OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Literaire vormen

Literaire vormen

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Regel 2. In vele teksten moeten we de leer achterhalen door het analyseren van de literaire vorm die de bijbelse schrijver bezigt.

“De letterlijke betekenis ligt in de woorden en geschriften van oude Oosterse auteurs vaak niet zo voor de hand als bij de hedendaagse schrijvers. Want wat ze met hun geschriften poogden duidelijk te maken wordt niet slechts bepaald door de wetten van de spraakkunst en de filologie of louter door de context. Het is absoluut nodig dat de vertaler in de geest teruggaat naar die lang vervlogen tijden in het Oosten en op gepaste wijze gebruik maakt van de hulpmiddelen die de geschiedenis, de archeologie, de etnologie en andere wetenschappen aanreiken, om te ontdekken welke literaire vormen de schrijvers zochten te gebruiken en in feite ook gebruikten.”

Pius XlI, Divino Afflante,Spiritu, Denz 2294 (3829-3830).

“Degenen die op zoek zijn naar de bedoeling van de gewijde schrijvers moeten o.a. de literaire vormen in aanmerking nemen. Want de waarheid wordt op velerlei manieren voorgesteld en uitgedrukt, afhankelijk van het feit of een tekst op een of andere manier geschiedkundig van aard is, ofwel dat het een profetische vorm is of dichtvorm of een andere uitdrukkingswijze. De vertaler dient te onderzoeken welke bedoeling de gewijde schrijver naar voren wilde brengen en in feite bezigde in bepaalde omstandigheden, aangezien hij de literaire vormen van zijn eigen tijd gebruikte al naar gelang de situatie en de cultuur van toen.”

Divine Revelation, nrs. 11-12; Vatican Council II, uitg. A.FLANNERY, Dominican Publications, Dublin 1975, pag. 756-757.

Wat zijn ‘literaire vormen’?

Stel, je opent een dagblad en vindt daarin deze kop op de voorpagina:”De Prins of Wales heeft een kies laten trekken”. Ergens meer naar het midden staat een artikel, getiteld: “Hoe een volk de strijd aanbindt met tandbederf”. Verderop toont een meisje met brede lach een verblindende rij tanden en zegt:”Denty witte tandpasta garandeert gezondheid en schoonheid”! En in de strip zie je Tarzan die zichzelf uit een net bevrijdt door te bijten,maar daarbij geen enkele tand breekt.

Ga nu eens een minuut lang na hoe je tot een oordeel komt over elk van deze mededelingen. Zonder de minste moeite heb je de behandeling van de Prins van Wales geaccepteerd als een feit. Het artikel over tandbederf heeft je aan het denken gezet, hoewel je misschien op bepaalde punten met de schrijver van mening verschilt. De bewering van Denty White tandpasta heb je geen moment geloofd, en je hebt zeker niet erg getobd over wat er met Tarzan’s tanden is gebeurd. Bedenk nu eens: hoe heb je elk van deze beweringen zo snel op hun waarde geschat? Het antwoord is eenvoudig: je had ze onmiddellijk in verschillende categorieën geplaatst: als een nieuwsbericht, een hoofdartikel, een advertentie en een komische strip. Doordat je ze als zodanig hebt herkend weet je welke waarde je er aan moet hechten.

Literaire vormen zijn de categorieën waarin we spreken of schrijven. In tegenstelling tot wat we misschien op het eerste gezicht denken, wordt de betekenis van onze woorden niet alleen bepaald door het woordenboek. Neem de volgende mededeling: “De Glasgow express is gisteren om 20.30 vertrokken”. Woordenboek en encyclopedie zullen voor elk van de woorden een betekenis geven. Maar we kunnen de ware betekenis van de mededeling niet inschatten, tenzij we weten in welke schrijfcategorie, in welke ‘literaire vorm’ ze voorkomt. Als het in een officieel verslag van de Spoorwegen wordt gemeld, weten we dat het juist is. Als het in een persoonlijke brief staat, beseffen we dat de correspondent zich op zijn minst enkele minuten kan vergissen. Komt de zin echter voor in een detective roman, dan beschouwen we die eenvoudig als fictie.

Gaan we een boekwinkel binnen, dan vinden we een enorme variëteit aan literaire vormen bij de boeken. En alweer herkennen we zonder enige bewuste inspanning gebedenboeken, grammaires, technische handleidingen, dichtbundels, filosofische traktaten, handboeken voor het onderwijs, verzamelde essays en vele soorten lichte literatuur! Volgens welk principe delen we alles zo gemakkelijk in? Als we een ogenblik nadenken beseffen we dat we een algemene indeling maken op grond van de volgende kenmerken:

a. Vanwege de inhoud.

Bij een kookboek, een reisgids, een spoorboekje en een dichtbundel hoeven we niet lang te twijfelen tot welke categorie ze behoren! Eén blik op de inhoud en het is duidelijk!

b. Door de stijl.

Als we een gebedenboek en een detective roman vergelijken, is er – nog afgezien van de inhoud - een duidelijk verschil in de stijl van het boek. En we herkennen instinctief aan de woorden en aan de stijl met wat voor soort geschrift we te maken hebben.

c. Vanwege ‘de plaats in het leven’.

Elke literaire vorm is ontstaan in een bijzondere levenssituatie. Aangezien we ons schoolsysteem kennen, treft het typische handboek voor de school ons onmiddellijk als iets bekends. Aangezien we zelf zingen in de kerk, begrijpen we wat een ‘liedboek’ is.

Kortom, we zouden een literaire vorm kunnen definiëren als een spreek- of schrijfwijze die (c) is ontstaan in een bijzondere leefsfeer, die (a) een eigen bijzondere inhoud heeft en die (b) een speciale woordenschat en stijl bezigt.

“Literaire vormen” in het Oude Testament

Zolang we te maken hebben met onze eigen literaire vormen, is een gedetailleerde analyse niet vereist. We onderscheiden en selecteren de verschillende literaire vormen zonder er zelfs over na te denken, net zo min als we aandacht schenken aan het gecompliceerde ademhalingssysteem. Zolang we genoeg lucht hebben is het ademen geen probleem. Maar voor onderzeeërs en ruimtevaartuigen die de dampkring van de aarde verlaten, wordt het verschaffen van voldoende lucht voor de longen een groot probleem dat veel research vereist en voortdurende waakzaamheid. Hetzelfde geldt min of meer voor een man die zijn omgeving verlaat en de intellectuele wereld van anderen betreedt. Literaire vormen worden plotseling van het grootste belang: van dan af aan zijn studie en voortdurende waakzaamheid geboden. Als Plato onze wereld zou zijn binnen gestapt, had hij zich bewust moeten aanpassen aan onze literaire vormen. Misschien had hij behoefte gehad aan een begeleider voor het lezen van de krant. “Neem deze reclame met een korreltje zout!”, “Dit verhaal is alleen geplaatst tot vermaak van de lezer!”, “Dit soort ingezonden stukken behelzen de mening van individuele personen”, enz. Na een tijdje zou hij ongetwijfeld onze literaire vormen uit elkaar leren houden door de inhoud, de woordenschat, de stijl en de leefwereld van wat geschreven staat of gezegd wordt.

Wanneer we de Heilige Schrift benaderen mogen we niet vergeten dat we een wereld betreden die heel anders is dan de onze. Neem bijvoorbeeld de Psalmen. Voor ons lijkt het één en dezelfde categorie. De Joden herkenden er onmiddellijk een dozijn verschillende literaire vormen in: lofzangen, pelgrimsliederen, smeekbeden van enkelingen of van het hele volk, leerballaden, dankgebeden enz. Hij schatte onmiddellijk de juiste betekenis, zoals wij religieuze liederen, strijdliederen, marsen of tophits van de dansmuziek benoemen. Aangezien wij het Joodse leven en de Joodse mentaliteit niet van nabij kennen, moeten we de verschillende Psalmen langzamerhand leren.

De Profetische Boeken bevatten ook talloze voorbeelden van literaire vormen waar we aan moeten wennen. De paranetische preek wil bepaalde centrale waarheden over de trouw aan Jahweh duidelijk maken. Verbondsdreigementen, profetische beloften, satirische treurzangen zijn weer andere categorieën die in zeer technische termen zijn gekleed, en dat zou ons ontgaan. De profetische godsspraken vereisen veel kennis van de feitelijke leefsituatie in Israél: zoals de jurisprudentie, ceremoniën aan het hof, markttaferelen, feesten partijen, hernieuwingen van het verbond, begrafenisrituelen en zakelijke contracten. Alleen met dergelijke kennis toegerust kunnen we de literaire vormen doorgronden en daarmee datgene wat de profeten echt wilden doorgeven.

We moeten ook niet denken dat de historische gedeelten van het Oude Testament in dit opzicht minder ingewikkeld zijn! In tegendeel. De geschiedenis wordt in het Oude Testament verhaald in velerlei literaire vormen. Onze huidige moeilijkheden aangaande historiciteit vallen nu juist te wijten aan ons onvermogen om deze vormen te herkennen en te beklemtonen. We zijn onvermijdelijk geneigd om Bijbelverhalen in te passen in categorieën die we kennen: ooggetuige verslagen. Dat is een fatale blunder en heeft tot veel misverstanden geleid! Bijgevolg dienen we te beseffen dat de literaire vormen van het bijbelverhaal vreemd zijn voor ons en dat we ze moeten leren.

Een grondige analyse van dergelijke literaire vormen kunnen we in deze korte uiteenzetting van het principe niet geven, maar enkele voorbeelden kunnen we wel geven. Joodse vertellers verklaren vaak hoe een plaats of een persoon aan de naam komt. In dergelijke etiologieën gaat het niet om de juistheid van de feiten maar om de uitleg van de naam. Net als andere volkeren kennen de Joden hun heldensagen die behoren bij volken in een bepaalde fase van sociologische ontwikkeling. Profetische legenden van het type dat ontstond rond Mozes, Elia en Elisha , vergroten wondere gebeurtenissen uit om God’s directe ingrijpen door deze personen sterker duidelijk te maken. Feitelijk juiste analyses ontbreken niet in de boeken van de koningen. Getheologiseerd vertellen bestond hierin dat men een theoretische constructie inbouwde in een verslag van gebeurtenissen: zie het verhaal van de schepping in zes dagen uit Genesis 1! Na de Ballingschap gebruikten Joodse predikers fictieve verhalen, zogenaamde midrash, om punten van geïnspireerde leer te illustreren. Zo ontstonden boeken als Jona, Tobit, Judith, Esther en delen van Daniël. Al die literaire vormen moeten worden bestudeerd en geëvalueerd volgens de eigen kenmerken.

‘Literaire vormen’ in het Nieuwe Testame

Nemen we een voorbeeld uit de evangeliën dat vaak wordt geciteerd om onderdrukking te rechtvaardigen.

Stel, iemand van jullie heeft een slaaf die ploegt of het vee hoedt. Zal hij hem, als hij thuis komt van het land, zeggen:”Kom meteen aan tafel?”
Nee, hij zal hem veeleer zeggen:”Maak het eten voor mij klaar, omgord je en bedien me, en als ik klaar ben met eten en drinken, dan kun jij gaan eten en drinken.”
Hij bedankt de slaaf toch niet omdat hij heeft gedaan wat hem werd opgedragen?
Zo moeten ook jullie zeggen, als je alles hebt gedaan wat je werd opgedragen:”Wij zijn maar slaven, we hebben gedaan wat we moesten doen”

Lc 17,7-10; verg. Mt 10,24-25; 13,27-28; 18,25; enz.

Deze tekst is door kerkelijke autoriteiten en theologen gebruikt om te bewijzen dat de slavernij door God wordt gewild. Jezus zelf, zo zeiden ze, aanvaardde de slavernij. Jezus geeft voorbeelden van de slavernij die aantonen dat hij de onderhorigheid van slaven een normale zaak vond. Bovendien bewonderde Jezus de dienst van onderdanige en nederige slaven. Daarom is zij iets moois en is niet in strijd met de wil van God.

De theologen bleven dit soort van argumenten herhalen tot ver in de achttiende eeuw. Zo kwamen ze tot de vaste conclusie:”Het staat vast dat slavernij, waarin een man zijn meester dient als slaaf een geloofsartikel is en alleszins gewettigd. Het bewijs is te vinden in de Heilige Schrift.

Uit het standaardwerk: LEANDER, Questiones Morales Theologicae, Lyons 1692; Deel 8, De Quarto Decalogi Precepto, Tract.IV, Disp. I, Q.3.

Zelfs het Heilig Officie te Rome, dat geacht werd te waken over de zuiverheid van de Katholieke leer, verklaarde nog op 20 juni 1866: “De slavernij zelf, is op de keper beschouwd in het geheel niet strijdig met de natuurlijke wet en de goddelijke, en er kunnen verscheidene wettige gronden voor slavernij gegeven worden, die men vermeld vindt bij orthodoxe theologen en commentatoren van de heilige canons… Het druist niet in tegen de natuurlijke en de goddelijke wet als een slaaf wordt verkocht of gekocht, geruild of geschonken.”

J.F.MAXWELL, ‘The Development of Catholic Doctrine Concerning Slavery’, World Jurist 11 (1969-70) pag..306-307.

Waarin ligt de onjuistheid in het argument dat ontleend wordt aan het Evangelie?

De onjuistheid is gelegen in de veronderstelling dat Jezus datgene goedkeurt wat hij beschrijft, wanneer hij voorbeelden aanhaalt uit het dagelijks leven. Zeker, we kunnen een les trekken uit het voorbeeld, en dit is de boodschap. Maar wat het voorbeeld zelf betreft, dat neemt hij gewoon als een veel voorkomend iets, als een feit dat we in de maatschappij opmerken.

Jezus zegt dat de Zoon des Mensen zal komen als een dief in de nacht. ( Mt 24,42-44.).

Beveelt hij dan aan dat je maar moet gaan stelen?

Jezus prijst de oneerlijke opzichter (Lc 16,1-13).

Vergoelijkt hij daarmee frauduleus handelen?

Jezus vergelijkt God met een onrechtvaardige rechter, die hard is ten opzichte van de arme. (Lc 18,1-8).

Leert hij ons daarmee dat God corrupt is?

Jezus beschrijft een koning die een bruiloftsgast straft, die niet behoorlijk gekleed is. (Mt 22,11-14).

Is dit een les in wellevendheid?

De Barmhartige Samaritaan goot wijn en olie op de wonden van de man. (Lc 10,34).

Moeten artsen dit voorbeeld soms volgen?

In tekst na tekst zien we Jezus vele beschrijvingen geven, vaak gedetailleerd en altijd levensecht. Men hoeft niet bijzonder intelligent te zijn om in te zien dat dit niet meer zijn dan illustraties. Hetzelfde geldt voor de voorbeelden die Jezus ontleent aan de slavernij.

In dit geval is de houding van Jezus ook duidelijk uit wat hij in andere teksten zegt. Want ook al beschrijft hij de gewone baas als iemand die van zijn slaven gehoorzaamheid verwacht, is een dergelijke manier van doen niet wat hij verwacht van een christen.

Volgens Jezus dienen wij als volgt te zijn:

“Wie groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn,
en wie onder jullie de eerste wil zijn, moet jullie slaaf zijn.
Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen .”

Mt 20,26-28

“Als ik, jullie Heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan behoren jullie ook elkaar de voeten te wassen
Ik verzeker jullie: een knecht is niet meer dan zijn meester.”

Joh 13,14-16. Het wassen van de voeten van zijn meester was een wettelijk aanvaard teken waardoor een slaaf zijn ondergeschikte positie toonde. J.D.M.DERRETT, ‘Domine, tu mihi lavas pedes?’, Bibbia e Oriente 21 (1979) pag. 13-42. Verg. Lc 3,16.

Ja, van een hardwerkende en nederige slaaf kunnen we de waarde van dienstbetoon leren. Dit bedoelt Jezus te zeggen, zoals we kunnen zien in de literaire vorm die hij gebruikt: een voorbeeld. Het is echter duidelijk dat Jezus de manier waarop heren hun slaven behandelen niet goedpraat, of dat hij de slavernij aanprees als een aanvaardbare christelijke praktijk. Hij zag de slavernij als iets wat nu eenmaal bestond, volgens de inzichten van zijn tijd.

De literaire vorm die we hier bespreken is die van de ‘parabel’ en de ‘gelijkenis’. Wanneer Jezus parabels en gelijkenissen gebruikt, moeten we het verhaal zelf, met zijn voorbeelden en illustraties, weten te onderscheiden van de pointe van het verhaal, dat wil zeggen: wat Jezus ons wil leren. In de scheppingsverhalen hebben we eenzelfde onderscheid gemaakt tussen de manier van voorstellen en de leer die door die voorstelling van zaken wordt overgebracht. Ook hier kunnen wij dit geven als een algemeen principe.

De betekenis van al wat de bijbel zegt kan alleen worden bepaald door het bestuderen van de literaire vorm. Van iedere bijbelse mededeling kan de bedoeling alleen worden bepaald door een beschouwing van de literaire vorm. Vragen als: “Is dit waar gebeurd?” of “Wat wil hij daarmee zeggen?” kan niet worden opgelost door een algemene opmerking als: “Wat in de Bijbel staat kan niet verkeerd zijn!” of “Zoek het eens op in het woordenboek!” God heeft gesproken via mensen (menselijke auteurs). Hij sprak door middel van hun taal. Hij formuleerde zijn boodschappen via hun mentaliteit. Hij wilde niets meer of minder beweren dan wat zijn menselijke instrumenten wilden. En wat die wilden beweren kan slechts met zekerheid worden vastgesteld na een zorgvuldige bestudering van de literaire vormen die zij bezigden.

John Wijngaards

De regel van de ‘letterlijke’ betekenis houdt nauw verband met de andere regels:

Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research