OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Jezus bevrijdt de vrouw

Jezus bevrijdt de vrouw

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Wanneer we de houding van Jezus ten opzichte van vrouwen proberen te achterhalen, ontdekken we dat hij zich bewust was van hun aanwezigheid onder zijn toehoorders. Jezus haalt zijn voorbeelden uit het leven van vrouwen èn mannen. Hij weet dat vrouwen hun schatten bewaren in kistjes en dat zij een lamp aansteken als de schemer valt. (Mt 6,19-21; 5,15-16). Hij heeft het over kinderen die aan het spelen zijn op de markt en meisjes die bij een trouwpartij wachten op de bruidegom (Mt 11,16-19; 25,1-13). Hij vertelt zijn parabels vaak in tweetallen, een verhaal over een vrouw, parallel aan een over een man:

Lc 13,18-21; 15,3-10; 11,5-13 en 18,1-8.

Maria, Jezus’ moeder heeft beslist veel invloed op hem gehad. Jezus nam veel van zijn idealen van haar over. Ze moet hem hebben aangemoedigd, toen hij zijn openbaar dienstbetoon aanving. Sporen hiervan zijn vastgelegd in het evangelie van Johannes. Bij de bruiloft van Kana was het Maria die hem aanspoorde zijn eerste wonder te verrichten. "Mijn uur is nog niet gekomen", protesteerde Jezus. Maar toen ze stilletjes aandrong, kwam hij daar op terug en luidde zo de Messiaanse tijd in door water te veranderen in wijn. (John 2,1-12).

Op verschillende cruciale punten in zijn leven verwierf Jezus inzichten en werd hij tot daden aangezet door ontmoetingen met vrouwen.

* Toen de vrouw die leed aan vloeiingen Jezus van achteren aanraakte, "voelde Hij dat er een kracht van Hem was uitgegaan". Misschien begon Jezus’ dienstwerk van genezing wel door dergelijke ontmoetingen (Mc 5,21-43).

* De Syro-Phoenicische bepleitte bij Jezus dat hij de duivel zou uitdrijven uit haar dochter. Jezus weigerde omdat hij van mening was dat zijn zending zich beperkte tot zijn eigen volk. De vrouw redeneert echter met hem en Jezus geeft toe, waardoor hij zijn eerste stap zet op de weg van zijn universele zending. (Mc 7,24-30).

* In het huis van Maria en Marta ontmoet Jezus misschien voor het eerst een vrouw, die net als de mannen aan zijn voeten, kiest om leerling te worden. Jezus is onder de indruk en moedigt haar ‘leerlingschap’ aan, hoewel het ingaat tegen de conventionele verwachtingen van de rol van een vrouw (Lc 10,38-42; vgl. 8,1-3).

Jezus reageerde ook op de stille gebaren van vrouwen: de berouwvolle prostituee, die olie uitgoot over zijn voeten, de weduwe van Nain, die de baar volgde van haar dode zoon, de door arthritis kromgegroeide vrouw, de weduwe in de tempel die twee muntjes in het offerblok wierp, en de vrouwen van Jeruzalem die schreiden toen zij Jezus zijn kruis zagen dragen (Lc 7,36-50; 7,11-17; 13,10-17; 21,1-4 en 23,27-31).

Door al deze en nog andere teksten weten we zeker dat de historische Jezus heel goed besefte hoe het vrouwen verging. Hij gaf om hen. Hij leerde van hen. In hun noden en in hun suggesties herkende hij de werking van de Geest. De vergeving en verzoening die hij bracht namens de Vader waren evenzeer bestemd voor vrouwen als voor mannen.

Een analyse van soortgelijke evangelieteksten vindt men in: Elisabeth MOLTMANN-WENDEL, The Women around Jesus, Londen 1982; A Land Flowing with Milk and Honey, London 1986, pg. 137-148; Mary GREY, Redeeming the Dream: feminism, redemption and Christian tradition, Londen 1989, met name pg. 95-103.

Jezus Christus brengt bevrijding

We zouden nu kunnen doorstoten naar een dieper niveau en ons afvragen: Wat heeft Jezus’ belangstelling de vrouw opgeleverd? Heeft het ook echt geresulteerd in bevrijding? Is het veelbelovend handelen van Jezus van Nazareth waargemaakt in de Verrezen Christus?

Het antwoord is: ja! De positie van vrouwen is in de godsdienst bij de komst van Christus radicaal veranderd. Waar ze slechts indirect had behoord tot het verbond van Mozes, werd de vrouw nu tot kind van God op gelijke voet met de man.

In het Oude Testament waren alleen de mannen dragers van het verbond. De jongens werden besneden als ze acht dagen oud waren (Gn 17,9-14). Het verbond was dus rechtstreeks gesloten met de mannen. Vrouwen behoorden er slechts toe door de mannen – eerst als dochters van hun vader, daarna als vrouw van hun man.

Van de man werd verwacht dat hij offers opdroeg in de tempel. Driemaal per jaar, en wel op de drie hoogtijdagen, dienden alle mannen te verschijnen voor het aangezicht van Jahweh (Ex 23,17). De vrouwen mochten meekomen en deelnemen aan de offermaaltijd, net als de kinderen, de slaven en de gasten. Maar het was niet echt hun eigen offer. De voornaamste reden (rationalisatie!) was dat de vrouw net als kinderen, slaven en vee, het eigendom waren van de man (vgl. Ex 20,17). ‘Met een goede vrouw is men goed bedeeld’ (Sir 26,3; vgl. Spr 31,10). De man kon praktisch willekeurig van zijn vrouw scheiden, de scheiding kon niet van haar uitgaan (Dt 24,1-4). Een godsdienstige gelofte van een vrouw was alleen maar geldig als die werd bekrachtigd door haar vader of haar man. (Nu 30,2-17).

In de tempel te Jeruzalem konden vrouwen door de scheidingsmuur binnen in de vrouwenvoorhof. Verder mochten ze niet. Anderzijds konden de mannen de hof van Israel binnengaan. Dit hof was tegenover het brandofferaltaar en daar namen de priesters de offergaven in ontvangst. Toen Maria en Jozef Jezus opdroegen in de tempel, moest Maria achterblijven in de vrouwenhof, terwijl Jozef het kind Jezus en de tortelduiven binnenbracht in de hof van Israel. Daar in de vrouwenhof ontmoetten zij Simeon en Anna (Lc 2,22-38).

In het traditionele Jodendom bestond hetzelfde onderscheid. De mannen moesten de gebruikelijke gebeden zeggen. De mannen hadden de voornaamste plaatsen in de synagoge. De mannen konden voorlezen uit de Torah. Alleen een tiental mannen kon het quorum, minyan, uitmaken, dat vereist werd voor het openbaar gebed. De jongens werden op dertienjarige leeftijd ingeleid in hun plichten als volwassenen door de Bar Mitzvah ceremonie. Voor de meisjes bestond iets dergelijks niet.

Eerst sinds AD 1810, is bij het zogenaamde Hervormde Jodendom meer aandacht gegeven aan de vrouw. Tegenwoordig is een Bar Mitzvah ceremonie voor vrouwen heel gewoon. Voor een orthodoxe uitleg van de plichten van de vrouw in het Jodendom, zie D.EISENBERG, A Guide for the Jewish Woman and Girl, Brooklyn 1986. Een feministische benadering van hedendaagse issues (hete hangijzers) vindt men bij de liberale rabbijn Julia NEUBERGER in Whatever’s happening to Women?, Londen 1991.

Tegen deze achtergrond kunnen we de revolutionaire verandering die Christus gebracht heeft op haar volle waarde schatten. Want mannen èn vrouwen worden deelgenoot van het nieuwe verbond door een en dezelfde rite, te weten het doopsel. Eerder hebben we al gezien dat we in het doopsel sterven met Christus om met hem op te staan. Mannen zowel als vrouwen ondergaan deze hervorming en worden daardoor tot ‘een nieuwe schepping’.

Om die reden delen mannen en vrouwen gelijkelijk in de eucharistische maaltijd en hebben zij gelijke godsdienstige verplichtingen. Dit zijn feitelijke veranderingen die enorme gevolgen hebben. Luisteren we naar Paulus:

Want u bent allemaal kinderen van God
door het geloof in Christus Jezus.
want allemaal bent u in Christus gedoopt,
met Christus bekleed.
Er is geen Jood of Griek meer,
er is geen slaaf of vrije,
het is niet man en vrouw:
u bent allemaal één in Christus Jezus.

Gal 3,27-28

Let wel: Christus heeft revolutionaire veranderingen teweeggebracht in de feitelijkheid van de verhouding van mens tot God. Maar deze religieuze feitelijkheid moest en moet nog steeds vertaald worden in sociale en kerkelijke werkelijkheid.

De katholieke kerk discussieert nog steeds over de gevolgen. Er waren meer dan 19 eeuwen nodig vóór de kerk openlijk aanvaardde dat slavernij onverenigbaar is met Gods plannen en tegen de geest van Christus indruist (Vatican II, Gaudium et Spes no 29). Momenteel verzet de kerk zich nog steeds tegen het toelaten van vrouwen tot het sacramentele priesterschap. Uiteindelijk zal de kwestie worden opgelost op grond van de fundamentele gelijkheid, die is gebracht door Christus.

John Wijngaards

Vertaling: Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten

 

 


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research