Category: Nederlands

De wijding van vrouwen in de Katholieke Kerk

De wijding van vrouwen in de Katholieke Kerk

Geen gewijde vrouwen in de Katholieke Kerk?

Wij zijn een netwerk van geëngageerde rooms-katholieke theologen
die er vast van overtuigd zijn dat in de katholieke kerk
ook de vrouw het volledige priesterschap kan ontvangen.

Wij beschouwen de katholieke geloofsgemeenschap als onze eigen familie. Wij aanvaarden het gezag van de paus in Rome. Wij respekteren zijn persoonlijke integriteit als mens en leider. Maar wij zijn tot de slotsom gekomen dat de paus en zijn raadslieden in het Vatikaan een ernstige fout begaan door vrouwen niet toe te laten tot het priesterschap. Wij voelen ons in geweten verplicht onze argumenten hiervoor openbaar te maken.

“Men dient aan de gelovigen, geestelijken of leken, een rechtmatige vrijheid toe te kennen om te onderzoeken, te denken en hun gedachten kenbaar te maken” Tweede Vatikaanse Concilie, Gaudium et Spes, no 62.

Wij zijn het niet eens met de illegale priesterwijding van vrouwen die hier en daar voorkomt. Het is onze bedoeling de Kerk van binnenuit tot het inzicht te brengen dat vrouwen, niet minder dan mannen, tot de gewijde ambten kunnen en moeten worden toegelaten.

Wij bieden meer dan duizend relevante teksten aan, waarvan een gedeelte in het Nederlands vertaald is. Zij sluiten in: alle recente kerkelijke uitspraken over vrouwelijke priesters, teksten van kerkvaders, oude concilies en middeleeuwse theologen, rituelen en riten, historische dokumenten en wetenschappelijke literatuur van de laatste zestig jaren.

U kunt zich bij ons aansluiten als lid.

Uit iedere tien theologen in de kerk ondersteunen negen de wijding van de vrouw – wanneer zij erover durven spreken!

Wij bieden de volledige teksten aan van artikelen van 200+ huidige katholieke theologen die hun oordeel duidelijk maken. Er komen steeds meer getuigenissen bij.

Wij zijn de enige website die alle recente kerkelijke uitspraken over vrouwelijke priesters volledig beschikbaar stelt.

De aangevoerde redenen om vrouwen uit het priesterschap te weren, kunnen de toets der kritiek niet doorstaan . . . Oordeel zelf maar!


Verantwoordelijkheid voor deze website berust bij Hans Wijngaards.

Kijk ook eens naar wie ons bezoekt . . .

Klik hier om een wereldkaart te zien van bezoekers tijdens de laatste 24 uur.

 

Een volledige beschrijving van hoe wij onze statistieken krijgen vindt U hier.

U kunt ons materiaal benaderen op twee verschillende wijzen:

   

U kunt de voorkeur geven aan een vereenvoudigde rondleiding
– die bestaat uit korte teksten en illustraties .

Treed binnen in ons museum!

Of U kunt de wetenschappelijke benadering kiezen – die meer theologisch en gedetailleerd is.

Treed binnen in onze bibliotheek!
   


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Called to the priestly ministry?

Called to the priestly ministry?

Geroepen tot het priesterambt?

Stel, je bent een Katholieke vrouw en je voelt geroepen tot het priesterambt, dan kun je je beslist boos en gefrustreerd voelen. Zo vergaat het mij ook. Ik weet al sinds jaar en dag dat ik geroepen word.

Er zijn nog meer mensen zoals wij in de Katholieke Kerk, die geconfronteerd worden met dezelfde uitdaging. We moeten elkaar aanmoedigen, raad geven en steunen.

Mijn naam is Helen Blackburn. CIRCLES heeft precies om bovenstaande reden een ondersteuningsforum. Ik ben er de moderator van. Doe mee, vertel ons wie je bent en wat je zorgen en ervaringen zijn. In het ondersteuningsforum kunnen we onze gedachten en gevoelens vrijelijk met elkaar delen, maar er is ook ruimte voor berichten wederzijds op een-op-een basis.

Wil je een bericht zenden aan het forum, dan word je mogelijk gevraagd je weer in te schrijven. Vul dan je gebruikersnaam (en password) van Circles in, zodat anderen een naam hebben om te antwoorden.

Van tijd tot tijd zullen we ook met elkaar communiceren in een Circles chatroom. De tijden voor zulke ‘live’ ontmoetingen zullen binnenkort worden aangekondigd.

Je kunt hier de forums binnengaan of klikken op de deur links.

Helen

Beginners doe-het-zelf test: Heb ik roeping?

Hoe weet ik dat ik ben geroepen tot het priesterschap?

Overdenkingen bij de gang naar de priesterwijding van een vrouw

Wat voor stappen moet een vrouw zetten als zij meent dat ze geroepen is tot de wijding in de Katholieke Kerk?

Is de roeping van een vrouw even authentiek als die van een man?

Kan iemand een recht doen gelden op wijding?

Hoe beantwoord ik de critici die twijfelen aan mijn roeping?

Hoe u het verhaal van uw roeping voor ons kunt opschrijven


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Conflict met de Farizeeën

Conflict met de Farizeeën

Conflict met de Farizeeën

Hoofdstuk Twee

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Onder degenen die naar Johannes kwamen luisteren vinden we uiteraard ook de Farizeeën. Iedere nieuwe bewering met betrekking tot de Wet moest door hun worden goedgekeurd, omdat zij zichzelf zagen als de erfgenamen van de zetel van het recht en van de wijsheid die aan Mozes behoorde. Deze nieuwe profeet beweerde dat hij zijn gezag regelrecht van Jahweh ontving. Iets dergelijks was ontoelaatbaar. Johannes kent zijn farizeeën. Hoewel zij zich oner de toehoorders bevinden vragen zij hem niet eenmaal wat zij wellicht in hun leven kunnen veranderen om zich voor te bereiden op de komst van de Redder, de Messias. Zij konden toch niet openlijk toegeven dat zij niet volmaakt waren? Johannes weet wel beter. Wanneer ook zij om de doop vragen, klaagt hij hen aan: ‘Adderengebroed, wie heeft jullie gewaarschuwd om te vluchten voor de komende vergelding? Maar als jullie oprecht berouw hebt, breng dan passende vruchten voort, en zeg niet Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg jullie: God kan kinderen voor Abraham verwekken uit deze stenen…’ Wat moeten zij nu? Knarsetandend gaan ze heen en zeggen tegen allen die het maar willen horen, dat Johannes van de duivel bezeten is. Als Jezus zelf hen later aanklaagt met dezelfde bewoordingen beschuldigen zij hem in hun frustratie ervan dat hij met de duivel samenzweert.

Wie zijn die mensen dan wel, waar Johannes zo tegen uitvaart en wel in dezelfde bewoordingen als Jezus van Nazareth later zal doen?

Ongetwijfeld zijn de schriftgeleerden de theologen van hun tijd. Ze kennen de Schriften en zelfs al het commentaar dat in latere eeuwen ijverig was toegevoegd door generatie op generatie godsdienstleraren. Helaas echter zijn nogal wat farizeeërs letterknechten, en wat erger is: ze gebruiken hun kennis om zichzelf groot maar de ongeletterden klein te maken, en op deze wijze verkrachten zij de Wet. Jezus zelf zal keer op keer precies aanwijzen waarin de farizeeërs als geloofsleraren tekort schieten.

  • Ze zijn belust op ereplaatsen.
  • Ze timmeren aan de weg.
  • Ze hangen de teksten die ze zich innerlijk dienen eigen te maken enkel als sieraad om hun lichaam.
  • Ze maken van hun positie gebruik om weduwen uit te buiten.
  • Ze schrijven allerlei zaken voor waar ze zichzelf niet aan wensen te houden.
  • Ze zien de tekenen van de tijd niet en daarom zijn het blinde leiders van blinden.
  • Ze miskennen de goede Geest in mensen.

Jezus vat tenslotte zijn bezwaren tegen hen samen in deze schrikwekkende beschrijving: "het zijn "witgepleisterde graven, van binnen vol dood en verderf."

Als groep hebben de farizeeërs fundamentalistische trekjes: ze dulden geen afwijking van de letter, ze zaaien angst om zich heen, zodat sommigen uit hun rangen alleen 's nachts met Jezus van Nazareth durven spreken.

Als deze mensen te maken krijgen met een geestelijk leider die pleit voor naastenliefde en voor het opdiepen van de ware betekenis van de Wet, moeten er wel problemen komen. Johannes is de eerste die wordt uitgemaakt voor een mens die van de duivel bezeten is. We weten dat op gezag van Jezus van Nazareth. Hijzelf is de volgende En wat de vrouw Maria betreft, die wetens en willens de rij van onkritische volgelingen van farizeeërs en schriftgeleerden verlaat en haar heil zoekt bij de profeet die een komende redder aankondigt, zij moet voor hen een abominabel vrouwmens geweest zijn. De farizeeërs zullen later dan ook geen beschrijving voor haar kunnen vinden die krachtig genoeg is, en het wordt begrijpelijk dat zij haar om die reden een 'hamartolis' gaan noemen, iemand die het fout heeft, ja, die fout is. (Luc. 7,37)




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

De Legenda Aurea

De Legenda Aurea

De Legenda Aurea

Een Leven van Maria Magdalena uit de Legenda Aurea (13de eeuw) door Jacopo di Voragine

Zie: Mary Magdalen. The Saints in Legend and Art, dl. 5, door J. H. Emminghaus. Tekst van verhaal en legende door Leonhard Küppers. Aurel Bongers, Recklinghausen 1964.

Dit 'leven' was uiterst invloedrijk bij de vorming van de middeleeuwse devotie tot Maria Magdalena. In 1260 schreef Jacobus de Voragine, een Italiaanse Dominicaan, een standaardwerk met legenden, de Legenda Aurea. Het genre van deze hagiografische compendia was niet nieuw, maar de orde die Jacobus aanbracht in het grote aantal rivaliserende levens en legenden die tot dan toe links en rechts beschikbaar waren, die orde was beslist wel nieuw. De honger naar het vertellen van verhalen zal zeker hebben bijgedragen aan het grote succes van dit boek met legenden. In de Legenda Aurea, zijn eersterangs bronnen en volksverhalen samengesmolten en theologische bezinning op Maria Magdalena gaat hand in hand met populaire devotionele praktijken. ' The literary and the iconographic image of Mary Magdalen' by R. Baert, Alma Mater Magazine.

"Maria Magdalena draagt de naam Magdalena, wat oorspronkelijk een fort (Magdalum) was. Ze was van hoge geboorte, in feite van koninklijke bloede. Haar vader heette Syrus, haar moeder Eucharia. Zij, haar broer Lazarus en haar zuster Martha waren eigenaars van het kasteel twee mijl van de Zee van Genezareth, alsmede van het dorp Bethanië bij Jeruzalem, plus een aanzienlijk deel van de stad Jeruzalem, maar ze hebben hun bezittingen verdeeld, zodat Maria Magdalena eigenares was van het kasteel dat ook in haar naam voorkomt, terwijl Lazarus een deel van Jeruzalem bezat en Martha Bethanië. Aangezien Magdalena een straatmadelief werd en Lazarus een ridder, nam Martha de zorg voor de bezittingen van deze twee over en bestuurde ze voortreffelijk. Martha zorgde voor al haar strijders, haar personeel en de armen. Maar toen de Heer stierf hebben ze al hun bezittingen verkocht en de opbrengst van de verkoop afgestaan aan de Apostelen."

"Magdalena was uitermate rijk en weelde gaat altijd gepaard met lichamelijke genoegens. Zich bewust van haar schoonheid en haar rijkdom zocht ze vervulling in niets dan lichamelijke genoegens. Dientengevolge verloor ze haar goede naam en noemde men haar eenvoudig de zondares. Toen Christus in het land preekte kwam ze -door Gods voorzienigheid - in het huis van Simon de Melaatse, want ze had vernomen dat Christus daar zou eten. Omdat ze niet bij de rechtvaardigen durfde te gaan zitten, ging ze regelrecht af op de Heer, waste zijn voeten met haar tranen, droogde ze met haar haren en zalfde ze, want het was gewoonte dat de mensen oliën gebruikten, omdat de zon grote hitte bracht. Simon de farizeeër dacht: 'Als dit een profeet was, zou hij zich toch niet laten aanraken door een zondares.' Maar de Heer bestrafte hem vanwege zijn oppervlakkige oordeel en vergaf de vrouw al haar zonden."

"Dit is de Maria Magdalena aan wie God zoveel genade heeft geschonken en zoveel tekens van liefde. Hij heeft zeven duivels van haar uitgedreven en haar ontstoken in liefde tot Hem. Hij maakte haar tot zijn bijzondere vriendin, een fantastische gastvrouw en een hulp voor onderweg. Hij pleitte haar ten allen tijde met grote liefde vrij tegenover de Farizeeër die haar onrein had genoemd, tegenover haar zuster, die haar beschuldigde van nietsdoen, en tegenover Judas, die haar een verkwister had genoemd. En zag Hij haar schreien, dan schreide Hij ook. De Heer beminde haar zozeer dat hij haar broer opwekte uit de dood, hoewel die al vier dagen in het graf lag, en Hij genas haar zuster Martha van bloedvloeiingen waar ze al zeven jaar onder leed. Uit liefde voor haar zegende Hij Martilla, de dienstbode van haar zus, zodat deze luidop de lieve woorden van Lukas 11, 27 sprak: 'Gezegend de schoot die U heeft gedragen en de borsten die U hebben gevoed.' Want volgens Ambrosius was de vrouw van de bloedvloeiing Martha en de vrouw die deze woorden sprak haar dienstbode. Magdalena was echter de vrouw die de voeten van de Heer waste met haar tranen, ze met de haren droogde en ze zalfde met olie. Ten tijde van genade volbracht ze haar eerste boetedoening. Zij koos het beste deel, ze zat aan de voeten van de Heer om Zijn woord te horen, ze zalfde Zijn hoofd, ze stond bij het kruis toen Hij stierf, ze bereidde de zalven voor Zijn lichaam, verliet het graf niet toen de discipelen het wel verlieten. Zij was degene aan wie de Heer als eerste verscheen toen Hij verrezen was en ze was de vrouw die de Heer maakte tot Apostel van de Apostelen (Apostel bij uitstek). "

"Toen onze Heer ten hemel opgestegen was na Zijn lijden in het veertiende jaar, toen Stefanus al lang tevoren door de Joden was gestenigd en de andere leerlingen uit Judea waren verdreven, trokken de discipelen naar vele landen om het woord Gods te verspreiden. Bij deze apostelen was Maximus, een van de twee en zeventig leerlingen van de Heer, onder wiens hoede St. Petrus Maria Magdalena had geplaatst. Toen de leerlingen verstrooid waren, werden St. Maximus, Maria Magdalena, haar broer Lazarus, haar zuster Martha met haar dienstmaagd Martilla en Cedonius ( die blind was geboren maar door de Heer genezen) door de heidenen tezamen op een schip gezet, daarin de oceaan op gedreven opdat ze allen zouden omkomen. Door Gods voorzienigheid echter kwamen ze aan in Massilia ( het huidige Marseille vertaalster) Ze vonden niemand die hen gastvrijheid wilde verlenen en daarom verbleven ze in het voorportaal van de heidense tempel."

Dan vertelt ons de Legenda Aurea hoe Maria Magdalena een prins ertoe bewoog hen in zijn huis onderdak te verlenen, hoe zij het mogelijk maakte dat de vrouw van de prins moeder werd van een zoon, hoe het prinselijk paar een pelgrimstocht ondernam naar Rome en Jeruzalem, hoe de prinses stierf op het schip tijdens de geboorte van haar zoon, en hoe de dode prinses levend aan de prins werd teruggeschonken door de wonderdadige hulp van Maria Magdalena. De Legenda vervolgt:

"Maria Magdalena verlangde naar de beschouwing en trok de wildernis in van het woud, waar zij dertig jaar lang incognito leefde op een plaats die haar door de engelen was bereid. Daar waren fonteinen, bomen noch gras. Dit wijst er op dat de Heer haar niet in leven wilde houden met aards voedsel maar met hemelse spijzen. Dagelijks werd ze ten hemel opgenomen door de engelen -zeven maal vanwege de zeven gebedstijden - en ze hoorde met eigen oren de hemelse gezangen. En dagelijks werd ze teruggebracht op aarde met deze hemelse spijzen zodat ze nooit behoefte had aan aards voedsel."

Volgens deze legende stierf Maria Magdalena in Aix in Zuid Frankrijk en werd aldaar begraven door Bisschop Maximus. Een deel van haar overblijfselen is overgebracht naar het Franse klooster van Vézelay, waar de kerk haar naam draagt. De Legenda vervolgt:

"Ten tijde van Karele de Grote, rond 769, was er in Bourgondië een hertog, genaamd Gerhard. Zijn vrouw schonk hem geen zoon. Daarom schonk hij al zijn bezittingen aan de armen en bouwde vele kerken en abdijen. Toen hij de grondslag legde voor de abdij van Vézelay, zond hij een monnik met een waardig gezelschap naar Aix en gaf hen de opdracht de relieken van de Heilige Maria Magdalena naar Vézelay te brengen. De monnik ontdekte dat Aix volledig was verwoest door de heidenen. Hij trof echter een graf aan dat geheel was opgetrokken uit marmer en de grafsteen gaf aan dat St. Maria Magdalena daar begraven lag, en men kon in feite haar geschiedenis lezen die in de steen stond gebeiteld. In de nacht opende hij het graf, nam de relieken en bracht ze nar de plaats waar hij verbleef. Toen, in diezelfde nacht, verscheen hem Maria Magdalena en zei dat hij niet bang moest zijn maar het werk moest afmaken waar hij voor was gekomen. De monnik trok huiswaarts, maar één mijl voordat hij de abdij had bereikt, leken de relieken zo zwaar te worden dat hij ze niet langer kon dragen. Toen kwamen de abt van de abdij en de monniken en zij droegen met hun allen de relieken van St. Maria Magdalena met het grootst mogelijk eerbetoon in plechtige processie naar hun domicilie."

Volgens de Legenda, ging de verering van de Heilige Maria Magdalena in de Franse abdij te Vézelay gepaard met vele wonderen. Men zegt dat zij een dode ridder ten leven heeft gewekt , de zeelieden heeft geholpen, het gezicht teruggegeven aan een blinde pelgrim die vóór de kerk van Vézelay om haar hup had gesmeekt. Men zegt dat zij een gevangene heeft verlost van zijn ketenen en aan een zondige priester het weg naar de deugd gewezen. Geen wonder dan dat een Heilige die zo algemeen vereerd werd de patrones werd van vele mensen en plaatsen. De steden van Frankrijk in het bijzonder, zoals Autun, Marseille en Vézelay beschouwden haar als hun patroonheilige. In feite eert de hele Provence haar als zodanig. Zij is ook de patrones van de kappers, de tuinlieden, de wijnboeren, de zagers en de wevers. Moeders bidden tot haar voor hun kinderen die moeilijkheden hebben bij het leren lopen. Maar boven alles dient zij natuurlijk als het grote voorbeeld voor alle zondaren die verlangen naar bekering.

vertaling uit het Engels door Theresia Saers

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Jezus’ houding tegenover vrouwen

Jezus’ houding tegenover vrouwen

Jezus’ houding tegenover vrouwen

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Als we willen nagaan hoe Christus dacht over de positie van de vrouw, dan moeten we duidelijk twee gebieden onderscheiden:

  • zijn directe beslissingen, bijvoorbeeld toen hij alleen maar mannen tot leden van zijn college van apostelen koos.
  • het grondprinciep van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen als deelnemers aan zijn nieuwtestamentisch priesterschap.

De directe beslissing om alleen maar mannen als apostelen te kiezen was ingegeven door de sociale dominantie van de mannen. Jezus heeft de volledige emancipatie van vrouwen aan de latere kerk overgelaten, net zoals hij de afschaffing van de slavernij, het onderscheid in wijdingsrangen, de details betreffende de sacramenten, enzovoort, aan de latere kerk overgelaten heeft.

Christus heeft echter het princiep van fundamentele gelijkwaardigheid in zijn priesterschap duidelijk vastgelegd waardoor vrouwen bevoegd zijn om deel te hebben aan het eucharistisch ambt.:

John Wijngaards

Vertaling: Theo van Schaick fic

Vermeld a.u.b. dat dit document ontleend is aan www.womenpriests.org!


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Das Weltleben und die Bekehrung der Maria Magdalena im deutschen religiösen Drama und in der bildenden Kunst des Mittelalters

Das Weltleben und die Bekehrung der Maria Magdalena im deutschen religiösen Drama und in der bildenden Kunst des Mittelalters

Das Weltleben und die Bekehrung der Maria Magdalena im deutschen religiösen Drama und in der bildenden Kunst des Mittelalters

Gonny van den Wildenberg-de Kroon, pp. 129 - 133

SAMENVATTING

De verhouding tussen het religieuze drama van de middeleeuwen en de beeldende kunst heeft al meer dan honderd jaar de belangstelling van de wetenschap. De vraag die hierbij steeds centraal heeft gestaan, is, waar de verklaring ligt voor de overeenkomsten tussen de scènes in het drama en de beeldende kunst. Velen, onder wie vooral de franse kunsthistorikus Emile Male wiens invloed zich decennia lang heeft doen gelden, zoeken het antwoord in de belangrijke rol van de mysteriespelen die met hun uitbeelding van het gegeven, met hun kleding, coulissen en rekwisieten een belangrijke stempel op de beeldende kunst gedrukt hebben. Een modernere stroming komt echter tot de conclusie dat, wanneer er al sprake van beïnvloeding is, deze veel vaker door de oude traditie van de beeldende kunst op het drama uitgeoefend is dan omgekeerd. Weer anderen zien in het passionsgeschichtliche Gemeingut de gemeenschappelijke bron voor kunst en drama. Bij bijna al deze onderzoekingen is men van geselekteerd materiaal dat in de beeldende kunst en het drama overeenkomsten vertoont, uitgegaan, wat begrijpelijk is, omdat men meestal aan de hand van overeenkomende scènes de invloed van het spel op de beeldende kunst of omgekeerd wilde bewijzen.

Ook dit onderzoek richt zich op dit probleem van de overeenkomsten. Het blijkt echter dat men te snel de scènes in drama en beeldende kunst als identiek accepteert. Een vergelijking van de Maria Magdalenahandeling in het middeleeuwse duitse drama met produkten van de beeldende kunst leert ons dat, hoewel de handeling zowel in het drama als in de beeldende kunst voorkomt, de realisering zo verschillend is, dat de vraag gerechtvaardigd is of er van invloed van het drama op de beeldende kunst of omgekeerd eigenlijk wel sprake kan zijn. Deze twijfel aan de invloedthese wordt vergroot door het onderzoek van de zalving van Christus door Maria Magdalena in het drama en in de ikonografie: drama en beeldende kunst blijken eigen zalvingstradities te hebben (Ein-leitung, 3).

In hoofdstuk I wordt een overzicht gegeven hoe het wereldse leven en de bekering van Maria Magdalena in het drama gestalte krijgen. Daarbij wordt onderscheiden in twee groepen waarvan in de ene het wereldse leven niet uitgebeeld wordt maar verbaal in het bekeringsproces verweven is en in de andere een uitvoerige wereldse handeling voor het begin van de pogingen tot bekering vertoond wordt.

Hoofdstuk II geeft na een kleine uiteenzetting over de rol van Maria Magdalena in de beeldende kunst in het algemeen, een soortgelijk overzicht over de bij het onderzoek gebruikte afbeeldingen die naar thema gerangschikt beschreven worden. Daarna worden vanaf hoofdstuk III beide kunstrichtingen op elkaar betrokken waarbij om te beginnen de in het drama en de beeldende kunst voorkomende personen en groeperingen van personen vergeleken worden. Uit het onderzoek blijkt dat tussen de spelen onderling vaak zo'n groot verschil in aantal en soort van de bij het wereldse leven en de bekering betrokken personen bestaat dat van vaste kombinatie-schema's geen sprake is. De beeldende kunst is in hoofdlijnen meer geschematiseerd maar de details zijn vaak verschillend. Volledige overeenkomst tussen personen en groeperingen van personen bestaat tussen drama en beeldende kunst niet. Vervolgens worden in hoofdstuk IV alle personen afzonderlijk onder de loep genomen. Weer blijkt het aantal afwijkingen respectabel te zijn. Deze verschillen tussen drama en beeldende kunst verlangen verschillende interpretaties. Voor de minnaars van Maria Magdalena en haar vrienden en knechten geldt dat door het ontoereikende feitenmateriaal aan de kant van het drama moeilijk een nauwkeurige vergelijking tussen spel en beeldende kunst te trekken is. De muzikant treft men weliswaar in beide kunstrichtingen aan maar hij vormt slechts een zo klein gedeelte van de dansscène die verder in drama en beeldende kunst zo veel verschillen vertoont, dat het onwaarschijnlijk is dat juist dit kleine fragment van de muzikant wel uit beinvloeding verklaard zou moeten worden. De nar komt alleen op afbeeldingen voor en dient daar om de beschouwer op het zondige, dwaze gedrag van Maria Magdalena attent te maken en hem ervoor te waarschuwen. In het drama komt hij niet voor. Bij de duivel, die in het spel een belangrijke rol vervult, op de afbeeldingen echter niet voorkomt en bij Maria Magdalena zelf die in het drama tijdens het wereldse leven vaak als hoertje wordt afgeschilderd, in de beeldende kunst daarentegen als adellijke dame wordt weergegeven, is de afwijking door het verschil in karakter en daarmee samenhangend in mogelijkheden tot expressie van beeldende kunst en drama te verklaren. Door de dynamische aard van het drama waarbij in opeenvolgende handelingen een proces stapje voor stapje ontwikkeld en aan de toeschouwer getoond wordt, is het gevaar van misverstaan van een situatie veel geringer dan in de beeldende kunst ,die door haar statische aard op een momentopname van een gebeuren aangewezen is. Weliswaar beschikt de middeleeuwse beeldende kunst in de simultane wijze van weergeven over de mogelijkheid een ontwikkeling te tonen, maar die wordt bij ons onderwerp niet toegepast en zou ook in duidelijkheid nooit met de levensechtheid van het drama kunnen wedijveren. Maria Magdalena, alleen met de duivel afgebeeld, zou niet als heilige maar bijvoorbeeld als door de duivel bezetene begrepen zijn. Bij het drama bestaat dit gevaar niet omdat de scènes die volgen, waarin Maria Magdalena berouw over haar zondige daden toont en zich bekeert, de toeschouwer nauwkeurige duidelijkheid van zaken geven. Voor de persoon van Maria Magdalena geldt hetzelfde. Wanneer zij in de beeldende kunst alleen als lichte vrouw zou zijn afgebeeld, zou dit bij de beschouwer verwarring stichten en aan haar heiligheid afbreuk doen. In het spel gebeurt dit door de corrigerende invloed van de volgende scènes niet.

Hoofdstuk V bespreekt de wereldse attributen en handelingen in drama en kunst. Spiegel en krans komen enkele malen in verschillende betekenis in het spel voor, in de beeldende kunst daarentegen maar op één afbeelding, die niets met het drama te maken heeft. De afwezigheid van een zingende Magdalena in de beeldende kunst vindt weer zijn verklaring in het karakterverschil tussen spel en beeld. Een afbeelding van een zingende Maria Magdalena zou te weinig betekenis hebben om op de beschouwer het bedoelde wereldse gedrag over te brengen. De scène waarin Maria Magdalena met haar gezelschap uitrijdt om te gaan jagen komt alleen in de beeldende kunst voor. Een bevredigende verklaring voor het ontbreken van deze scène in het drama is niet te vinden. Daar tegenover kent het drama als wereldse bezigheden van Maria Magdalena zowel het balspel als het schaakspel. De beeldende kunst heeft alleen het balspel en dat nog maar op één afbeelding die niet met de dramascènes correspondeert. Over de dans valt op te merken dat hoewel beide kunstgenres hem als algemene uitdrukking van wereldse vreugde gekend hebben, ze hem heel verschillend met hun eigen mogelijkheden met Maria Magdalena in verband hebben gebracht en op eigen wijze hebben uitgebeeld. Tenslotte komt in hoofdstuk VI de bekering aan de orde waarbij van de vier verschillende in het drama voorkomende bekeringsscènes door het karak-terverschil tussen drama en beeldende kunst alleen de bekering door het preken van Jezus in beeld gebracht wordt. Het onderzoek leidt tot de conclusie dat hoewel vele scènes en details zowel in het drama als in de beeldende kunst voorkomen, er zo veel afwijkingen aan te wijzen zijn dat men voor drama en beeldende kunst een eigen traditie en een eigen manier van uitbeelden moet aannemen.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Maria Magdalena, De mythe voorbij

Maria Magdalena, De mythe voorbij

Maria Magdalena,De mythe voorbij.

Op zoek naar wie zij werkelijk is.

Meinema, Zoetermeer 1996

Samenvatting door Theresia Saers

Lees ook: recensie & hoofdstuk drie!

In haar Woord Vooraf geeft de Boer haar opzet aan met het schrijven van dit boek: het gangbare beeld van Maria Magdalena herzien in het licht van wat de eerste vier eeuwen over deze Bijbelse figuur prijsgeven.

Hoofdstuk Een: het gangbare beeld.

Een vrouw die oproept tot bekering en die een voorbeeld is van overgave en toewijding. Met een groot aantal noten legt de Boer haar bevindingen open na de vele Magdalena studies die zij geraadpleegd heeft. In dit hoofdstuk komen allerlei interessante observaties voor. Zo heeft zowel Catharina van Siëna als Margery Kempe zich schatplichtig verklaard aan Maria Magdalena. Luise Rinser tekent Magdalena als een kritische vrouw die Jezus als gids ervaart in haar levenslange zoektocht naar de zin van haar bestaan. Nikos Kazantzakis daarentegen ziet Maria Magdalena als iemand waardoor Jezus in verleiding zou kunnen komen en zijn dienstwerk opgeven.

We lezen over de aloude zorgpogingen in Engeland voor ‘gevallen vrouwen’, over de stichting Magdala in Hoorn, over The Magdalene Centre in Seoul en tenslotte over ‘Die Gruppe von Maria von Magdala in Duitsland.

Hoe het Vaticaan het beeld van Magdalena herzag en wijzigingen aanbracht in de liturgie van haar feestdag. Hoe er al in 1517 een grote scheur kwam in het alom aanvaarde beeld van Maria van Magdala die dezelfde zou zijn als Maria van Bethanië. Hoe de Oosterse kerk vasthield aan laatstgenoemde opvatting en heel belangrijk, hoe Gregorius van Antiochië in de zesde eeuw in een van zijn preken Christus een ongelooflijk bemoedigende opmerking over de rol van vrouwen in de mond legt, wanneer Hij de vrouwen bij het graf toespreekt.

Hoofdstuk Twee.

In dit hoofdstuk beziet de Boer de oudste geschriften die Maria Magdalena noemen, namelijk de vier evangeliën. Ze behandelt de zin van haar naam, het feit dat vrouwen ware discipelen zijn van Christus, de gebeurtenissen die plaats vonden rond kruis, graf en opstanding.

Schrijfster stelt vast dat de evangeliën wel erg weinig bijzonderheden geven over een vrouw die ogenschijnlijk zulk een belangrijke rol speelde ten tijde van het optreden van Jezus en wat geleerden daarover gedacht hebben. Ze gaat in op de naam Magdala, die aan deze Maria is gaan vastkleven en op het karakter van die stad,. Ze behandelt de feiten die bekend zijn uit de geschiedenis, een roerige tijd, die ook tot de achtergrond van Maria Magdalena behoort.

Uitgebreid wordt ingegaan op de visie van Jezus op de vrouw, in zoverre die valt te distilleren uit de evangeliën. Vanuit ieder van die vier afzonderlijk beschouwt de Boer het discipelschap van Maria Magdalena. Haar conclusie:

‘ Matthéus tekent Maria Magdalena als discipel en als apostel voor de apostelen. Lucas maakt duidelijk dat zij en de andere vrouwen weliswaar discipelen zijn, maar dat zij niet als de twaalf mannelijke discipelen ook geroepen worden tot het apostelschap. Johannes schildert Maria Magdalena uitdrukkelijk wél als discipel en apostel. Marcus roept zijn lézers op om niet alleen discipel, maar ook apostel te worden, mannen zowel als vrouwen, naar het voorbeeld van Petrus en Maria Magdalena.

Bij Marcus, Matthéus en Lucas gaat het bij de opstanding om woorden die de discipelen als groep al voor Jezus’ dood bekend waren. Bij Johannes gaat het om een nieuw getuigenis dat Maria Magdalena aléén èn van de Opgestane te horen krijgt.

Opvallend is verder dat Johannes veel meer gewicht aan Maria Magdalena toekent dan Lucas en dat daarmee tegelijkertijd de positie van Petrus verandert.’

Hoofdstuk Drie

In dit hoofdstuk komen kerkvaders aan het woord vanaf Irenaeus tot en met Augustinus. Maria Magdalena wordt door hen genoemd als apostel en discipel, maar ze mag die rol alleen vervullen als helpster. Soms wordt gemeld dat ze leerlingen had, maar ook daar is er sprake van beperkingen die in die rol aan haar worden opgelegd. Vervolgens gaat schrijfster uitvoerig in op de vele teksten die in de Egyptische woestijn zijn gevonden. Ook hier zijn weer een lange lijst van verwijzingen gemeld.

Lees de volledige tekst van hoofdstuk drie!

Hoofdstuk Vier

Hier komen we dan aan belangrijke nieuwe inzichten. Het Evangelie naar Maria wordt onder de loupe genomen. De lotgevallen van de tekst nadat die in 1896 door een zekere Reinhardt in een winkeltje is aangetroffen. Geleerden die de tekst hebben bewerkt en geïnterpreteerd, Schmidt. Till, Pasquier en Luttikhuizen. En uiteraard de inhoud van de tekst.

Tien van de negentien bladzijden ontbreken. Ook de naam Magdalena. Door vergelijking met andere teksten van dezelfde soort kan men echter wel concluderen dat het hier om Maria Magdalena gaat.

De Boer neemt een vertaling op van de gehele Koptische tekst. Vervolgens spreekt zij over enkele passages die haar bijzonder aanspreken en over de manier waarop drie voorgangers van haar, Till , Pasquier en Tardieu de teksten hebben verklaard, steeds met in het achterhoofd het verband met de gnostiek.

De Boer echter besluit de tekst, zoals zij het noemt, de ruimte te geven en op zichzelf verklaard te worden uit eigen innerlijke samenhang. Na diepgaande beschouwing komt zij tot de conclusie dat dit Evangelie naar Maria de kiem heeft gelegd voor de belangrijke plaats die de gnostiek in allerlei geschriften toekent aan Maria Magdalena, dat het dus niet andersom was, als zou de gnostiek zulk een eerbied voor haar hebben gehad dat zij een gnostisch evangelie over haar geschreven hebben. Bijzondere aandacht krijgt in dit hoofdstuk de onderlinge verhouding van Petrus en Maria Magdalena. Aan het eind merkt zij nog op:

‘ Petrus kwam uit een eenvoudig Joods dorp, Maria Magdalena uit een Joods-Hellenistische handelsstad. Dat betekent dat Petrus zeer waarschijnlijk nauwelijks vertrouwd was met de bewegingsvrijheid van vrouwen die Maria eigen was geworden.’

Hoofdstuk Vijf

In dit korte slothoofdstuk zien we een nieuw fris beeld getekend. Een krachtige persoonlijkheid, wier inzichten gerijpt zijn door het contact met de Helleense wereld en door de roerige tijden waarin ze opgroeide. Ze is geïmponeerd door het geweldloze Koninkrijk van God dat Jezus preekte, zijn helende invloed, zijn spiritualiteit.

Uit het Evangelie naar Maria concludeert schrijfster dat Maria leerlingen moet hebben gemaakt, die met de inspiratie die zij verschafte hun voordeel hebben gedaan.

Tenslotte, de Boer’s speurtocht heeft ook aangetoond dat er meer discipelen waren dan het twaalftal, en dat er ook vrouwelijke discipelen toe behoorden. Eveneens dat er meer authentieke bronnen van kennis over Jezus zijn dan de vier erkende evangeliën. Dat er nog meer is in de traditie dan de evangeliën en de kerkvaders en dat per slot van rekening Maria Magdalena niet de sympathieke boetelinge is, maar een bron van inspiratie. Zij was een Mens.

Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

Van hoer tot heilige

Onderzoek naar de overlevering en het publiek van de Middelnederlandse legende

"Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe".

Doctoraalscriptie Nederlandse Taal- en Letterkunde van Petra Nijsse. 1992.

Voorwoord door Theresia Saers

De late Middeleeuwers ontleenden hun beeld van Maria Magdalena voor een groot deel aan de Legenda Aurea, de Gulden Legende, ook wel genoemd Passionaal van Jacopi di Voragine uit de 13de Eeuw. Het betreft een verzameling heiligenlevens voor de godvruchtige lezer, ingedeeld in een winterstuk en een zomerstuk. Wat Maria Magdalena betreft, grijpt de Dominicaanse auteur terug op het beeld dat vooral dankzij Paus Gregorius de Grote in de 6de Eeuw ontstaan was, een beeld van een bekeerde zondares. Anderen na hem sponnen dit gegeven breed uit en zo kwam het leven van Maria Magdalena met heel veel details terug in de Legenda Aurea.

Deze legende was uitermate populair: er zijn nog ongeveer 6oo Latijnse manuscripten van in omloop. De boekdrukkunst was nog nauwelijks uitgevonden of er werden vele exemplaren gedrukt. Van die heel vroeg gedrukte boekwerken zijn er nog 90 in omloop.

Wat de Legende ‘Van Sunte Maria Magdalena bekeringhe’ betreft, deze komt voort uit de kring van kloostervrouwen. Begin 15de Eeuw worden er vele vrouwenkloosters gesticht, zo o.a. te Arnhem, Amsterdam, Delft en Maaseik. Ze zijn sterk beïnvloed door de Moderne Devotie, een soort verinnerlijkte godsvrucht, die inspiratie kon vinden bij het verhaal van de bekering van Maria Magdalena. In eerste instantie geschreven door ijverige kloostervrouwen, werd het al snel door andere kloosterzusters overgeschreven. In dit ‘handwerk’ ontstonden de varianten die Petra Teunissen-Nijsse –toentertijd nog ongehuwd-, heeft vergeleken en van commentaar voorzien. Een waardevolle aanvulling van wat we weten over de verering van Maria Magdalena in de Traditie.

De doctoraalscriptie is niet in druk verschenen. Women Priests Organisation is bijzonder blij dat zij deze studie in haar eigen Katholieke Internetbibliotheek beschikbaar kan stellen aan een groter publiek. Met dank aan Petra-Teunissen-Nijsse.

Voor mensen die na het lezen van Van hoer tot heilige nog rondlopen met vragen: zij kunnen terecht bij Petra Teunissen zelf. E-mailadres: teunissen@daxis.nl.

Inhoud van dit boek Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research

De hogepriesters

De hogepriesters

De hogepriesters

Hoofdstuk Tweeentwintig

Van: Een albasten kruik. Over de rol en betekenis van Maria van Magdala door Theresia Saers eerst gepubliceerd door Syntax Publishers in 1998. Hier met verlof van de schrijfster en uitgever gepubliceerd in een bewerkte versie (2001)

Er volgt voor Jezus, en dus ook voor zijn meest toegewijde leerling Maria, een etmaal vol verschrikkingen. Hij die arme en eenvoudige mensen, goede en slechte, hoe zondig ook, met het grootste respect tegemoet trad, wordt als een voorwerp van spot, als een stuk vuil, langs de groten van het Jeruzalemse wereldje gesleept.

Naar Annas, de oud-hogepriester, die nog steeds een dikke vinger in de pap heeft als het over kwesties van rabbinaat gaat. Hij heeft de Hoge Raad geadviseerd dat het de beste oplossing is als deze Jezus uit de weg wordt geruimd. Een van de leerlingen probeert Petrus toegang te verschaffen tot het paleis, omdat petrus wilde zien wat er ging gebeuren met zijn Meester.

Maria moet geschokt geweest zijn door de gebeurtenissen. Ze herinnert zich het woord van Jezus, ‘War ik ben, daar moet ook mijn dienaar zijn. ´ Hoe kan ze dit nu waar maken? Ze kan niet anders doen dan lijflijk in de buurt blijven. Ook de andere vrouwen zijn machteloos. Het was evengoed ook hun verlangen voor hem te mogen zorgen en hem te helpen bij zijn dienstwerk. Zij zochten een kans om hem minstens te kunnen troosten. Maar wat kunnen ze doen? En de mannen zijn er niet om hen te adviseren over mogelijke hulp.

Jezus antwoordt ondertussen heel beheerst op alle vragen die Annas hem stelt. ‘Ik heb altijd in het openbaar gesproken, waarom vraagt u dus diegenen niet die onder mijn gehoor waren?’ Hij weet heel goed dat dit een schijnproces is. Dat beseffen de soldaten trouwens ook en ze tonen het door geweld te gebruiken tegen Jezus. Door diens zachtmoedige antwoorden voelt Annas zich echter de wapens uit de hand geslagen. Ten einde raad zendt hij zijn gevangene naar schoonzoon Kaiphas, hogepriester van het jaar, die Jezus al zonder vorm van proces ter dood veroordeeld heeft.

Kaiphas, die eerder beseft dat hij in een discussie net als de Sadduceeën en Farizeeën vóór hem het onderspit zal delven, besluit Jezus door te sturen naar Pilatus, de man die Judea bestuurt namens de Romeinse keizer. Jezus moet daarom de rest van de nacht doorbrengen in de kazerne, waar de soldaten hem kunnen bewaken. Zij weten precies hoe de autoriteiten over hun gevangene denken. Ze gaan dus hun gang met hem. Die man was immers vogelvrij verklaard?

Je mag hem spuwen.
Je mag hem in elkaar slaan.
Je mag hem blinddoeken en voor de gek houden.
Je doet maar; deze mens is immers vogelvrij verklaard.

Waarom speel je geen koninkje met hem? Dat is toch toepasselijk? Zet hem eens een kroon van doorntakken op... ? Zet hem eens een kroon van doorntakken op...

Roep vast valse getuigen op; als we de schijn van recht maar kunnen ophouden voor het volk. Het zal in de geschiedenis nog zo vaak gebeuren met Christenen en andere gewetensgevangenen.

De inwoners van Jeruzalem, zowel degenen die het onderricht van Jezus aanvaarden en degenen die dat niet doen, hebben allen lucht gekregen van wat er staat te gebeuren, precies wat de Hogepriester had willen vermijden.

Pilatus is heel goed op de hoogte van de ware motieven van de Judeeërs om de Geneesheer-Rabbi uit de weg te ruimen. Hij komt naar het voorplein om recht te spreken, waar de Hogepriesters erbij kunnen zijn. Zij willen zich niet verontreinigen door het paleis van de heidense heerser binnen te gaan. De huichelarij!

De vorst vindt geen enkele misdaad in deze zachtmoedige gevangene. Maar de priesters zijn onverbiddelijk.

‘Als deze man onschuldig was, hadden we hem niet voor u gebracht’, roepen ze boos. Pilatus begint een kat-en-muis spelletje.

‘Ik geef u permissie om hem zelf te berechten’, zegt hij poeslief.

Maar zij zeggen tandenknarsend:

‘We hebben de jurisdictie niet. We willen dat hij wordt terechtgesteld. Daarom moesten we hem wel bij u brengen.’

Pilatus besluit de gevangene mee naar binnen te nemen. Hij laat hem naar een zaal in het paleis brengen, waar hij hem opnieuw ondervraagt.

‘Bent u de koning van de Joden?’, vraagt hij. Hij kent de verhalen die in de stad de ronde doen, maar wil het zelf ook eens horen.

‘Mijn rijk is niet van deze wereld’, antwoordt Jezus.

‘Maar het is wel waar dat u koning bent?’

‘U zegt het’, is het rustige antwoord. Pilatus weet niet wat hij ervan moet denken. Hij heeft zo zijn eigen redenen om zijn handen niet vuil te maken aan deze kwestie. Zijn vrouw heeft hem gewaarschuwd zich niet met deze Galileeër te bemoeien. In een droom heeft zegehoord dat hij een van de Rechtvaardigen is. Hoe moet hij trouwens de stad rustig houden in dit feestseizoen, nu er zoveel mensen van buiten komen vanwege het komende Paasfeest? Hij peinst en komt op de volmaakte oplossing. Hij zal de gevangene doorsturen naar Herodes , die jurisdictie heeft over Galilea, en zo de zaak terug verwijzen naar een Joodse autoriteit. Hij is dan wel niet erg bevriend met Herodes, maar wie weet kan dit de verhouding tussen hen verbeteren. Ja, hij schuift de moeilijkheid gewoon door naar Herodes. Prachtig toch?




Inleiding Beeld Meditaties Bibliografie Evangelie-teksten ‘Een Albasten Kruik’ Terug naar ‘home’ pagina


John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research