|
|
|---|
Bestaat er een genetische oorsprong voor de
dominerende rol van de man?
1. Man en vrouw hebben gelijke rechten als staatsburgers
en als aangenomen kinderen van God. Maar men moet deze gelijkberechtiging niet
verwarren met identieke rol. In feite zijn de man en de vrouw zowel biologisch
als psychologisch verschillend. Er zijn aangeboren kenmerken die hen schijnbaar
verschillende taken toebedelen in de maatschappij. Ofschoon we deze kenmerken
niet moeten overdrijven maken ze beslist wel deel uit van de fysieke en
geestelijke aanleg van de mens. Onder de vooroordelen die ontspringen aan de
cultuur, ligt een harde onderlaag van verschil in aanleg. Om precies te zijn,
de man lijkt door zijn aard beter geschikt te zijn voor agressieve taken en
vrouwen voor koesterende.
2. Het lichaam van de man is veel beter toegerust voor
harde lichaamsarbeid. In de man maakt de borst het centrale en massieve deel
van het lijf uit. De man heeft brede schouders en sterke armen. De man heeft
veel sterkere spieren dan de vrouw (zoals blijkt uit internationale
sportevenementen) en projecteert een imago van sterkte. De vrouw daarentegen
heeft een lichaam dat gericht is op moederschap. Bij de vrouw is de schoot het
massieve centrale gedeelte van het lichaam. "De vrouw is wat zij is door haar
schoot" (Virchow). Het lichaam van de vrouw is gericht op het aantrekken van de
mannelijke partner door schoonheid ervan, en op het beschermen van haar
kinderen door de reserve aan natuurlijke energie. De fysieke en psychologische
verschillen die hieruit voortvloeien, rusten man en vrouw toe voor een
verschillende rol in de maatschappij.
F.J.J. BUYTENDIJK, De Vrouw, Utrecht 1961, blz.
81vv; 162-163.
3. Dit verschil in aanleg heeft men ook opgemerkt bij
kinderen. Vóór jongens en meisjes kunnen zijn beïnvloed door
de vooroordelen van de cultuur waartoe zij behoren, leggen ze al een
verschillende houding aan de dag ten opzichte van hun omgeving. In het algemeen
is het spel van jongens ruwer en vertoont meer agressie;, ze zijn eerder
geneigd tot koppigheid en gebruiken eerder geweld. Meisjes geven sneller toe en
vermijden vechtpartijen. Ze houden meer van rustige spelletjes en zijn liever.
Deze bevindingen zijn bevestigd door studies in verschillende sociale milieus
en culturen.
SCHEIFLER, Zur Psychologie der Gaschlechter,
Spielinteressen des Schulalters, Z.F. Ang Psych. 8 (1914) blz.124-144.
HATTWICK, Sex Differences in Behaviour of nursery school children, Child
Development 8 (1967) blz. 343-355. CUMMINGS, The incidence of emotional
symptoms in school children, Brit. Jour. Psych. 14 (1944) 1. blz.
161-161. N.G. BLURTON-JONES, An Ethnological Study of some aspects of social
Behaviour of Children in Nursery School, in Primate Ethnology, ed. D.
MORRIES, London, Weidenfeld Nicholson,1967.
4. Dat er een genetische factor is, wordt ook bewezen
door een vergelijkende studie van apen, vooral van mensapen (primaten) die
dicht bij de mens staan in de evolutieboom. Bij de gorillas en de
bavianen leggen de mannetjes hun gezag op door middel van agressie. De leider
is altijd een mannetje dat grotere rechten opeist over de anderen wat betreft
ruimte, voedsel en wijfjes.
I. DE VORE, Primate Behaviour, New York: Holt
Rinehart Jc Winston,1965.
Een interessante bevinding is dat het injecteren van het
mannelijk sekshormoon in wijfjes die nog in het foetale stadium verkeren, bij
de jonge aap typisch mannelijk, agressief gedrag teweeg brengt.
W.C. POUNG, R.W. GOY and C.R. PHOENIX. Hormones and
Sexual Behaviour, Science, 13 (1964) 212-218. D.A. HAMBURG and D.Y.
LURDE, Sex Hormones in the Development of Sex differences in human behaviour.
ed. E.E. MACCOBY Tavistock, London 1967.
Dit soort onderzoek, dat ook is gedaan bij ratten, lijkt
in te houden dat sekshormonen duidelijk invloed hebben op het gedrag van
mannelijke en vrouwelijke wezens. De verschillen in aanleg van man en vrouw
voor agressieve taken dan wel zorgtaken lijken dan ook het gevolg van
verschillende hormoonactiviteit in het lichaam.
G.W. HARRIS and S. LEVINE, Sexual Differentiation of the
Brain and its Experimental Control,
J. Phys. 181 (1965) 379-400.
5. Het aangeboren verschil tussen de man en de vrouw kan
tot op zekere hoogte ook worden aangetoond door de feitelijke verdeling van de
arbeid in de maatschappij. Bij vrijwel alle primitieve vormen van samenleving
worden agressieve taken, zoals daar zijn de jacht, de visserij,
metaalbewerking, het vervaardigen van wapens en boten enz., verricht door de
man. Aan de vrouwen gewoonlijk het malen van koren, het verzamelen van vruchten
en zaden, het maken en verstellen van kleding en het werk in huis. Hoewel dit
gedeeltelijk bepaald kan zijn door de cultuur, toont het feit dat dezelfde
arbeidsverdeling wordt aangehouden in 224 primitieve samenlevingen van over
heel de wereld, aan dat die verdeling voor een deel gebaseerd is op de
biologische bouw van man en vrouw.
R.G. DANDRADE. Sex Difference and Cultural
Institutions, in The Development of Sex Differences,
ed. E.E.
MACCOBY, Tavistock London, 1967, blz.174-204.
Deze conclusie is recentelijk nog bevestigd door
experimenten in Israël. Ondanks hun eendrachtige en uitgesproken pogingen
om mannen en vrouwen in de kibboetsgemeenschappen hetzelfde werk te geven,
komen de mannen en de vrouwen daarop terug en aanvaarden geleidelijk aan weer
de traditionele arbeidsverdeling. Terwijl de mannen in de productiebedrijven
werken, pakken meer en meer vrouwen de dienstverlenende taken op, koken,
wassen, onderwijs en zorg voor de kinderen.
M..E. SPIRO, Kibbtutz: Venture in Utopia, Harvard
Univ. Press 1956;
L. TIGER and J. SHEPHER, Women in the Kibbutz,
Harcourt Brace Jovanowhich 1975.
De centrale rol van de vrouw in oude
samenlevingen.
1. Het is duidelijk dat de aanleg voor agressieve taken
eerder de man dan de vrouw de aangewezen kandidaat maakt voor de leidende rol
in de gemeenschap. De stap van agressie naar overheersing is echter niet
noodzakelijk, noch wordt zij algemeen gevolgd. In vele oude
vruchtenverzamelende gemeenschappen was het de vrouw en niet de man die
beschouwd werd als het centrum van het gezinsleven en het leven van de stam. En
hoewel overheersing door de man later regel werd, hebben sommige samenlevingen
tot in onze dagen een matriarchale organisatievorm bewaard.
2. Voor oude volken was de vrouw, niet de man, het
symbool van leven en vruchtbaarheid. In de fase die voorafging aan die waarin
landbouw werd bedreven, kenden de mensen de biologische functie van het zaad
van de man nog niet. Vruchtbaarheid werd toegeschreven aan moeder aarde,
waaruit men in zoveel verschillende vormen leven zag ontspringen. Ongetwijfeld
ligt hier de oorsprong van het geloof in de moedergodin als de oudste en meest
fundamentele godheid, een geloof dat gedocumenteerd in de mythologie van
Oceanië, Afrika, Noord en Zuid Amerika, het oude Midden Oosten en
Azië.
M.F. ASHLEY-MONTAGU, Ignorance of physiological
paternity in secular knowledge
and orthodox belief of the Australian
aborigines, Oceania 12 (1940-42) blz. 72-78.
M. ELIADE, Traite
dHistorie des Religions. Payot, Paris 1959. blz. 221-231.
Deze mening wordt ondersteund door de paleontologische
vondsten van vele vrouwenfiguurtjes, waarschijnlijk amuletten die de
Magna Mater ofwel de vruchtbaarheidsgodin voorstellen. Sommige van
die beeldjes dateren al van 60.000 v. Chr.
H. KUHN. De Kunst van het Oude Europe, Pictura,
Utrecht 1959, blz. 20-22; 31 -33; 50-58.
3. In 565 primitieve gemeenschappen waarvan men de
sociale organisatie zorgvuldig heeft bestudeerd, bleken 20% ervan matrilineair,
d.w.z. dat het lidmaatschap van de familie doorgaat via de vrouwelijke en niet
via de mannelijke lijn. Daaronder vond men 84 gemeenschappen die matrilokaal
waren, wat inhoudt dat het jonge paar na het huwelijk intrekt bij de ouders van
de bruid en niet bij die van de bruidegom. De antropologen leggen verband
tussen deze sociale structuur en een economie waarbij het voornaamste bezit en
de voornaamste bron van inkomen het veld is waar de vrouwen vruchten
verzamelen. Het zwaartepunt van het bestaan ligt in de vruchtbaarheid. In India
kennen we twee matrilokale gemeenschappen: de Todas van de Nilgris en de
Nagas van Noordoost India.
R.G. DANDRADE, Sex Differences and Cultural
Institutions, ibid. (zie boven) blz.182-185.
De opkomst van de dominerende rol van de man
1. De meeste gemeenschappen die vandaag de dag bestaan
en ook die waarvan we de geschiedenis kunnen achterhalen, tonen een voorkeur
voor de dominerende positie van de man. De dominantie van de man over de vrouw
kan het gevolg zijn van de toenemende noodzaak van fysieke sterkte en kracht
bij het leiding geven aan economie en politiek. Doordat de man genetisch
gunstiger bepaald was, nam hij de leiding bij de veeteelt, zware vormen van
landbouw en verstedelijking. Concentratie op de kracht van de man deed zich ook
gelden in het godsdienstig denken.
2. De invloed van de verstedelijking op het menselijk
leven kan nauwelijks overschat worden. In plaats van afhankelijk te zijn van
wat men vrijelijk kon verkrijgen door vruchten verzamelen of door de jacht,
zagen de mensen zich genoodzaakt hun levensonderhoud te verwerven door gestage
en harde arbeid. Men ging gebruik maken van dieren om zijn lasten te dragen en
het land te beploegen. De mensen maakten gereedschap waarmee ze materiaal
konden hakken en blijvende woningen bouwen. Ze vervaardigden wapens om het
geweld van rovers en vijanden te keren. De steden waren voor hun voortbestaan
afhankelijk van de kracht van de arbeider en de moed van de krijger. Het kon
niet uitblijven dat de kracht van de man zich deed gelden in de nieuwe
samenlevingsvormen.
Lees de uitstekende beschrijving van de stedelijke
revolutie in V. GORDON CHILDE, Man Makes Himself, Menter,New York 1951,
blz.114-142.
3. Van de 565 primitieve samenlevingen die voorwerp
waren van een speciale studie bleken er 375 patrilokaal, d.w.z. dat het gezin
na het huwelijk intrekt bij de ouders van de bruidegom. Ook werd het
lidmaatschap van de familie, met namen en eigendomsrechten, in vier van de vijf
gemeenschappen doorgegeven door mannen.
R.G DANDRADE, Sex Differences and Cultura!
Institutions, ibid. (zie boven) blz.174-204.
In elke belangrijke samenleving die de wereld heden ten
dage kent, draait de inrichting van de maatschappij om de man en niet om de
vrouw.
4. De nieuwe maatschappijvorm hield ook een nieuwe visie
op de wereld in en een nieuw verstaan van God. Doordat de aandacht zich ging
verplaatsen naar de aarde en de enormiteit van de geboorte begon de mens de
wereld te zien als een grote stad die geschapen is door een hogere macht. Alle
scheppingsmythen van de oude religies die wij kennen spreken ons van een sterke
mannelijke god die de wereld heeft geschapen door orde te scheppen in de chaos.
Dergelijke mannelijke goden worden sindsdien gezien als alleenheersers. Men
denkt dat zij heersen vanuit de hemel en dat ze hun macht tonen zoals krijgers
en uitstekende handwerkslieden doen. Marduk in Mesopotamië en Wodan van de
Germaanse stammen vertonen dezelfde trekken. Ook de vruchtbaarheid wordt
verstaan in een nieuw licht. Niet langer is het wijfje het symbool van de
vruchtbaarheid, maar het mannetje dat drager is van het zaad. In het Midden
Oosten begon men de stier in plaats van de koe te vereren als de gever van het
leven.
M. ELIADE, Traité, etc. ibid. (zie boven).
blz. 47 vv.
5. Het verschil werd ook duidelijk in een nieuwe houding
ten opzichte van seks. In de meeste gemeenschappen werd poligenese
aanvaardbaar. Bij het analyseren van de gebruiken in 200 gemeenschappen bleek
dat de man meer vrijheid en voorrechten opeiste met betrekking tot seks en
huwelijk. Anderzijds werden vrouwen strenge seksuele beperkingen opgelegd.
C.S. FORD en F. BEACH, Patterns of Sexual Behaviour.
Harper and Row, Naw York 1951, blz. 103, 110, 123 enz.
De sociologen zien verband tussen deze ongelijke
behandeling van mannen en vrouwen en de opkomst van de autocratische agrarische
maatschappij.
Conclusie:
In de meeste samenlevingsvormen van de mens verwierf de
man een dominerende rol vanwege een combinatie van genetische en historische
redenen.
Het lag voor de hand dat die overheersende rol nog eens
versterkt werd door sterke culturele en sociale mythen.
Vertaling: Theresia Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |