|
|
|---|
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
Deze Paulinische tekst is een klassieke bron geworden van verward
theologisch denken. Paulus schreef aan de christelijke gemeenschap in Korinte.
Van enkele christenen die hem bezochten in Efese had hij gehoord dat er
onbeheerste taferelen waren geweest van trance en het spreken in tongen tijdens
hun gebedsbijeenkomsten. We kunnen een indruk krijgen van wat er was
voorgevallen uit 1 Korintiërs 14,1-33. Naar het schijnt zouden
enige vrouwen de bekoring gevoeld hebben om, als een uiting van extatische
opwinding hun sluiers af te leggen en hun haar los te schudden.
Wellicht hebben zij gebeden met hoog opgeheven armen en het hoofd in de
nek, zoals de gewoonte was in bepaalde oriëntaalse erediensten.
Meer hierover in: R.E.WITT, Isis in the Greco-Roman
World, Ithaca 1971; vgl. J.Z.SMITH, Native Cults in the Hellenistic
Period, Hellenistic Period, History of Religions 11
(1971/72) blz. 236-249; R. and K.KROEGER, An Inquiry into Evidence of
Maenadism in the Corinthian Congregation, SBL Seminar Papers 14
(1978) vol. 2, blz. 331-346.
Dit moet andere leden van de gemeenschap geschokt hebben. Paulus tobde
erover omdat het de orde en de vrede dreigde te verstoren. Hij besloot dat er
een einde moest komen aan deze praktijk. Een factor die de zaken mogelijk nog
gecompliceerder heeft gemaakt is dat mannen van de christelijke gemeente de
Joodse gewoonte van bidden met een gebedsmantel over het hoofd hadden
opgegeven. Zij baden met onbedekt gelaat om de glorie van Christus
uit te stralen (2 Kor 3,18).
Sommige vrouwen hebben mogelijk gevraagd waarom zij niet hetzelfde
konden doen. Paulus probeerde te verklaren waarom ze dat niet moesten doen.
Meer over 1 Kor 11,2-16 in: J.B.HURLEY, Did Paul
require Veils of the Silence of Women?, Westminster Theological
Journal 35 (1972/73) blz. 190-220; J.MURPHY- OCONNOR,
Sex and Logic in 1 Corinthians 11,2-16, Catholic Biblical
Quarterly 42 (1980) blz. 482-500; St.Paul: Promoter of the Ministry
of Women, Priests People 6 (1992) blz. 307-311; E.SCHÜSSLER
FIORENZA, In Memory of Her, Londen 1983, blz. 227-230.
"Ik verzoek u wel te bedenken dat Christus het hoofd is
van iedere man , maar de man het hoofd van de vrouw , en God het hoofd van
Christus . Een man die onder het bidden of profeteren het hoofd bedekt houdt,
doet zijn hoofd schande aan. Een vrouw daarentegen brengt schande over haar
hoofd wanneer zij blootshoofds bidt of profeteert; ik vind dat even erg als
wanneer haar hoofd kaalgeschoren was. Als een vrouw geen sluier hoeft te
dragen, kan ze net zo goed haar haar laten afknippen. Maar als het voor haar
een schande is om kortgeknipt of kaalgeschoren te zijn, laat haar dan wel een
sluier dragen". (verzen 3-6)
Het ligt verschillend voor mannen en vrouwen, zo redeneert Paulus.
Want een vrouw die het haar los draagt is een schande voor haar man: losse
haren waren het teken van een vrouw die verdacht werd van overspel (Nu
5,18).
En, met een duidelijke verwijzing naar oriëntaalse
godsdiensten, waar aanhangsters kaalgeschoren worden, zegt Paulus: Als je
die na wilt doen, waarom dan niet al je haar afgeschoren?
"Een man hoeft zijn hoofd niet te bedekken, want hij is
het beeld van Gods glorie, maar de vrouw is de glorie van haar man. (vers 7)
De man komt niet voort uit de vrouw, maar de vrouw uit de man;ook is de
man niet geschapen omwille van de vrouw maar de vrouw omwille van de man."
(verzen 8-9)
Om zijn argument nog meer kracht bij te zetten brengt Paulus een
populair Joods argument te berde dat gebaseerd is op het tweede
scheppingsverhaal (Gen 2,5-25). Hoewel het verhaal de gelijkheid van man en
vrouw wil leren, gebruikten de Joodse commentatoren het als een bewijs voor de
afhankelijkheid van de vrouw: ze is uit de man en omwille van de man. Paulus
rationaliseert hier.
"Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd
dragen, omwille van de engelen"(vers 10).
De betekenis is duister. De geleerden vertalen gezag
met een teken dat ze onder gezag staat (=een sluier). Het is ook
mogelijk dat Paulus stelt dat een vrouw haar hoofd dient te beheersen, met het
haar opgestoken en bedekt (vgl. de haarspeld rechts). Dit was een teken van
respect en goede manieren.
Het aldus beschermen van haar hoofd (en indirect
van haar man) is des te meer noodzakelijk wanneer ze spreekt in de tongen
der engelen.
Meer hierover in: J.A.FITZMYER, A Feature of
Qumran Angelology and the Angels of 1Cor 11:10, New Testament
Studies 4 (1957/58) blz. 48-58; M.D.HOOKER, Authority on her Head: an
Examination of 1Cor xi.10, New Testament Studies 10
(1964/65) blz. 410-416; A.FEUILLET, Le signe de puissance sur la
tête de la femme (1Cor ix.10), Nouvelle Revue
Théologique, 55 (1973) blz. 945-954.
"Overigens kan in de Heer de vrouw niet buiten de man, en
de man niet buiten de vrouw: zoals de vrouw uit de man voortkomt, zo is de man
er door de vrouw, en alles is uit God." (verzen 11-12)
Noot: (Vertaler: De
Nederlandse vertaling volgt hier, evenals op de hele website, de
Willibrordvertaling van 1995. De Engelse tekst luidt:
de vrouw is niet
verschillend van de man
en vervolgt:) Verschillend van is een
betere vertaling van het Griekse chôris dan onafhankelijk
van; vgl. J.KÜRZINGER, Frau und Mann nach 1 Kor 11.11v,
Biblische Zeitschrift 22 (1978) blz. 270-275.
Omdat hij een gegronde reden heeft om te vrezen dat zijn argument
verkeerd kan worden begrepen, bevestigt hij nogmaals de basisgelijkheid van
vrouwen. Allen zijn zij gelijk in Christus.
Bovendien kan men het argument
omdraaien: iedere man is uit een vrouw geboren! Paulus erkent dat zijn
voorafgaande redenering niet vlekkeloos is.
"Zeg nu zelf : is het passend dat een vrouw met onbedekt
hoofd tot God bidt? Leert de natuur zelf niet dat het voor een man een schande
is het haar lang te dragen, terwijl het voor de vrouw juist een sieraad is?
Want het haar is de vrouw gegeven bij wijze van sluier." (verzen
13-15)
Nu doet Paulus een beroep op het gezond verstand van de mensen.
Lang en verzorgd haar maakt een vrouw waardig en aantrekkelijk. Hoort ze niet
aldus tot God te bidden? Maar Paulus beseft dat ook dit argument zwak is, omdat
het bepaald is door gebruik en cultuur.
"En als iemand meent dit te moeten betwisten: wij kennen
zon gewoonte niet, en de gemeenten van God evenmin." (vers 16)
Paulus geeft toe dat zijn betoog open is voor verdere discussie. Hij
eindigt gewoon door duidelijk te maken wie de baas is. De praktijk zal niet
worden getolereerd, omdat zij wanorde schept. God is geen God van wanorde
maar van vrede (1 Kor 14,33).
Als wij deze passage ontleden, bemerken we dat Paulus in feite pleit
voor orde en vrede in de gemeenschap. Om die reden wil hij niet dat vrouwen
bidden met loshangend lang haar. Maar het is niet juist uit deze tekst af te
leiden dat Paulus een wet afkondigde waardoor de vrouwen van alle tijden en in
alle culturen vereist worden in de kerk een sluier te dragen.
Evenmin is het juist te denken dat Paulus in zijn betoog een leer
afkondigde over de onderwerping van de vrouw aan de man. Hij verklaarde
eenvoudig zijn standpunt, zoals iedere pastor die ergens bezorgd om is zou
doen, hij gaf een dringend verzoek en was hardop aan het denken,
wel beseffend dat er zwakke plekken in zijn woorden zaten. Dergelijke
rationaliseringen leerstellig belang toekennen
is onjuist en oneerlijk.
We zijn geneigd te vergeten dat Paulus een mens was als ieder van ons.
Wanneer wij mensen proberen te overreden een bepaalde handelwijze te volgen,
dragen we allerlei redenen en motieven aan, sommige beter, sommige minder goed.
We zijn ons bewust van het feit dat dergelijke redeneringen slechts dienen ter
ondersteuning van een standpunt dat we proberen in te nemen. Ze mogen niet uit
de context worden gehaald en gemaakt tot plechtige uitspraken die op zichzelf
staan.
Vergelijk ook de interpretatie van de Genesisverhalen en van het
gebruik van die teksten en de begeleidende rabbinale tradities in het Nieuwe
Testament. door Cora E. Cypser, The
Perennial Problem of Sin.
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |