OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Bijbel en liturgie stemmen overeen: de vrouwen waren aanwezig

Bijbel en liturgie stemmen overeen: de vrouwen waren aanwezig

door Marjorie Reiley Maguire

National Catholic Reporter, 5 juni 1998. Overgenomen met toestemming van de auteur.

Marjorie Reiley Maguire is theologe en advocate in Milwaukee.

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

De belangrijkste reden die het Vaticaan geeft voor het onthouden van de wijding aan de vrouw is het voorbeeld van Jezus. Jezus heeft het sacrament van de wijding ingesteld bij het Laatste Avondmaal, zo luidt de redenering, slechts voor twaalf mannelijke apostelen.

Veronderstel echter dat de twaalf mannelijke apostelen niet de enige volgelingen van Jezus waren bij het Laatste Avondmaal. Zou het uitsluiten van vrouwen van de heilige wijdingen dan gerechtvaardigd zijn?

Een woord dat me tevoren nooit in de tekst van de eucharistieviering was opgevallen, was er onlangs de oorzaak van dat ik opnieuw heb gekeken naar de Heilige Schrift en de traditie wat betreft het Laatste Avondmaal. Mijn conclusie is dat het de algemene en ononderbroken leer van de kerk, zoals we die vinden in de Heilige Schrift en de kerkelijke liturgische traditie, is, dat zowel leerlingen als apostelen van Jezus aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal. Bovendien lijkt het overduidelijk dat sommige van die leerlingen vrouwen waren.

Hoewel ik meer dan 50 jaar de eucharistie heb bijgewoond, hoorde ik onlangs, als voor het eerst, de celebrant bij de consecratie zeggen: "Op de avond dat hij verraden werd, sprak Jezus tot zijn leerlingen... " Ik zou gezworen hebben dat het woord altijd apostelen was geweest. Bij elke andere gelegenheid zou ik, als ik had opgemerkt dat de priester het woord leerlingen had gebruikt bij de consecratie, eenvoudigweg gedacht hebben dat de priester inclusieve taal bezigde. Op deze bepaalde zondag echter was de celebrant mijn plaatselijke aartsbisschop en ik weet dat aartsbisschoppen geen rommeltje maken van de consecratiewoorden. Dus wist ik dat leerlingen het juiste woord moest zijn.

De meeste katholieken beseffen natuurlijk, als ze een ogenblik de tijd nemen om de consecratiewoorden bij zichzelf te herhalen, dat het leerlingen is. Maar als ik nu een priester, een theologisch opgeleide katholiek of een pas bekeerde met weinig theologische opleiding vraag om hun snelle, spontane antwoord, dan is mijn vermoeden dat het woord dat men in de mis gebruikt apostelen is. Het schijnt dat de meeste katholieken horen wat de kunstenaars ons hebben aangepraat te horen in hun beschrijvingen van het Laatste Avondmaal: ze tonen Jezus die aan tafel aanzit met twaalf mannen. Maar de Heilige Schrift en de traditie steunen niet deze gedachte dat alleen de twaalf mannelijke apostelen aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal.

Bijbelgeleerden zeggen ons dat het eerste verslag van Jezus’ woorden bij het Laatste Avondmaal te vinden zijn in de brief van Paulus aan de Korinthiërs, 1 Kor.11,23-26 die volgens de geleerden geschreven is rond het jaar 57 n.Chr. Paulus geeft ons echter geen bijzonderheden over de aanwezigen bij het Laatste Avondmaal. Hij herhaalt slechts Jezus’ woorden.

Matteüs, Marcus en Lucas beginnen allemaal hun relaas van het Laatste Avondmaal met te vertellen dat Jezus het paasfeest met zijn leerlingen wilde vieren. Het is een belangrijk gegeven dat de evangelisten niet zeggen dat Jezus het paasfeest wilde vieren met zijn apostelen of met de twaalf, ofschoon deze schrijvers alle drie deze woorden kennen en ze in hun evangelie gebruikten. Alle drie de evangelisten laten ons ook weten dat Jezus werkelijk het paasfeest samen met zijn leerlingen vierde.

Terwijl alle drie evangelisten zeggen dat de leerlingen van Jezus bij het Laatste Avondmaal waren, maken ze ook een opmerking over de bijzondere positie van de apostelen. Bij Matteüs en Lucas ligt Jezus aan tafel aan met de twaalf. Marcus zegt niet uitdrukkelijk dat alleen de twaalf aan Jezus’ tafel zaten, maar je zou het uit zijn tekst kunnen opmaken.

Blijkbaar heeft zich uit het detail over de twaalf die aan Jezus’ tafel zaten de veronderstelling ontwikkeld dat Jezus het Laatste Avondmaal alleen met de twaalf apostelen vierde. Hoewel vandaag de dag sommige bijbelgeleerden betogen dat het idee van een kern van twaalf volgelingen niet historisch is, gaat het er hier om dat we zien dat de evangeliën aanwezigheid bij het Laatste Avondmaal niet beperken tot alleen deze groep.

Bij nadere beschouwing schijnt de bedoeling van het detail over wie bij Jezus aan tafel zaten, was om aan te tonen dat de verrader uit Jezus’ kerngroep kwam, uit degenen die dezelfde tafel met hem deelden en het brood doopten in dezelfde schotel als Jezus. Als de evangelisten dit detail gaven om aan te tonen dat slechts de twaalf aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, zou het zinloos zijn dat de drie evangeliën helemaal aan het begin van het verhaal het woord leerlingen gebruikten om te beschrijven wie bij het paasmaal aanwezig was. Bovendien zou het voor Matteüs en Lucas niet nodig geweest zijn te vermelden dat Jezus aan tafel aanlag met de twaalf, als het al duidelijk was dat de twaalf de enigen waren in die zaal.

Onmiddellijk na het gedeelte over degenen die met Jezus aan tafel waren, vertellen de evangelisten ons over de woorden die Jezus sprak over het brood en de wijn. Matteüs is de enige van de evangelisten die rechtstreeks antwoord geeft op de vraag of Jezus de eucharistische woorden tot al zijn leerlingen sprak of alleen tot de twaalf aan zijn tafel. Terwijl hij vrijwel dezelfde woorden gebruikt als in de consecratietekst, zegt Matteüs uitdrukkelijk dat Jezus de woorden over het brood sprak tot zijn leerlingen (Mt 26,26), Marcus en Lucas zijn meer dubbelzinnig, maar geen van beiden sluit de leerlingen duidelijk uit.

Ofschoon het evangelie van Johannes de instelling van de eucharistie niet vermeldt, heeft het ook geen lang verslag van het Laatste Avondmaal. Evenals de drie andere evangelisten staaft ook Johannes de gedachte dat er andere leerlingen aanwezig waren in de zaal dan alleen de twaalf. In zijn verslag van het avondmaal gebruikt Johannes alleen het woord leerlingen, geen enkele maal apostelen of de twaalf. Jezus wast de voeten van de leerlingen. Hij deelt het voedsel met zijn leerlingen. En hij houdt zijn afscheidsrede voor de leerlingen. Johannes zegt zelfs niet dat Jezus zijn tafel deelde met de twaalf, hoewel Johannes wel het verhaal vermeldt dat de verrader een van degenen was aan wie Jezus brood reikte van zijn tafel.

Het Johannesevangelie heeft een interessant detail dat het argument staaft dat nog andere leerlingen dan de twaalf aanwezig waren. Tijdens Jezus’ afscheidsrede zegt Johannes dat "Judas, niet de Iscariot" Jezus een vraag stelde (Joh 14,22). Deze persoon kan heel goed een leerling geweest zijn die niet een van de twaalf was.

Behalve deze evangelieverhalen zijn er ook twee andere verhalen uit het Nieuwe Testament die schijnen te bewijzen dat Jezus het Laatste Avondmaal vierde met meer leerlingen dan alleen de twaalf apostelen. Handelingen 1,15-26 vermeldt dat Petrus na de hemelvaart van Jezus voorstelde dat ze een andere apostel zouden toevoegen die de plaats zou innemen van Judas. De kwalificatie die Petrus voorstelde voor de verkiezing van de toe te voegen apostel was dat deze persoon een van degenen zou zijn die "steeds met ons zijn opgetrokken, al die tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het begin, vanaf de doop van Johannes, tot de dag waarop hij van ons is weggenomen". Gegeven deze maatstaf, is het zeer onwaarschijnlijk dat die persoon niet bij het Laatste Avondmaal geweest zou zijn. Er werden twee kandidaten voorgedragen die aan die kwalificatie beantwoordden. Derhalve moeten minstens twee andere leerlingen dan de twaalf aanwezig zijn geweest bij het Laatste Avondmaal.

Het evangelieverhaal van Jezus’ verschijnen aan de twee leerlingen op de weg naar Emmaus toont nog nadrukkelijker aan dat er nog andere leerlingen dan de twaalf aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal. Lucas laat het voorval plaats hebben op de dag van Jezus’ verrijzenis, Paaszondag, drie dagen na het Laatste Avondmaal. De twee leerlingen van Emmaus beseffen dat hun reisgenoot Jezus is, wanneer zij hem herkennen "in het breken van het brood". Die zin heeft alleen enige betekenis als de twee leerlingen aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, slechts enkele dagen daarvoor. We weten dat de twee niet behoren tot de twaalf, want Lucas geeft de naam van een van hen en omdat het verhaal eindigt met de mededeling dat de twee leerlingen diezelfde dag terugkeerden naar Jeruzalem om aan "de elf" te vertellen wat er gebeurd was.

Er zijn geleerden die hebben gesuggereerd dat de Emmausleerling waarvan de nam niet wordt genoemd, een vrouw is. Zij opperen dat het man en vrouw zijn die naar Emmaus reisden. In dat geval zou er rechtstreeks schriftuurlijk bewijs zijn dat er vrouwen waren onder de leerlingen die aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal.

Dat de schrift duidelijk aangeeft dat zowel leerlingen als apostelen aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, is in de traditie van de kerk bewaard gebleven vanaf de tijd van het eerste christendom. De oude liturgische teksten tonen dit aan, en liturgie is het belangrijkste middel om de kerkelijke traditie over te dragen.

De oudste liturgische tekst waarin de woorden van de consecratie zijn opgenomen is De Anaphora van Basilius van Caesarea van ongeveer 357 n.Chr. Het gebruikt beide woorden leerlingen en apostelen. Het zegt: Jezus "nam brood, zegende het, heiligde en brak het en gaf het aan zijn heilige leerlingen en apostelen…". Dit is hetzelfde liturgische gebed als wat tegenwoordig nog gebruikt wordt door de Koptische kerk in de Liturgie van de H. Basilius en door de Orthodoxe kerk in de normale liturgie van St. Johannes Chrysostomos.

Eveneens gebruikte de alleroudste complete liturgie alleen het woord leerlingen bij de consecratie. Ofschoon deze liturgie uit de kerk van Antiochië schijnt te komen, wordt zij toegeschreven aan de H. Clemens van Rome. De liturgie is bewaard in boek 8 van de Apostolische Constituties, die rond de vierde eeuw zijn samengesteld. Bij de consecratie zegt deze liturgie dat Jezus het brood brak "en het aan zijn leerlingen gaf" Aangezien deze liturgie elders ook het woord apostelen bezigt, moet het woord leerlingen bij de consecratie opzettelijk gebruikt zijn.

De oudste versies van de eucharistieteksten volgens de Romeinse ritus gaan terug op de werken van Ambrosius, die zowel apostelen en leerlingen bezigt voor zijn versie van de consecratiewoorden. In zijn preken, bijeengebracht in een werk genaamd De Sacramentis, citeert Ambrosius de canon van zijn tijd, die zei dat Jezus het brood nam en "nadat hij het gebroken had, gaf hij het aan zijn apostelen en leerlingen". De canon zegt ook dat Jezus de beker nam en "hij reikte die aan de apostelen en zijn leerlingen".

Met andere woorden, de geschiedenis van de liturgie toont aan dat het de vaste overtuiging van de hele christelijke kerk is dat Jezus de woorden van het Laatste Avondmaal sprak tot zowel zijn leerlingen als zijn apostelen. Zelfs de kerk van Rome die slechts één woord gebruikt, bezigt het woord leerlingen, niet het woord apostelen.

Hoewel ik geen bewijs heb gevonden dat er vrouwen waren onder de leerlingen bij het Laatste Avondmaal, geeft het feit dat de leerlingen van Jezus erbij aanwezig waren, een belangrijke bijdrage aan het debat over de wijding van vrouwen. Het verlegt de bewijslast bij deze kwestie.

Indien de twaalf apostelen de enige aanwezigen waren bij het Laatste Avondmaal met Jezus, zoals we 2000 jaar lang hebben aangenomen, dan zou het Vaticaan gelijk hebben met de bewijslast te leggen bij diegenen die beweren dat de kerk gezag heeft om vrouwen te wijden. Als de leerlingen van Jezus echter ook aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, de eucharistische woorden hoorden en Jezus’ opdracht om "dit te doen ter gedachtenis aan mij", dan verschuift de bewijslast naar diegenen die zouden willen beweren dat er geen vrouwen waren onder de aanwezige leerlingen. Dat lijkt een onmogelijke zaak om te bewijzen.

Het is ontegenzeggelijk dat er vrouwen waren onder Jezus’ leerlingen in de evangeliën. Eén vrouwelijke leerling, Martha, wordt voorgesteld terwijl ze een geloofsbelijdenis aflegt die vergelijkbaar is met de beroemde geloofsbelijdenis van Petrus, die maakte dat Jezus zijn kerk op Petrus zou bouwen. Zou Martha dan niet een van de leerlingen zijn die was uitgenodigd voor het Laatste Avondmaal? De vrouwelijke leerlingen van Jezus waren ongetwijfeld in Jeruzalem ten tijde van het Laatste Avondmaal, aangezien zij er de volgende dag waren om hem te volgen naar Golgotha, terwijl de mannelijke apostelen zich schuilhielden. Vrouwen waren de eersten die Jezus zagen na de verrijzenis. Het is ondenkbaar dat Jezus deze vrouwen, vooral zijn moeder en Maria Magdalena niet zou hebben uitgenodigd om samen met hem bij zijn laatste paasmaal te zijn, als hij meer leerlingen heeft uitgenodigd dan de twaalf apostelen. Bovendien waren er mannelijke en vrouwelijke leerlingen, waaronder zijn moeder, aanwezig in de bovenzaal op pinksteren, toen de Heilige Geest over hen allen kwam, mannen zowel als vrouwen. Als Jezus verkozen had geen vrouwen te hebben onder zijn vele leerlingen in de bovenzaal bij het Laatste Avondmaal, is het dan niet waarschijnlijk dat hij ook verkozen had de Heilige Geest niet te zenden over de mensen in de bovenzaal als er vrouwen onder hen waren?

Zou het handhaven van het woord leerlingen in de evangelieverhalen over het Laatste Avondmaal en de eucharistische liturgieën door de eeuwen heen niet de manier zijn van de Heilige Geest om Jezus’ oorspronkelijke bedoeling in leven te houden totdat Gods tijd aanbrak voor de wijding van vrouwen?

In plaats van de wijding van vrouwen te zien als een kwestie die pas ontstaan is om tegemoet te komen aan de moderne feministen, is het niet mogelijk dat het een kwestie is die opgekomen is onder de leiding van de Heilige Geest om tegemoet te komen aan de behoeften van vrouwen zowel als mannen in de kerk in de moderne wereld, waarin de kwestie van de plaats van de vrouw eindelijk boven water is gekomen en niet meer weg zal gaan?

Misschien kan het Jubileumjaar 2000 de tijd zijn voor een nieuw begin in de kerk wat dit betreft.

Zie ook: De maaltijden van de gemeente door Suzanne Tunc

Vertaling Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research