OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Priesterschap in kerk en wereld

Priesterschap
in kerk en wereld

door Threes van Dijck en Jan Peijnenburg

gepubliceerd op ons website met verlof van de auteurs

Morgenlied

Het open venster naar de nieuwe dag
ademt de frisheid van het jonge leven.
De dingen die nog van geboorte beven
laten uitbundig zien hoe God hen zag.

Overal waar God het spelemeien ziet,
de sprong van leven in de dageraad
begint het kiemen van het nieuwe zaad
en ordent zich de chaos tot een lied.

Tussen blauwe bloemen bloeit het graan.
Het nazaad trilt nog even in de halmen.
De papaver geurt, de oogst breekt aan.

Rode lippen welven zich tot een schaal
van vreugde. Onder wuivende palmen
hangt het ooft al voor het avondmaal.

Genesis 7, 18 - 20

En Melchisedek
de koning van Salem,
die priester was van de
allerhoogste God,
offerde brood en wijn
zegende Abram en zei :
Gezegend zijt gij door
de allerhoogste God,
de schepper van hemel en aarde —
en gezegend zij
de allerhoogste God.

Vredevorst

Uit het niets kwam hij getreden
met in zijn handen brood en wijn.
Zijn land een paradijs van vrede,
gerechtigheid zijn kroondomein.

Uit het niets zonder verleden
maar in zijn handen alle pijn
om kleine mensen meegeleden
door dienaar van het volk te zijn.

Uit het niets kwamen zijn gebeden,
zijn handen zegenend bereid.
Een koning, oud en moegestreden
en door zijn volk priester gewijd.

PREAMBULE

De ‘hiëros’, de gewijde man, vertegenwoordigt het priesterbeeld van de heidense oudheid. Ook de joodse tempelpriesters zijn hiëratisch. Geheel buiten de lijn van Jezus werd ook het christelijk priesterschap primair een cultisch ambt. De priester was met wijding omgeven en -naar gelang de tijd erom vroeg of verdroeg-ook met waardigheid omkleed : zijn kleed was goudbrokaat en zijn gebaren waren koninklijk.

Nu mag de liturgie best bij tijd en wijle wat plechtig en mysterieus zijn - dat is het leven soms ook. En sacrale levensmomenten zijn er in en buiten de kerk als verstillingen van leven.

Maar is dit alles? Zou er geen ander priesterschap bestaan, zo vrouwelijk als mannelijk, zo in en vanuit het leven?

Johannes, aan de oever van de Jordaan, behoorde niet tot de priesterorden, hoewel zijn vader een tempelpriester was. Jezus was ook geen joodse priester. Mochten de neven, als leeftijdgenoten en klasgenoten al in priesteropleiding zijn geweest....zij werden nooit priester gewijd.

Is er dan naast het hiëratisch priesterschap toch nog een ander priesterschap....in geest en waarheid? Een priesterschap dat dieper uitgaat van en ingaat in het leven van Jezus, zich manifesterend buiten de muren van de kerk?

Wat is priesterschap?

PRIESTERSCHAP

Aan de beschrijving van wat priesterschap is, gaat een grondkeuze vooraf. Deze houdt in : afstand nemen van de betekenissen en gestalten die ‘religies’ daaraan hebben gegeven, om vervolgens vooraan te beginnen met zoeken naar de grondbetekenis van priesterschap zoals dit opkomt uit ‘het leven zelf’. Religie is een dimensie van leven, geen eigen substantie. Het is een deelverwerkelijking van het bestaan, altijd relatief in verhouding tot de alomvattende werkelijkheid van het leven. De vraag is : welk priesterschap vloeit voort uit de aard van het leven, uit de natuur? Daarna is het pas interessant t in hoeverre religies deze grondbetekenis hebben opgepakt en vorm gegeven. Wat heeft bijvoorbeeld de katholieke kerk ervan gemaakt? De aandacht moet dus worden teruggelegd naar de ontstaans- en bestaansgronden in het algemeen. Het gaat primair om het seculiere priesterschap dat naast het sacrale priesterschap bestaat.

Levenspriesterschap

Het leven brengt zijn eigen priesters en priesteressen voort. Dat gebeurt bij de mensen. Mensen zijn kinderen van de Geest van God, aangeraakt door de liefde, aangestoken door het licht. Zij zijn de liefde die is mens geworden, zij zijn het licht van God.

Ook de dieren zijn lichtwezens. De stammoeder die de olifantenfamilie voorgaat, draagt het licht voor de kudde uit tot het uitmondt in de bron. Als de ganzen opstijgen uit de toendra’s en neerstrijken op de wadden, vliegt er één aan de spits. Hij draagt het licht van de geest in zijn hoofd. De winter heeft zijn koninkje, de bijen hebben hun koningin. Overal flitsen licht. In mensen zien we de liefde uitgroeien tot een niet in te tomen hartstocht van leven, een oplichtende helderheid van innerlijke openbaring. In sommigen wordt dit een aanstekelijk vuur, een onuitputtelijke bron van licht die anderen doorstraalt. En zij spreken de woorden van God en doen de daden van God. Zij belichamen het levens-priesterschap. Sommigen van hen ervaren en weten dat deze liefdeskracht, deze lichtsterkte de werkzame aanwezigheid is van God, Anderen ervaren alleen maar zichzelf en hebben van God geen weet. Daarmee zijn zij niet minder priester of priesteres, gelet op de daadwerkelijkheid van hun intenties. God leeft en werkt evenzeer in de naamloosheid en het ongewisse als in de God toe-gewende aanbiddelijkheid van wie God weten en voelen. God is niet afhankelijk van wat mensen denken en geloven. God ‘is’. Ook en evenzeer in hen die God niet bewust representeren, realiseert God zich in deze wereld en is de goddelijke werkelijkheid nabij.

De toewijding aan het leven -aan mensen en belangen van mensen, aan dieren en milieubelangen- wijdt mensen tot het priesterschap. En wie zich met zijn leven inzet voor de ontplooiing van de geest en de ontwikkeling van de materie, deelt in dit universele priesterschap. Gelovig of niet gelovig, zij zijn de priesters en priesteressen van het leven.

Zij die voorgaan in het leven, zijn ook de aangewezen personen, die kunnen voorgaan in het ‘vieren’ van het leven. Zij alleen kunnen de juiste woorden spreken,want zij hebben de juiste daden gedaan. Dit voorgaan kent zijn momenten van verdieping en verdichting : in bezinning en gebed, in verkondiging en liturgie. Veelal treedt het naar voren op eigen titel, gewoon zoals het is op popfestivals en sportmanifestaties. Daar hoor je in de slot-happening van een popfestival waar veertigduizend jonge mensen zich verdringen rond het podium, een zwarte zanger als in extase uitroepen «Jesus was a DJ’ om dan zijn armen spreidend naar de menigte te zeggen ‘This is my church’. En bij de wereldkampioenschappen kunstrijden zie je de menigte opgaan in een wave van vreugde. Je hoort dan een verslaggever uitroepen ‘Dit is een heilige vloer’. Het is de ontroering om zoveel schoonheid tegelijk. Ook in ateliers worden beelden goddelijke incarnatie, in laboratoria transcendeert de mens zichzelf naar God toe wanneer het geneesmiddel tegen aids wordt ontdekt...

Waar het leven hoogtij viert en de humaniteit zegeviert, is er het ‘zinnen van de Geest’. Hoe naamloos is dit priesterschap vaak in de (ook beroepsmatige) zorg en de wereld van onderwijs en vorming. In buurtverenigingen ontpopt het zich, in gezinnen is het dagelijkse werkelijkheid. Hier treedt een heel ander soort priesterschap naar voren dan wat de kerken te zien geven. Hier wordt een heel andere religiositeit beleefd dan in de kerken. Omdat we geen betere woorden hebben, spreken we maar van ‘levenspriesterschap’ en ‘levensreligiositeit’.

Levensreligiositeit

Levensreligiositeit is de dieptebeleving van het leven waarin het bewustzijn van de Levende ontstaat; het vermoeden van het mysterie; het geloof in God. Daarbij wordt religiositeit niet beleefd in de tekenen en symbolen van de werkelijkheid maar in de werkelijkheid zelf. Daarbij treden rituelen en liturgische handelingen niet in de plaats van levenservaringen maar zijn levenservaringen zelf liturgie. Hierin wordt de aanwezigheid en werkzaamheid van God verstaan en tegelijk beaamd. Dan wordt de inzet voor een ander tot omgang met God. Dan wordt liefdesspel gemeenschap ervaren met God. En alles wat we zijn en denken en doen wordt dan één grote levensreligie.

Deze levensreligiositeit komt voort uit de ‘zinnelijke’ Godservaring. Voordat deze echter kan doorbreken, zal de nog opgesloten werkelijkheid van Gods zinnelijk bestaan moeten worden geopenbaard én aanvaard. Als mensen zich hiervan levendig bewust worden en Gods levenscheppende vreugde gaan voelen, zullen zij zichzelf in God gaan Herkennen. Dan zal het deelhebben aan datzelfde leven voelbaar met God verbinden. Eigenlijk is dit een terugkeer naar het oer-bewustzijn. Dit nieuwe Godsbewustzijn zal een bron van spiritualiteit zijn, die het beste in de mens omhoogstuwt.

Waar de mens zijn levens-éénheid met God hervindt, komt hij tot zijn diepste zelf. Hij zal zichzelf liefhebben en zich verheugen om de lichaamwording van God in zichzelf. Zijn creatieve krachten zullen ais uitingen van een herschapen innerlijkheid hoog opbloeien; mensen zullen op een ludieke wij-ze met elkaar omgaan, niet langer krampachtig uit lijfsbehoud maar met hun zielen aan elkaar getrouwd. Ook de grote hartstocht tot vrede, het zintuig voor gerechtigheid zal zich ontplooien, waardoor brood en water met elkaar worden gedeeld en de kleurverschillen tussen mensen zullen vervagen.

Dit is het liefhebben en lofzingen van God, die de werkelijkheid bewoont en in alwat is verschijnt. Wie liefdevol en zorgzaam omgaat met de natuur en de schepping eerbiedigt, eerbiedigt God zelf. Wie de mensen, de dieren en vogels, de bomen en planten liefheeft, heeft God lief. De eerbied voor de natuur is de eerbied voor God. God is de natuur. Uit de verbondenheid met de natuur vloeit de religie en de ethiek van de mens voort. Het zinnelijk leven met God leidt tot een nieuwe liefde met God.

Sacraal priesterschap

De R.K.Kerk kent alleen het ‘ingeordende’ priesterschap van de man. De vrouw is daarvan uitgesloten. Dit is het priesterschap binnen het institutionele gebeuren van de kerk. Als kerkelijk ambt- bevestigd door de hiërarchie en als rechtsgeldig aangenomen door de geloofsgemeenschap- is dit eenduidig, ledere variant die niet bekrachtigd is door een priesterwijding, mist de vereiste juridische zending. Alle theologisch geschoolde en ge-kwalificeerde pastoraal werkers en werksters vallen hier buiten. Ook het diaconaat is niet een lagere graad van priesterschap. Het is hoogstens een exponent van het ‘algemeen priesterschap van de gelovigen’. De term ‘ levenspriesterschap’ is voor de officiële kerk volkomen irrelevant.

Maar de kerk als ‘instituut’ is slechts een vormaspect van wat de kerk naar de inhoud eigenlijk is. Kerk is : geloofsgemeenschap, liefdesbeweging van Jezus temidden van allen die gemeenschap zoeken met God. Het is een levensbeweging, een levensbeschouwing ook. Zij is draagster van de geschiedenis en de traditie. In ondersteunende, aanvullende zin is de kerk ook als instituut een waardevolle realiteit; zij dient tot instandhouding en versterking van het sociaal-mystieke gebeuren. De ziel van kerk-zijn -en daar gaat het om- is echter het liefdesgebeuren tussen God en mens. Pas wanneer dit kerk-zijn de volle ruimte heeft om zich uit te leven, kan de kerk als ‘instituut’ (als het ware samengegroeid met het innerlijke kerkgebeuren) ervaren worden als ‘huis van de ziel’ en ‘huis van God’ .

Ook al is het stroomgebied van het levenspriester-schap zo breed als het leven zelf, toch kan het zijn bedding vinden in de kerk, wanneer deze met het leven harmonieert. Het bestaat binnen en buiten de kerk. Dit wordt beleefd door vrouwen en mannen die voorgaan in het leven, mensen die voor-uitleven, bezielers zijn in alle facetten van het leven, zo veelkleurig als het leven zelf. Ook al houdt de kerk de deuren dicht voor het vrouwelijk priesterschap, het is volle werkelijkheid in het levenspriesterschap - en dit levenspriesterschap van vrouwen doordringt de kerk tot in haar diepste vezels. Zij zijn priesteressen van het leven, maar evenzeer van de kerk. Veel vrouwelijke religieuzen voelden zich eigenlijk geroepen tot het priesterschap; en gaandeweg werden zij priesteressen. Het priesterschap van de vrouw ligt dichter bij het leven dan dat van de man. Vrouwelijk priesterschap raakt de essentie van het leven en dus de essentie van het geloof. De vrouw is de moeder van het leven en de voedster van het religieuze.

Seculier priesterschap

Binnen het cultisch priesterschap worden de bedienaren benoemd, gezonden ten behoeve van de geloofsgemeenschap. Daarvoor is een speciale professionaliteit vereist, welke inhoudt : een theologische opleiding en een bepaalde levensstaat. Als celibataire mannen kunnen zij daardoor erkende voorgangers zijn in samenkomst en viering. Het zou de werkelijkheid echter vertekenen, wanneer ‘kerkpriesterschap’ zou worden gekwalificeerd als professioneel en ‘levenspriesterschap’ als niet-professioneel. De waarheid is, dat hier sprake is van ‘verschillend’ professioneel bezig zijn binnen hetzelfde priesterschap. Dit vraagt wederkerig evenredig respect. Zij zijn niet eikaars tegenpolen. Het sacrale Driesterschap ontleent geen meerwaarde aan de daarmee verbonden wijding : het is niet méér qua niveau, betekenis, macht, religieuze waarde. Alleen ‘binnenkerkelijk’ gaat hier een extra bevoegdheid mee gepaard. Voorts zou het in tegenspraak zijn met de werkelijkheid, wanneer het seculiere priesterschap zou worden beschouwd als een ‘afgeleide’ van het sacrale priesterschap. Het omgekeerde is het geval.

De leiding in de kerk ligt in veilige handen bij hen die zich met hun leven verbinden aan de dienst van de geloofsgemeenschap. Dat zijn zij die zowel ‘het lichaam als de ziel’ van de kerk liefhebben en daarin tot alle dienstbaarheid bereid. Dat kunnen priesters en priesteressen zijn van het ambtelijk priesterschap, maar ook zij die het levenspriesterschap vertegenwoordigen. Dat in de huidige kerkstructuur de leiding binnen de gemeenschap uitsluitend toekomt aan de ‘ambtelijke’ ‘priestermannen’ is een dubbele ont-wrichting van het natuurlijk verband.

Ook is de bediening van de sacramenten niet het alleenrecht van de kerkelijke priestervoorgangers. Er is zelfs van geen enkel recht sprake. En het hangt al helemaal niet van gewijde priesters af of het mysterie plaatsvindt van die wonderlijke omgang van God met de mens. De eeuwige Liefde laat dit afhangen van de mens die zich openstelt voor het goede, de liefde, het verlangen van God zich met de mens te verenigen. De priester wordt geacht de tekenen en rituelen zodanig met het leven verbonden te doen zijn dat zij van Gods aanwezigheid gewagen. Verder reikt zijn invloed niet; hij heeft geen enkele macht. En daarom is hem niets voorbehouden waarover hij zou kunnen beschikken. Alle mensen kunnen dit! Alle mensen worden op eenzelfde wijze door God gezocht, precies zoals geliefden elkaar zoeken.

Zo is het ook gesteld met het Eucharistievieren. Dit tafelgebeuren waarin de eenheid en solidariteit wordt gevierd met elkaar, raakt zozeer het hart van het liefdesgebeuren tussen mensen, dat ieder dit met een ander kan vieren...tot gedachtenis van de mens der mensen in wie God manifest onder mensen verscheen. Brood delen mag je toch met iedereen en elkaar te drinken geven ook. In Jezus’ naam zelfs! De leer en praktijk van de kerk is hiermee in strijd. Waar de specifiek priesterlijke ‘macht’ (magie) in wordt gelegd, is uitgerekend datgene wat het meest toekomt aan de geloofsgemeenschap als zodanig. Vaar mensen zich in de liefde van Christus herkennen en zich delen met elkaar, is Eucharistie.Voorgaan in de Eucharistie is niet het exclusieve (voor-) recht van de priesters van de kerk. Dit onttrekt zich zelfs aan het levenspriesterschap. Het is van een eigen orde.

Jezus was al heel de tijd onderweg met het echtpaar uit Emmaüs, voordat hij met hen aan tafel ging en de tekens stelde van het breken van het brood. Door de rite komt de aanwezigheid van Christus niet tot stand, maar wordt deze betekend. Tekens duiden de werkelijkheid aan, maar brengen de werkelijkheid niet voort. De rite is daarom echter niet onbelangrijk, omdat daardoor ‘de ogen open kunnen gaan’ die zo gewend kunnen zijn aan het levensgezelschap van Jezus onderweg, dat dit niet eens meer opvalt. Deze rite nu kan door iedereen en overal worden gevierd, zomaar gewoon als ouders met hun kinderen of als twee geliefden met elkaar.

Nu kruisen deze priesters van het kerk-instituut en de priesters en priesteressen van het leven elkaar diagonaal. Het staat niet haaks op elkaar maar het zijn twee stromen die op een gegeven moment en op een bepaald punt elkaar kruis-lings passeren en door elkaar heengaan. Dit wil zeggen : er zijn priesters van het instituut die levenspriesters worden en nog maar heel zelden binnen het cultische gebeuren naar voren treden; en er zijn priesters en priesteressen van het leven die soms de kerkruimte betreden om daar voor te gaan in het sacramentele ritueel van de kerk.

De officiële kerk zou het prachtig vinden, wanneer met het levenspriesterschap van de vrouw het cultisch priesterschap van de vrouw zou kunnen worden afgekocht. Maar naast de man staat -van nature- de vrouw in de cultische bediening van het ambt, om ook daar het specifiek vrouwelijke van het leven binnen de geloofsgemeenschap te belichamen.

Dit te moeten bepleiten of verdedigen, is beledigend voor iedere mens die vrouw is...

Hogepriesterschap

Heel verrassend is het te ontdekken, dat juist Jezus een levenspriester was. Priester van het leven, vanuit het leven; geen cultisch priester, vanuit de cultus. Weliswaar binnen zijn eigen joodse traditie, maar niet ‘ingeordend’ binnen het joodse priesterschap. Hij was priester geworden uit zichzelf...

Hij heeft niet een nieuwe kerk willen stichten. Het leven was zijn kerk. Daarin hadden ‘wet en profeten’ hun vaste plaats. Ook de synagoge. Bij zijn afscheid stelde hij ook niet een ‘cultisch’ priesterschap in naar eigen kerkordelijk model. Aan hem -die het aanbidden van de Vader ‘in geest en waarheid’ verklaarde tot levens-religie- zullen de religies zich moeten toetsen, om te ontdekken welke gestalten van priesterschap authentiek geacht mogen worden.

Jezus ging voor in alle wezenlijke levenservaringen, in solidariteit en strijd - ook in feestelijkheid en zinnelijkheid. Alles vond in hem de eigen heiligheid.

Pas helemaal op het einde ontstond er dat onvergetelijk moment van voorgaan in de levensrite van zichzelf delen als brood en wijn. ‘Tot zijn gedachtenis’ betekent nu : het levens-priesterschap van Jezus gedenken. En als hij dan zegt ‘doe dit’, is dat zijn oproep dit priesterschap voort te zetten.

„Een zaaier ging uit,
om zijn zaad te zaaien".
(Luc. 8,5)

Heer, dit was het uur van Uw parousia,
Van peilloos zinken in Uw tegenwoordigheid.
In mijn wezen heeft de liefde geschreid
En stamelend gebeden: Kom Heer Jezus, Maranatha.

Uw leven zong in mij het lied van de verrijzenis.
Over mijn handen kwam het, over mijn gezicht,
Omsluierd glanzen van het eerste scheppingslicht.
Levensgroot ontvouwde zich in mij Uw beeltenis.

Vanmorgen was mijn bede een bevel
En huiverend groeide het mysterie in mijn hand.
Nog tast ik als een blinde, maar aan de rand
Der dingen bloeit de hemel.

Weer trekt Gij zaaiend door het land en spreidt
De eeuwigheid zich over alle dagen.
Als eens de velden honderdvoudig vruchten dragen,
Breek dan het brood der liefde voor altijd.

JAN PEIJNENBURG

Brief van Paulus aan de Hebreen 7, 11 - 19)

Zo dus de volmaaktheid bereikt was door het. levietische priesterschap - want daarop berustte de wetgeving voor het volk - waarom zou het dan nog nodig geweest zijn, dat er een andere Priester werd aangesteld ‘naar de orde van Melchisedek’ en dat hij niet genoemd werd ‘naar de orde van Aaron’?

Met de verandering toch van het priesterschap verandert ook noodzakelijk de wet.

Welnu, Hij op wie dit alles slaat, behoorde tot een andere stam, waaruit niemand zich aan het altaar heeft gewijd; want het is bekend dat onze Heer uit Juda is gesproten; en met betrekking tot deze stam heeft Moses in het geheel niet van priesters gesproken.

En dit is nog veel duidelijker, nu als evenbeeld van Melchisedek een andere Priester is aangesteld J één die het niet geworden is volgens de wet van een vleselijke instelling, maar uit kracht van een onvergankelijk leven; want er is betuigd ‘Gij zijt priester in eeuwigheid naar de orde van Melchisedek’.

En zo werd de vroegere instelling opgeheven om haar zwakte en nutteloosheid - want de wet heeft niets tot volmaking gebracht - en werd ze vervangen door een betere hoop waardoor wij naderen tot God.

Avondlied

Onze glazen staan geschonken,
wat water was werd wijn.
De uren rijpten, het refrein
heeft heel de dag geklonken:

ik zal mijn lichaam schenken,
vannacht geef ik je de borst.
Jij, beker van mijn dorst,
zult mij met kussen drenken.

Onze ringen door de dag gewijd
liggen op een schaal met brood.
De rijpe vrucht van onze schoot
wordt onze feestmaaltijd.

Als wij dan dronken van elkaar ontwaken,
gaan wij weer koren oogsten,
druiven plukken voor de avond.
De glazen staan al klaar.

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research