OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Een tekst mag nooit een eigen leven gaan leiden

Een tekst mag nooit een eigen leven gaan leiden

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Regel 3. We mogen aan een bijbelse schrijver geen uitspraken of beweringen toeschrijven die hij niet kan hebben bedoeld.

“Geen enkele uitdrukkingswijze, die in zwang was in de spraak van de oude volkeren, vooral die van het Oosten, om hun bedoeling aan te geven, hoeven te worden weggewerkt uit de heilige boeken. Zulke uitdrukkingen worden alleen weggelaten, wanneer ze niet te verenigen zijn met Gods heiligheid en waarheid.”

Pius XII, Divino Afflante Spiritu, Denz. 2294 (3829-3830).

We zullen deze regel verklaren aan de hand van de volgende beroemde voorbeelden:

  1. menselijk taalgebruik
  2. twijfels bij Kohelet
  3. beeld en leer in de scheppingsverhalen
  4. wat Jezus beoogde met zijn woorden en zijn werken
  5. de bedoeling van de ‘huishoudelijke bepalingen’

Menselijk taalgebruik

Diplomaten zijn meestal taalkunstenaars. Ze danken in feite hun naam aan dit talent van zorgvuldig zo niet dubbelzinnig spreken! Heeft u ooit nagedacht over de eindeloze variaties die u heeft om iets uit te drukken? Bij een gesprek over het al dan niet aanvaarden van de Europese munt kunnen Britse politici bijvoorbeeld zeggen:

Men dient op te merken dat dergelijke uitspraken veel meer inhouden dan simpelweg bevestiging of ontkenning. Ze drukken een heel gamma van beweringen uit: van stellige zekerheid tot waarschijnlijkheid of slechts een mening.

Wat gebeurt er wanneer dergelijke uitspraken geïnspireerd zijn? Zou God een waarschijnlijkheid kunnen inspireren, een twijfelachtige opmerking of zomaar een mening? En het antwoord luidt: jazeker. Bovendien: God zegt niets meer of minder dan datgene wat de geïnspireerde schrijver zegt. Met andere woorden: als de menselijke auteur een dubieuze opmerking maakt, zal Gods inspiratie de aard van die bewering niet veranderen. Het blijft een geïnspireerde maar dubieuze opmerking! Paulus verstrekt een klassiek bewijs. Heel verontwaardigd zegt hij tegen de Korintiërs:

“Of zijn jullie soms gedoopt in de naam van Paulus?
A. Ik ben dankbaar dat ik niemand van jullie heb gedoopt, behalve Crispus en Gaius! Zodat niemand kan zeggen dat je gedoopt bent in mijn naam.
B. Ik heb ook het gezin van Stephanas nog gedoopt.
C. Verder zou ik niet weten of ik nog iemand gedoopt heb."

1 Kor. 1/13-16.

We kunnen de gedachtegang van Paulus volgen. Hij beweert met enige heftigheid dat hij behalve Crispus en Gaius niemand heeft gedoopt (bewering A). Dan schiet hem te binnen dat hij ook het huishouden van Stephanas nog heeft gedoopt (bewering B). Tenslotte spreekt hij nog twijfel uit: “Ik zou niet weten of ik verder nog iemand gedoopt heb” (uitspraak C). Het is een menselijke manier van spreken. De drie uitspraken moeten tezamen worden gelezen, aangezien de tweede en de derde de eerste recht zetten. En dan nog blijft de som van de drie uitspraken in twijfel. Verandert het feit dat het hier gaat om een geïnspireerde tekst dit menselijk aspect? Maakt het er een dogma van? Verandert het de twijfel in zekerheid? Natuurlijk niet! In de grond beweert Paulus dat het er niet toe doet hoeveel mensen hij heeft gedoopt, want wat van belang is, dat is dat ze allemaal gedoopt zijn in de naam van Jezus: deze gronduitspraak met alle nuances van dien is wat hij eigenlijk beweerde in de Heilige Geest!

Twijfels bij Kohelet (Prediker)

De auteur van Prediker worstelt met een waar probleem: Wat is de zin van het leven? Wat heeft een mens dan aan zijn harde werken, aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? (Pr 2,22) Het is een thema dat steeds weer terugkeert bij de schrijver. Het leven komt hem voor als één groot vraagteken: “Niemand weet immers wat goed is voor de mens in dit ijdele, kortstondige bestaan, dat als een schaduw voorbijgaat?” (Pr 6,12) Hij stelt zelfs vragen over het leven na de dood: “Want eenzelfde lot treft mensen en dieren, beiden ademen hetzelfde leven, beiden sterven dezelfde dood. De mens heeft dus niets voor op het dier. Alles is ijdel. Beiden gaan naar dezelfde plaats: ze zijn voortgekomen uit stof en keren terug tot stof. En wie weet of de levensgeest van de mens omhoog gaat en die van het dier omlaag naar de aarde?” (Pr 3/19-21). De auteur slaagt er niet in een volledig antwoord te vinden op zijn vraag. Hij bevestigt zijn geloof in God die de kwaden zal straffen en de goeden belonen (Pr 8/12; 12/1; enz.), maar zijn probleem wat betreft de uiteindelijke zin van dit moeizame leven blijft bestaan!

Wat moeten we aan met dit geïnspireerde boek? Het antwoord is eenvoudig. God heeft een filosoof, een denker geïnspireerd, niet om uitspraken te doen maar om vragen te stellen. Het was zijn taak zijn tijdgenoten aan het denken te zetten, hen te doen beseffen dat lijden en dood inderdaad – menselijk gesproken – onoplosbare raadsels zijn. Alleen de openbaring en de verlossing door Jezus Christus gebracht, zouden van Godswege de oplossing verschaffen voor deze problemen. Ook hier heeft de inspiratie de aard gevolgd van het geïnspireerde boek: de schrijver wilde de vinger leggen op een probleem zonder een volledige oplossing te bieden. God inspireerde hem om precies dat te doen, niet meer en niet minder.

Beeld en leer in de scheppingsverhalen

In Gen. 1,1 - 2,4a lezen we over de schepping van de wereld. De auteur geeft ons een heel schematisch beeld van zes dagen. Er wordt verhaald hoe God in de loop van deze zes dagen alles heeft geschapen volgens het toen geldende wetenschappelijk wereldbeeld: een platte aarde met de hemelkoepel als dak en de zon en de maan als lampen! Wat wilde de geïnspireerde schrijver zeggen? Gaf hij les in natuurkunde? Wilde hij dat we het schema van zes dagen letterlijk zouden nemen?

Analyse van de tekst maakt duidelijk dat hij ons alleen wilde onderrichten in de geloofswaarheden: dat God alles heeft geschapen, dat alles wat God schiep zeer mooi was, dat hij de mensen heeft gekroond tot koningen en koninginnen van het universum, dat hij wil dat de mensen hem elke zevende dag eren. Dit is wat de auteur wilde zeggen en dit is ook wat God wil zeggen en ons wil doen geloven! Astronomie, natuurkunde of biologie, hij kon er helemaal niets over zeggen.

Neem nu de zogenaamde tegenstellingen in de Schrift! Die bestaan inderdaad, maar niet tussen uitspraken of beweringen die de leer betreffen. Men zal merken dat tegenstellingen behoren bij de verpakking van de leeruitspraken. Gen. 1,20-28 (in het eerste scheppingsverhaal) vertelt dat de mens geschapen is als de bekroning van Gods scheppingswerk. Gen. 2,7 (in het tweede scheppingsverhaal) laat God juist met de mensen beginnen. De tegenstelling betreft de gebruikte beelden, maar niet de wezenlijke uitspraak in de twee passages, namelijk dat de mensen onder alle schepselen die God geschapen heeft, de hoogste in rang zijn.

Wat Jezus beoogde met zijn woorden en zijn werken

In de parabel van de Barmhartige Samaritaan zegt Jezus: iemand ging van Jeruzalem naar Jericho…” (Lc 10/30).

Wat wil Jezus zeggen? Toch zeker dat we elkaar moeten liefhebben (“doe eveneens”, vs 37!, en niet de hele gebeurtenis zelf!

Jezus zegt: “De Mensenzoon heef nog geen steen om zijn hoofd op neer te leggen.” (Mt 8,20).

Was Jezus geïnteresseerd in een les over stenen, of hoofdkussens? Wilde hij zeggen dat hij letterlijk geen steen kon vinden of kopen om zijn hoofd op neer te leggen? We weten in feite uit het evangelie volgens Johannes dat Jezus een kleine voorraad geld bezat (Joh 13,29). Wat Jezus wilde zeggen was bijgevolg dat hij totaal niet hechtte aan aardse bezittingen.

Jezus heeft gezegd: “Laat u geen rabbi noemen, want één is uw meester en u bent allemaal broeders. Noem ook niemand van u op aarde vader, want één is uw Vader, die in de hemel.” (Mt 23,8-9).

Verbiedt Jezus die benamingen werkelijk? Wat wilde hij zeggen?

“Ik zeg jullie helemaal niet te zweren. . . . . Maar je ja zij ja en je nee zij nee.” (Mt 5,33-37.

Verwerpt Jezus het afleggen van een eed voor het gerecht? Was dat zijn ware bedoeling? Let wel, Jezus spreekt zelf onder ede in Mt 26,63-64.

“Ik zeg jullie een zaak niet uit te vechten met iemand die je kwaad heeft gedaan. Maar als iemand jou een klap op je rechterwang geeft, houd hem dan ook de andere voor.” Mt 5,39-41).

Spreekt Jezus een veto uit over zelfverdediging? Verbiedt hij een staat om politie te hebben, of een leger? Wat wilde hij zeggen? Zie hoe Jezus zelf protesteert wanneer ze hem op de wang slaan. (Joh 18,22-23). Vgl. Rom 13,4.

Bezien we nog eens een andere tekst. Men vertelt ons dat Jezus een nacht lang bad. Toen riep hij bepaalde mensen tot zich, “die hij zelf wilde”. Dat waren de twaalf apostelen, gekozen om het Rijk van God aan te kondigen.

“Dit zijn hun namen: eerst Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes; Filippus en Bartholomeus; Thomas, en Matteus de tolbeambte; Johannes, de zoon van Alfeus, en Thaddeus; Simon de IJveraar en Judas Iscariot” (Mt 10,1-4; Mc 3,16-19; Lc 6,13-16).

Het waren twaalf mannen. Niet één vrouw onder hen! Bij een andere gelegenheid, zo redeneert de Congregatie voor de Leer, toonde Jezus groot invoelingsvermogen ten opzichte van vrouwen. “Meer dan eens hield hij zich tegenover hen niet aan datgene wat sociaal gangbaar was. Hier echter niet. Hij weigerde ook maar één vrouw op te nemen in zijn apostolische team. Dit bewijst dat Jezus niet wilde dat vrouwen leiding gingen geven aan zijn Kerk! Door welbewust geen enkele vrouw te verkiezen, heeft hij voor eens en voor al de vrouwen uitgesloten van de priesterwijding”.

Het argument gaat niet op want het gaat voorbij aan de bedoelingen van Jezus.

De waarheid is dat Jezus twaalf vrije Joden koos, omdat dit in de maatschappelijke omstandigheden van die tijd het meest praktisch was om te doen. Jezus keek helemaal niet zo ver vooruit: hij wilde een aanvang maken met het rekruteren van toekomstige leiders. Hij besloot geenszins voor de volgende generaties dat bepaalde categorieën van mensen zouden worden uitgesloten van leiderschap. Dat lag op dat moment duidelijk buiten de bedoeling van zijn daad.

Waarvoor waren de ‘huisregels’ ingesteld?

Hetzelfde geldt voor wat het Nieuwe Testament zegt in de zogenaamde huisregels. Ze raden aan hoe mensen in verschillende omstandigheden zich dienen te gedragen. Hier is een typerend uittreksel:

“VROUWEN, schik u naar uw man als naar de Heer. MANNEN, hebt uw vrouw lief. Behandel hen niet hardvochtig…. SLAVEN, wees in alles gehoorzaam aan je aardse meesters; niet alleen wanneer zij op je toezien, om aan mensen te behagen, maar in oprechtheid, uit respect voor je heer. Wat ook je taak, verricht die van harte, als een dienst aan de Heer en niet voor de mensen. Want je weet dat de Heer je zal belonen door je zijn erfgenaam te maken. Het is Christus die je dient . . . EN HEREN, behandel je slaven rechtvaardig en eerlijk. Besef dat je zelf een meester hebt in de hemel.”

Kol 3,18 - 4,1; vgl. Ef 5,22 - 6,9; 1 Pe 2,18 - 3,7; 1 Ti 6,1-2.

De bedoeling van dergelijke passages is duidelijk om Christelijke huishoudens in vrede te doen samenleven. Christenleiders hebben de praktijk van het hebben van dergelijke lijsten met instructies overgenomen van de Joden, die hun proselieten ook zo onderrichtten. De specifieke vorm die de instructies vertonen komen deels voort uit een nieuw Christelijk perspectief en deels uit de standaardverwachtingen van de maatschappij van die dagen. Het doel ervan is Christengezinnen een leidraad te verschaffen binnen de specifieke situatie van die tijd.

D.DAUBE, The New Testament and Rabbinic Judaism, London 1956, pag. 90-140, 336-351; D.SCHROEDER, Die Haustafeln des Neuen Testaments, Hamburg 1959; J.E.CROUCH, The Origin and Intention of the Colossian Haustafel, Göttingen 1972; W.LILLIE, ‘The Pauline House-tables’, The Expository Times 86 (1975) pag. 179-183.

En dat is tevens hun beperktheid. Want de katechisten die deze huisregels aan de mensen leerden hadden het hier niet over fundamentele kwesties als de wezenlijke gelijkheid van mannen en vrouwen, of het onvervreemdbaar recht van elke slaaf op vrijheid. Dat lag buiten hun gezichtsvermogen. Dergelijke fundamentele zaken worden elders behandeld, wanneer Paulus stelt dat er geen onderscheid is tussen man en vrouw, vrije en slaaf, Griek of Jood. (Gal 3,28; Kol 3,11; Rom 10,12). Hier is het doel simpelweg onmiddellik praktisch advies.

Het is daarom ten enen male fout te beweren dat deze huisregels geënspireerde steun betekenen voor slavernij of voor het ondergeschikt maken van de vrouw aan de man. Maar precies zó zijn ze wel gehanteerd door theologen van vroeger, en zo worden ze nog steeds aangewend door sommige christen fundamentalisten. De fout ligt hierin dat men een bedoeling toekent aan de geïnspireerde schrijvers die ze niet hadden.

Er zijn pijnlijke fouten gemaakt door mensen die de Schrift oppervlakkig lezen; die geloven dat de klank van de woorden belangrijk is en niet de bedoeling van de spreker, of die een bedoeling inbrengen in een tekst die buiten het perspectief van de bijbelschrijver lag.

John Wijngaards

De regel van de bedoeling van de schrijver houdt nauw verband met de andere regels:

Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research