|
|
|---|
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
Een meditatie over de ware betekenis van incarnatie
Enige tijd geleden werd mij op een bezinningdag voor jongeren gevraagd
hoeveel talen Jezus sprak. "Zijn eigen taal was Aramees", zei ik, "en verder
kende hij waarschijnlijk een beetje Grieks, zoals de meeste Joden in die tijd.
Maar Engels zou hij beslist niet verstaan."
Julian, een geweldige knaap uit Goa, was zichtbaar onthutst. "Jezus was
God", protesteerde hij. "Hij was alwetend. Hij wist alles. Hij moet
Engels gekend hebben. Echt, het moet hem waarschijnlijk nauwelijks vijf minuten
gekost hebben om het kruiswoordraadsel in de Times op te lossen. Het lag
allemaal opgeslagen in zijn geest!"
Julian is wellicht niet de enige onder ons die nooit heeft beseft wat
incarnatie, het feit dat God mens wordt, werkelijk inhoudt. Ja, we
geloven wel dat Jezus waarlijk God was en waarlijk mens. Wat we niet beseffen
is dat menswording werkelijk betekende een mens worden. Het menselijke
ontkennen is net zo onjuist als het ontkennen van de goddelijke
werkelijkheid.
Na enige aandrang van mijn kant gaf Julian schoorvoetend toe dat Jezus
net als ieder ander zijn voeten moest gebruiken om van de ene plek naar de
andere te komen. Dat hij in feite niet de snelste renner van zijn tijd was. Dat
hij moe kon zijn en honger kon hebben, en van tijd tot tijd rust nodig had
(Joh 4,6). Het was nooit bij Julian opgekomen dat dezelfde menselijke
beperkingen golden voor Jezus geest. Dat Jezus, net als zijn tijdgenoten,
zich niet zou kunnen voorstellen hoe een elektrische trein er uit zag, of een
auto, of een vliegtuig. Dat hij bij kon leren (Lc 2,52) en verbaasd kon
zijn (Mt 8,10).
De eerste christenen kenden óók de schok die dit besef ons
kan geven. Voor hen was dit het Nazaret schandaal. Nazaret was per slot van
rekening een alleronschuldigst gehucht, een klein dorp met hoogstens twintig
huisjes, zoals we uit de archeologie weten. Geen wonder dat Natanaël
uitriep: "Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?" (Joh 1,46)
Bovendien was Jezus er de timmerman, wat, juist vertaald, waarschijnlijk
betekent het plaatselijke manusje-van-alles (Mc 6,3). Hij repareerde
ploegen en lekkende daken, plaatste nieuwe deurposten, bouwde stenen muurtjes
en werkte in de oogsttijd als boerenknecht. Als mens was hij in alle opzichten
net als ieder ander precies wat hij wilde zijn. Hij noemde zichzelf de
mensenzoon, wat een Aramese uitdrukking is voor de doorsnee
mens.
Denk je eens in dat je zelf een schriftgeleerde was uit de tijd van
Jezus. Je zou hoogstwaarschijnlijk op hem neergezien hebben als op een
ongeschoolde boerenjongen.
Ja, hij had zich net als de meeste jongens in godsdienstige gezinnen het
Hebreeuwse alfabet eigen gemaakt, zodat hij de Schrift kon lezen als het zijn
beurt was (Lc 4,16). Maar hij had een lelijk Galilees accent (Joh
7,52) en soms kon hij echt op zijn Galilees uitvallen (Mc 3,5; Mt
21,12-13; Mc 11, 12-14).
Hij kon zelfs een domme fout maken, zoals met zijn opmerking dat David
van de offerbroden at onder de hogepriester Abjatar (Mc 2,26), terwijl
we in het Boek Samuel lezen dat in die tijd Abimelech de hogepriester was (1
Sa 21, 1-6). Abjatar werd pas later hogepriester.(1 Sa 22,
20-30).
Aangezien Jezus geen eigen bijbelexemplaar had om te raadplegen, moest
hij de teksten van buiten kennen, door wat hij had opgestoken van de lezingen
op sabbat. Het verwarren van de namen Abimelech en Abjatar is het soort
geheugenfoutje dat elk van ons had kunnen maken. Het veranderde niets aan wat
Jezus wilde zeggen. Het was gewoon iets menselijks.
Natuurlijk was Jezus heel intelligent en ontving hij speciale
openbaringen van de Vader (Lc 10,22). Als mens was hij echter niet
alwetend. Hij was niet, zoals de ketterse Doceten in de eerste eeuwen leerden,
een goddelijke geest die de menselijke natuur gebruikte als masker. Nee, om
werkelijk mens te worden, moest Gods Zoon zichzelf ontledigen
(Fil 2,7). Hij moest als het ware zijn goddelijke vermogens, zoals
almacht en alwetendheid, opgeven.
Waarom zou God zoiets doen? Het antwoord is overweldigend. Zoals het
Credo zegt, hij deed het "voor ons, mensen, en omwille van ons heil". Niet voor
Gods eigen eer, ook niet omdat het moest, maar enkel en alleen voor ons, omdat
hij ons liefhad en ons van binnenuit wilde helen als een lid van het mensenras,
als een van ons.
Natuurlijk is Jezus God en wanneer wij nu tot hem bidden als de verrezen
Jezus kunnen we met hem spreken in iedere taal, ook in het Engels. Maar geeft
het ons, wanneer wij ons tot hem richten, niet méér vertrouwen te
weten dat hij onze zwakheid uit eigen ervaring kent? Ons zoeken, onze
verwarring, onze angstkreet?
"Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met
onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies
zoals wij, afgezien dan van de zonde." (Heb 4,15)
Uit Did Jesus Know Everything? door John Wijngaards in
Mission Today, 19 maart 1999.
Vertaling: Theresia Saers
- aanvaardde dominantie van mannen als een
cultureel feit (nl)
- was oprecht menselijk
(nl)
- groeide in wijsheid (nl)
- wist niet alles (nl)
- liet beslissingen over aan de latere kerk
(nl)
- was open voor vrouwen
(nl)
- stelde een radicaal nieuw priesterschap in.
(nl)
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |