OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------

Je moet blijven vechten en geloven,
hoe eenzaam de strijd ook lijkt

Stephanie Jansen ,Verhandelingen, september 2004

Tatjana (23) uit Oost-Europa werd versierd door een 'loverboy' en viel in handen van een criminele organisatie die haar in Nederland tot prostitutie dwong. Dankzij de politie wist ze te ontkomen, maar teruggaan naar huis durft ze niet. 'Op straat sla ik op de vlucht als ik denk iemand uit mijn land te zien.'

'Ik kom uit een gelukkig gezin in een land in Oost-Europa. Thuis had ik alles wat mijn hartje begeerde. Schatten van ouders, twee zussen met wie ik het goed kon vinden. Ik studeerde geschiedenis en archeologie en verdiende wat bij als barkeeper.

Op een avond, toen ik met vriendinnen op stap was, ontmoette ik Nicolai. Een leuke jongen om te zien. Toen we in gesprek raakten, ontdekte ik dat hij ook nog eens erg sympaethiek was. Veel mannen zijn uit op seks, maar Nicolai stuurde nergens op aan. Hij was echt geïnteresseerd in wie ik was. We spraken vaker af en hij overlaadde me met attenties, bloemen, etentjes. Langzaam werd ik smoorverliefd. Ik vond hem de liefste jongen die ik ooit had ontmoet. Hij had een appartement en al na een paar maanden trok ik bij hem in. Zijn vrienden kende ik nauwelijks, wel ontmoette ik zijn broer regelmatig, ook al zo'n super aardige jongen. Achteraf denk ik: Nicolai en zijn broer, ze waren te aardig. Het klopte niet.

Waarmee Nicolai precies zijn geld verdiende, was me niet helemaal duidelijk. Hij vertelde dat hij een tijd in Duitsland had gewerkt en daar veel had kunnen sparen. Hij reed inderdaad in een mooie auto. Af en toe begon hij erover dat we eigenlijk met z'n tweeën een tijdje naar West- Europa moesten gaan. Daar kon je volgens hem gemakkelijk goedbetaald werk vinden. Als au pair, in de bediening, in de schoonmaak. Als we een jaartje hard werkten, zouden we bij terugkomst misschien wel een mooie flat kunnen kopen. We moesten tenslotte denken aan onze toekomst samen. En voor mij was alleen het beste goed genoeg, benadrukte hij.

Hoewel mijn ouders er fel op tegen waren, sprak Nicolai's plan me erg aan. Dat ik mijn studie zou moeten afbreken vond ik niet zo'n bezwaar. In mijn land geeft een diploma toch geen enkele garantie op een baan. Het leek me wel een romantisch avontuur om met Nicolai iets van de wereld te zien en nog geld te verdienen ook. Ik was verliefd, naïef en achteraf gezien ontzettend stom.

'Vertrouw me maar'

Nicolai zei een paar goede vrienden in Amsterdam te hebben. Daarom kozen we Nederland als bestemming. We leefden toe naar de vertrekdatum. Op het laatste moment bleek Nicolai's auto stuk te zijn, maar ik wilde de reis niet uitstellen. Ik regelde een lift via een vage kennis die met de auto naar Duitsland ging. Van daaruit konden we met de trein verder reizen naar Amsterdam. Onderweg had ik met die kennis een gesprek dat ik nooit zal vergeten. Hij vroeg of ik wist wat er in Nederland vaak gebeurt met Oost-Europese meisjes. Natuurlijk kende ik de verhalen, maar ik snapte niet waarom hij daarover begon. Ik ging toch met Nicolai, en we hadden toch heel duidelijke plannen?

Toen Nicolai tijdens een stop even naar de wc was, gaf die jongen zijn telefoonnummer. 'Voor het geval je hulp nodig hebt.' Uit beleefdheid zette ik het nummer in het geheugen van mijn mobiele telefoon. Ik kon niet vermoeden dat dit nummer twee dagen later 'opeens' uit mijn telefoon zou zijn gewist.

Aangekomen in een grote Duitse stad namen Nicolai en ik de trein enaar Amsterdam. Ik verheugde op de ontmoeting met een van zijn vrienden, die ons op het Centraal Station zou opwachten. Maar deze Serge begroette me nauwelijks. In de hal van het station begon hij een gesprek met Nicolai waar ik weinig van begreep. Ik liep intussen wat rond en bekeek een paar bladen in een tijdschriftenwinkel. Opeens stond Serge naast me. 'Kom, we gaan.' Ik vroeg waarheen en keek rond, maar Nicolai zag ik nergens. 'Vertrouw me maar', zei hij, 'Nicolai komt later'.

Misselijkmakend

Hij bracht me naar een appartement in de binnenstad. Daar begon hij opeens op een zakelijke toon tegen me te praten. Ik moest goed luisteren en niet te veel vragen stellen. Dit was zijn huis. Ik kon hier wonen, maar daar moest ik wel voor betalen. Ook moest ik de reis en het visum terugbetalen. Het bedrag was 1700 euro. Hij wond er geen doekjes omheen: de enige manier om dat geld bij elikaar te krijgen, was door prostitutie. Ik kon me maar beter niet verzetten, voegde hij er dreigend aan toe. Anders wisten zijn 'contacten' in Oost-Europa mijn familie wel te vinden. En ik wilde mijn ouders en zussen toch bzeker niet in gevaar brengen? Ik verslikte me bijna in mijn koffie. Het duizelde me, maar ik voelde wel dat ik flink in de problemen zat.

Nicolai was weg, ik sprak geen woord Engels, laat staan Nederlands, aen ik had geen rode cent op zak. Serge gaf me een fles wodka en huilend viel ik die avond in slaap, De volgende ochtend vertrok hij en hoorde ik hoe hij de deur achter zich op slot draaide. Ik had kunnen gillen en schreeuwen om buren te alarmeren, ik had zelfs de politie kunnen bellen, maar ik was doodsbang en kon alleen maar denken aan wat mijn dierbare familie zou kunnen overkomen. In mijn land is het heel normaal dat iemand een ander voor vijftig euro ombrengt.

De schokkende werkelijkheid drong langzaam tot me door. Mijn 'lieve' Nicolai was een oplichter, hij had mijn lichaam verkocht als een stuk vlees bij de slager. Ik was het slachtoffer van vrouwenhandel, precies waar die kennis me onderweg voor had gewaarschuwd.

De eerste dagen bracht ik in Serges appartement door met televisie kijken en het leren van Engelse woordjes uit een boek. Intussen was Nicolai weer opgedoken. Bij binnenkomst keek hij me ijskoud aan. 'Ik denk dat je het wel begrijpt' zei hij. 'We hoeven hier geen woorden aan vuil te maken'. Ik kon zijn ogen wel uit zijn hoofd krabben. Wat hij had gedaan was zo walgelijk en vernederend. En het ergste was dat ik geen keus had. Ik moest zorgen dat ik dat geld bij elkaar kreeg. Ik had de hoop dat Serge en Nicolai me daarna zouden laten gaan.

Na twee weken zette Serge me in zijn auto en bracht hij me naar de tippelzone. 'Praat met niemand', siste hij terwijl hij me de straat op duwde. 'Als iemand je wat vraagt, noem je alleen je prijs.' Versteend keek ik rond. Ik zag auto's, meisjes, een koffietent. Ik denk liever niet terug aan die eerste avond. Het was afschuwelijk en misselijkmakend. Terwijl ik deed wat Serge vroeg, zag ik hoe hij intussen rondjes reed en me continu in de gaten hield. Niet lang na mijn introductie op straat werd ik ook ingezet in de escortservice en zocht ik klanten op in hotels. Deze mannen waren doorgaans minder smerig en bruut dan de klanten op straat, maar in de kern waren ze niet minder walgelijk. 'Waarom doe je dit?' was zonder uitzondering de eerste vraag die ze stelden. Ik vertelde altijd precies hoe het zat. Ze vonden het rot voor me, maar uiteindelijk maakte het ze niks uit en gingen ze gewoon met me naar bed, op een enkeling na die me in plaats daarvan mee uit eten nam.

Geen kant op

Aanvankelijk dacht ik nog dat ik naar huis mocht als ik genoeg bij elkaar had gespaard, maar die illusie was ik snel kwijt. Elke keer als ik mijn geld afstond, vonden Serge en Nicolai wel iets waardoor ik extra moest betalen. Voeding, schoonmaakmiddelen, het gebruik van de auto: ze rekenden de gekste bedragen zodat mijn 'schuld' alleen maar opliep, tot drie-, vier-, vijfduizend euro. Ik maakte ruzie, maar hst eindigde er altijd mee dat ik huilend van onmacht de badkamer in of het balkon op vluchtte. Ik kon letterlijk geen kant op en ik voelde me intens alleen.

Verstijfd van angst

De enige steun die ik kreeg, kwam van de meiden die ik op straat ontmoette. Zij zaten in dezelfde positie als ik. Er werkten grofweg drie groepen meisjes in de tippelzone: de drugsverslaafden, de beroepshoeren en wij, de buitenlandse meiden die onder valse voorwendselen naar Amfsterdam waren gelokt en die afkomstig waren uit landen als Roemenië, Bulgarije, Oekraïne, Rusland en Nigeria.

De eerste dag al had een meisje uit Oost-Europa zich over me ontfermd. Ze sloeg een arm om me heen en gaf me koffie en later drank. Martini, bier, wodka, we dronken wat we konden krijgen. Alcohol verdoofde, zo hoefden we de vernedering niet te voelen. Regelmatig zag ik vrouwen die bont en blauw waren geslagen. Door hun pooier, wist ik. Elke week arriveerden weer nieuwe meisjes en altijd zagen ze eruit zoals ikzelf op de eerste dag: radeloos, vernederd en in shock als de eerste auto stopt en je moet instappen.

Het absurde vind ik achteraf dat er altijd politie op straat was. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat op grote schaal vrouwen worden misbruikt zonder dat iemand ingrijpt. Maar geen haar op ons hoofd die eraan dacht om een agent aan te spreken. We zouden onszelf alleen maar in groot gevaar brengen. We hielden elkaar voor dat we moesten wachten op het juiste moment en de juiste persoon. 'Denk aan de dag dat je kunt ontsnappen.'

Na drie maanden veranderde er opeens iets. Ik merkte dat Nicolai en Serge in de problemen zaten. Op dat moment woonden er nog twee andere Oost-Europese meisjes in het appartement. We moesten stoppen met werken en werden ondergebracht in steeds weer andere hotels, waar we de hele dag binnen moesten blijven. Een bende uit Oost-Europa zou ons hop de hielen zitten, maakte ik op uit gesprekken, maar ik wist niet waarom. Geld, meisjes, drugs?

Omdat veel van onze spullen nog in het appartement lagen, gingen we er af en toe heen om iets op te halen. Toen ik er op een avond heen ging, samen met Nicolai en huisgenote Dana, zag ik dat boven licht brandde. Omdat ik de auto van de huisbaas voor de deur zag staan, veronderstelde ik dat hij boven was. Ik stapte als eerste naar binnen. Recht voor me stond een groepje mannen, van wie er een me vastgreep en op de bank smeet. Ik kreeg de loop van een gegweer tegen mijn hoofd gezet. Achter me hoorde ik een schot. Ik had geen tijd om na te denken. Met ruwe hand werd ik naar buiten geduwd, de trappen af, de straat op. In het donker moest ik rennen, terwijl ik het geweer in mijn rug voelde. Na een tijdje hield de man een taxi aan en scheurden we naar een flatgebouw in een buitenwijk. Daar bleek Dana ook te zijn aangekomen. Vier andere mannen waren bij haar.

We kregen wodka, die we verstijfd van angst opdronken, 'Vertel op, waar fzijn Serge en Nicolai', schreeuwden ze ons toe. We konden niets anders dan onze schouders ophalen. Hoe wisten wij dat? Hardop overlegden de mannen wat ze met ons zouden doen. De een zei: verkopen aan de Albanezen, dat levert tweeduizend euro per stuk op. De tweede wilde ons ombrengen omdat we te veel wisten. De derde was het daarmee eens, maar wilde dat we eerst een lesbische show op tafel gaven. Nooit in mijn leven ben ik zo bang geweest. Totdat ik opeens buiten hoorde schieten en lichtbundels door de kamer zag flitsen. 'Blijf waar u bent, dit is de politie', klonk door een megafoon. Gewapende agenten stormden naar binnen. Waar de politie opeens vandaan kwam of wie ze had gewaarschuwd, ik heb geen idee. Maar het was onze redding. Anders waren Dana en ik er niet meer geweest, daar ben ik van overtuigd.

We zijn naar het politiebureau gebracht en daarna naar een Blijf-van-mijn-Lijf-huis. Het was een roes. Dana en ik waren dolgelukkig, konden haast niet geloven dat we waren bevrijd. Twee van de vijf ontvoerders bleken te zijn opgepakt. Toen de politie ons vroeg om te getuigen in een rechtszaak, stemden we meteen toe. Natuurlijk wilden we dat deze criminele figuren werden bestraft! We wabren bereid om ons verhaal tot in elk detail te vertellen. Hoe we naar Nederland waren gelokt. Hoe we onder zware druk waren gezet. Hoe de signalementen van Nicolai, Serge en alle andere betrokkenen luidden. In ruil voor hulp aan justitie zouden we alle ondersteuning krijgen die we nodig hadden, werd ons toegezegd. We zouden een verblijfsvergunning en onderdak krijgen,

Vogelvrij

Wat zo mooi leek, pakte heel anders uit. Pas nadat we alle getuigenissen hadden afgelegd, beseften we dat we onszelf vogelvrij hadden verklaard. De beloofde verblijfsvergunning blijkt slechts geldig zolang de rechtszaak duurt. Dat wisten we niet, maar het betekent wel dat we straks worden uitgezet en worden teruggestuurd naar ons eigen land. Zonder enige bescherming is dat levensgevaarlijk. We hebben te maken gehad met leden van een criminele organisatie die geen enkele afrekening schuwen. Er zijn gevallen bekend van Albanese meisjes die na terugkeer zijn doodgeschoten op straat. Een ander kreeg een telefoontje: we hebben je kind. Weer een ander vond haar moeder vermoord terug. Teruggaan is voor mij geen optie. Het enige alternatief is verdwijnen in de illegaliteit. Of moet ik soms, zoals een advocaat suggereerde, trouwen met een Nederlandse man om hier te kunnen blijven?

De politie haalt intussen haar schouders op. Het is vreselijk om te constateren, maar ik voel me voor de tweede keer misbruikt. Toen ik gedwongen was tot prostitutie had ik nog hoop op een betere toekomst. Nu heeft mijn toekomst geen kleur meer. Ik leef voortdurend in angst. Als ik op straat iemand uit mijn land denk te zien vlucht ik weg, Ik heb wekelijks telefonisch contact met mijn familie maar ik ben doodsbang voor hun lot. 's Nachts schrik ik wakker uit mijn slaap. Ik zie geen uitweg, maar dat betekent niet dat ik het erbij laat zitten. Ik wil vechten, vechten voor meiden zoals ik. Samen met twee andere slachtoffers hebben we de Vereniging Atalantas opgericht. We willen meiden in deze situatie helpen met informatie over hun positie. Daarnaast willen we de politiek uitleggen dat slachtoffers van vrouwenhandel rechteloos zijn en we betere bescherming verdienen.

Al help ik er maar één vrouw mee, hier ga ik mee door. Eén ding heb ik wel geleerd van mijn ervaringen: je moet blijven vechten en geloven, hoe eenzaam de strijd ook lijkt. Dat zal ik blijven doen. Waar die strijd ook eindigt.'

Voor meer informatie: www.atalantas.org

Interview uit tijdschrift Santé, juli 2004



This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research