OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Wist Jezus alles?

Wist Jezus alles?

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Een meditatie over de ware betekenis van incarnatie

Enige tijd geleden werd mij op een bezinningdag voor jongeren gevraagd hoeveel talen Jezus sprak. "Zijn eigen taal was Aramees", zei ik, "en verder kende hij waarschijnlijk een beetje Grieks, zoals de meeste Joden in die tijd. Maar Engels zou hij beslist niet verstaan."

Julian, een geweldige knaap uit Goa, was zichtbaar onthutst. "Jezus was God", protesteerde hij. "Hij was alwetend. Hij wist alles. Hij moet Engels gekend hebben. Echt, het moet hem waarschijnlijk nauwelijks vijf minuten gekost hebben om het kruiswoordraadsel in de Times op te lossen. Het lag allemaal opgeslagen in zijn geest!"

Julian is wellicht niet de enige onder ons die nooit heeft beseft wat incarnatie, het feit dat God mens wordt, werkelijk inhoudt. Ja, we geloven wel dat Jezus waarlijk God was en waarlijk mens. Wat we niet beseffen is dat menswording werkelijk betekende een mens worden. Het menselijke ontkennen is net zo onjuist als het ontkennen van de goddelijke werkelijkheid.

Na enige aandrang van mijn kant gaf Julian schoorvoetend toe dat Jezus net als ieder ander zijn voeten moest gebruiken om van de ene plek naar de andere te komen. Dat hij in feite niet de snelste renner van zijn tijd was. Dat hij moe kon zijn en honger kon hebben, en van tijd tot tijd rust nodig had (Joh 4,6). Het was nooit bij Julian opgekomen dat dezelfde menselijke beperkingen golden voor Jezus’ geest. Dat Jezus, net als zijn tijdgenoten, zich niet zou kunnen voorstellen hoe een elektrische trein er uit zag, of een auto, of een vliegtuig. Dat hij bij kon leren (Lc 2,52) en verbaasd kon zijn (Mt 8,10).

De eerste christenen kenden óók de schok die dit besef ons kan geven. Voor hen was dit het Nazaret schandaal. Nazaret was per slot van rekening een alleronschuldigst gehucht, een klein dorp met hoogstens twintig huisjes, zoals we uit de archeologie weten. Geen wonder dat Natanaël uitriep: "Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?" (Joh 1,46)

Bovendien was Jezus er de timmerman, wat, juist vertaald, waarschijnlijk betekent het plaatselijke manusje-van-alles (Mc 6,3). Hij repareerde ploegen en lekkende daken, plaatste nieuwe deurposten, bouwde stenen muurtjes en werkte in de oogsttijd als boerenknecht. Als mens was hij in alle opzichten net als ieder ander – precies wat hij wilde zijn. Hij noemde zichzelf de ‘mensenzoon’, wat een Aramese uitdrukking is voor ‘de doorsnee mens’.

Denk je eens in dat je zelf een schriftgeleerde was uit de tijd van Jezus. Je zou hoogstwaarschijnlijk op hem neergezien hebben als op een ongeschoolde boerenjongen.

Ja, hij had zich net als de meeste jongens in godsdienstige gezinnen het Hebreeuwse alfabet eigen gemaakt, zodat hij de Schrift kon lezen als het zijn beurt was (Lc 4,16). Maar hij had een lelijk Galilees accent (Joh 7,52) en soms kon hij echt op zijn Galilees uitvallen (Mc 3,5; Mt 21,12-13; Mc 11, 12-14).

Hij kon zelfs een domme fout maken, zoals met zijn opmerking dat David van de offerbroden at onder de hogepriester Abjatar (Mc 2,26), terwijl we in het Boek Samuel lezen dat in die tijd Abimelech de hogepriester was (1 Sa 21, 1-6). Abjatar werd pas later hogepriester.(1 Sa 22, 20-30).

Aangezien Jezus geen eigen bijbelexemplaar had om te raadplegen, moest hij de teksten van buiten kennen, door wat hij had opgestoken van de lezingen op sabbat. Het verwarren van de namen Abimelech en Abjatar is het soort geheugenfoutje dat elk van ons had kunnen maken. Het veranderde niets aan wat Jezus wilde zeggen. Het was gewoon iets menselijks.

Natuurlijk was Jezus heel intelligent en ontving hij speciale openbaringen van de Vader (Lc 10,22). Als mens was hij echter niet alwetend. Hij was niet, zoals de ketterse Doceten in de eerste eeuwen leerden, een goddelijke geest die de menselijke natuur gebruikte als masker. Nee, om werkelijk mens te worden, moest Gods Zoon ‘zichzelf ontledigen’ (Fil 2,7). Hij moest als het ware zijn goddelijke vermogens, zoals almacht en alwetendheid, opgeven.

Waarom zou God zoiets doen? Het antwoord is overweldigend. Zoals het Credo zegt, hij deed het "voor ons, mensen, en omwille van ons heil". Niet voor Gods eigen eer, ook niet omdat het moest, maar enkel en alleen voor ons, omdat hij ons liefhad en ons van binnenuit wilde helen als een lid van het mensenras, als een van ons.

Natuurlijk is Jezus God en wanneer wij nu tot hem bidden als de verrezen Jezus kunnen we met hem spreken in iedere taal, ook in het Engels. Maar geeft het ons, wanneer wij ons tot hem richten, niet méér vertrouwen te weten dat hij onze zwakheid uit eigen ervaring kent? Ons zoeken, onze verwarring, onze angstkreet?

"Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde." (Heb 4,15)

Uit ‘Did Jesus Know Everything?’ door John Wijngaards in Mission Today, 19 maart 1999.

Vertaling: Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

 

 


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research