|
|
|---|
door Marjorie Reiley Maguire
National Catholic Reporter, 5 juni 1998.
Overgenomen met toestemming van de auteur.
Marjorie Reiley Maguire is theologe en advocate in
Milwaukee.
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
De belangrijkste reden die het Vaticaan geeft voor het onthouden van de
wijding aan de vrouw is het voorbeeld van Jezus. Jezus heeft het sacrament van
de wijding ingesteld bij het Laatste Avondmaal, zo luidt de redenering, slechts
voor twaalf mannelijke apostelen.
Veronderstel echter dat de twaalf mannelijke apostelen niet de enige
volgelingen van Jezus waren bij het Laatste Avondmaal. Zou het uitsluiten van
vrouwen van de heilige wijdingen dan gerechtvaardigd zijn?
Een woord dat me tevoren nooit in de tekst van de eucharistieviering was
opgevallen, was er onlangs de oorzaak van dat ik opnieuw heb gekeken naar de
Heilige Schrift en de traditie wat betreft het Laatste Avondmaal. Mijn
conclusie is dat het de algemene en ononderbroken leer van de kerk, zoals we
die vinden in de Heilige Schrift en de kerkelijke liturgische traditie, is, dat
zowel leerlingen als apostelen van Jezus aanwezig waren bij het Laatste
Avondmaal. Bovendien lijkt het overduidelijk dat sommige van die leerlingen
vrouwen waren.
Hoewel ik meer dan 50 jaar de eucharistie heb bijgewoond, hoorde ik
onlangs, als voor het eerst, de celebrant bij de consecratie zeggen: "Op de
avond dat hij verraden werd, sprak Jezus tot zijn leerlingen... " Ik zou
gezworen hebben dat het woord altijd apostelen was geweest. Bij elke
andere gelegenheid zou ik, als ik had opgemerkt dat de priester het woord
leerlingen had gebruikt bij de consecratie, eenvoudigweg gedacht hebben
dat de priester inclusieve taal bezigde. Op deze bepaalde zondag echter was de
celebrant mijn plaatselijke aartsbisschop en ik weet dat aartsbisschoppen geen
rommeltje maken van de consecratiewoorden. Dus wist ik dat leerlingen
het juiste woord moest zijn.
De meeste katholieken beseffen natuurlijk, als ze een ogenblik de tijd
nemen om de consecratiewoorden bij zichzelf te herhalen, dat het leerlingen
is. Maar als ik nu een priester, een theologisch opgeleide katholiek
of een pas bekeerde met weinig theologische opleiding vraag om hun snelle,
spontane antwoord, dan is mijn vermoeden dat het woord dat men in de mis
gebruikt apostelen is. Het schijnt dat de meeste katholieken
horen wat de kunstenaars ons hebben aangepraat te horen in hun beschrijvingen
van het Laatste Avondmaal: ze tonen Jezus die aan tafel aanzit met twaalf
mannen. Maar de Heilige Schrift en de traditie steunen niet deze gedachte dat
alleen de twaalf mannelijke apostelen aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal.
Bijbelgeleerden zeggen ons dat het eerste verslag van Jezus
woorden bij het Laatste Avondmaal te vinden zijn in de brief van Paulus aan de
Korinthiërs, 1 Kor.11,23-26 die volgens de geleerden geschreven is rond
het jaar 57 n.Chr. Paulus geeft ons echter geen bijzonderheden over de
aanwezigen bij het Laatste Avondmaal. Hij herhaalt slechts Jezus
woorden.
Matteüs, Marcus en Lucas beginnen allemaal hun relaas van het
Laatste Avondmaal met te vertellen dat Jezus het paasfeest met zijn leerlingen
wilde vieren. Het is een belangrijk gegeven dat de evangelisten niet zeggen dat
Jezus het paasfeest wilde vieren met zijn apostelen of met de twaalf, ofschoon
deze schrijvers alle drie deze woorden kennen en ze in hun evangelie
gebruikten. Alle drie de evangelisten laten ons ook weten dat Jezus werkelijk
het paasfeest samen met zijn leerlingen vierde.
Terwijl alle drie evangelisten zeggen dat de leerlingen van Jezus bij
het Laatste Avondmaal waren, maken ze ook een opmerking over de bijzondere
positie van de apostelen. Bij Matteüs en Lucas ligt Jezus aan tafel aan
met de twaalf. Marcus zegt niet uitdrukkelijk dat alleen de twaalf aan
Jezus tafel zaten, maar je zou het uit zijn tekst kunnen opmaken.
Blijkbaar heeft zich uit het detail over de twaalf die aan Jezus
tafel zaten de veronderstelling ontwikkeld dat Jezus het Laatste Avondmaal
alleen met de twaalf apostelen vierde. Hoewel vandaag de dag sommige
bijbelgeleerden betogen dat het idee van een kern van twaalf volgelingen niet
historisch is, gaat het er hier om dat we zien dat de evangeliën
aanwezigheid bij het Laatste Avondmaal niet beperken tot alleen deze groep.
Bij nadere beschouwing schijnt de bedoeling van het detail over wie bij
Jezus aan tafel zaten, was om aan te tonen dat de verrader uit Jezus
kerngroep kwam, uit degenen die dezelfde tafel met hem deelden en het brood
doopten in dezelfde schotel als Jezus. Als de evangelisten dit detail gaven om
aan te tonen dat slechts de twaalf aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal,
zou het zinloos zijn dat de drie evangeliën helemaal aan het begin van het
verhaal het woord leerlingen gebruikten om te beschrijven wie bij het
paasmaal aanwezig was. Bovendien zou het voor Matteüs en Lucas niet nodig
geweest zijn te vermelden dat Jezus aan tafel aanlag met de twaalf, als het al
duidelijk was dat de twaalf de enigen waren in die zaal.
Onmiddellijk na het gedeelte over degenen die met Jezus aan tafel waren,
vertellen de evangelisten ons over de woorden die Jezus sprak over het brood en
de wijn. Matteüs is de enige van de evangelisten die rechtstreeks antwoord
geeft op de vraag of Jezus de eucharistische woorden tot al zijn leerlingen
sprak of alleen tot de twaalf aan zijn tafel. Terwijl hij vrijwel dezelfde
woorden gebruikt als in de consecratietekst, zegt Matteüs uitdrukkelijk
dat Jezus de woorden over het brood sprak tot zijn leerlingen (Mt 26,26),
Marcus en Lucas zijn meer dubbelzinnig, maar geen van beiden sluit de
leerlingen duidelijk uit.
Ofschoon het evangelie van Johannes de instelling van de eucharistie
niet vermeldt, heeft het ook geen lang verslag van het Laatste Avondmaal.
Evenals de drie andere evangelisten staaft ook Johannes de gedachte dat er
andere leerlingen aanwezig waren in de zaal dan alleen de twaalf. In zijn
verslag van het avondmaal gebruikt Johannes alleen het woord leerlingen,
geen enkele maal apostelen of de twaalf. Jezus wast de voeten van
de leerlingen. Hij deelt het voedsel met zijn leerlingen. En hij houdt zijn
afscheidsrede voor de leerlingen. Johannes zegt zelfs niet dat Jezus zijn tafel
deelde met de twaalf, hoewel Johannes wel het verhaal vermeldt dat de verrader
een van degenen was aan wie Jezus brood reikte van zijn tafel.
Het Johannesevangelie heeft een interessant detail dat het argument
staaft dat nog andere leerlingen dan de twaalf aanwezig waren. Tijdens
Jezus afscheidsrede zegt Johannes dat "Judas, niet de Iscariot" Jezus een
vraag stelde (Joh 14,22). Deze persoon kan heel goed een leerling geweest zijn
die niet een van de twaalf was.
Behalve deze evangelieverhalen zijn er ook twee andere verhalen uit het
Nieuwe Testament die schijnen te bewijzen dat Jezus het Laatste Avondmaal
vierde met meer leerlingen dan alleen de twaalf apostelen. Handelingen 1,15-26
vermeldt dat Petrus na de hemelvaart van Jezus voorstelde dat ze een andere
apostel zouden toevoegen die de plaats zou innemen van Judas. De kwalificatie
die Petrus voorstelde voor de verkiezing van de toe te voegen apostel was dat
deze persoon een van degenen zou zijn die "steeds met ons zijn opgetrokken, al
die tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het begin, vanaf de doop
van Johannes, tot de dag waarop hij van ons is weggenomen". Gegeven deze
maatstaf, is het zeer onwaarschijnlijk dat die persoon niet bij het Laatste
Avondmaal geweest zou zijn. Er werden twee kandidaten voorgedragen die aan die
kwalificatie beantwoordden. Derhalve moeten minstens twee andere leerlingen dan
de twaalf aanwezig zijn geweest bij het Laatste Avondmaal.
Het evangelieverhaal van Jezus verschijnen aan de twee leerlingen
op de weg naar Emmaus toont nog nadrukkelijker aan dat er nog andere leerlingen
dan de twaalf aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal. Lucas laat het voorval
plaats hebben op de dag van Jezus verrijzenis, Paaszondag, drie dagen na
het Laatste Avondmaal. De twee leerlingen van Emmaus beseffen dat hun
reisgenoot Jezus is, wanneer zij hem herkennen "in het breken van het brood".
Die zin heeft alleen enige betekenis als de twee leerlingen aanwezig waren bij
het Laatste Avondmaal, slechts enkele dagen daarvoor. We weten dat de twee niet
behoren tot de twaalf, want Lucas geeft de naam van een van hen en omdat het
verhaal eindigt met de mededeling dat de twee leerlingen diezelfde dag
terugkeerden naar Jeruzalem om aan "de elf" te vertellen wat er gebeurd
was.
Er zijn geleerden die hebben gesuggereerd dat de Emmausleerling waarvan
de nam niet wordt genoemd, een vrouw is. Zij opperen dat het man en vrouw zijn
die naar Emmaus reisden. In dat geval zou er rechtstreeks schriftuurlijk bewijs
zijn dat er vrouwen waren onder de leerlingen die aanwezig waren bij het
Laatste Avondmaal.
Dat de schrift duidelijk aangeeft dat zowel leerlingen als apostelen
aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, is in de traditie van de kerk bewaard
gebleven vanaf de tijd van het eerste christendom. De oude liturgische teksten
tonen dit aan, en liturgie is het belangrijkste middel om de kerkelijke
traditie over te dragen.
De oudste liturgische tekst waarin de woorden van de consecratie zijn
opgenomen is De Anaphora van Basilius van Caesarea van ongeveer 357 n.Chr. Het
gebruikt beide woorden leerlingen en apostelen. Het zegt: Jezus
"nam brood, zegende het, heiligde en brak het en gaf het aan zijn heilige
leerlingen en apostelen
". Dit is hetzelfde liturgische gebed als wat
tegenwoordig nog gebruikt wordt door de Koptische kerk in de Liturgie van de H.
Basilius en door de Orthodoxe kerk in de normale liturgie van St. Johannes
Chrysostomos.
Eveneens gebruikte de alleroudste complete liturgie alleen het woord
leerlingen bij de consecratie. Ofschoon deze liturgie uit de kerk van
Antiochië schijnt te komen, wordt zij toegeschreven aan de H. Clemens van
Rome. De liturgie is bewaard in boek 8 van de Apostolische Constituties, die
rond de vierde eeuw zijn samengesteld. Bij de consecratie zegt deze liturgie
dat Jezus het brood brak "en het aan zijn leerlingen gaf" Aangezien deze
liturgie elders ook het woord apostelen bezigt, moet het woord
leerlingen bij de consecratie opzettelijk gebruikt zijn.
De oudste versies van de eucharistieteksten volgens de Romeinse ritus
gaan terug op de werken van Ambrosius, die zowel apostelen en
leerlingen bezigt voor zijn versie van de consecratiewoorden. In zijn
preken, bijeengebracht in een werk genaamd De Sacramentis, citeert
Ambrosius de canon van zijn tijd, die zei dat Jezus het brood nam en "nadat hij
het gebroken had, gaf hij het aan zijn apostelen en leerlingen". De canon zegt
ook dat Jezus de beker nam en "hij reikte die aan de apostelen en zijn
leerlingen".
Met andere woorden, de geschiedenis van de liturgie toont aan dat het de
vaste overtuiging van de hele christelijke kerk is dat Jezus de woorden van het
Laatste Avondmaal sprak tot zowel zijn leerlingen als zijn apostelen. Zelfs de
kerk van Rome die slechts één woord gebruikt, bezigt het woord
leerlingen, niet het woord apostelen.
Hoewel ik geen bewijs heb gevonden dat er vrouwen waren onder de
leerlingen bij het Laatste Avondmaal, geeft het feit dat de leerlingen van
Jezus erbij aanwezig waren, een belangrijke bijdrage aan het debat over de
wijding van vrouwen. Het verlegt de bewijslast bij deze kwestie.
Indien de twaalf apostelen de enige aanwezigen waren bij het Laatste
Avondmaal met Jezus, zoals we 2000 jaar lang hebben aangenomen, dan zou het
Vaticaan gelijk hebben met de bewijslast te leggen bij diegenen die beweren dat
de kerk gezag heeft om vrouwen te wijden. Als de leerlingen van Jezus echter
ook aanwezig waren bij het Laatste Avondmaal, de eucharistische woorden hoorden
en Jezus opdracht om "dit te doen ter gedachtenis aan mij", dan
verschuift de bewijslast naar diegenen die zouden willen beweren dat er geen
vrouwen waren onder de aanwezige leerlingen. Dat lijkt een onmogelijke zaak om
te bewijzen.
Het is ontegenzeggelijk dat er vrouwen waren onder Jezus
leerlingen in de evangeliën. Eén vrouwelijke leerling, Martha,
wordt voorgesteld terwijl ze een geloofsbelijdenis aflegt die vergelijkbaar is
met de beroemde geloofsbelijdenis van Petrus, die maakte dat Jezus zijn kerk op
Petrus zou bouwen. Zou Martha dan niet een van de leerlingen zijn die was
uitgenodigd voor het Laatste Avondmaal? De vrouwelijke leerlingen van Jezus
waren ongetwijfeld in Jeruzalem ten tijde van het Laatste Avondmaal, aangezien
zij er de volgende dag waren om hem te volgen naar Golgotha, terwijl de
mannelijke apostelen zich schuilhielden. Vrouwen waren de eersten die Jezus
zagen na de verrijzenis. Het is ondenkbaar dat Jezus deze vrouwen, vooral zijn
moeder en Maria Magdalena niet zou hebben uitgenodigd om samen met hem bij zijn
laatste paasmaal te zijn, als hij meer leerlingen heeft uitgenodigd dan de
twaalf apostelen. Bovendien waren er mannelijke en vrouwelijke leerlingen,
waaronder zijn moeder, aanwezig in de bovenzaal op pinksteren, toen de Heilige
Geest over hen allen kwam, mannen zowel als vrouwen. Als Jezus verkozen had
geen vrouwen te hebben onder zijn vele leerlingen in de bovenzaal bij het
Laatste Avondmaal, is het dan niet waarschijnlijk dat hij ook verkozen had de
Heilige Geest niet te zenden over de mensen in de bovenzaal als er vrouwen
onder hen waren?
Zou het handhaven van het woord leerlingen in de evangelieverhalen over
het Laatste Avondmaal en de eucharistische liturgieën door de eeuwen heen
niet de manier zijn van de Heilige Geest om Jezus oorspronkelijke
bedoeling in leven te houden totdat Gods tijd aanbrak voor de wijding van
vrouwen?
In plaats van de wijding van vrouwen te zien als een kwestie die pas
ontstaan is om tegemoet te komen aan de moderne feministen, is het niet
mogelijk dat het een kwestie is die opgekomen is onder de leiding van de
Heilige Geest om tegemoet te komen aan de behoeften van vrouwen zowel als
mannen in de kerk in de moderne wereld, waarin de kwestie van de plaats van de
vrouw eindelijk boven water is gekomen en niet meer weg zal gaan?
Misschien kan het Jubileumjaar 2000 de tijd zijn voor een nieuw begin in
de kerk wat dit betreft.
Zie ook: De maaltijden van de gemeente
door Suzanne Tunc
Vertaling Theresia
Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |