dat echtscheidingen steeds veelvuldiger en gemakkelijker werden, zodat deze tenslotte door een eenvoudige opzegging van het huwelijk tot stand konden komen, waarvoor allerlei futïliteiten reeds als motief konden gelden. Vrouwen uit de hogere standen lieten zich op de lijsten der prostituées inschrijven en het verhaal is bekend van een vrouw die met haar 23ste man trouwde, waarbij zij zijn 21ste vrouw was! In Augustus' tijd is de decadentie zó algemeen, dat de keizer zich genoopt ziet om in te grijpen. In zijn wetgeving stelt hij het huwelijk voor beide sexen verplicht, voert hij een soort 'vrijgezellenbelasting' in, bestraft hij de kinderloosheid en bemoeilijkt hij de echtscheiding. Wij krijgen echter niet de indruk, dat deze maatregelen veel effect hebben gehad.

In de cultus worden bepaalde functies door vrouwen verricht, met name door tijdelijk of levenslang tot coelibaat verplichte tempelpriesteressen, waaronder de Vestaalse maagden de bekendste zijn. Zij moeten o.a. het heilige vuur onderhouden, de dagelijkse besprenging van de tempel met water uit de Egerische bron verzorgen, het dagelijks gebed voor het welzijn van het volk uitspreken en offers klaar maken. In het openbare leven namen zij een grote plaats in. Gedurende haar dienstperiode van 30 jaar was zij gebonden aan haar belofte van vlekkeloze kuisheid. Brak zij deze. dan werd zij levend begraven. Maar tenslotte werden ook de Vestaalse maagden meegesleept in het algemene verval, terwijl de toestanden in andere tempels, met name die aan Isis gewijd waren, soms elke beschrijving tarten.

Buiten Rome, in het grote romeinse rijk, liep de positie van de vrouw nog al uiteen. Wij zullen bij het tekenen van een beeld voorzichtig moeten zijn, omdat wij slechts zeer fragmentarisch zijn ingelicht, omdat de locale verschillen blijkbaar erg groot waren en ook omdat de oudste christelijke schrijvers, aan wie wij veel inlichtingen te danken hebben, de situatie vermoedelijk wel eens al te somber hebben afgeschilderd.

Desondanks tekenen zich toch wel enkele grote lijnen af, die als achtergrond voor de nieuwtestamentische waardering der vrouw kunnen dienen.

In Griekenland werd een meisje aanzienlijk minder blij begroet dan een zoon. Zij werd in de vrouwenvertrekken opgevoed en kreeg daar wat eenvoudig onderricht. Zij trouwde op omstreeks 14-jarige leeftijd, waarbij vaak minder haar eigen keus dan de wil van haar vader of de mee te brengen bruidsschat doorslaggevend was. Naast het formeel gesloten huwelijk, kwamen ook allerlei lossere vormen voor, zoals het proefhuwelijk, het 'onbeschreven huwelijk' in Egypte, het concubinaat e.d. Was het meisje eenmaal getrouwd, dan was zij geheel in de macht van haar man. Evenals in het Oude Testament werd een dubbele moraal ten aanzien van echtbreuk, als vanzelfsprekend aanvaard. Betreffende de echtscheiding, die vrij veel voorkwam, zijn ons verschillende vormen bekend: door wederzijdse overeenkomst, door een mededeling aan de rechter, of eenvoudig door een eenzijdige handeling, hetzij van de zijde van de man, hetzij van die der vrouw, zoals bijv. in Corinthe en Egypte ook mogelijk was. Officieel was monogamie regel, maar door allerlei situaties kwam in de praktijk polygamie vrij dikwijls voor.

Het huwelijksdoel was het verwekken van kiaderen in het belang van de staat. Vruchtafdrijving wordt soms aanbevolen en niet als vergrijp gezien, daar de ziel geacht werd pas bij de eerste ademtocht in het lichaam te komen. Het leven der gehuwde vrouw speelde zich hoofdzakelijk binnenshuis af, soms zelfs door hon-den bewaakt! Lang niet overal mocht zij zich buitenshuis begeven en dan vaak nog alleen gesluierd of in gezelschap van een slaaf of slavin. Daar zij meestal de gelegenheid niet kreeg om zich intellectueel te ontwikkelen, werd zij inferieur aan de man geacht. Gehoorzamen, zwijgen, onderworpen-zijn is dan ook de deugd der vrouw.

Ook de litteratuur vertoont in het algemeen weinig eerbied voor de vrouw, de liefde en het huwelijk. Plato's revolutionaire programma tot volledige gelijkstelling van man en vrouw wordt uitsluitend door het staatsbelang ingegeven en heeft niets te maken met een erkenning der vrouw als volwaardige persoonlijkheid. Andere schrijvers noemen haar: een verminkte man, een ramp voor de stervelingen en het grootste ondier op aarde!

Geheel anders dan met de getrouwde vrouw staat het met de publieke vrouw, de hetaere, die zich als de gelijke van de man gedraagt. Daar zij vaak onderwijs ontvangen had, kon zij deelnemen aan politieke en filosofische gesprekken. Hoe bekend en algemeen aanvaard haar verschijning in de hellenistische wereld is, valt af te leiden uit het feit dat in een publieke rede gezegd kan worden: ‘dehetaeren hebben wij voor ons genoegen, de concubines voor de dagelijkse lichamelijke verzorging en de echtgenoten om wettige kinderen te krijgen en een trouwe wachteres over het huis te hebben’. In dezelfde redevoering horen wij hoe deze vrouwen voor haar 'beroep' werden opgeleid en dit uitoefenden, hetgeen we overigens ook weten uit de bestaande ‘hetaeren-catechismi’. Op vele plaatsen komen zij in groot aantal voor, o.a. in Corinthe en Egypte, waar zij erkend worden, doordat van haar een bijzondere belasting wordt geheven. De naturalistische griekse wereldbeschouwing vindt het natuurlijke geoorloofd en schaamt zich voor deze buitenechtelijke omgang niet. Het optreden dezer hetaeren, met name in Corinthe, is van uitzonderlijk groot belang voor het beggrijpen van sommige uitsprakenvan Paulus over het gedrag der vrouwen in de christelijke gemeente.

Op religieus en cultisch terrein is de positie der vrouw evenmin overal gelijk. Toen de griekse cultus staatscultus werd, bracht dit een gedeeltelijke terugdringing der vrouw met zich race ten opzichte van de gezinscultus. Toch blijft zij er op vrij grote schaal aan meewerken als priesteres, waarvoor meestal het kuisheidsoffer gebracht moest worden, dat òf prijsgave aan gewijde prostitutie òf blijvende maagdelijkheid kon betekenen. In de verschillende mysteriereligies speelt zij een grote rol, door als de vertegenwoordigster van de godin (bijv. Isis) het 'heilig huwelijk' uit te beelden.

Zieneressen zijn er in Griekenland van de vroegste tijden af geweest, hetzij in dienst van een godheid in een bepaald heiligdom, hetzij rondtrekkend en door persoonlijke faam bekend. Toch blijft de vrouw van vele religieuze en cultische handelingen uitgesloten, hoofdzakelijk wel door de opvatting dat de vrouw intenser door het sexuële wordt verontreinigd dan de man.

De hellenistische wereld is in het algemeen veel meer in de vrouw geïnteresseerd als object van begeerte dan als zelfstandige menselijke persoonlijkheid. Zelfs haar deelname aan de cultus heeft lang niet altijd een verheffende invloed, maar vaker een tegenovergestelde, zodat het niet zoveel verwondering behoeft te wekken als Paulus op dit punt in het Nieuwe Testament erg voorzichtig is.

LITTERATUUR

Boer, Dr W. den, De godsdienst der Grieken, 's-Gravenhage, 1948.

Geurts, N., Het huwelijk bij de Griekse en Romeinse moralisten, Amsterdam, 1928.


B. In het Jodendom

In vergelijking met het Oude Testament is de positie de joodse vrouw in Jezus' dagen er niet op vooruit gegaan.

De Jood heeft veel liever zonen dan dochters: ‘heil hem, wiens kinderen mannen, wee hem, wiens kinderen vrouwen zijn’, zegt een joods geschrift. Toch werden meisjes vrijwel nooit te vondeling gelegd, zoals elders wel voorkwam en slechts bij hoge uitzondering verkocht. Het onderwijs der meisjes beperkte zich in hoofdzaak tot huishoudelijke werkzaamheden, daar de Talmud de vrouw niet tot de studie der wet verplicht, zoals dat met jongens het geval was.

Het huwelijk, dat voor het meisje op ongeveer 12-jarige leeftijd plaats vond, kon op verschillende wijze tot stand komen. Er werd steeds sterke aandrang op de jongen uitgeoefend om een meisje uit dezelfde stand te huwen. Meestal wordt naar haar wensen niet gevraagd, maar beslist haar vader op het aanzoek van de toekomstige echtgenoot. Na een verlovingstijd, gedurende welke het meisje reeds als gehuwde vrouw gold, werd de bruiloft gevierd. Hoewel het huwelijk voor de man als religieuze plicht gold, evenals het verwekken van kinderen, is de huwelijkssluiting zelf toch geen godsdienstige, maar een privaatrechtelijke handeling. Zij komt in Jezus' dagen tot stand bij contract, waarin o.a. ook alle financiële verplichtingen worden vastgelegd. Is het meisje eenmaal gehuwd, dan is zij eigendom van haar echtgenoot en volledig aan hem onderworpen. Kreeg zij kinderen - en vooral wanneer dit zonen waren - dan genoot zij als moeder een zekere achting, maar de kinderloze stond aan spot en verachting bloot. Al dwong de praktijk bijna steeds tot monogamie, toch bleef de polygamie toegestaan. Deuteronomium 17 : 17, waar staat: ‘de koning zal zich niet vele vrouwen nemen’, werd zó uitgelegd, dat dit er maximaal 18 mochten zijn! Aan de gewone man warden er 4 à 5 en soms ook een onbeperkt aantal toegestaan.

Ook het joodse echtscheidingsrecht vertoont duidelijk een dubbele moraal: scheiding wordt de man veel gemakkelijker gemaakt dan de vrouw. Uitgangspunt van dit recht is Deuteronomium 24 : 1: als een man iets onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, mag hij haar wegzenden. De school van rabbi Sjammai verstond hier uitsluitend ontucht onder, maar die van. rabbi Hillel vatte het veel ruimer op en achtte het laten aanbranden van het eten of te zout opdienen ervan al onbehoorlijk en dus een reden voor de man tot echtscheiding! Hillels opvatting was het meest populair. Rabbi Meïr gaf al toestemming voor scheiden wanneer de vrouw op straat at of met onbedekt hoofd uitging, terwijl rabbi Akiba dit al deed als een man een mooiere vrouw dan de zijne zag! Flavius Josephus aanvaardt praktisch elk motief als excuus voor scheiding, waarvan hij in zijn eigen leven de nodige illustraties heeft gegeven. Speciaal genoemde echtscheidingsgronden zijn o.a. nog het te luid spreken in huis, verborgen gebreken zoals een kwalijk riekende adem of te sterke transpiratie. Verplichting tot scheiding bestond zelfs bij 10-jarige kinderloosheid der vrouw en in nog enkele andere, met name genoemde gevallen.

Ook de vrouw had een, zij het beperkt, echtscheidingsrecht, waarvan zij gebruik kon maken als zij aan haar man een gebrek wist te bewijzen: als hij zijn huwelijksplicht niet kon of wilde volbrengen, minderwaardig werk verrichtte e.d.

De scheiding zelf vond zonder veel f ormaliteiten plaats: het geven van een scheidbrief - soms door de vrouw zelf geschreven! -waarin verklaard werd dat het de ander vrij staat om een nieuw huwelijk aan te gaan, was voldoende. Een nieuw huwelijk van een eens gescheiden paar was in het algemeen verboden.

Het joodse recht spreekt alleen van echtbreuk wanneer de daad met de vrouw of verloofde van een volksgenoot heeft plaats gevonden en straft deze in alle andere gevallen dan ook niet, Desondanks wil rabbi Jochanan ben Zakkai de vloekwaterproef voor van echtbreuk verdachte vrouwen (Num. 5 : 11vv.) afschaffen, omdat er in zijn tijd te veel echtbrekers onder de Joden waren.

Bij deze stand van zaken verwondert het ons dan ook niet meer, dat er - naast enkele aansporingen tot de man om zijn vrouw lief te hebben en te eren - een groot aantal citaten uit allerlei geschriften is aan te voeren, die denigrerend en discriminerend voor de vrouw zijn. De rabbijnen spreken niet met een vrouw en Flavius Josephus verklaart de vrouw in ieder opzichtminderwardig aan de man.

De inferioriteit der vrouw kwam vooral op religieus ebied tot uitdrukklng. Alleen al het gemis aan kennis van de Tora (wet) was voor de rabbijnen reden tot grondige verachting der vrouw. Daarom staat in de Talmud de voor de Jood dagelijks verplichte, ook reeds in het heidendom bekende, lofprijzing, die nog heden het joodse gebedenboek ‘siert’: ’Geprezen zijt Gij, o God dat Gij mij niet als heiden, als onwetende (soms ook: slaaf) of als vrouw geschapen hebt'. Het is dan ook nauwelijks te sterk uitgedrukt om het Jodendom van Jezus’ dagen een ‘mannengodsdienst’ te noemen. In de tempel hebben de vrouwen een aparte voorhof, hoewel zij overigens niet eens verplicht zijn om hier op de grote feesten te verschijnen. Ook de bescheiden vrouwendiensten uit het Oude Testament zijn verdwenen en zelfs de handoplegging bij het reinigingsoffer mag zij niet meer verrichten.

In de synagoge telt haar aanwezigheid niet mee voor het verplichte minimum van 10 mannen, zonder wie de dienst niet door kan gaan. Zij zit daar op een van de mannen afgescheiden plaats en kan hier niet tot de lezing van de Tora uitgenodigd worden. De verboden der Tora golden haar wèl, maar de geboden behoefde zij niet alle te vervullen, terwijl zij ook de eed niet mocht afleggen en haar getuigenis in rechtszaken geen waarde had. Het zal mede meifdeze achteruitzetting in verband staan, dat de vrouw als bijzonder ontvankelijk voor toverij en bijgeloof werd aangezien.

Als oorzaken van deze onderwaardering, zelfs verachting der vrouw, waardoor zij voor joods besef op één lijn staat met slaven en kinderen, zijn te noemen: de groeiende betekenis,die na de ballingschap aan de besnijdenis en de Tora -studie word toegekend, de speculates van de rabbijnen over de zondeval, waarvan de schuld uitsluitend aan de vrouw wordt toegeschreven en een onder hellenistische invloed toenemende ascetische stroming in het Jodendom.

Al is de situatie in de diaspora in het algemeen misschien iets beter dan in Palestina en al blijkt er in Jezus’ dagen nog een profetes te zijn, dit neemt niet weg, dat de waardering der vrouw, speciaal op religieus terrein, bijna minimaal was en zij als een minderwaardig schepsel werd beschouwd.

Concluderend kunnen wij dus vaststellen dat de joodse vrouw in Jezus’ dagen, vergeleken met de plaats, die zij in het Oude Testament inneemt, in vrijwel alle opzichten een achteruitgang heeft moeten boeken en misschien wel een dieptepunt in haar existentie als vrouw heeft bereikt.

Litteratuur:

Zie bij: De vrouw in het Oude Testament.




This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research