|
|
|---|
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
Regel 2. In vele teksten moeten we de
leer achterhalen door het analyseren van de literaire vorm die de bijbelse
schrijver bezigt.
De letterlijke betekenis ligt in de woorden en
geschriften van oude Oosterse auteurs vaak niet zo voor de hand als bij de
hedendaagse schrijvers. Want wat ze met hun geschriften poogden duidelijk te
maken wordt niet slechts bepaald door de wetten van de spraakkunst en de
filologie of louter door de context. Het is absoluut nodig dat de vertaler in
de geest teruggaat naar die lang vervlogen tijden in het Oosten en op gepaste
wijze gebruik maakt van de hulpmiddelen die de geschiedenis, de archeologie, de
etnologie en andere wetenschappen aanreiken, om te ontdekken welke literaire
vormen de schrijvers zochten te gebruiken en in feite ook gebruikten.
Pius XlI, Divino Afflante,Spiritu, Denz 2294
(3829-3830).
Degenen die op zoek zijn naar de bedoeling van de gewijde
schrijvers moeten o.a. de literaire vormen in aanmerking nemen. Want de
waarheid wordt op velerlei manieren voorgesteld en uitgedrukt, afhankelijk van
het feit of een tekst op een of andere manier geschiedkundig van aard is, ofwel
dat het een profetische vorm is of dichtvorm of een andere uitdrukkingswijze.
De vertaler dient te onderzoeken welke bedoeling de gewijde schrijver naar
voren wilde brengen en in feite bezigde in bepaalde omstandigheden, aangezien
hij de literaire vormen van zijn eigen tijd gebruikte al naar gelang de
situatie en de cultuur van toen.
Divine Revelation, nrs. 11-12; Vatican Council
II, uitg. A.FLANNERY, Dominican Publications, Dublin 1975, pag. 756-757.
Wat zijn literaire vormen?
Stel, je opent een dagblad en vindt daarin deze kop op de
voorpagina:De Prins of Wales heeft een kies laten trekken. Ergens
meer naar het midden staat een artikel, getiteld: Hoe een volk de strijd
aanbindt met tandbederf. Verderop toont een meisje met brede lach een
verblindende rij tanden en zegt:Denty witte tandpasta garandeert
gezondheid en schoonheid! En in de strip zie je Tarzan die zichzelf uit
een net bevrijdt door te bijten,maar daarbij geen enkele tand breekt.
Ga nu eens een minuut lang na hoe je tot een oordeel komt over elk van
deze mededelingen. Zonder de minste moeite heb je de behandeling van de Prins
van Wales geaccepteerd als een feit. Het artikel over tandbederf heeft je aan
het denken gezet, hoewel je misschien op bepaalde punten met de schrijver van
mening verschilt. De bewering van Denty White tandpasta heb je geen moment
geloofd, en je hebt zeker niet erg getobd over wat er met Tarzans tanden
is gebeurd. Bedenk nu eens: hoe heb je elk van deze beweringen zo snel op hun
waarde geschat? Het antwoord is eenvoudig: je had ze onmiddellijk in
verschillende categorieën geplaatst: als een nieuwsbericht, een
hoofdartikel, een advertentie en een komische strip. Doordat je ze als zodanig
hebt herkend weet je welke waarde je er aan moet hechten.
Literaire vormen zijn de categorieën waarin we spreken of
schrijven. In tegenstelling tot wat we misschien op het eerste gezicht
denken, wordt de betekenis van onze woorden niet alleen bepaald door het
woordenboek. Neem de volgende mededeling: De Glasgow express is gisteren
om 20.30 vertrokken. Woordenboek en encyclopedie zullen voor elk van de
woorden een betekenis geven. Maar we kunnen de ware betekenis van de mededeling
niet inschatten, tenzij we weten in welke schrijfcategorie, in welke
literaire vorm ze voorkomt. Als het in een officieel verslag van de
Spoorwegen wordt gemeld, weten we dat het juist is. Als het in een persoonlijke
brief staat, beseffen we dat de correspondent zich op zijn minst enkele minuten
kan vergissen. Komt de zin echter voor in een detective roman, dan beschouwen
we die eenvoudig als fictie.
Gaan we een boekwinkel binnen, dan vinden we een enorme variëteit
aan literaire vormen bij de boeken. En alweer herkennen we zonder enige bewuste
inspanning gebedenboeken, grammaires, technische handleidingen, dichtbundels,
filosofische traktaten, handboeken voor het onderwijs, verzamelde essays en
vele soorten lichte literatuur! Volgens welk principe delen we alles zo
gemakkelijk in? Als we een ogenblik nadenken beseffen we dat we een algemene
indeling maken op grond van de volgende kenmerken:
a. Vanwege de inhoud.
Bij een kookboek, een reisgids, een spoorboekje en een dichtbundel
hoeven we niet lang te twijfelen tot welke categorie ze behoren! Eén
blik op de inhoud en het is duidelijk!
b. Door de stijl.
Als we een gebedenboek en een detective roman vergelijken, is er
nog afgezien van de inhoud - een duidelijk verschil in de stijl van het
boek. En we herkennen instinctief aan de woorden en aan de stijl met wat voor
soort geschrift we te maken hebben.
c. Vanwege de plaats in het leven.
Elke literaire vorm is ontstaan in een bijzondere levenssituatie.
Aangezien we ons schoolsysteem kennen, treft het typische handboek voor de
school ons onmiddellijk als iets bekends. Aangezien we zelf zingen in de kerk,
begrijpen we wat een liedboek is.
Kortom, we zouden een literaire vorm kunnen definiëren als een
spreek- of schrijfwijze die (c) is ontstaan in een bijzondere leefsfeer, die
(a) een eigen bijzondere inhoud heeft en die (b) een speciale woordenschat en
stijl bezigt.
Literaire vormen in het Oude Testament
Zolang we te maken hebben met onze eigen literaire vormen, is een
gedetailleerde analyse niet vereist. We onderscheiden en selecteren de
verschillende literaire vormen zonder er zelfs over na te denken, net zo min
als we aandacht schenken aan het gecompliceerde ademhalingssysteem. Zolang we
genoeg lucht hebben is het ademen geen probleem. Maar voor onderzeeërs en
ruimtevaartuigen die de dampkring van de aarde verlaten, wordt het verschaffen
van voldoende lucht voor de longen een groot probleem dat veel research vereist
en voortdurende waakzaamheid. Hetzelfde geldt min of meer voor een man die zijn
omgeving verlaat en de intellectuele wereld van anderen betreedt. Literaire
vormen worden plotseling van het grootste belang: van dan af aan zijn studie en
voortdurende waakzaamheid geboden. Als Plato onze wereld zou zijn binnen
gestapt, had hij zich bewust moeten aanpassen aan onze literaire vormen.
Misschien had hij behoefte gehad aan een begeleider voor het lezen van de
krant. Neem deze reclame met een korreltje zout!, Dit verhaal
is alleen geplaatst tot vermaak van de lezer!, Dit soort ingezonden
stukken behelzen de mening van individuele personen, enz. Na een tijdje
zou hij ongetwijfeld onze literaire vormen uit elkaar leren houden door de
inhoud, de woordenschat, de stijl en de leefwereld van wat geschreven staat of
gezegd wordt.
Wanneer we de Heilige Schrift benaderen mogen we niet vergeten dat we
een wereld betreden die heel anders is dan de onze. Neem bijvoorbeeld de
Psalmen. Voor ons lijkt het één en dezelfde categorie. De Joden
herkenden er onmiddellijk een dozijn verschillende literaire vormen in:
lofzangen, pelgrimsliederen, smeekbeden van enkelingen of van het hele volk,
leerballaden, dankgebeden enz. Hij schatte onmiddellijk de juiste betekenis,
zoals wij religieuze liederen, strijdliederen, marsen of tophits van de
dansmuziek benoemen. Aangezien wij het Joodse leven en de Joodse mentaliteit
niet van nabij kennen, moeten we de verschillende Psalmen langzamerhand leren.
De Profetische Boeken bevatten ook talloze voorbeelden van literaire
vormen waar we aan moeten wennen. De paranetische preek wil bepaalde centrale
waarheden over de trouw aan Jahweh duidelijk maken. Verbondsdreigementen,
profetische beloften, satirische treurzangen zijn weer andere categorieën
die in zeer technische termen zijn gekleed, en dat zou ons ontgaan. De
profetische godsspraken vereisen veel kennis van de feitelijke leefsituatie in
Israél: zoals de jurisprudentie, ceremoniën aan het hof,
markttaferelen, feesten partijen, hernieuwingen van het verbond,
begrafenisrituelen en zakelijke contracten. Alleen met dergelijke kennis
toegerust kunnen we de literaire vormen doorgronden en daarmee datgene wat de
profeten echt wilden doorgeven.
We moeten ook niet denken dat de historische gedeelten van het Oude
Testament in dit opzicht minder ingewikkeld zijn! In tegendeel. De geschiedenis
wordt in het Oude Testament verhaald in velerlei literaire vormen. Onze huidige
moeilijkheden aangaande historiciteit vallen nu juist te wijten aan ons
onvermogen om deze vormen te herkennen en te beklemtonen. We zijn
onvermijdelijk geneigd om Bijbelverhalen in te passen in categorieën die
we kennen: ooggetuige verslagen. Dat is een fatale blunder en heeft tot veel
misverstanden geleid! Bijgevolg dienen we te beseffen dat de literaire vormen
van het bijbelverhaal vreemd zijn voor ons en dat we ze moeten leren.
Een grondige analyse van dergelijke literaire vormen kunnen we in deze
korte uiteenzetting van het principe niet geven, maar enkele voorbeelden kunnen
we wel geven. Joodse vertellers verklaren vaak hoe een plaats of een persoon
aan de naam komt. In dergelijke etiologieën gaat het niet om de juistheid
van de feiten maar om de uitleg van de naam. Net als andere volkeren kennen de
Joden hun heldensagen die behoren bij volken in een bepaalde fase van
sociologische ontwikkeling. Profetische legenden van het type dat ontstond rond
Mozes, Elia en Elisha , vergroten wondere gebeurtenissen uit om Gods
directe ingrijpen door deze personen sterker duidelijk te maken. Feitelijk
juiste analyses ontbreken niet in de boeken van de koningen. Getheologiseerd
vertellen bestond hierin dat men een theoretische constructie inbouwde in een
verslag van gebeurtenissen: zie het verhaal van de schepping in zes dagen uit
Genesis 1! Na de Ballingschap gebruikten Joodse predikers fictieve verhalen,
zogenaamde midrash, om punten van geïnspireerde leer te illustreren. Zo
ontstonden boeken als Jona, Tobit, Judith, Esther en delen van Daniël. Al
die literaire vormen moeten worden bestudeerd en geëvalueerd volgens de
eigen kenmerken.
Literaire vormen in het Nieuwe Testame
Nemen we een voorbeeld uit de evangeliën dat vaak wordt geciteerd
om onderdrukking te rechtvaardigen.
Stel, iemand van jullie heeft een slaaf die ploegt of het vee
hoedt. Zal hij hem, als hij thuis komt van het land, zeggen:Kom meteen
aan tafel?
Nee, hij zal hem veeleer zeggen:Maak het eten voor
mij klaar, omgord je en bedien me, en als ik klaar ben met eten en drinken, dan
kun jij gaan eten en drinken.
Hij bedankt de slaaf toch niet omdat
hij heeft gedaan wat hem werd opgedragen?
Zo moeten ook jullie zeggen, als
je alles hebt gedaan wat je werd opgedragen:Wij zijn maar slaven, we
hebben gedaan wat we moesten doen
Lc 17,7-10; verg. Mt 10,24-25; 13,27-28;
18,25; enz.
Deze tekst is door kerkelijke autoriteiten en theologen gebruikt om te
bewijzen dat de slavernij door God wordt gewild. Jezus zelf, zo zeiden ze,
aanvaardde de slavernij. Jezus geeft voorbeelden van de slavernij die aantonen
dat hij de onderhorigheid van slaven een normale zaak vond. Bovendien
bewonderde Jezus de dienst van onderdanige en nederige slaven. Daarom is zij
iets moois en is niet in strijd met de wil van God.
De theologen bleven dit soort van argumenten herhalen tot ver in de
achttiende eeuw. Zo kwamen ze tot de vaste conclusie:Het staat vast dat
slavernij, waarin een man zijn meester dient als slaaf een geloofsartikel is en
alleszins gewettigd. Het bewijs is te vinden in de Heilige
Schrift.
Uit het standaardwerk: LEANDER, Questiones Morales
Theologicae, Lyons 1692; Deel 8, De Quarto Decalogi Precepto, Tract.IV,
Disp. I, Q.3.
Zelfs het Heilig Officie te Rome, dat geacht werd te waken over de
zuiverheid van de Katholieke leer, verklaarde nog op 20 juni 1866: De
slavernij zelf, is op de keper beschouwd in het geheel niet strijdig met de
natuurlijke wet en de goddelijke, en er kunnen verscheidene wettige gronden
voor slavernij gegeven worden, die men vermeld vindt bij orthodoxe theologen en
commentatoren van de heilige canons
Het druist niet in tegen de
natuurlijke en de goddelijke wet als een slaaf wordt verkocht of gekocht,
geruild of geschonken.
J.F.MAXWELL, The Development of Catholic Doctrine
Concerning Slavery, World Jurist 11 (1969-70) pag..306-307.
Waarin ligt de onjuistheid in het argument dat ontleend wordt aan het
Evangelie?
De onjuistheid is gelegen in de veronderstelling dat Jezus datgene
goedkeurt wat hij beschrijft, wanneer hij voorbeelden aanhaalt uit het
dagelijks leven. Zeker, we kunnen een les trekken uit het voorbeeld, en dit is
de boodschap. Maar wat het voorbeeld zelf betreft, dat neemt hij gewoon als een
veel voorkomend iets, als een feit dat we in de maatschappij opmerken.
Jezus zegt dat de Zoon des Mensen zal komen als een dief in de nacht. (
Mt 24,42-44.).
Beveelt hij dan aan dat je maar moet gaan stelen?
Jezus prijst de oneerlijke opzichter (Lc 16,1-13).
Vergoelijkt hij daarmee frauduleus handelen?
Jezus vergelijkt God met een onrechtvaardige rechter, die hard is ten
opzichte van de arme. (Lc 18,1-8).
Leert hij ons daarmee dat God corrupt is?
Jezus beschrijft een koning die een bruiloftsgast straft, die niet
behoorlijk gekleed is. (Mt 22,11-14).
Is dit een les in wellevendheid?
De Barmhartige Samaritaan goot wijn en olie op de wonden van de man. (Lc
10,34).
Moeten artsen dit voorbeeld soms volgen?
In tekst na tekst zien we Jezus vele beschrijvingen geven, vaak
gedetailleerd en altijd levensecht. Men hoeft niet bijzonder intelligent te
zijn om in te zien dat dit niet meer zijn dan illustraties. Hetzelfde geldt
voor de voorbeelden die Jezus ontleent aan de slavernij.
In dit geval is de houding van Jezus ook duidelijk uit wat hij in andere
teksten zegt. Want ook al beschrijft hij de gewone baas als iemand die van zijn
slaven gehoorzaamheid verwacht, is een dergelijke manier van doen niet wat hij
verwacht van een christen.
Volgens Jezus dienen wij als volgt te zijn:
Wie groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar
zijn,
en wie onder jullie de eerste wil zijn, moet jullie slaaf zijn.
Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen
.
Mt 20,26-28
Als ik, jullie Heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan
behoren jullie ook elkaar de voeten te wassen
Ik verzeker jullie: een
knecht is niet meer dan zijn meester.
Joh 13,14-16. Het wassen van de voeten van zijn
meester was een wettelijk aanvaard teken waardoor een slaaf zijn ondergeschikte
positie toonde. J.D.M.DERRETT, Domine, tu mihi lavas pedes?,
Bibbia e Oriente 21 (1979) pag. 13-42. Verg. Lc 3,16.
Ja, van een hardwerkende en nederige slaaf kunnen we de waarde van
dienstbetoon leren. Dit bedoelt Jezus te zeggen, zoals we kunnen zien in de
literaire vorm die hij gebruikt: een voorbeeld. Het is echter duidelijk dat
Jezus de manier waarop heren hun slaven behandelen niet goedpraat, of dat hij
de slavernij aanprees als een aanvaardbare christelijke praktijk. Hij zag de
slavernij als iets wat nu eenmaal bestond, volgens de inzichten van zijn tijd.
De literaire vorm die we hier bespreken is die van de
parabel en de gelijkenis. Wanneer Jezus parabels en
gelijkenissen gebruikt, moeten we het verhaal zelf, met zijn voorbeelden
en illustraties, weten te onderscheiden van de pointe van het verhaal,
dat wil zeggen: wat Jezus ons wil leren. In de scheppingsverhalen hebben we
eenzelfde onderscheid gemaakt tussen de manier van voorstellen en de leer die
door die voorstelling van zaken wordt overgebracht. Ook hier kunnen wij dit
geven als een algemeen principe.
De betekenis van al wat de bijbel zegt kan alleen worden bepaald door
het bestuderen van de literaire vorm. Van iedere bijbelse mededeling kan de
bedoeling alleen worden bepaald door een beschouwing van de literaire vorm.
Vragen als: Is dit waar gebeurd? of Wat wil hij daarmee
zeggen? kan niet worden opgelost door een algemene opmerking als:
Wat in de Bijbel staat kan niet verkeerd zijn! of Zoek het
eens op in het woordenboek! God heeft gesproken via mensen (menselijke
auteurs). Hij sprak door middel van hun taal. Hij formuleerde zijn boodschappen
via hun mentaliteit. Hij wilde niets meer of minder beweren dan wat zijn
menselijke instrumenten wilden. En wat die wilden beweren kan slechts met
zekerheid worden vastgesteld na een zorgvuldige bestudering van de literaire
vormen die zij bezigden.
John Wijngaards
De regel van de letterlijke betekenis houdt nauw verband met
de andere regels:
- de regel van de feitelijk bedoelde
betekenis.
- De regel van het beoogde doel
- De regel van de rationalisatie
Vertaling Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |