|
|
|---|
door Rosemary Lauer
uit: De Protestant 16 (1966) 24 okt, blz. 8 - 10;
vertalting door René van Eyden
Zo op
het eerste gezicht zou men zeggen, dat de kwestie van de ambtelijke wijding van
vrouwen niet het grootste obstakel vormt voor de hereniging van kerken.
Niettemin lijkt het, zo al niet de grootste, dan toch een heel lastige
hinderpaal te vormen. Een voorbeeld: Ernest Marshall Howse, praeses van de
United Church van Canada, vond het onlangs nodig, ronduit te zeggen, dat de
reeds geprojecteerde eenwording van zijn kerk en de Anglicaanse kerk niet kon
doorgaan, tenzij de ca. 50 vrouwelijke ambts-dragers van de United Church
zonder voorbehoud geaccepteerd zouden worden in de nieuwe kerk.
De
Anglicaanse kerk echter, die gedurende de afgelopen 50 jaar hierover regelmatig
op haar Lambeth-conferenties discussieerde, kwam even vaak tot een negatieve
beslissing. Toch was die negatieve beslissing nooit het resultaat van louter
theologische overwegingen. Telkens wanneer Lambeth de voorgestelde
toelating van vrouwen tot het ambt verwierp, was het argument, dat Anglicaanse
vrouwelijke geestelijken zelfs diakonessen een onoverkomelijke
hinderpaal zouden vormen voor een hereniging met de R.K. Kerk. Er was immers
niet de minste kans, dat Rome ooit een vrouwelijk priesterschap zou
accepteren.
Momenteel zien wij echter een heel bijzondere ontwikkeling: juist op
het moment, dat de Anglicaanse kerk in naam der oecumene onder druk gezet wordt
om vrouwen als gelijkberechtigd in het ambt te aanvaarden, ontstaan er scheuren
in de muur van oppositie, gevormd door de R.K. Kerk.
Paus Joannes doet de muur scheuren
Het
kan wel eens zijn, dat paus Joannes XXIII een van de grootste scheuren in deze
muur veroorzaakte door wat hij zei in Pacem in Terris: elk
menselijk wezen heeft het vrije recht op die levensstaat, welke hij verkiest en
daarom het recht om een gezin te vormen, met gelijke rechten en plichten voor
man en vrouw, en eveneens het recht om een roeping te volgen tot het
priesterschap of het religieuze leven."
Er
zijn er, die denken dat paus Joannes als een profeet in feite meer zei met deze
passage dan hij zich realiseerde; verder dat in de toekomst theologen zich op
dit soort verklaringen zullen beroepen, om duidelijk te maken, dat het
pauselijke leer is dat vrouwen, als menselijke wezens,
recht hebben een roeping tot het priesterschap te volgen. Wat ook
de waarde is van deze voorspelling over theologen van de toekomst (die in ieder
geval zich op een wat andere wijze zullen bekommeren om de pauselijke
leer dan hun voorgangers), feit is dat de erkenning van de vrouw als
menselijk wezen met gelijke rechten en plichten, gevolgen zal
hebben. Gevolgen voor een theologische positie, die uitgaat van de
veronderstelling van vrouwelijke minderwaardigheid en
ondergeschiktheid.
Natuurlijk eiste paus Joannes niet voor zich het recht op ontdekt te
hebben, dat een dergelijke veronderstelling geen recht van bestaan had; hij zei
eenvoudig dat de moderne wereld deze ontdekking gedaan had en dat de kerk er
goed aan zou doen dit te erkennen. Als die kerk zich tenminste niet wil
isoleren van de samenleving, waarvan ze de zuurdesem wil zijn.
Commentaren tijdens het concilie
Een
groot aantal concilievaders kon zich hierin vinden. Daarom kon men voor het
eerst in de geschiedenis van de R.K. Kerk op een concilie horen, dat de rol van
de vrouw in de kerk opnieuw bekeken moest worden. Kardinaal Suenens: in
een eeuw waarin vrouwen bijna naar de maan reizen, zouden ze toch in Rome
tenminste als waarnemers moeten worden toegelaten en, mirabile dictu, ze
waren er, hoewel natuurlijk geen
enkele
vrouw een stem mocht uitbrengen. Aartsbisschop George Hakim (Galilea) klaagt,
dat het schema over de kerk in die mate zwijgt over de plaats van de vrouw in
die kerk, dat men zou kunnen gaan twijfelen aan hun bestaan.
Op
soortgelijke wijze laten verscheidene andere bisschoppen van zich horen. Buiten
de directe vergaderingen van het concilie verklaart bisschop Frotz (Keulen),
dat de sociale status van de vrouw in de eerste christelijke eeuwen zonder
twijfel beïnvloed is door de houding van Paulus; de bijbelstudies moeten
onderscheiden tussen het blijvende én hetgeen door tijd en plaats is
bepaald.
Aartsbisschop Denis Hurley (Zuid-Afrika) voorspelt tijdens een
interview met de pers: er staat ons een ongelooflijke ontwikkeling te
wachten in de kerkelijke rol van de vrouw.
Maar
de enige concilievader, die vraagt vrouwen te mogen wijden tot het ambt, is een
Amerikaan, aartsbisschop Paul T. Hallinan. In een schriftelijke interventie
bijna aan het eind van het concilie, zegt deze prelaat dat het hoog tijd is
voor de kerk om de emancipatie van de vrouw te bevorderen. Hij noemt als
mogelijkheden: de vrouw als lector en acoliet (dienaar) bij de mis, diakonessen
met preekbevoegdheid, bevoegdheid om te dopen en de communie uit te delen enz.
enz. De Amerikaanse pers omringde dit voorstel van hun landenoot met een
geheimzinnig stilzwijgen: men doet alsof de aartsbisschop plotseling de macht
over zijn zinnen kwijt is en zijn waanzin vooral buiten de publiciteit moet
blijven. Of moet misschien het publiek beschermd worden tegen dergelijke
gevaarvolle opvattingen?
Steun van theologen
Intussen geven katholieke theologen van naam verklaringen weg,
vér uitgaande boven alles wat men in de aula van St. Pieter kon
horen.
Jean
Daniélou S.J. verklaart zich voorstander van de wijding van diakonessen
zónder enig uitstel. Ook al lijkt zijn verklaring wat avant-gardis-
tisch, toch wordt die niet gegeven in een theologisch vacuüm. In 1962
verdedigt H. van der Meer S.J. in Innsbruck (bij Karl Rahner) de these:
theologische gedachten over de stelling: alleen de man is geschikt voor
het ambt.
De
auteur behandelt de gebruikelijke argumenten ontleend aan Schrift en
traditie en komt tot de conclusie dat er geen enkele reden is om vrouwen
te blijven weren. In hetzelfde verband kunnen ook Hans Küng, George H.
Tavard en de dissertatie van José Idigoras (Peru) genoemd
worden.
Vrouwen spreken zich uit
Vrouwen blijven er echter niet passief bij staan totdat mannen over
hun lot beslist hebben. Vorig jaar publiceert Vincent Emmanuel Hannon van het
pauselijk Instituut Regina Mundi haar proefschrift: Vrouwen en het
priesterschap, waarin ze argumenten aanvoert voor de overtuiging, dat de
gewijde staat van de diakenen in de vroege kerk staat of valt met die van de
diakonessen. In Duitsland pleit twee jaar tevoren Elizabeth Schüssler in
haar Der Vergessene Partner voor een volledig nieuwe positie van de
vrouw in de kerk.
In
Nederland verklaart mevrouw Govaart-Halkes in Storm na de stilte
(1964), dat de oude posities onhoudbaar zijn. Drie Duitse vrouwen
Josepha Münch, Iris Müller en Ida Raming hebben de
gebruikelijke theologische studie aan staatsuniversiteiten voltooid (ze zijn
dan Volltheologinnen) en blijven vragen om toelating van de vrouw
tot het priesterschap. Vooral Iris Müller heeft gegronde redenen voor haar
verzoek: vóór haar overgang was ze protestants parochie-vicaris.
Gertrud Heinzelmann, juriste in Zürich, verzond aan de voorbereidende
commissie van het concilie een uitvoerig document. Hierin toont zij de
onjuistheid aan van de argumenten tégen de vrouw in het ambt; argumenten
die vooral ontleend zijn aan Thomas van Aquino en die nog steeds de
officiële houding van de kerk t.o.v. de vrouw bepalen. Zij vraagt de kerk
elk anti-feminisme te verwijderen.
De tegenaanval der conservatieven
Ook de
conservatieven bleven niet zwijgen. Het Vaticaanse dagblad
LOsservatore Romano publiceerde onlangs een serie artikelen
van de hand van de franciscaan Gino Concetti, waaruit we ondubbelzinnig horen:
het is gezaghebbende kerkelijke leer, dat de goddelijke apostolische
voorschriften deelname van de vrouw aan de ambtsbediening voor altijd
uitsluiten.
Hetgeen natuurlijk nogal reacties uitlokt. De bekende mgr. George C.
Higgins Amerikaans prelaat in die dagen in Rome verklaart tijdens
een persconferentie, dat de Osservatore Romano dan wellicht een flinke
portie macht mag hebben, maar de officiële kerkleer maakt ze niet uit.
Hulpbisschop Walter Kampe (Duitsland) klaagt in 1964, dat de
oecumenische inspanningen worden ondermijnd door protestanten, omdat zij
blijven doorgaan met het wijden van vrouwen in het ambt. Als, zo zegt hij, het
protestantse kamp de verwachting uit, dat het concilie geen nieuwe dogmas
zal afkondigen, die niet door alle christenen erkend kunnen worden, dan mogen
wij van onze kant verwachten, dat de protestantse kerken geen enkele instelling
in het leven roepen, die een nieuwe bron van controvers gaat vormen.
Charles Boyer S.J., schijnt dezelfde gedachte te zijn toegedaan,
wanneer hij de publicaties van de Wereldraad van Kerken,
Lordination des femmes op waarde taxeert (in deze publicatie
keuren alle scribenten, behalve de orthodoxe, de toelating van vrouwen tot het
ambt goed): het priesterschap is, aldus Boyer, gereserveerd
voor de man. Dit is, zoals ieder weet, de leer van de R.K. Kerk . . . Als
vrouwen tot dat sacrament bevoegd waren, zou de kerk hen niet gedurende zo vele
eeuwen die genade onthouden hebben.
Misschien komt eens de vrouwelijke paus . . .
De
traditionele overwegingen klinken niet slechts sofistisch, vandaag aan de dag
zijn ze in één woord absurd.
De
bewering dat de vrouw de voor het ambt nodige eigenschappen mist, is
onwetenschappelijk en achterhaald.
Niettemin, we horen ze nog, zulke geluiden. Bijv. fr. Mc. Goldrick in
zijn Independence through submission (anno 1965 . . .):
vrouwen zijn geneigd de werkelijkheid alleen emotioneel te benaderen.
Iets is goed of kwaad al naar gelang het haar persoonlijk
treft.
Of, in
mindere mate, Bernard Häring, die op een recente theologenconferentie
hilariteit verwekte met zijn advies aan vrouwen, geen aanspraak te maken op het
ambt van bisschop of paus.
Toch
is er in de praktijk al hier en daar een doorbraak. In Brazilië doen in
een afgelegen dorpje (Nisia Floresta) missiezusters het volledige parochiewerk.
In feite hebben ze de status van diakones, zij het zonder wijding. Verder kan
men denken aan bepaalde delen van Afrika.
Pressie blijft nodig
Mochten de conservatieve krachten toenemen, dan zullen katholieke
vrouwen druk moeten blijven uitoefenen. Helaas is er momenteel maar
één organisatie, die duidelijk positie kiest vóór
de status van de vrouw in de kerk, de St Joans International
Alliance.
Vrijwel alle hier genoemde vrouwen zijn lid van deze alliantie. Maar
een enkele organisatie is niet in staat een vooroordeel, gevoed door eeuwen,
uit de wereld te helpen. Katholieke vrouwen kunnen daarom alleen maar dankbaar
zijn voor de houding van mannen als Marshall Howse (zie het begin van ons
artikel), die weigeren de zaak van de vrouw in het ambt te verraden ter wille
van de oecumene.
Protestantse kerken staan t.a.v. vele zaken in theologie en kerkelijke
praktijk door hun grotere bewegelijkheid en minder centraal gezag veel meer
open voor de nodige aanpassing en hervorming dan de R.K. Kerk.
Het
zou wel heel jammer zijn als protestanten er niet, bij alle oecumenische
gesprekken met katholieken, op zouden blijven aandringen, dat katholieken niet
iets van de hand wijzen wat protestanten zien als een werk van de Heilige
Geest.
Het
wordt hoog tijd, dat katholieken zich ontdoen van hun vergrijsde vooroordelen
en gaan luisteren naar wat de Geest hun te zeggen heeft omtrent de wijding van
vrouwen in het ambt. Er zijn aanwijzingen, dat de Geest reeds begonnen is te
spreken.
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |