OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Ontstaan van de dominerende rol van mannen

Ontstaan van de dominerende rol van mannen

Bestaat er een genetische oorsprong voor de dominerende rol van de man?

1. Man en vrouw hebben gelijke rechten als staatsburgers en als aangenomen kinderen van God. Maar men moet deze gelijkberechtiging niet verwarren met identieke rol. In feite zijn de man en de vrouw zowel biologisch als psychologisch verschillend. Er zijn aangeboren kenmerken die hen schijnbaar verschillende taken toebedelen in de maatschappij. Ofschoon we deze kenmerken niet moeten overdrijven maken ze beslist wel deel uit van de fysieke en geestelijke aanleg van de mens. Onder de vooroordelen die ontspringen aan de cultuur, ligt een harde onderlaag van verschil in aanleg. Om precies te zijn, de man lijkt door zijn aard beter geschikt te zijn voor agressieve taken en vrouwen voor koesterende.

2. Het lichaam van de man is veel beter toegerust voor harde lichaamsarbeid. In de man maakt de borst het centrale en massieve deel van het lijf uit. De man heeft brede schouders en sterke armen. De man heeft veel sterkere spieren dan de vrouw (zoals blijkt uit internationale sportevenementen) en projecteert een imago van sterkte. De vrouw daarentegen heeft een lichaam dat gericht is op moederschap. Bij de vrouw is de schoot het massieve centrale gedeelte van het lichaam. "De vrouw is wat zij is door haar schoot" (Virchow). Het lichaam van de vrouw is gericht op het aantrekken van de mannelijke partner door schoonheid ervan, en op het beschermen van haar kinderen door de reserve aan natuurlijke energie. De fysieke en psychologische verschillen die hieruit voortvloeien, rusten man en vrouw toe voor een verschillende rol in de maatschappij.

F.J.J. BUYTENDIJK, De Vrouw, Utrecht 1961, blz. 81vv; 162-163.

3. Dit verschil in aanleg heeft men ook opgemerkt bij kinderen. Vóór jongens en meisjes kunnen zijn beïnvloed door de vooroordelen van de cultuur waartoe zij behoren, leggen ze al een verschillende houding aan de dag ten opzichte van hun omgeving. In het algemeen is het spel van jongens ruwer en vertoont meer agressie;, ze zijn eerder geneigd tot koppigheid en gebruiken eerder geweld. Meisjes geven sneller toe en vermijden vechtpartijen. Ze houden meer van rustige spelletjes en zijn liever. Deze bevindingen zijn bevestigd door studies in verschillende sociale milieus en culturen.

SCHEIFLER, Zur Psychologie der Gaschlechter, Spielinteressen des Schulalters, Z.F. Ang Psych. 8 (1914) blz.124-144. HATTWICK, Sex Differences in Behaviour of nursery school children, Child Development 8 (1967) blz. 343-355. CUMMINGS, The incidence of emotional symptoms in school children, Brit. Jour. Psych. 14 (1944) 1. blz. 161-161. N.G. BLURTON-JONES, An Ethnological Study of some aspects of social Behaviour of Children in Nursery School, in Primate Ethnology, ed. D. MORRIES, London, Weidenfeld Nicholson,1967.

4. Dat er een genetische factor is, wordt ook bewezen door een vergelijkende studie van apen, vooral van mensapen (primaten) die dicht bij de mens staan in de evolutieboom. Bij de gorilla’s en de bavianen leggen de mannetjes hun gezag op door middel van agressie. De leider is altijd een mannetje dat grotere rechten opeist over de anderen wat betreft ruimte, voedsel en wijfjes.

I. DE VORE, Primate Behaviour, New York: Holt Rinehart Jc Winston,1965.

Monkey parade

Een interessante bevinding is dat het injecteren van het mannelijk sekshormoon in wijfjes die nog in het foetale stadium verkeren, bij de jonge aap typisch mannelijk, agressief gedrag teweeg brengt.

W.C. POUNG, R.W. GOY and C.R. PHOENIX. Hormones and Sexual Behaviour, Science, 13 (1964) 212-218. D.A. HAMBURG and D.Y. LURDE, Sex Hormones in the Development of Sex differences in human behaviour. ed. E.E. MACCOBY Tavistock, London 1967.

Dit soort onderzoek, dat ook is gedaan bij ratten, lijkt in te houden dat sekshormonen duidelijk invloed hebben op het gedrag van mannelijke en vrouwelijke wezens. De verschillen in aanleg van man en vrouw voor agressieve taken dan wel zorgtaken lijken dan ook het gevolg van verschillende hormoonactiviteit in het lichaam.

G.W. HARRIS and S. LEVINE, Sexual Differentiation of the Brain and its Experimental Control,
J. Phys. 181 (1965) 379-400.

5. Het aangeboren verschil tussen de man en de vrouw kan tot op zekere hoogte ook worden aangetoond door de feitelijke verdeling van de arbeid in de maatschappij. Bij vrijwel alle primitieve vormen van samenleving worden agressieve taken, zoals daar zijn de jacht, de visserij, metaalbewerking, het vervaardigen van wapens en boten enz., verricht door de man. Aan de vrouwen gewoonlijk het malen van koren, het verzamelen van vruchten en zaden, het maken en verstellen van kleding en het werk in huis. Hoewel dit gedeeltelijk bepaald kan zijn door de cultuur, toont het feit dat dezelfde arbeidsverdeling wordt aangehouden in 224 primitieve samenlevingen van over heel de wereld, aan dat die verdeling voor een deel gebaseerd is op de biologische bouw van man en vrouw.

R.G. D’ANDRADE. Sex Difference and Cultural Institutions, in The Development of Sex Differences,
ed. E.E. MACCOBY, Tavistock London, 1967, blz.174-204.

Deze conclusie is recentelijk nog bevestigd door experimenten in Israël. Ondanks hun eendrachtige en uitgesproken pogingen om mannen en vrouwen in de kibboetsgemeenschappen hetzelfde werk te geven, komen de mannen en de vrouwen daarop terug en aanvaarden geleidelijk aan weer de traditionele arbeidsverdeling. Terwijl de mannen in de productiebedrijven werken, pakken meer en meer vrouwen de dienstverlenende taken op, koken, wassen, onderwijs en zorg voor de kinderen.

M..E. SPIRO, Kibbtutz: Venture in Utopia, Harvard Univ. Press 1956;
L. TIGER and J. SHEPHER, Women in the Kibbutz, Harcourt Brace Jovanowhich 1975.

De centrale rol van de vrouw in oude samenlevingen.

1. Het is duidelijk dat de aanleg voor agressieve taken eerder de man dan de vrouw de aangewezen kandidaat maakt voor de leidende rol in de gemeenschap. De stap van agressie naar overheersing is echter niet noodzakelijk, noch wordt zij algemeen gevolgd. In vele oude vruchtenverzamelende gemeenschappen was het de vrouw en niet de man die beschouwd werd als het centrum van het gezinsleven en het leven van de stam. En hoewel overheersing door de man later regel werd, hebben sommige samenlevingen tot in onze dagen een matriarchale organisatievorm bewaard.

2. Voor oude volken was de vrouw, niet de man, het symbool van leven en vruchtbaarheid. In de fase die voorafging aan die waarin landbouw werd bedreven, kenden de mensen de biologische functie van het zaad van de man nog niet. Vruchtbaarheid werd toegeschreven aan moeder aarde, waaruit men in zoveel verschillende vormen leven zag ontspringen. Ongetwijfeld ligt hier de oorsprong van het geloof in de moedergodin als de oudste en meest fundamentele godheid, een geloof dat gedocumenteerd in de mythologie van Oceanië, Afrika, Noord en Zuid Amerika, het oude Midden Oosten en Azië.

M.F. ASHLEY-MONTAGU, Ignorance of physiological paternity in secular knowledge
and orthodox belief of the Australian aborigines, Oceania 12 (1940-42) blz. 72-78.
M. ELIADE, Traite d’Historie des Religions. Payot, Paris 1959. blz. 221-231.

Deze mening wordt ondersteund door de paleontologische vondsten van vele vrouwenfiguurtjes, waarschijnlijk amuletten die de ‘Magna Mater’ ofwel de vruchtbaarheidsgodin voorstellen. Sommige van die beeldjes dateren al van 60.000 v. Chr.

H. KUHN. De Kunst van het Oude Europe, Pictura, Utrecht 1959, blz. 20-22; 31 -33; 50-58.

3. In 565 primitieve gemeenschappen waarvan men de sociale organisatie zorgvuldig heeft bestudeerd, bleken 20% ervan matrilineair, d.w.z. dat het lidmaatschap van de familie doorgaat via de vrouwelijke en niet via de mannelijke lijn. Daaronder vond men 84 gemeenschappen die matrilokaal waren, wat inhoudt dat het jonge paar na het huwelijk intrekt bij de ouders van de bruid en niet bij die van de bruidegom. De antropologen leggen verband tussen deze sociale structuur en een economie waarbij het voornaamste bezit en de voornaamste bron van inkomen het veld is waar de vrouwen vruchten verzamelen. Het zwaartepunt van het bestaan ligt in de vruchtbaarheid. In India kennen we twee matrilokale gemeenschappen: de Toda’s van de Nilgris en de Naga’s van Noordoost India.

R.G. D’ANDRADE, Sex Differences and Cultural Institutions, ibid. (zie boven) blz.182-185.

De opkomst van de dominerende rol van de man

1. De meeste gemeenschappen die vandaag de dag bestaan en ook die waarvan we de geschiedenis kunnen achterhalen, tonen een voorkeur voor de dominerende positie van de man. De dominantie van de man over de vrouw kan het gevolg zijn van de toenemende noodzaak van fysieke sterkte en kracht bij het leiding geven aan economie en politiek. Doordat de man genetisch gunstiger bepaald was, nam hij de leiding bij de veeteelt, zware vormen van landbouw en verstedelijking. Concentratie op de kracht van de man deed zich ook gelden in het godsdienstig denken.

2. De invloed van de verstedelijking op het menselijk leven kan nauwelijks overschat worden. In plaats van afhankelijk te zijn van wat men vrijelijk kon verkrijgen door vruchten verzamelen of door de jacht, zagen de mensen zich genoodzaakt hun levensonderhoud te verwerven door gestage en harde arbeid. Men ging gebruik maken van dieren om zijn lasten te dragen en het land te beploegen. De mensen maakten gereedschap waarmee ze materiaal konden hakken en blijvende woningen bouwen. Ze vervaardigden wapens om het geweld van rovers en vijanden te keren. De steden waren voor hun voortbestaan afhankelijk van de kracht van de arbeider en de moed van de krijger. Het kon niet uitblijven dat de kracht van de man zich deed gelden in de nieuwe samenlevingsvormen.

Lees de uitstekende beschrijving van de stedelijke revolutie in V. GORDON CHILDE, Man Makes Himself, Menter,New York 1951, blz.114-142.

3. Van de 565 primitieve samenlevingen die voorwerp waren van een speciale studie bleken er 375 patrilokaal, d.w.z. dat het gezin na het huwelijk intrekt bij de ouders van de bruidegom. Ook werd het lidmaatschap van de familie, met namen en eigendomsrechten, in vier van de vijf gemeenschappen doorgegeven door mannen.

R.G D’ANDRADE, Sex Differences and Cultura! Institutions, ibid. (zie boven) blz.174-204.

In elke belangrijke samenleving die de wereld heden ten dage kent, draait de inrichting van de maatschappij om de man en niet om de vrouw.

4. De nieuwe maatschappijvorm hield ook een nieuwe visie op de wereld in en een nieuw verstaan van God. Doordat de aandacht zich ging verplaatsen naar de aarde en de enormiteit van de geboorte begon de mens de wereld te zien als een grote stad die geschapen is door een hogere macht. Alle scheppingsmythen van de oude religies die wij kennen spreken ons van een sterke mannelijke god die de wereld heeft geschapen door orde te scheppen in de chaos. Dergelijke mannelijke goden worden sindsdien gezien als alleenheersers. Men denkt dat zij heersen vanuit de hemel en dat ze hun macht tonen zoals krijgers en uitstekende handwerkslieden doen. Marduk in Mesopotamië en Wodan van de Germaanse stammen vertonen dezelfde trekken. Ook de vruchtbaarheid wordt verstaan in een nieuw licht. Niet langer is het wijfje het symbool van de vruchtbaarheid, maar het mannetje dat drager is van het zaad. In het Midden Oosten begon men de stier in plaats van de koe te vereren als de gever van het leven.

M. ELIADE, Traité, etc. ibid. (zie boven). blz. 47 vv.

5. Het verschil werd ook duidelijk in een nieuwe houding ten opzichte van seks. In de meeste gemeenschappen werd poligenese aanvaardbaar. Bij het analyseren van de gebruiken in 200 gemeenschappen bleek dat de man meer vrijheid en voorrechten opeiste met betrekking tot seks en huwelijk. Anderzijds werden vrouwen strenge seksuele beperkingen opgelegd.

C.S. FORD en F. BEACH, Patterns of Sexual Behaviour.
Harper and Row, Naw York 1951, blz. 103, 110, 123 enz.

De sociologen zien verband tussen deze ongelijke behandeling van mannen en vrouwen en de opkomst van de autocratische agrarische maatschappij.

Conclusie:

In de meeste samenlevingsvormen van de mens verwierf de man een dominerende rol vanwege een combinatie van genetische en historische redenen.

Het lag voor de hand dat die overheersende rol nog eens versterkt werd door sterke culturele en sociale mythen.

Vertaling: Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research