OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Vrouwelijke geestelijken voor Rome?

Vrouwelijke geestelijken voor Rome?

door Rosemary Lauer

uit: De Protestant 16 (1966) 24 okt, blz. 8 - 10; vertalting door René van Eyden

Zo op het eerste gezicht zou men zeggen, dat de kwestie van de ambtelijke wijding van vrouwen niet het grootste obstakel vormt voor de hereniging van kerken. Niettemin lijkt het, zo al niet de grootste, dan toch een heel lastige hinderpaal te vormen. Een voorbeeld: Ernest Marshall Howse, praeses van de United Church van Canada, vond het onlangs nodig, ronduit te zeggen, dat de reeds geprojecteerde eenwording van zijn kerk en de Anglicaanse kerk niet kon doorgaan, tenzij de ca. 50 vrouwelijke ambts-dragers van de “United Church zonder voorbehoud geaccepteerd zouden worden in de nieuwe kerk.

De Anglicaanse kerk echter, die gedurende de afgelopen 50 jaar hierover regelmatig op haar Lambeth-conferenties discussieerde, kwam even vaak tot een negatieve beslissing. Toch was die negatieve beslissing nooit het resultaat van louter theologische overwegingen. Telkens wanneer ‘Lambeth’ de voorgestelde toelating van vrouwen tot het ambt verwierp, was het argument, dat Anglicaanse vrouwelijke geestelijken — zelfs diakonessen — een onoverkomelijke hinderpaal zouden vormen voor een hereniging met de R.K. Kerk. Er was immers niet de minste kans, dat Rome ooit een vrouwelijk priesterschap zou accepteren.

Momenteel zien wij echter een heel bijzondere ontwikkeling: juist op het moment, dat de Anglicaanse kerk in naam der oecumene onder druk gezet wordt om vrouwen als gelijkberechtigd in het ambt te aanvaarden, ontstaan er scheuren in de muur van oppositie, gevormd door de R.K. Kerk.

Paus Joannes doet de muur scheuren

Het kan wel eens zijn, dat paus Joannes XXIII een van de grootste scheuren in deze muur veroorzaakte door wat hij zei in Pacem in Terris: “elk menselijk wezen heeft het vrije recht op die levensstaat, welke hij verkiest en daarom het recht om een gezin te vormen, met gelijke rechten en plichten voor man en vrouw, en eveneens het recht om een roeping te volgen tot het priesterschap of het religieuze leven."

Er zijn er, die denken dat paus Joannes als een profeet in feite meer zei met deze passage dan hij zich realiseerde; verder dat in de toekomst theologen zich op dit soort verklaringen zullen beroepen, om duidelijk te maken, dat het “pauselijke leer” is dat vrouwen, als “menselijke wezens”, “recht hebben een roeping tot het priesterschap te volgen.” Wat ook de waarde is van deze voorspelling over theologen van de toekomst (die in ieder geval zich op een wat andere wijze zullen bekommeren om de “pauselijke leer” dan hun voorgangers), feit is dat de erkenning van de vrouw als “menselijk wezen met gelijke rechten en plichten”, gevolgen zal hebben. Gevolgen voor een theologische positie, die uitgaat van de veronderstelling van vrouwelijke minderwaardigheid en ondergeschiktheid.

Natuurlijk eiste paus Joannes niet voor zich het recht op ontdekt te hebben, dat een dergelijke veronderstelling geen recht van bestaan had; hij zei eenvoudig dat de moderne wereld deze ontdekking gedaan had en dat de kerk er goed aan zou doen dit te erkennen. Als die kerk zich tenminste niet wil isoleren van de samenleving, waarvan ze de zuurdesem wil zijn.

Commentaren tijdens het concilie

Een groot aantal concilievaders kon zich hierin vinden. Daarom kon men voor het eerst in de geschiedenis van de R.K. Kerk op een concilie horen, dat de rol van de vrouw in de kerk opnieuw bekeken moest worden. Kardinaal Suenens: “in een eeuw waarin vrouwen bijna naar de maan reizen, zouden ze toch in Rome tenminste als waarnemers moeten worden toegelaten” en, mirabile dictu, ze waren er, hoewel natuurlijk geen

enkele vrouw een stem mocht uitbrengen. Aartsbisschop George Hakim (Galilea) klaagt, dat het schema over de kerk in die mate zwijgt over de plaats van de vrouw in die kerk, dat men zou kunnen gaan twijfelen aan hun bestaan.

Op soortgelijke wijze laten verscheidene andere bisschoppen van zich horen. Buiten de directe vergaderingen van het concilie verklaart bisschop Frotz (Keulen), dat de sociale status van de vrouw in de eerste christelijke eeuwen zonder twijfel beïnvloed is door de houding van Paulus; de bijbelstudies moeten onderscheiden tussen het blijvende én hetgeen door tijd en plaats is bepaald.

Aartsbisschop Denis Hurley (Zuid-Afrika) voorspelt tijdens een interview met de pers: “er staat ons een ongelooflijke ontwikkeling te wachten in de kerkelijke rol van de vrouw.”

Maar de enige concilievader, die vraagt vrouwen te mogen wijden tot het ambt, is een Amerikaan, aartsbisschop Paul T. Hallinan. In een schriftelijke interventie bijna aan het eind van het concilie, zegt deze prelaat dat het hoog tijd is voor de kerk om de emancipatie van de vrouw te bevorderen. Hij noemt als mogelijkheden: de vrouw als lector en acoliet (dienaar) bij de mis, diakonessen met preekbevoegdheid, bevoegdheid om te dopen en de communie uit te delen enz. enz. De Amerikaanse pers omringde dit voorstel van hun landenoot met een geheimzinnig stilzwijgen: men doet alsof de aartsbisschop plotseling de macht over zijn zinnen kwijt is en zijn waanzin vooral buiten de publiciteit moet blijven. Of moet misschien het publiek beschermd worden tegen dergelijke gevaarvolle opvattingen?

Steun van theologen

Intussen geven katholieke theologen van naam verklaringen weg, vér uitgaande boven alles wat men in de aula van St. Pieter kon horen.

Jean Daniélou S.J. verklaart zich voorstander van de wijding van diakonessen zónder enig uitstel. Ook al lijkt zijn verklaring wat avant-gardis- tisch, toch wordt die niet gegeven in een theologisch vacuüm. In 1962 verdedigt H. van der Meer S.J. in Innsbruck (bij Karl Rahner) de these: “theologische gedachten over de stelling: alleen de man is geschikt voor het ambt.”

De auteur behandelt de gebruikelijke argumenten — ontleend aan Schrift en traditie — en komt tot de conclusie dat er geen enkele reden is om vrouwen te blijven weren. In hetzelfde verband kunnen ook Hans Küng, George H. Tavard en de dissertatie van José Idigoras (Peru) genoemd worden.

Vrouwen spreken zich uit

Vrouwen blijven er echter niet passief bij staan totdat mannen over hun lot beslist hebben. Vorig jaar publiceert Vincent Emmanuel Hannon van het pauselijk Instituut Regina Mundi haar proefschrift: “Vrouwen en het priesterschap”, waarin ze argumenten aanvoert voor de overtuiging, dat de gewijde staat van de diakenen in de vroege kerk staat of valt met die van de diakonessen. In Duitsland pleit twee jaar tevoren Elizabeth Schüssler in haar “Der Vergessene Partner” voor een volledig nieuwe positie van de vrouw in de kerk.

In Nederland verklaart mevrouw Govaart-Halkes in “Storm na de stilte” (1964), dat de oude posities onhoudbaar zijn. Drie Duitse vrouwen — Josepha Münch, Iris Müller en Ida Raming — hebben de gebruikelijke theologische studie aan staatsuniversiteiten voltooid (ze zijn dan “Volltheologinnen”) en blijven vragen om toelating van de vrouw tot het priesterschap. Vooral Iris Müller heeft gegronde redenen voor haar verzoek: vóór haar overgang was ze protestants parochie-vicaris. Gertrud Heinzelmann, juriste in Zürich, verzond aan de voorbereidende commissie van het concilie een uitvoerig document. Hierin toont zij de onjuistheid aan van de argumenten tégen de vrouw in het ambt; argumenten die vooral ontleend zijn aan Thomas van Aquino en die nog steeds de officiële houding van de kerk t.o.v. de vrouw bepalen. Zij vraagt de kerk elk anti-feminisme te verwijderen.

De tegenaanval der conservatieven

Ook de “conservatieven” bleven niet zwijgen. Het Vaticaanse dagblad “L’Osservatore Romano” publiceerde onlangs een serie artikelen van de hand van de franciscaan Gino Concetti, waaruit we ondubbelzinnig horen: het is gezaghebbende kerkelijke leer, dat de goddelijke apostolische voorschriften deelname van de vrouw aan de ambtsbediening voor altijd uitsluiten.

Hetgeen natuurlijk nogal reacties uitlokt. De bekende mgr. George C. Higgins — Amerikaans prelaat in die dagen in Rome — verklaart tijdens een persconferentie, dat de Osservatore Romano dan wellicht een flinke portie macht mag hebben, maar de officiële kerkleer maakt ze niet uit.

Hulpbisschop Walter Kampe (Duitsland) klaagt in 1964, dat de oecumenische inspanningen worden ondermijnd door protestanten, omdat zij blijven doorgaan met het wijden van vrouwen in het ambt. Als, zo zegt hij, het protestantse kamp de verwachting uit, dat het concilie geen nieuwe dogma’s zal afkondigen, die niet door alle christenen erkend kunnen worden, dan mogen wij van onze kant verwachten, dat de protestantse kerken geen enkele instelling in het leven roepen, die een nieuwe bron van controvers gaat vormen.

Charles Boyer S.J., schijnt dezelfde gedachte te zijn toegedaan, wanneer hij de publicaties van de Wereldraad van Kerken, “L’ordination des femmes” op waarde taxeert (in deze publicatie keuren alle scribenten, behalve de orthodoxe, de toelating van vrouwen tot het ambt goed): “het priesterschap is”, aldus Boyer, “gereserveerd voor de man.” Dit is, zoals ieder weet, de leer van de R.K. Kerk . . . Als vrouwen tot dat sacrament bevoegd waren, zou de kerk hen niet gedurende zo vele eeuwen die genade onthouden hebben.

Misschien komt eens de vrouwelijke paus . . .

De traditionele overwegingen klinken niet slechts sofistisch, vandaag aan de dag zijn ze in één woord absurd.

De bewering dat de vrouw de voor het ambt nodige eigenschappen mist, is onwetenschappelijk en achterhaald.

Niettemin, we horen ze nog, zulke geluiden. Bijv. fr. Mc. Goldrick in zijn “Independence through submission” (anno 1965 . . .): “vrouwen zijn geneigd de werkelijkheid alleen emotioneel te benaderen. Iets is goed of kwaad al naar gelang het haar persoonlijk treft.”

Of, in mindere mate, Bernard Häring, die op een recente theologenconferentie hilariteit verwekte met zijn advies aan vrouwen, geen aanspraak te maken op het ambt van bisschop of paus.

Toch is er in de praktijk al hier en daar een doorbraak. In Brazilië doen in een afgelegen dorpje (Nisia Floresta) missiezusters het volledige parochiewerk. In feite hebben ze de status van diakones, zij het zonder wijding. Verder kan men denken aan bepaalde delen van Afrika.

Pressie blijft nodig

Mochten de conservatieve krachten toenemen, dan zullen katholieke vrouwen druk moeten blijven uitoefenen. Helaas is er momenteel maar één organisatie, die duidelijk positie kiest vóór de status van de vrouw in de kerk, de St Joan’s International Alliance.

Vrijwel alle hier genoemde vrouwen zijn lid van deze alliantie. Maar een enkele organisatie is niet in staat een vooroordeel, gevoed door eeuwen, uit de wereld te helpen. Katholieke vrouwen kunnen daarom alleen maar dankbaar zijn voor de houding van mannen als Marshall Howse (zie het begin van ons artikel), die weigeren de zaak van de vrouw in het ambt te verraden ter wille van de oecumene.

Protestantse kerken staan t.a.v. vele zaken in theologie en kerkelijke praktijk door hun grotere bewegelijkheid en minder centraal gezag veel meer open voor de nodige aanpassing en hervorming dan de R.K. Kerk.

Het zou wel heel jammer zijn als protestanten er niet, bij alle oecumenische gesprekken met katholieken, op zouden blijven aandringen, dat katholieken niet iets van de hand wijzen wat protestanten zien als een werk van de Heilige Geest.

Het wordt hoog tijd, dat katholieken zich ontdoen van hun vergrijsde vooroordelen en gaan luisteren naar wat de Geest hun te zeggen heeft omtrent de wijding van vrouwen in het ambt. Er zijn aanwijzingen, dat de Geest reeds begonnen is te spreken.

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research