OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Mensenrechten

Menswording
mensenrechten in de kerk

door Threes van Dijck en Jan Peijnenburg

gepubliceerd op ons website met verlof van de auteurs

Mensenrechten

In de weegschaal van de tijd wordt al het bestaande gewogen, overwogen en op zijn waarde geschat. Alleen het goede blijft behouden. Maar wat is goed?

Het is waarschijnlijk dezelfde liefde voor mensen en voor God, die de een behoudend en de ander vooruitstrevend doet zijn. Dit is een grote verwantschap.

Lerend van elkaar, levend uit de bezieling die we elkaar kunnen reiken, kunnen we kerkgeschiedenis schrijven die toekomst heeft.

Levend in een tijd die buitengewoon gevoelig is voor recht en onrecht, zal het goed zijn ons te buigen over de vraag: hoe het met de mensenrechten binnen de kerk is gesteld.

Zij maakt integraal deel uit van het hele samenlevingsgebeuren. Zij is tevens een baken waarop de samenleving in meerdere of mindere mate vaart. Dit dwingt tot zelfreflectie.

Zoals wij onze gedachten over ‘priesterschap’ bijeenbrachten in een brochure, zo hebben wij nu het thema ‘mensenrechten in de kerk’ tot onderwerp van onze overwegingen gemaakt.

Ook nu leggen wij onze gedachten voor aan hen, die zich hier ambtshalve mee bezig houden of wie dit direct aanbelangt.

Dat bent u als bisschop of mede-priester; of jij die in vriendschap met ons verbonden bent en onze strijd deelt.

De toezegging van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde houdt de moed er voorlopig in!

En we doen ons best om ‘recht’ voor God te staan.

Voldoening en kracht door het lezen.
Alle goeds en hartelijke groet,

Eindhoven 22-3-2003

Prepositie

Het is de meest bizarre
schending van mensenrechten
dat de kerk mannen en vrouwen
de liefde verbiedt wanneer
zij zich met heel hun wezen
willen toewijden aan God.

God heeft vanaf den beginne
alle energie gestoken in de
voortplanting, de dagelijkse
evolutie van het bestaan.
De kerk zondigt zwaar tegen
het leven, tegen God.

Planten dieren alles wordt
door God zelf meegesleurd in
het spoor van de seksuele lust:
omwille van zijn eigen
voortbestaan op aarde.
Zo is God mens geworden...

Mensenrechten

ik zal met je trouwen trouwen voor eeuwig naar recht en naar wet in goedheid en liefde
(Osee 2,21)

Genesis zegt dat het de natuur van de mens is, man en vrouw te zijn en zo (samen) te lijken op God. Genetische gelijkenis dus: wij hebben de genen van God. Wie de natuur van de mens aantast, grijpt op de natuur van God in.

Natuur

Man en vrouw zijn de twee helften van de mens, naar lichaam en geest eikaars completerende ander: zij passen bij elkaar, zij passer om elkaar, zij passen in elkaar. Zij zijn samen de heelheid Gods| Zonder met elkaar het leven te delen, leven zij ook maar de helft va het bestaan, leeft ieder slechts ten dele en blijft dat bijzondere een-heidsbeeld van God onvoltooid, het beeld van een genietende en zich-voortplantende God.

Dit Godsbeeld, dit mensbeeld werd door de schrijver van het eerste Bijbelboek Genesis neergeschreven als de verwoording van wat onder het volk leefde: wat het ervaarde en geloofde. Daarbij was de voortplanting van de mensheid de eerste en hoogste opdracht: één vlees worden - zich vermenigvuldigen. Het accent valt hier duidelijk en wat eenduidig op de voortplanting. Er wordt niet gesproken over de liefdesrelatie, maar deze mag verondersteld worden want alles wat voortkomt uit God is getekend door de liefde. Daar valt de nadruk pas veel later op: in het Hooglied wordt de liefde uitgezongen als het hoogste goed en de volmaakte vreugde. Door de geleidelijke evolutie van de geest weten we nu, dat alle liefde russen mensen beeld van God is en dat deze niet per se samenvalt

met voortplanting. Ook gelijkgeslachtelijke relaties behoren hiertoe. En de liefde, die één mens met vele andere verbindt, is datzelfde liefdesbeeld van God, waar de profeet Osee van spreekt: God die getrouwd is met zijn volk.

De eerste en hoogste opdracht van liefde en van vruchtbaarheid is vervolgens het eerste en hoogste recht.

Bovennatuur

Nee, zegt de katholieke kerk (een klein groepje mensen, even op komen dagen in een miljoenen jaren oude mensheid): het is van een hogere orde de lichamelijke waarden als menselijke eenwording en voortplanting prijs te geven (te verbieden zelfs) dan daaraan de geestelijke waarden te verliezen. De kerk zegt: God, u hebt zich vergist in den beginne - wij corrigeren dit wel en dat allemaal uit liefde tot u...

Wanneer we het nu hebben over de kerk, dan bedoelen we de harde, botte kant van het kerkinstituut, maar ook het heersende, gebiedende karakter van het leergezag: juist die twee aspecten die later zijn toegevoegd maar aan het oorspronkelijke kerkzijn vreemd waren. Kerk in oneigenlijke zin dus. Kerk als een mystieke liefdeseenheid van God en mens, waardoor het licht van God dwars door mensen en dingen heenstroomt en het verlangen naar elkaar alles verbindt: wie zal deze kerk niet lief zijn!

De machtskerk echter, die het gezicht van God versluiert en het leven van mensen verduistert, manifesteert zich zo nadrukkelijk, dat haar eigenlijke betekenis naar de achtergrond wordt gedrongen. Zo gaat dat al eeuwen lang. Dat de kerk desondanks nog steeds voortbe-staat, mag wel als een bewijs beschouwd worden van haar goddelijke oorsprong.

Het is een natuurlijke ontwikkeling, een natuurproces dat de kerk atrofieert, organisch uiteenvalt omdat het leven zich eruit terugtrekt. Deze bestaansvorm houdt op.

Natuurrecht

De natuurlijke reactie van alle leven is: zich keren naar het leven, zich keren naar het licht; het keert zich af van dood en duisternis. Kiezen voor het goede, kiezen tegen het kwade is een natuurlijke reflex. Planten dieren mensen doen dit van nature.

Dit goede is het eigen goed of het goed van een ander. Een moeder-merel vecht met gevaar voor eigen leven voor haar jongen. Een vader springt zijn kind na om het van de verdrinkingsdood te redden. Dat is kiezen voor het goede. De meeste keuzen echter zijn gebaseerd op zelfhandhaving, zelfliefde. Soms komt dat eigenbelang op de tweede plaats. Bij een enkeling (bijna) altijd.

Vrij kiezen, vrijheid om te kiezen is de basis van menselijke zelfontplooiing. Menselijke vrijheid is fundamenteel, behoort tot de natuur van de mens. Onderdrukken van vrijheid is aantasting van de natuur. Dit is tegen de mens - dit is tegen God. Tegen het geluk van de mens - tegen het geluk van God.

Religieus leven

Een religieus ben je wanneer je de heelheid van de schepping beleeft: verbondenheid met God in je verbondenheid met de natuur, met je zuivere zelf, met de mensengemeenschap. Als dat je prioriteit is, ben je een religieus.

Het gaat altijd om een ‘persoons-relatie’: hoe zou je anders kunnen bidden? Het gaat altijd om een liefdes-relatie: hoe zou je anders kunnen liefhebben? Daarbij maakt het niet uit of deze liefde met God wordt geleefd in het kleine heelal van het eigen hart of in het grote heelal van Gods eeuwig bestaan. Zelfs kan de levensaffiniteit met Jezus goddelijk worden ervaren - bruidsliefde worden en over levensgrenzen heen een mystieke eenheid zijn.

Als je een monnik
zou willen zijn,
ben je het al.

Als je om je heen een
huis bouwt van beschouwing,
is dat je monasterium.

Als je je verankert in
het wezenlijke, is er
enkelvoudigheid van zijn.

Als je leeft
met wie je lief is, is er
de gemeenschap.

Als je je conditioneert
naar Jezus’ leven, is er
de ascese van de heiligheid.

Het is duidelijk geworden, dat religieus leven niet gebonden is aan een vorm, regel of levenswijze; het is een innerlijke werkelijkheid die zich vervolgens in een uiterlijke werkelijkheid vertaalt. Vorm, systeem, kader kan zelfs het innerlijk religieus zijn bedreigen of tenietdoen. Een kloostergemeenschap of leefgroep kan de religieuze zelfontplooiing frustreren en benauwen.

Een dieper inzicht in de aard van de religieuze toewijding maakt duidelijk, dat daar allerlei evangelische kwaliteiten aan ten grondslag liggen. Of zijn dat de natuurlijke levenskwaliteiten waarin Jezus de aanwezigheid van God ervaarde en de toegangswegen zag naar het mysterie van God?

Levenskwaliteiten die door de kerk later (specifieke) evangelische kwaliteiten werden genoemd.

Cultuur

Menswording heeft te maken met innerlijke cultuur. Het ‘deugden-leven’ van vroeger was vaak een bestrijden van ‘ondeugden’ die overal de kop opstaken omdat de innerlijke positieve groei achterwege bleef: de groei van de liefde namelijk. Daarentegen blijken veel ondeugden van het verleden deugden te zijn in het heden: zelf-liefde, zelfbeleving, zelfbewustzijn. De innerlijke cultuur van de ziel vindt nu, in de verworven vrijheid van denken en doen, een rijke voedingsbodem. Toewijding en inwijding zijn geen wanklanken, waar het gaat over spiritualiteit. Verlangen naar verbondenheid groeit.

Als een erfgoed uit het ver verleden worden in de katholieke kerk ‘toewijding’ en ‘inwijding’ onmiddellijk vertaald in ‘geloften’. De levenskwaliteiten waar het echter om gaat, groeien buiten haar bereik in het wild, als veldbloemen in hun natuurlijke omgeving. Zij herkennen zich in de kerk niet - de kerk herkent hen niet.

Samenwonende jonge stelletjes zouden je stomverbaasd aankijken, wanneer je met hen zou praten over de ‘gelofte van zuiverheid’, terwijl zij het juist kunnen zijn die heel ver doorgegroeid zijn in de diepte: in de tederheids-cultuur en de levenserotiek. Daar God zelfs in kunnen vinden.

En hoe arm en bezitloos zijn veel milieu-aktivisten, die er niet over zouden peinzen een ‘gelofte van armoede’ af te leggen. Daar zijn dan vervolgens de tallozen, die met grote zorgvuldigheid en uiterst konsekwent ‘gehoor geven’ aan de stem van hun geweten - zonder ook maar één ogenblik daar een ‘gelofte van gehoorzaamheid’ aan te willen verbinden. Luisterend naar zichzelf luisteren zij naar de ander en geven God gehoor.

De kerk kent drie geloften: zuiverheid, armoede, gehoorzaamheid. Deze heeft zij verstaan uit de evangelische aanbevelingen, om te komen tot een leven van toewijding en heiligheid. Zij kunnen leiden tot grote zelfontplooiing en heiligheid wanneer zij als het goede, hetbeste worden ‘gekozen’. Dat zal des te meer mogelijk zijn, wanneer deze geloften de natuur niet verdringen maar als basis nemen - gewoon de betere conditionering vormen voor hart en geest, voor lichaam en ziel. Als dat niet het geval is, betekent het leven in geloften een afsluiting van het leven in plaats van een opening naar het leven. Secularisatie, als ‘aardingsproces’, houdt met betrekking tot de geloften dit in: dat zij teruggedacht, teruggebracht worden naar welzijn van mens en maatschappij omdat zij daarvoor bedoeld zijn, omdat daarin God wordt geliefd en aanbeden. Geen liefde prijsgeven maar intensiveren, geen materie weren maar bezielen, geen opheffen van de wil maar deze zuiveren. Dat is dan de levende liefde-beleving met God.

In een overtuigde keuze -gebaseerd op natuurlijke aanleg en begaafdheid- ligt de innerlijke kracht om tot verwezenlijking van deze evangelische idealen te komen. De mate waarin deze beleefd worden, zal conform de natuurlijke mogelijkheden moeten zijn, in harmonie met de eigen persoonlijkheid. Daarin bereikt het leven zijn (relatieve) volmaaktheid. Volmaakt naar eigen maat! Meer kan niet, meer hoeft niet, meer mag niet. Dit is volmaakt.

Het is belangrijk, niet alleen in materiële zaken maar ook in immateriële zaken, op te houden met spreken in termen van hoger en lager, van minder en meer. Alles is goed in zich. Het goede van God leeft in alwat is. Denkend vanuit menselijke waardigheid en gelijkwaardigheid kan God eindeloos aan het licht treden - zonder te worden vergeleken met ‘Zichzelf.’

Uit de tegenstelling tussen (sacraal) leven in een klooster en (profaan) leven in de wereld werd het eerste steeds heiliger en het laatste steeds onheiliger. Het ‘geestelijk’ leven kwam boven het ‘wereldlijk’ leven te staan, maar ging daardoor zichzelf ondergraven: het werd een eigen wereld. Het innerlijk leven werd een uiterlijke leefvorm en ging een eigen bestaan leiden. Zo gebeurde, wat altijd gebeurt wanneer cultuur natuur verdringt: cultuur werd cultus.

Geloften

Wie uit volledige vrijheid de weg van ‘geloften’ wil gaan, zou dan één van de drie geloften kunnen gaan beleven als een persoonlijke eigenheid.

Daarmee zijn de overige twee overigens niet uitgesloten, omdat de ene waarde in de andere vertegenwoordigd is. Zij versterken elkaar zelfs onderling: wie de zuivere diepte van de liefde wil ingaan, zal de ander niet moeten willen bezitten maar moeten luisteren naar het verlangen van de ander.

Terwijl de drie geloften ten opzichte van elkaar in een ‘relatieve’ samenhang staan, is het niet inzichtelijk waarom élk van de drie tegelijk gelijktijdig in ‘absolute’ zin moet worden aangegaan om zich een ‘religieus’ te mogen voelen en als zodanig officieel erkend te worden.

Even onduidelijk (en overbodig) is het waarom deze diepere opties van leven in de vorm van geloften ‘afgelegd’ moeten worden ten overstaan van een ander. Zelfs niet waarom zij zo totaal en definitief uitgesproken moeten worden aan God. God toch als de ‘jaloerse minnaar’ die het bruidschap van de ziel voor zich alleen zou verlangen ten koste van het bruidschap van het lichaam, beleefd met een lieve ander? God die meer vereerd zou zijn met die ene ‘schreeuw van liefde op één moment’ dan met de levenslange groei van moment tot moment? Welke God is de God van de religie en het religieuze leven?

Dat er in de overgave aan God -neergelegd in de drie geloften- grote liefde in het spel was en is, daarover hoeft geen twijfel te bestaan. Wel over de vraag of de weg van de onthouding, die daarmee gepaard gaat, wel de enige eigenlijke weg is.

‘Beloften’ kunnen nog altijd gewijzigd worden wanneer daar geen wezenlijk belang mee geschaad wordt en daar een groter belang tegenover staat. ‘Geloften’ zijn onverbiddelijk en hebben de betekenis van een contract. Zij zijn dus bindend. Aangegaan voor het leven blijven zij van kracht, ongeacht hoe het leven zich wendt of keert.

‘Tijdelijke’ geloften gaan na verloop van tijd over in ‘eeuwige’ geloften - dan is het pas echt. Het zijn wilsverklaringen die de hele eeuwigheid duren - en dat is heel lang. Daarenboven zijn het geen enkelvoudige feitelijkheden (globale leefregels of met elkaar overeengekomen groepsafspraken) maar zij worden in de praktijk vertaald in talloze gedetailleerde wetjes en regeltjes. Was er in vroegere tijden sprake van een hard regime (strenge observantie), ook in het mildere klimaat van vandaag treden zij in de plaats van de vrije keuze.

Leven in geloften, doen van beloften is zeer bepalend ten aanzien van de vrijheid. Als alles is beloofd, ben je aan jezelf verplicht dit ook na te komen; ook aan degene aan wie je je toezeggingen hebt gedaan. Dat brengt niet alleen een hoge mate van dwangmatigheid met zich mee, maar leidt ook vaak tot formalisme en onechtheid. Daarom worden huwenden van vandaag -vanuit een positief ontwikkeld realisme- steeds huiveriger voor de standaardformuleringen van het huwelijk, zoals ‘tot de dood je scheidt’.............Motivaties zijn (gelukkig) niet statisch en de intensiteit kan zo veranderlijk zijn als het weer. Alles beloven is met name heel verkeerd in de beleving van een relatie: alles móet voortaan en je kunt elkaar nog nauwelijks verrassen. Dat is heel saai! Kun je, levend onder geloften, God eigenlijk nog wel verrassen?

Hoeveel menselijker en reëler is het: van dag tot dag jezelf min of meer aanbieden en je dan niet minder voelen als het minder gaat -vrij van schuldgevoelens en in vrede levend met je eigen beperktheid en soms je onvermogen. Dat nu geeft de ruimte om te kunnen bidden om te worden, om te zijn. Om geliefd te mogen worden...

Vrijheid

Natuurlijk mogen mensen in alle vrijheid kiezen voor een leven volgens de evangelische raden. Zij mogen zich daar ook plechtig aan verbinden door het afleggen van geloften. Als zij op deze zelfde noemer een gemeenschap vormen, mag dit zelfs exclusief zijn. Dat is allemaal vrije keuze. Dat kunnen gemengde en niet-gemengde gemeenschappen zijn. Evenzeer heeft een religieuze leefgemeenschap van uitsluitend lesbische en/of homoseksuele mannen en vrouwen op gelijke wijze recht van bestaan.

Waar het om gaat is: dat nog altijd en overal ter wereld slechts één formule van kracht is. Religieus zijn staat of valt met de geloften. Er is dus slechts één betekenis van religieus zijn en wie dit worden wil, móet alles inleveren. Als je intreedt, moet je je seksualiteit thuis laten. Dit is een uiterste aanslag op de wil van de mens; het is een verminking van de persoonlijkheid omdat/wanneer dit niet op keuze berust.

Altijd zullen er mensen zijn die voor een expliciete religieuze weg willen kiezen - maar altijd zullen zij dan hun natuurlijke werkelijkheid moeten loslaten. Dat is een tegennatuurlijke eis die het natuurrecht aantast.

Daarom is het een verbreken van het natuurlijk levensconcept, wanneer ‘religieus leven’ bij definitie omschreven wordt als een levensstaat die gebaseerd is op de drie geloften - erger nog wanneer gesteld wordt dat er van religieus leven geen sprake is, wanneer de drie geloften niet zijn afgelegd. Dit heeft geweldige gevolgen. Wie dus religieus wil worden, moet afstand doen van seksualiteit-huwelijk-voortplanting / moet zijn bezit prijsgeven / moet zijn wil inleveren.

En daar begint de koppelhandel.

Je kon alleen maar in aanmerking komen voor de religieuze levensstaat (zuster broeder pater worden) als je de drie geloften wilde afleggen. Hiermee was het religieuze gekoppeld aan het opofferen van de meest wezenlijke menselijke waarden: natuurrechten. Zo waren er door de tijden ontelbaar velen, die nooit voor het celibaat kozen maar toch per se religieus wilden worden. Maar wat prijsgegeven werd ‘ter wille van’ was van veel hogere en diepere waarde dan het doel waarvoor zij dit prijsgaven. De ‘natuur’ werd ingeruild voor de ‘bovennatuur’. Gaandeweg het leven werd dit veelal pas duidelijk: nog net op tijd of net te laat.

Het was moeilijker een klooster uit te komen dan er in te gaan. Men ging er arm in en men kwam er arm uit.. .zonder nieuwe huisvesting, zonder nieuwe baan meestal. Dispensatie (goedkeuring van de Paus om het ambt of het religieuze leven te mogen verlaten) kreeg je vlot als je vrouw was. Als priester krijg je intussen geen ontslag meer van je vroegere verplichtingen: het blijft een onwettige stap en voor een kerkelijke huwelijkssluiting kom je niet in aanmerking. Je bent een eeuwige afvallige! Eigen rechten, zelfbeschikking, keuzevrijheid heb je niet in eigen hand - zij zijn in handen van anderen. De sprong over de muur was vaak de overwinning van de laatste barricade.

Van mensen, die religieus willen worden, eisen dat zij dan drie geloften afleggen, is: schending van mensenrechten. Een systeem (orde, klooster) dat hieraan vasthoudt, is strafbaar. Binnen het (burgerlijk) rechtstelsel, waarin de rechten van de mens zijn geformuleerd, is voor deze koppelhandel geen plaats.

Waar een antwoord wordt gegeven op een onterechte vraag, verliest het antwoord zijn waarde en waarheidskarakter. De vraag van ‘kuisheid armoede gehoorzaamheid’ had nooit gesteld mogen worden om daar vervolgens verplichtingen of voorrechten aan te verbinden. De vraag is onterecht - het antwoord niet rechtsgeldig. Deze geloften kunnen natuurlijk wel -ongevraagd- in alle vrijheid worden afgelegd of in een innerlijk besluit worden aangegaan. Zij zijn zo geldig als de vrijheid is.

Celibaat

Was het christendom dieper in het jodendom geworteld gebleven, dan zou het niet op een heel vitaal gebied ontworteld zijn. Binnen het joodse religieuze bewustzijn was er geen werkelijke voedingsbodem voor het celibaat. Daarvoor achtte men de seksuele liefde een te natuurlijk, natuurnoodzakelijk gegeven en de waarde ervan te hoog. Geliefden werd aanbevolen in de sabbat-nacht gemeenschap te hebben, als teken én beleving van de liefde met God.

Wat het joodse volk wist, weten wij ook: afzien van de vreugde en de vruchtbaarheid van de geslachtelijke liefde, is een ingaan tegen de natuur; wanneer je persoonlijkheids-structuur zo is, dat je dit begeert, is het afstand doen daarvan een tegennatuurlijke daad. Het christendom raakte steeds verder weg van zijn natuurlijke wortels, hetgeen niet terug te voeren is op de ideeën van Jezus. In hem vond het joodse geloof zelfs zijn absolute heelheid en volheid. De latere motivaties van het celibaat (in de zin van seksuele onthouding) behoren niet tot het gedachtegoed van Jezus. Kiezen voor het celibaat om door onthouding God te eren, om God alleen toe te behoren, om geestelijk hoger te kunnen stijgen - deze duiden op een verscheurde bestaans-ervaring. En deze is weer bepaald door het beeld van een ‘God tegenover’ die geen lichaam heeft en geen deel uitmaakt van het mensenlichaam.

Celibaat is een teruggetrokken, ingehouden manier van leven, lichamelijk en dus ook geestelijk. Uitbundigheid, onstuimigheid is daarbij niet aan de orde. Wie daar niet voor kiest -om reden van een omwisseling van waarden of gewoon omdat men daar geen zin in heeft of het niet mist- moet daarmee niet aan willen geven voor een hogere waarde te kiezen.

Wie voor het celibaat kiest omdat dat hoger en beter zou zijn, verliest de grond onder zijn voeten. Wie meent daardoor beschikbaarder te zijn, leert beschikbaarheid af. Wie menselijke overgave ontwijkt, loopt met een boog om God heen.

Wie echter om persoonlijke redenen -en dus geen buitenpersoonlijke redenen- als ongehuwde zich wil wijden aan mens en (geloofs-) gemeenschap, gaat daarmee zijn eigen weg. En dan voorziet de natuur wonderwel in de geëigende mogelijkheden om menselijk te floreren en optimaal tot zelfrealisatie te komen. Deze weg is gelijkwaardig aan alle andere wegen. Maar celibaat promoten als een ‘meerwaarde’, druist in tegen de grondwaarden van de natuur.

Het heilig unicum

Het heidense Rome had zijn Vestaalse maagden. Het katholieke Rome heeft zijn maagdelijke mannen. Dat komt tegemoet aan de blijkbaar onuitroeibare illusie van de mensheid: het menselijk overstijgen van de stoffelijkheid. De kerk koestert dit mysterieuze droombeeld: in één mens (de celibataire priester) vindt de symbiose plaats van het goddelijke en het menselijke. Daarmee heeft de kerk een heilig unicum in de schepping.

Dat geeft zij nooit af, althans niet vrijwillig. Zelfs wanneer het gehuwde priesterschap een aanvaarde gestalte is geworden van het priesterambt, zal de priester, die in vrijheid gekozen heeft voor het celibaat, gezien worden als de ‘bijzondere’ man in wie de tastbaarheid van het mysterie van Gods liefde geweten en gezocht wordt. Dat is de priester die -evenals God- een vreemde is. Van een hogere orde, van buiten komend. Bijzondere, zonderlinge kleding en andere onderscheidingstekens accentueren het verschil. Dat zijn dan tegelijk machtstekens...magische tekens. De celibataire priester heeft iets van een mythe. Dit speelt in op een diepe, duistere behoefte in mensen: wanneer de eigen menselijke mogelijkheden tekortschieten, zoekt men zijn toevlucht in de magische, imaginaire wereld. Zo heeft het kunnen gebeuren dat het katholieke priesterschap is weggegleden in de magie. Wat betekent dit voor het priesterschap? De vreemde paradox zal zijn, dat de celibataire priester (die eigenlijk de exponent is van een dualistische levenswijze) ervaren wordt als verpersoonlijking van heelheid; de gehuwde priester (die eigenlijk de heelheid van het bestaan zichtbaar maakt) als toonbeeld van dualisme wordt ervaren. Dit dilemma lost zich pas op wanneer twee ontwikkelingen in elkaar grijpen: het proces van ontmythologisering enerzijds en het proces van humanisering anderzijds.

Door het groeiend bewustzijn van heelheid van alwat is, zal vanuit de samenleving anders gekeken worden naar de verschijningswijzen van het priesterschap; men zal dan helder kunnen onderscheiden wat authentiek is en wat mythische verhulling is.

Tegelijk zal het menselijk gezicht zichtbaar moeten worden van het gehuwde priesterschap. De gehuwde priester zal als ‘gewone’ man een man van God en een man van gebed moeten zijn, om het mysterie van Gods liefde uit te stralen. Hij is de aangewezen persoon om de sacra(menta)liteit van het leven te doorzien en te doorleven. Evenals zijn ongehuwde medepriester zal hij midden in de sacramentele bediening moeten staan, om de diepere zin van de dingen en de goddelijkheid van de mens te ‘openbaren’. De spiritualiteit van Jezus zal zijn priesterschap moeten tekenen, wat niet alleen leidt tot solidariteit met de armen, maar soms zelfs tot solidariteit in de armoede... Maar soberheid ligt niet zelden gevaarlijk dicht bij somberheid. Pastoraal zal het meest aanstekelijk zijn: het joyeuze van zijn levenswijze, zijn optimisme; en zijn sensitiviteit in het menselijk verkeer mag daarbij opvallen. Zo kan zich de mythe oplossen in het eigenlijke waarde-criterium: de religieuze inspiratie die zich uit in sociale bewogenheid. Daarmee is de evenwaardigheid van gehuwde en ongehuwde priesters een feit. En dan is er geen heilig unicum meer!

Bron van leven

De profetische betekenis
van het priesterhuwelijk is,
dat daarin het ambt zich
existentieel kan vernieuwen.

Uit het geheelde leven zal
een nieuwe kerk verrijzen
die het blijde nieuws van
de bevrijding verkondigt.

Pastoraal

Zij die de aangeleerde, ingestudeerde afzijdigheid van de materie (wereld, hartstocht, genot) in zichzelf overwonnen hebben, kunnen vertalers, verkondigers worden van wereldlievendheid en goedge-aardheid. Zij zijn het die aan den lijve hebben ervaren, dat de weg van de overgave leidt naar God. En dat de weg van onthouding niet gezocht hoeft te worden, omdat het leven zichzelf wel onthoudt (in armoede, ziekte, verdriet). Dat zijn niet uitsluitend maar wel vooral diegenen, die door de kerk officieel tot zwijgen zijn gebracht en van de kansel verdreven: de grote vitale middengroep van tweeëneenhalf duizend man die in Nederland alleen al het ambt moest verlaten. Zij die dus het dualisme wegleefden, wegleerden (en daarin de innerlijke ontwikkeling binnen de samenleving volgden), zij die toegroeiden naar de ervaring van heelheid en een levensrelatie vonden, werden door de kerk als officiële verkondigers gediskwalificeerd.

Dit is een historisch gemiste kans: de brug tussen de kerk en een geseculariseerde wereld werd niet geslagen, de vaste oeververbinding tussen beide kwam niet tot stand. In feite is het gevecht voor ontkoppeling van ambt en celibaat veel meer een bevrijdingsstrijdom alsnog het aggiornamento van de jaren zestig nieuw leven in te blazen.:

Het gaat om de toekomst van de kerk: dat zij weer het bevrijdende verblijdende woord van God kan spreken tot geluk van de mens. Het gaat om het ‘toeleven’ naar de jonge ouders en hun jonge kinderen. Waar zoeken zij anders hun heil? De kerk van nu is bezig het oude op te poetsen, maar verandert daarmee in een museum. De humanisering van het ambt is de sleutel die toegang geeft tot een nieuwe kerk.

Vervreemding

Als de kerk
mensen vervreemdt
van het leven,
ontvreemdt zij hen
van God.

Als de kerk
aarde materie
lichamelijkheid
ontwaardt,
ontaardt zij God.

Als de aarde
geen hemel mag zijn,
verdwijnt de hemeldroom
in de ziel en de
zinnen van mensen.

Priestercelibaat

Ook al wordt het celibaat gedefinieerd als een ongehuwde staat van toewijding aan de kerk (geloofsgemeenschap, mensengemeenschap), in principe én vanuit het oorspronkelijk principe kan deze toewijding even alles omvattend zijn in een gehuwde staat. Gehuwd en ongehuwd zijn niet anders dan modaliteiten, belevingswijzen van een en hetzelfde geestelijk ideaal.

Sinds de invoering van het verplichte priestercelibaat, kun je alleen maar priester worden als je je seksualiteit opgeeft en afziet van de voortplanting. Met grote hardnekkigheid blijft de kerk beweren, dat dat een vrije keuze is - immers met het een kies je het ander. De werkelijkheid is heel anders. Inderdaad kozen sommigen heel doelbewust voor het celibaat. Zij brachten daarmee geen werkelijk offer: als zij niet voor het priesterschap hadden gekozen, zouden zij er wellicht toch de voorkeur aan hebben gegeven ongehuwd te blijven. Maar wie niet vóór het huwelijk kiest, hoeft er nog niet op tegen te zijn; wie zich niet vrouwvriendelijk voelt, hoeft nog niet vrouwvijandig te zijn; wie niet vrouwgericht is, hoeft nog niet mangericht te zijn. Duidelijk moet zijn dat een seksueel sterke geaardheid (begaafdheid) menselijk gesproken niet beter of meer geacht moet worden dan een minder sterke seksuele geaardheid. Daardoor wordt de mate van menswording niet bepaald. Wel mag er een vraagteken worden geplaatst, wanneer zij die niet zo op het huwelijk zijn aangelegd, zich ontpoppen tot grote strijders voor het celibaat. In het verleden was ook voor hen, die een homoseksuele gerichtheid in zich gewaar werden, de keuze van een celibataire levensweg minder problematisch. Homorelatie, homohuwelijk werden pas veel later belemmeringen voor een celibaatskeuze.

Overigens kwamen die verschillen in de vroegere seminaries niet zo duidelijk in beeld; zo werd er niet naar elkaar gekeken. De bewering, dat die verschillen er tóen waren, berust dus op een veronderstelling nu. Het eigenlijke ijkpunt ontbrak: het meisje. Maar toch.........De grote scheiding van geesten en harten openbaarde zich echter doorlopend. Met 83 dertienjarigen ging je op weg - met 13 vijfentwintigjarigen kwam je aan. Dat was niet alleen een intellectuele of spirituele selectie - het was ook een seksuele selectie. De meesten die in hun wekelijkse biecht hun seksuele nederlagen moesten blijven vertellen, legden er het bijltje bij neer. En zo werden de gelederen gedund..

Er was beslist een (grote of kleine) groep -wie zal het zeggen?- die in de kracht-explosie onmiddellijk na de oorlog bereid was zelfs de moeilijkste idealen na te streven. Zij slaagden er -minstens tijdelijk-in hun seksualiteit te sublimeren (integreren?) en in de roes van heel veel liefde om hen heen die éne grote liefde nog te kunnen missen. En de bruidsmystiek droeg hen over diepe dalen... Vooral degenen die ‘macht’ kregen, iets bijzonders werden, hielden het het makkelijkst uit! Maar als de kerk leegloopt en je verdwijnt in de anonimiteit van de stad, wat dan? Toch was er bij hen enigermate sprake van een keuze voor het celibaat; een keuze overigens waar de kerk zich niet meer, buiten de kontekst en het tijdsgebeuren, op kan blijven beroepen. Juist zij, die door hun spirituele/religieuze ontwikkeling in de verwevenheid van ambt en celibaat een levensideaal zagen, moesten tot hun teleurstelling en verdriet ervaren, dat het celibaat zich tegen hen keerde. Hoezeer moesten velen van hen ondervinden dat de eenzaamheid en leegte aan hen ging knagen. Dat gebeurt vooral als het stiller om je wordt, als emeritus, in een rijtjeshuis of in een zorgcentrum. Menigeen moest het onder ogen zien, dat het droogleggen van zijn liefdeleven geestelijke verdorring tot gevolg had. De natuurlijke bronnen wellen op uit de aarde... Was de wereld die met het celibaat in het vooruitzicht was gesteld, toch een schijnwerkelijkheid?

De kracht van hun persoonlijkheid hield hen aan de trouw van hun keuze; deze bepaalde hun zelfwaarde. Velen werden door de loutering milder en mooier. Dat getuigt van heldhaftigheid en heiligheid.

Stille armen

Het krachtigste argument
voor afschaffing
van het celibaat
zou geleverd
kunnen worden door
celibataire priesters
als zij hun leegte
en armoede zouden
willen toegeven
en bekendmaken.

Er was ook een groep, die voor het priesterschap koos maar nadrukkelijk niet voor het celibaat. ledere uitspraak daarover zou een beletsel voor de priesterwijding zijn geweest. Zij die een grote seksuele vitaliteit in zich voelden (waardoor overigens gelijktijdig en mede daardoor een grote levensvitaliteit én religieuze vitaliteit in hen oplaaide!), stortten zich bewust in een avontuur. De eerste die de uitspraak deed ‘God zegene de greep’, heeft het beslist hierover gehad. Misschien viel het in de praktijk wel mee... Misschien groeide je daar wel overheen. Misschien kwam er wel zoveel voor in de plaats, dat je het gemis steeds minder zou voelen. Maar zij wisten: dit zal nooit overgaan.

Zij voelden zich terecht gedwongen en hadden eigenlijk geen keus. Om te voorkomen dat zij hun gegroeide (priesterlijke) identiteit zouden moeten loslaten, móésten zij er het celibaat bijnemen. Wat je in twaalf jaren geworden bent, laat je toch niet achter je vallen of het niks is? De meesten van hen kozen later voor een huwelijk of zij bleven doorgaan in een vrije relatie: einde celibaat. Zij ervaarden in zichzelf niets van ontrouw aan het celibaat; zij hadden zich immers daar innerlijk nooit aan verbonden. Zij zochten of vonden geen relatie uit zwakheid, maar vanuit hun kracht. Zo wensen gehuwde priesters ook gezien te worden: in de volheid van hun man-priester zijn, in de kracht van de heelheid.

Ook tegenover hen wil de kerk de juridische uitspraak blijven doen, dat zij vrijwillig voor het priesterschap en dus inclusief voor het celibaat hebben gekozen. Er wordt klakkeloos heengestapt over een feitelijke onevenredigheid en ongelijkwaardigheid van zaken: priesterschap is een zijnswerkelijkheid - celibaat is een belevingswij ze daarvan die niet eens tot de inhoud van het ambt behoort. Daarom alleen al kan het celibaat geen voorwaarde zijn tot het priesterschap.

Anderzijds is priesterschap weer geheel en al ondergeschikt aan de totale werkelijkheid van de mens en slechts een deelverwerkelijking daarvan; dat wil zeggen: je zelfrealisatie als mens, als man omvat veel meer en is veel meer levensbepalend. Het centrum van je leven is: je liefdeleven, je seksuele vreugdebeleving en vruchtbaarheid, de erotiek van het bestaan als de doorbloeding van je menszijn. Zelfs wanneer dat niet steeds of nog maar zwak gevoeld wordt, blijkt hoe belangrijk dat is...wanneer het uitvalt. Welnu: door het verplichte celibaat wordt dit uitgebannen! Deze primaire natuurlijke werkelijkheid mag nooit en door niemand gedegradeerd worden tot een voorwaarde voor ongeacht welke ambtsuitoefening. Dat is de zaak op z’n kop!

Gehoorzaamheid

De belofte van gehoorzaamheid, die bij de priesterwijding gevraagd en gedaan werd, was niet nader omschreven of gedifferentieerd. Een levensgevaarlijke, open formule dus vanuit de bisschoppen - zo open dat er naar willekeur steeds nieuwe punten en aspecten van gehoorzaamheid aan toegevoegd konden en kunnen worden. De open formule van de gehoorzaamheid kan grillige vormen aannemen: wat stoppen paus en bisschoppen er allemaal nog in? Misschien opnieuw het verplichte breviergebed. Of wie weet over een paar jaar, dat priesters geen vlees meer mogen eten. En dan verplichting op zonde, doodzonde wellicht, wat dat ook moge betekenen.

Tijdens de overgangsjaren van de kerk behoorde het een tijdlang tot een aanvaardbaar alternatief, dat priesters en religieuzen een affectieve relatie konden hebben; er kwamen zelfs lichte aanbevelingen in die richting omwille van de geestelijke gezondheid; de discretie gebood geen vragen te stellen over de aard van de intimiteit van de relatie.

Intussen keert het tij. De reactie van de kerk op haar verlies van macht en invloed is duidelijk: zij tracht zich krampachtig vast te houden aan de oude steunpilaar van de macht ‘het celibaat’. Daardoor wil zij greep houden op het instituut en dat niet op de laatste plaats om economische redenen.

Plotseling zijn priesterrelaties weer suspect.
Wie een relatie heeft, variërend van een vriendschappelijke dienstre-latie op de pastorie tot een liefdesrelatie buiten de pastorie, moet zich onvoorwaardelijk melden; en wie onaangemeld een relatie heeft en houdt, wordt beslist ontdekt!

De groot-inquisiteur zwaait met de banvloek en verzoekt ieder die het betreft, zich te komen aangeven om zo zijn gerechte straf te ondergaan... Maar niemand meldt zich en de kerk kan haar gram niet kwijt. Het decreet -het eerste weer na vijftig jaar- hangt als een ballon in de lucht. Zal deze wanhoopskreet van een dictatoriale kerk die op vallen staat, stilaan verstommen - zal de kerk zich opnieuw achter haar schaamte verschuilen? Zo gaat de kerk dus om met haar eigen mensen, met het eigen personeel. Was er niet zoiets als een priestertekort? Pragmatisch (heilseconomisch) is het gewoon mateloos dom om bij een onhoudbaar laag personeelsbestand mensen te laten vertrekken om louter disciplinaire redenen. Er is veelal een overtuigend bewijs van goed functioneren, van een inhoudelijk waarmaken van de bedoeling van de opdracht. Naar de inhoud van de ambtsuitoefening is er geen enkel argument, tenzij men wederrechtelijk wil staande houden dat het ‘ongehuwd zijn’ deel uitmaakt van de inhoud van het ambt. Niemand echter die dat gelooft

De kerk ligt weer op straat en valt publiek in ongenade. Al haar vroegere vergrijpen tegen de menselijkheid komen weer boven, de huwelijksmoraal met name. De openlijke kritiek van de samenleving is niet zomaar de uitkomst van (ver-) lichte ideeën in het heden; er ligt een hele zware bodem onder van het verleden. Maar uiteindelijk betaalt de gemeenschap -wanneer de kerk zich in discrediet brengt-de tol. Kerk achter gesloten deuren - de bronnen van het geloof, die opwellen uit haar oorsprong, kunnen niet meer uitstromen; de bronnen waaraan de dorstigheid van deze tijd zich zou willen laven, worden onvindbaar. De wereld lijdt aan de kerk.

Kerkelijk onrecht

Zolang de kerk nog in haar recht meent te staan, zal zij in allerlei situaties blijven wapperen met de vlag van de ‘gehoorzaamheid’. Wat zij de jonge ‘wijdelingen’ laat beloven, maakt deel uit van haar onterechte macht. Vooral achteraf, mede door het hele secularisatieproces en de bewustwording die daarvan het gevolg is geweest, zien we die onrechtmatigheid nu helder in. Die gehoorzaamheid was een woord te veel en te ver. Trouw en ontrouw zijn relatieve begrippen. Het kan gebeuren dat beloften, in speciale omstandigheden gedaan, niet bindend zijn, zelfs niet wanneer zij in vrijheid zijn uitgesproken. Dat kan nl. te maken hebben met de vraagstelling waaraan de belofte is verbonden; met een incongruente situatie waarin trouw en ontrouw niet meer met elkaar in verband staan. Dit kan voorkomen wanneer er besluiten worden genomen op zeer emotionele momenten. Bijv. tussen man en vrouw. De man verkeert in een terminale fase - zij beleven samen hun diepste liefde en verbondenheid. Dan vraagt hij zijn vrouw hem ook na zijn dood trouw te blijven door nooit meer te trouwen. Wanneer zij dat belooft, houdt deze belofte nadien geen enkele verplichting in: de vraag was een vraag te veel en te ver - hoe menselijk en begrijpelijk ook. Wanneer nu de kerk bij de priesterwijding trouw vraagt aan een celibatair leven, is dat een oneigenlijke vraagstelling waarbij de belofte geen bindende kracht heeft. De kerk mag in deze samenhang -in een situatie van ultieme vervulling van een levensdroom- geen belofte van trouw afdwingen. Hier is dus sprake van een onwettige vraag; het antwoord heeft dus geen wettige grondslag. Dat betekent dat het terugkomen op deze belofte geen daad van ontrouw is.

Toch zullen kerkelijke leiders en behoudende gelovigen niet nalaten, de priesters te verwijten dat zij hun woord gebroken en met de toegezegde gehoorzaamheid een loopje hebben genomen... Een vergelijkend voorbeeld kan hier het juiste licht op werpen. Wie in de jaren vijftig besloot kerkelijk te trouwen, werd geacht te weten dat dit onverbrekelijk voor het leven gold. Ook was men er van op de hoogte, dat voorechtelijke intimiteiten verboden waren; vervolgens dat iedere voorbehoedende zorg rondom de vruchtbaarheid zonde was. De kerk kon lang blijven volhouden, dat alwie kerkelijk huwde daarmee impliciet koos voor het onderhouden van de katholieke huwelijksleer. Wie daarvan afweek, zondigde; wie dit opzegde, deed woordbreuk. En nu, na al die jaren kan de kerk -die in al die opzichten niets veranderd is- de gelovigen nog steeds blijven beschuldigen van ontrouw en het breken van beloften. Alsof er in het denken en voelen van een heel volk in die halve eeuw niets veranderd is - alsof mensen van nu mogen worden afgerekend op achterhaalde visies uit het verleden. Niemand gelooft dit meer. Maar wanneer hetzelfde priesters geldt, wordt nog licht en makkelijk met vroegere betekenissen van gehoorzaamheid geschermd alsof er voor hen niets veranderd mag zijn. Meningen van mensen zijn vaak de echo van de drogredenen van de leiders van de mensen. Een hoge heer van de hiërarchie (met zwart pak witte boord strakke blik) roept uit ‘regels zijn regels’. Sommige mensen zeggen dan: zo is dat! Maar wilde deze man er gemakshalve even overheen stappen, dat er in het samen-leven primaire en secundaire regels zijn - onveranderlijke natuurwetten en natuurrechten naast veranderlijke regels en huishoudelijke reglementen die het reilen en zeilen van de gemeenschap sturen en ondersteunen? En dat de duur en houdbaarheid van wetten alles met dat onderscheid te maken hebben? Maar om deze kerkelijke manipulaties heen volgen mensen hun gezond verstand en hun natuurlijk intuïtief weten: dat de kerk binnen het grote samenle-vingsgebeuren niet méér is dan een kleine ondergeschikte geleding, die zich in alle zaken die wezenlijk zijn naar het rechtsgebeuren van de gemeenschap heeft te schikken. Dat de burgerlijke wetgeving staat boven de kerkelijke wetgeving. Dat de kerk intern wat clubre-gels kan vaststellen in de accidentele sfeer, maar van natuurrechten van mensen af moet blijven. Einde van de celibaatswet dus.

Rechtsverkrachting

Het gelijktijdig aangaan van de priesterlijke status én het celibaat heeft de uiterlijke schijn van een dubbele keuze. Het is zaak om helder te krijgen: hoe deze beide zich tot elkaar verhouden. Voorts moet de vraag beantwoord worden of deze op gelijke wijze deel uitmaken van de keuze. Met de simpele constatering ‘priesterschap is celibaat’ komen we geen stap verder.

De kwestie van de vrijheid staat centraal. Waar duidelijk kan worden aangetoond, dat de impliciete keuze voor het celibaat een vrije daad is van de degene die dit aangaat, heeft de kerk geen probleem. Is hier sprake van een gedwongen keuze, waardoor de vrijheid wordt opgeheven of ernstig wordt beperkt, dan heeft de kerk wel een probleem.

Hoe vrij is iemand nog, wanneer hij binnen een eenzijdig gesloten ideologisch systeem, waar ook nog een geweldige ethische lading onder ligt, van het vrije natuurlijke denken is vervreemd? Hersenspoeling is hier een veel te zwaar woord; ook geeft het begrip indoctrinatie niet zuiver weer wat er gaande was. Het was veeleer een klimaat, een cultuur die door de hele oudheid van de kerk werd gedragen. Dit proces had een eigen interne logica. Vrijheid verging...

Priesterschap en celibaat vielen samen. Dat maakte het zo ingewikkeld zowel om door te gaan als om op te houden. En nog zijn zij onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Maar mag deze koppeling wel?

Hoe onrechtmatig en verwerpelijk de koppeling van ambt en celibaat is - hoezeer hier sprake is van koppelhandel - kan duidelijk worden door de volgende vergelijking. Stel: binnen het kader van het asielbeleid wordt m.b.t. het punt van de gezinshereniging het wetsvoorstel ingediend, dat de vrouwen in het buitenland zich mogen verenigen met hun mannen in het binnenland en dus over mogen komen op één voorwaarde. Het doel is duidelijk en lijkt alles te overtreffen: je hebt er alles voor over om bij je man te zijn!

Maar in het wetsvoorstel wordt de volgende voorwaarde geformuleerd: voordat zij de grens overkomen, moeten zij zich eerst laten steriliseren! Dan vliegt heel Nederland overeind. En als dan van regeringszijde ook nog zou worden aangevoerd, dat de betreffende vrouw daar zelf voor gekozen heeft en het dus zelf heeft gewild, is er een kabinetscrisis op handen...

Moeiteloos is dit voorbeeld te leggen op de celibaatsverplichting van priesters en religieuzen. Alles klopt. Maar wat is het ongelofelijk, dat desondanks de kerk dit, al zo lang en tot op de dag van vandaag, ongestoord kan blijven presteren. Ongestraft ook, terwijl de samenleving toekijkt alsof het een vanzelfsprekendheid is. Ieder die dit vanuit een natuurlijke ethische waarneming beoordeelt, zal tot de conclusie komen dat deze koppelhandel een flagrante schending van mensenrechten is, dat hier natuurrechten met voeten worden getreden. Celibaatskeuze was geen vrije keuze: zonder het celibaat te willen aanvaarden, lag het priesterschap buiten bereik. Daarbij moest dus de diepste mogelijkheid om tot optimale humaniteit te komen, worden uitgeschakeld ter wille van een (relatief) lagere waarde: het priesterschap. Door een jarenlange ononderbroken vorming en ontwikkeling in één richting, kon het echter gebeuren -zonder dat er een andere ideaalstelling evenredig in beeld kwam-dat het priesterschap het absolute summum werd waarnaar je als mens kon streven. Deze groei bestreek de hele levensfase van puberteit en adolescentie.

Gesteld mag dus worden, dat dit een wederrechtelijk gebeuren is geweest, wat vervolgens door diezelfde kerk herroepen moet worden. Tenslotte zelfs met de verklaring, dat alle gedwongen uittredingen/uitzettingen van priesters die wilden trouwen, illegitiem zijn geweest en dus allen, die dit niet wilden, nog priesters zijn in het ambt. Je hoeft geen profetische gaven te bezitten om te kunnen voorspellen, dat er over enige jaren binnen de Nederlandse en internationale wetgeving een bepaling komt, die deze gedwongen koppeling van ambt en celibaat verbiedt. Maar zo’n wet komt er pas, wanneer eerst een heel volk die overtuiging is toegedaan. Daarom is deze meningsvorming zo van belang; het is de weg die onvermijdelijk leidt naar een beslissing. De kerk zal teruggefloten moeten worden -om daarna de kerk van liefde te kunnen worden waartoe zij is geroepen.

Partnerschaps-registratie

Als een noviteit dient zich in het burgerlijk recht de mogelijkheid aan tot partnerschaps-registratie, aanvankelijk bedoeld voor manman en vrouw-vrouw-relaties, echter ook toegankelijk voor manvrouw-relaties van welke aard dan ook. Dat priesters van deze nieuwe relatie-regeling gebruik zouden kunnen en willen maken, verraste zelfs het kerkelijk wetboek. Daar was geen regel voor. Dus de kerk maakt daar een regel voor: verbod op straffe van (zoals de kerk dat zelf uitdrukt) ‘suspensie’. Nu is dat woord suspensie, niet geheel toevallig, het meest weerzinwekkende woord dat voor mensen te bedenken is. Van Judas wordt in de Schrift gezegd ‘Et abiens suspendit se’ (Matteüs 27, 5). Ophangen betekent dat. Als je dat beseft, lopen je de rillingen over de rug.

De kerk zal wel stellen, dat zij deze term gebruikt in de tweede of derde betekenis. Maar van woorden als excommunicatie is zij ook niet vies.

Arme kerk - arme geliefde van Jezus...

Kerk
arm kind van God
door rijke wetten
vijanddromen
in de wereld
te vondeling gelegd

Kerk
zo lief geboren
om tot in
alle schuilhoeken
een stroom van
licht te zijn

Kerk
bed van God
waarin kinderen van
licht worden verwekt
en geboren:
sta op!

Het partnerschap is als het ware de hartstructuur van de kerk: gezel zijn, metgezel waaraan gezelligheid ontspringt. Dat heel subtiele lieve van Jezus komt hier aan het licht. Tweeënzeventig mannen en vrouwen stuurde hij er op uit, twee aan twee - en dan is er nog het liefdespaar van Emmaüs. En hoe was Jezus geraakt door Maria. Waar is in ‘s hemels naam de kerk mee bezig?

Partnerschaps-registratie biedt de mogelijkheid om elkaar economisch, bij erfrecht, maximaal te bevoordelen. Dat doet recht aan de werkelijkheid van de onderlinge relatie. De huisgenote van de pastoor heeft dertig jaar voor hem gezorgd. Zijn boterham, zijn bewas-sing - alles ging door haar handen. Maar ook was zij hem nabij in zijn donkere buien. En als zij ziek was, verzorgde en waste hij haar. Misschien rijdt zij nog een paar jaar met hem in de rolstoel en overleeft zij hem. Zou hij haar niet tot over de dood heen willen beerven en -wat nog belangrijker is- daarin tot uitdrukking willen brengen, hoeveel zij voor hem betekend heeft? En heeft zij niet evenredig even veel recht op zijn toewijding en zorg? Maar dezelfde hoge heer in het kerkelijk uniform waagt het op TV publiekelijk als zijn mening uit te spreken, dat het vermogen van een pastoor bij diens overlijden naar de parochie moet in plaats van naar een partner. Argument: hij zal er toch ook wel begraven willen worden (op kosten van de kerk...). In het ergste geval had die pastoor, voordat hij met emeritaat ging al veel meer dan duizend medegelovigen begraven...

Door het verbod op partnerschaps-registratie wordt met name de vrouw getroffen. Om zichzelf, om erfrechtelijke motieven hoeft de betreffende priester-man het niet te doen. Het is de vrouw die buitengesloten wordt. Behalve dat zij financieel de achterblijvende gedupeerde kan worden, wordt zij helemaal in de rol gedrongen van de afhankelijke buitenstaanster; de kerk heeft aan haar geen boodschap. Daarentegen heeft zij een relationeel recht. Partnerschaps-registratie is een ‘wederzijds’ recht. Het partnerschap ‘ontstaat’ niet door de registratie - de registratie is het teken dat het partnerschap ‘bestaat’.Het is er de logische konsekwentie van. Het is de volledig legitieme verbintenis van priesters, die ervoor kiezen in het ambt te blijven en tegelijk leven en welzijn van een geliefde ander veilig te stellen. Het verbod dat de kerk nu uitvaardigt is meer dan een verkapte vorm van vrouwendiscriminatie. Hier worden de vrouwen rechtstreeks ter zijde geschoven. De vrouw, de moeder van het leven vernederen en haar waardigheid vernietigen, is een misdaad. Toch een kwestie van vrouwenhaat?

Reformatie

De kerken zijn
in Nederland
de enige instanties
die openlijk de vrouw
uitsluiten en
discrimineren.

Voor iedere
kerkelijke bediening
wordt zij geweigerd,
sacrale gebaren en
woorden van waarde
worden haar ontzegd.

Hiermee legitimeren zij
alle maatschappelijke
vrouwenonderdrukking
in de samenleving.
Alleen de kerken van de
reformatie eren haar.

Het verbod van de kerk om een partnerschap te regelen, ligt in de slipstream van de celibaatsverplichting. Het huwelijksverbod wordt verder doorgetrokken. De aangekondigde straffen bij wetsovertreding worden als ‘onbarmhartig’ ‘wraakzuchtig’ gekwalificeerd. Maar het is véél erger! Het is een schending van mensenrechten. Opnieuw worden fundamentele rechten geschonden: recht op liefde-leven, recht op beheer van eigen vermogen, recht op vrijheid.

De speurtocht naar ‘verboden’ relaties van priesters is ingezet. Nu ‘hebben’ priesters geen vriendin maar ‘zijn’ in vriendschap, vriendschapsliefde, liefde met een vriendin. Zij zijn levensgezelschap voor elkaar: partners in de volle betekenis van het woord. Dit innerlijk verbond bekrachtigen, kracht geven ligt geheel in de lijn van de relatie. Dit is een hoogst eigen recht van twee mensen die eikaars partners zijn.

Recht en vaardig

Amnesty International, mensenrechten-organisatie waarvan Nederland de grootste afdeling herbergt ter wereld, is een geroepene. Waar mensenrechten worden geschonden, luidt zij de noodklok of trekt zij aan de bel. Waarom houdt Amnesty zich tot op heden niet uitdrukkelijk bezig met ‘mensenrechten in de kerk’?

Het onrecht in de kerk is gemaskeerd. Beelden schuiven voorlangs van een kerk die voorop loopt bij een fakkeloptocht in de kerstnacht; individuele heiligen en helden tonen het lichtend imago van de kerk; de kerk zegt te kiezen voor de armen en doet dat ook al dan niet. En telkens verschijnt de kerk weer op het toneel als pleitbezorgster van het sociale geweten - als hoedster van waarden en normen - als heilige kerk...

Hierdoor ontsnapt de kerk aan de aktieve aandacht van strijders voor mensenrechten.

Wij vragen Amnesty nu - volgens de beproefde methode van zien-oordelen-handelen - de kerk ‘intern’ te gaan onderzoeken op de naleving van mensenrechten, zoals die zijn vastgelegd in de ‘universele verklaring van de rechten van de mens’. En wij verwachten dat er dan ook -wanneer het hier beschreven oordeel wordt overgenomen-daden zullen worden gesteld: een aanklacht dus.

Zij die de kerk liefhebben, zijn geroepen haar uit haar uitgeleefde lichaam te bevrijden. Alle residuen van een overleefde leer moeten worden afgeschud om de Kerk te kunnen laten oprijzen in nieuwheid. Een historisch Paasgebeuren.

Paaswens

om een beetje
verrijzenis
uit het graf

om wat
verlichting
uit het duister

om iets
van opstanding
uit de diepte

om even
herleven
uit de dood

Geniet

Wat levenswijs
van die bisschop
die zei:
je moet
niet teveel
met God bezigzijn.

Ben bezig
met de wereld
mensen jezelf-
niet met God
buiten of boven
de werkelijkheid.

En als je dan
het leven
voelt bruisen,
hoe vreugdevol is het
dan te beseffen
dat dit nu God is.

Dus leef en geniet.
De beker van verdriet
vult zichzelf.
Maar jij:
vul je dagen
met plezierige dingen....

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research