|
|
|---|
door Threes van Dijck en Jan Peijnenburg
gepubliceerd op ons website met verlof van de
auteurs
Morgenlied
Het
open venster naar de nieuwe dag
ademt de frisheid van het jonge leven.
De dingen die nog van geboorte beven
laten uitbundig zien hoe God hen
zag.
Overal waar God het spelemeien ziet,
de sprong van leven in de
dageraad
begint het kiemen van het nieuwe zaad
en ordent zich de chaos
tot een lied.
Tussen blauwe bloemen bloeit het graan.
Het nazaad trilt nog even
in de halmen.
De papaver geurt, de oogst breekt aan.
Rode
lippen welven zich tot een schaal
van vreugde. Onder wuivende palmen
hangt het ooft al voor het avondmaal.
Genesis 7, 18 - 20
En
Melchisedek
de koning van Salem,
die priester was van de
allerhoogste God,
offerde brood en wijn
zegende Abram en zei :
Gezegend zijt gij door
de allerhoogste God,
de schepper van hemel
en aarde
en gezegend zij
de allerhoogste God.
Vredevorst
Uit
het niets kwam hij getreden
met in zijn handen brood en wijn.
Zijn land
een paradijs van vrede,
gerechtigheid zijn kroondomein.
Uit
het niets zonder verleden
maar in zijn handen alle pijn
om kleine
mensen meegeleden
door dienaar van het volk te zijn.
Uit
het niets kwamen zijn gebeden,
zijn handen zegenend bereid.
Een koning,
oud en moegestreden
en door zijn volk priester gewijd.
PREAMBULE
De
hiëros, de gewijde man, vertegenwoordigt het priesterbeeld van
de heidense oudheid. Ook de joodse tempelpriesters zijn hiëratisch. Geheel
buiten de lijn van Jezus werd ook het christelijk priesterschap primair een
cultisch ambt. De priester was met wijding omgeven en -naar gelang de tijd erom
vroeg of verdroeg-ook met waardigheid omkleed : zijn kleed was goudbrokaat en
zijn gebaren waren koninklijk.
Nu mag
de liturgie best bij tijd en wijle wat plechtig en mysterieus zijn - dat is het
leven soms ook. En sacrale levensmomenten zijn er in en buiten de kerk als
verstillingen van leven.
Maar
is dit alles? Zou er geen ander priesterschap bestaan, zo vrouwelijk als
mannelijk, zo in en vanuit het leven?
Johannes, aan de oever van de Jordaan, behoorde niet tot de
priesterorden, hoewel zijn vader een tempelpriester was. Jezus was ook geen
joodse priester. Mochten de neven, als leeftijdgenoten en klasgenoten al in
priesteropleiding zijn geweest....zij werden nooit priester gewijd.
Is er
dan naast het hiëratisch priesterschap toch nog een ander
priesterschap....in geest en waarheid? Een priesterschap dat dieper uitgaat van
en ingaat in het leven van Jezus, zich manifesterend buiten de muren van de
kerk?
Wat is
priesterschap?
PRIESTERSCHAP
Aan de
beschrijving van wat priesterschap is, gaat een grondkeuze vooraf. Deze houdt
in : afstand nemen van de betekenissen en gestalten die religies
daaraan hebben gegeven, om vervolgens vooraan te beginnen met zoeken naar de
grondbetekenis van priesterschap zoals dit opkomt uit het leven
zelf. Religie is een dimensie van leven, geen eigen substantie. Het is
een deelverwerkelijking van het bestaan, altijd relatief in verhouding tot de
alomvattende werkelijkheid van het leven. De vraag is : welk priesterschap
vloeit voort uit de aard van het leven, uit de natuur? Daarna is het pas
interessant t in hoeverre religies deze grondbetekenis hebben opgepakt en vorm
gegeven. Wat heeft bijvoorbeeld de katholieke kerk ervan gemaakt? De aandacht
moet dus worden teruggelegd naar de ontstaans- en bestaansgronden in het
algemeen. Het gaat primair om het seculiere priesterschap dat naast het sacrale
priesterschap bestaat.
Levenspriesterschap
Het
leven brengt zijn eigen priesters en priesteressen voort. Dat gebeurt bij de
mensen. Mensen zijn kinderen van de Geest van God, aangeraakt door de liefde,
aangestoken door het licht. Zij zijn de liefde die is mens geworden, zij zijn
het licht van God.
Ook de
dieren zijn lichtwezens. De stammoeder die de olifantenfamilie voorgaat, draagt
het licht voor de kudde uit tot het uitmondt in de bron. Als de ganzen
opstijgen uit de toendras en neerstrijken op de wadden, vliegt er
één aan de spits. Hij draagt het licht van de geest in zijn
hoofd. De winter heeft zijn koninkje, de bijen hebben hun koningin. Overal
flitsen licht. In mensen zien we de liefde uitgroeien tot een niet in te tomen
hartstocht van leven, een oplichtende helderheid van innerlijke openbaring. In
sommigen wordt dit een aanstekelijk vuur, een onuitputtelijke bron van licht
die anderen doorstraalt. En zij spreken de woorden van God en doen de daden van
God. Zij belichamen het levens-priesterschap. Sommigen van hen ervaren en weten
dat deze liefdeskracht, deze lichtsterkte de werkzame aanwezigheid is van God,
Anderen ervaren alleen maar zichzelf en hebben van God geen weet. Daarmee zijn
zij niet minder priester of priesteres, gelet op de daadwerkelijkheid van hun
intenties. God leeft en werkt evenzeer in de naamloosheid en het ongewisse als
in de God toe-gewende aanbiddelijkheid van wie God weten en voelen. God is niet
afhankelijk van wat mensen denken en geloven. God is. Ook en
evenzeer in hen die God niet bewust representeren, realiseert God zich in deze
wereld en is de goddelijke werkelijkheid nabij.
De
toewijding aan het leven -aan mensen en belangen van mensen, aan dieren en
milieubelangen- wijdt mensen tot het priesterschap. En wie zich met zijn leven
inzet voor de ontplooiing van de geest en de ontwikkeling van de materie, deelt
in dit universele priesterschap. Gelovig of niet gelovig, zij zijn de priesters
en priesteressen van het leven.
Zij
die voorgaan in het leven, zijn ook de aangewezen personen, die kunnen voorgaan
in het vieren van het leven. Zij alleen kunnen de juiste woorden
spreken,want zij hebben de juiste daden gedaan. Dit voorgaan kent zijn momenten
van verdieping en verdichting : in bezinning en gebed, in verkondiging en
liturgie. Veelal treedt het naar voren op eigen titel, gewoon zoals het is op
popfestivals en sportmanifestaties. Daar hoor je in de slot-happening van een
popfestival waar veertigduizend jonge mensen zich verdringen rond het podium,
een zwarte zanger als in extase uitroepen «Jesus was a DJ om dan
zijn armen spreidend naar de menigte te zeggen This is my church.
En bij de wereldkampioenschappen kunstrijden zie je de menigte opgaan in een
wave van vreugde. Je hoort dan een verslaggever uitroepen Dit is een
heilige vloer. Het is de ontroering om zoveel schoonheid tegelijk. Ook in
ateliers worden beelden goddelijke incarnatie, in laboratoria transcendeert de
mens zichzelf naar God toe wanneer het geneesmiddel tegen aids wordt
ontdekt...
Waar
het leven hoogtij viert en de humaniteit zegeviert, is er het zinnen van
de Geest. Hoe naamloos is dit priesterschap vaak in de (ook
beroepsmatige) zorg en de wereld van onderwijs en vorming. In buurtverenigingen
ontpopt het zich, in gezinnen is het dagelijkse werkelijkheid. Hier treedt een
heel ander soort priesterschap naar voren dan wat de kerken te zien geven. Hier
wordt een heel andere religiositeit beleefd dan in de kerken. Omdat we geen
betere woorden hebben, spreken we maar van levenspriesterschap en
levensreligiositeit.
Levensreligiositeit
Levensreligiositeit is de dieptebeleving van het leven waarin het
bewustzijn van de Levende ontstaat; het vermoeden van het mysterie; het geloof
in God. Daarbij wordt religiositeit niet beleefd in de tekenen en symbolen van
de werkelijkheid maar in de werkelijkheid zelf. Daarbij treden rituelen en
liturgische handelingen niet in de plaats van levenservaringen maar zijn
levenservaringen zelf liturgie. Hierin wordt de aanwezigheid en werkzaamheid
van God verstaan en tegelijk beaamd. Dan wordt de inzet voor een ander tot
omgang met God. Dan wordt liefdesspel gemeenschap ervaren met God. En alles wat
we zijn en denken en doen wordt dan één grote
levensreligie.
Deze
levensreligiositeit komt voort uit de zinnelijke Godservaring.
Voordat deze echter kan doorbreken, zal de nog opgesloten werkelijkheid van
Gods zinnelijk bestaan moeten worden geopenbaard én aanvaard. Als mensen
zich hiervan levendig bewust worden en Gods levenscheppende vreugde gaan
voelen, zullen zij zichzelf in God gaan Herkennen. Dan zal het deelhebben aan
datzelfde leven voelbaar met God verbinden. Eigenlijk is dit een terugkeer naar
het oer-bewustzijn. Dit nieuwe Godsbewustzijn zal een bron van spiritualiteit
zijn, die het beste in de mens omhoogstuwt.
Waar
de mens zijn levens-éénheid met God hervindt, komt hij tot zijn
diepste zelf. Hij zal zichzelf liefhebben en zich verheugen om de
lichaamwording van God in zichzelf. Zijn creatieve krachten zullen ais uitingen
van een herschapen innerlijkheid hoog opbloeien; mensen zullen op een ludieke
wij-ze met elkaar omgaan, niet langer krampachtig uit lijfsbehoud maar met hun
zielen aan elkaar getrouwd. Ook de grote hartstocht tot vrede, het zintuig voor
gerechtigheid zal zich ontplooien, waardoor brood en water met elkaar worden
gedeeld en de kleurverschillen tussen mensen zullen vervagen.
Dit is
het liefhebben en lofzingen van God, die de werkelijkheid bewoont en in alwat
is verschijnt. Wie liefdevol en zorgzaam omgaat met de natuur en de schepping
eerbiedigt, eerbiedigt God zelf. Wie de mensen, de dieren en vogels, de bomen
en planten liefheeft, heeft God lief. De eerbied voor de natuur is de eerbied
voor God. God is de natuur. Uit de verbondenheid met de natuur vloeit de
religie en de ethiek van de mens voort. Het zinnelijk leven met God leidt tot
een nieuwe liefde met God.
Sacraal priesterschap
De
R.K.Kerk kent alleen het ingeordende priesterschap van de man. De
vrouw is daarvan uitgesloten. Dit is het priesterschap binnen het
institutionele gebeuren van de kerk. Als kerkelijk ambt- bevestigd door de
hiërarchie en als rechtsgeldig aangenomen door de geloofsgemeenschap- is
dit eenduidig, ledere variant die niet bekrachtigd is door een priesterwijding,
mist de vereiste juridische zending. Alle theologisch geschoolde en
ge-kwalificeerde pastoraal werkers en werksters vallen hier buiten. Ook het
diaconaat is niet een lagere graad van priesterschap. Het is hoogstens een
exponent van het algemeen priesterschap van de gelovigen. De term
levenspriesterschap is voor de officiële kerk volkomen
irrelevant.
Maar
de kerk als instituut is slechts een vormaspect van wat de kerk
naar de inhoud eigenlijk is. Kerk is : geloofsgemeenschap, liefdesbeweging van
Jezus temidden van allen die gemeenschap zoeken met God. Het is een
levensbeweging, een levensbeschouwing ook. Zij is draagster van de geschiedenis
en de traditie. In ondersteunende, aanvullende zin is de kerk ook als instituut
een waardevolle realiteit; zij dient tot instandhouding en versterking van het
sociaal-mystieke gebeuren. De ziel van kerk-zijn -en daar gaat het om- is
echter het liefdesgebeuren tussen God en mens. Pas wanneer dit kerk-zijn de
volle ruimte heeft om zich uit te leven, kan de kerk als instituut
(als het ware samengegroeid met het innerlijke kerkgebeuren) ervaren worden als
huis van de ziel en huis van God .
Ook al
is het stroomgebied van het levenspriester-schap zo breed als het leven zelf,
toch kan het zijn bedding vinden in de kerk, wanneer deze met het leven
harmonieert. Het bestaat binnen en buiten de kerk. Dit wordt beleefd door
vrouwen en mannen die voorgaan in het leven, mensen die voor-uitleven,
bezielers zijn in alle facetten van het leven, zo veelkleurig als het leven
zelf. Ook al houdt de kerk de deuren dicht voor het vrouwelijk priesterschap,
het is volle werkelijkheid in het levenspriesterschap - en dit
levenspriesterschap van vrouwen doordringt de kerk tot in haar diepste vezels.
Zij zijn priesteressen van het leven, maar evenzeer van de kerk. Veel
vrouwelijke religieuzen voelden zich eigenlijk geroepen tot het priesterschap;
en gaandeweg werden zij priesteressen. Het priesterschap van de vrouw ligt
dichter bij het leven dan dat van de man. Vrouwelijk priesterschap raakt de
essentie van het leven en dus de essentie van het geloof. De vrouw is de moeder
van het leven en de voedster van het religieuze.
Seculier priesterschap
Binnen
het cultisch priesterschap worden de bedienaren benoemd, gezonden ten behoeve
van de geloofsgemeenschap. Daarvoor is een speciale professionaliteit vereist,
welke inhoudt : een theologische opleiding en een bepaalde levensstaat. Als
celibataire mannen kunnen zij daardoor erkende voorgangers zijn in samenkomst
en viering. Het zou de werkelijkheid echter vertekenen, wanneer
kerkpriesterschap zou worden gekwalificeerd als professioneel en
levenspriesterschap als niet-professioneel. De waarheid is, dat
hier sprake is van verschillend professioneel bezig zijn binnen
hetzelfde priesterschap. Dit vraagt wederkerig evenredig respect. Zij zijn niet
eikaars tegenpolen. Het sacrale Driesterschap ontleent geen meerwaarde aan de
daarmee verbonden wijding : het is niet méér qua niveau,
betekenis, macht, religieuze waarde. Alleen binnenkerkelijk gaat
hier een extra bevoegdheid mee gepaard. Voorts zou het in tegenspraak zijn met
de werkelijkheid, wanneer het seculiere priesterschap zou worden beschouwd als
een afgeleide van het sacrale priesterschap. Het omgekeerde is het
geval.
De
leiding in de kerk ligt in veilige handen bij hen die zich met hun leven
verbinden aan de dienst van de geloofsgemeenschap. Dat zijn zij die zowel
het lichaam als de ziel van de kerk liefhebben en daarin tot alle
dienstbaarheid bereid. Dat kunnen priesters en priesteressen zijn van het
ambtelijk priesterschap, maar ook zij die het levenspriesterschap
vertegenwoordigen. Dat in de huidige kerkstructuur de leiding binnen de
gemeenschap uitsluitend toekomt aan de ambtelijke
priestermannen is een dubbele ont-wrichting van het natuurlijk
verband.
Ook is
de bediening van de sacramenten niet het alleenrecht van de kerkelijke
priestervoorgangers. Er is zelfs van geen enkel recht sprake. En het hangt al
helemaal niet van gewijde priesters af of het mysterie plaatsvindt van die
wonderlijke omgang van God met de mens. De eeuwige Liefde laat dit afhangen van
de mens die zich openstelt voor het goede, de liefde, het verlangen van God
zich met de mens te verenigen. De priester wordt geacht de tekenen en rituelen
zodanig met het leven verbonden te doen zijn dat zij van Gods aanwezigheid
gewagen. Verder reikt zijn invloed niet; hij heeft geen enkele macht. En daarom
is hem niets voorbehouden waarover hij zou kunnen beschikken. Alle mensen
kunnen dit! Alle mensen worden op eenzelfde wijze door God gezocht, precies
zoals geliefden elkaar zoeken.
Zo is
het ook gesteld met het Eucharistievieren. Dit tafelgebeuren waarin de eenheid
en solidariteit wordt gevierd met elkaar, raakt zozeer het hart van het
liefdesgebeuren tussen mensen, dat ieder dit met een ander kan vieren...tot
gedachtenis van de mens der mensen in wie God manifest onder mensen verscheen.
Brood delen mag je toch met iedereen en elkaar te drinken geven ook. In
Jezus naam zelfs! De leer en praktijk van de kerk is hiermee in strijd.
Waar de specifiek priesterlijke macht (magie) in wordt gelegd, is
uitgerekend datgene wat het meest toekomt aan de geloofsgemeenschap als
zodanig. Vaar mensen zich in de liefde van Christus herkennen en zich delen met
elkaar, is Eucharistie.Voorgaan in de Eucharistie is niet het exclusieve
(voor-) recht van de priesters van de kerk. Dit onttrekt zich zelfs aan het
levenspriesterschap. Het is van een eigen orde.
Jezus
was al heel de tijd onderweg met het echtpaar uit Emmaüs, voordat hij met
hen aan tafel ging en de tekens stelde van het breken van het brood. Door de
rite komt de aanwezigheid van Christus niet tot stand, maar wordt deze
betekend. Tekens duiden de werkelijkheid aan, maar brengen de werkelijkheid
niet voort. De rite is daarom echter niet onbelangrijk, omdat daardoor de
ogen open kunnen gaan die zo gewend kunnen zijn aan het levensgezelschap
van Jezus onderweg, dat dit niet eens meer opvalt. Deze rite nu kan door
iedereen en overal worden gevierd, zomaar gewoon als ouders met hun kinderen of
als twee geliefden met elkaar.
Nu
kruisen deze priesters van het kerk-instituut en de priesters en priesteressen
van het leven elkaar diagonaal. Het staat niet haaks op elkaar maar het zijn
twee stromen die op een gegeven moment en op een bepaald punt elkaar
kruis-lings passeren en door elkaar heengaan. Dit wil zeggen : er zijn
priesters van het instituut die levenspriesters worden en nog maar heel zelden
binnen het cultische gebeuren naar voren treden; en er zijn priesters en
priesteressen van het leven die soms de kerkruimte betreden om daar voor te
gaan in het sacramentele ritueel van de kerk.
De
officiële kerk zou het prachtig vinden, wanneer met het
levenspriesterschap van de vrouw het cultisch priesterschap van de vrouw zou
kunnen worden afgekocht. Maar naast de man staat -van nature- de vrouw in de
cultische bediening van het ambt, om ook daar het specifiek vrouwelijke van het
leven binnen de geloofsgemeenschap te belichamen.
Dit te
moeten bepleiten of verdedigen, is beledigend voor iedere mens die vrouw
is...
Hogepriesterschap
Heel
verrassend is het te ontdekken, dat juist Jezus een levenspriester was.
Priester van het leven, vanuit het leven; geen cultisch priester, vanuit de
cultus. Weliswaar binnen zijn eigen joodse traditie, maar niet
ingeordend binnen het joodse priesterschap. Hij was priester
geworden uit zichzelf...
Hij
heeft niet een nieuwe kerk willen stichten. Het leven was zijn kerk. Daarin
hadden wet en profeten hun vaste plaats. Ook de synagoge. Bij zijn
afscheid stelde hij ook niet een cultisch priesterschap in naar
eigen kerkordelijk model. Aan hem -die het aanbidden van de Vader in
geest en waarheid verklaarde tot levens-religie- zullen de religies zich
moeten toetsen, om te ontdekken welke gestalten van priesterschap authentiek
geacht mogen worden.
Jezus
ging voor in alle wezenlijke levenservaringen, in solidariteit en strijd - ook
in feestelijkheid en zinnelijkheid. Alles vond in hem de eigen
heiligheid.
Pas
helemaal op het einde ontstond er dat onvergetelijk moment van voorgaan in de
levensrite van zichzelf delen als brood en wijn. Tot zijn
gedachtenis betekent nu : het levens-priesterschap van Jezus gedenken. En
als hij dan zegt doe dit, is dat zijn oproep dit priesterschap
voort te zetten.
Een zaaier ging uit,
om zijn zaad te zaaien".
(Luc.
8,5)
Heer, dit was het uur van Uw parousia,
Van peilloos zinken in Uw
tegenwoordigheid.
In mijn wezen heeft de liefde geschreid
En stamelend
gebeden: Kom Heer Jezus, Maranatha.
Uw
leven zong in mij het lied van de verrijzenis.
Over mijn handen kwam het,
over mijn gezicht,
Omsluierd glanzen van het eerste scheppingslicht.
Levensgroot ontvouwde zich in mij Uw beeltenis.
Vanmorgen was mijn bede een bevel
En huiverend groeide het
mysterie in mijn hand.
Nog tast ik als een blinde, maar aan de rand
Der
dingen bloeit de hemel.
Weer
trekt Gij zaaiend door het land en spreidt
De eeuwigheid zich over alle
dagen.
Als eens de velden honderdvoudig vruchten dragen,
Breek dan het
brood der liefde voor altijd.
JAN
PEIJNENBURG
Brief van Paulus aan de Hebreen 7, 11 - 19)
Zo dus
de volmaaktheid bereikt was door het. levietische priesterschap - want daarop
berustte de wetgeving voor het volk - waarom zou het dan nog nodig geweest
zijn, dat er een andere Priester werd aangesteld naar de orde van
Melchisedek en dat hij niet genoemd werd naar de orde van
Aaron?
Met de
verandering toch van het priesterschap verandert ook noodzakelijk de
wet.
Welnu,
Hij op wie dit alles slaat, behoorde tot een andere stam, waaruit niemand zich
aan het altaar heeft gewijd; want het is bekend dat onze Heer uit Juda is
gesproten; en met betrekking tot deze stam heeft Moses in het geheel niet van
priesters gesproken.
En dit
is nog veel duidelijker, nu als evenbeeld van Melchisedek een andere Priester
is aangesteld J één die het niet geworden is volgens de wet van
een vleselijke instelling, maar uit kracht van een onvergankelijk leven; want
er is betuigd Gij zijt priester in eeuwigheid naar de orde van
Melchisedek.
En zo
werd de vroegere instelling opgeheven om haar zwakte en nutteloosheid - want de
wet heeft niets tot volmaking gebracht - en werd ze vervangen door een betere
hoop waardoor wij naderen tot God.
Avondlied
Onze
glazen staan geschonken,
wat water was werd wijn.
De uren rijpten, het
refrein
heeft heel de dag geklonken:
ik
zal mijn lichaam schenken,
vannacht geef ik je de borst.
Jij, beker van
mijn dorst,
zult mij met kussen drenken.
Onze
ringen door de dag gewijd
liggen op een schaal met brood.
De rijpe
vrucht van onze schoot
wordt onze feestmaaltijd.
Als
wij dan dronken van elkaar ontwaken,
gaan wij weer koren oogsten,
druiven plukken voor de avond.
De glazen staan al klaar.
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |