OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Het apostolaat van Maria

Het apostolaat van Maria

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Uit het feit dat alle gelovigen delen in het algemene priesterschap van Christus volgt onvermijdelijk dat ze ook kunnen delen in het ambtelijk priesterschap van Christus. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen, daar beiden door het doopsel op gelijke wijze delen in het priesterschap van Christus.

Dit principe geldt op een speciale wijze voor Maria. En ofschoon Maria nooit is voorgegaan bij de viering van de eucharistie, zoals herhaaldelijk door Rome benadrukt, was Maria zo wezenlijk in het algemeen priesterschap van Christus opgenomen dat dit haar zonder meer tot een ambtelijk priester gemaakt zou hebben.

Dit blijkt vooral duidelijk uit het evangelie van Lucas.

Lucas benadrukt de rol van de vrouw in de jonge Kerk. Hij voorziet kennelijk een actieve rol voor de vrouw in het apostolaat. Tegen deze achtergrond schildert hij ons Maria als voorbeeld daarvan.

De mededeling van de Heilige Geest

Met de boodschap van haar eigen uitverkiezing tot moeder van de ‘Zoon van God’, ontving Maria ook een opdracht. Gabriël vertelde haar dat Elisabet zwanger was (Luc 1, 35-36). Maria vertrok meteen om haar zending te beginnen. Ze trad het huis van Zacharias binnen, en groette Elisabet. ‘Toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. Elisabet werd vervuld met heilige Geest.’ (Luc 1, 41).

Het brengen van de Heilige Geest was onmiskenbaar iets dat de apostelen voorbehouden was. Toen de diaken Filippus in Samaria preekte, kon hij wel dopen. Hij kon echter niet de Heilige Geest schenken. Petrus en Johannes moesten uit Jeruzalem komen om hun door handoplegging de heilige Geest te schenken (Hand 8, 14-17). De bekeerlingen in Efeze ontvingen de heilige Geest pas toen Paulus kwam om hun de handen op te leggen (Hand 19, 6). Soms was het voldoende dat de apostel een huis binnentrad en Gods woord verkondigde: zoals toen Petrus het huis van Cornelius binnentrad en over Jezus predikte. ‘Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen die naar zijn toespraak luisterden’ (Hand 10, 44). Dit was het doopsel met de heilige Geest wat de eerste christenen zo bewust ondergingen.

Jezus had zelf bij zijn hemelvaart gezegd: ‘Blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest’ (Hand 1, 4-5). Het was het teken waardoor Jezus' eigen optreden zich kenmerkte. Om de woorden van Johannes de Doper te gebruiken: ‘Ik doop u met water... Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur’ (Luc 3, 16).

Optreden van Maria

Dopen met de heilige Geest was het werk van de apostelen. Maria werd naar Elisabet gestuurd om haar nog ongeboren zoon op deze wijze te dopen. ‘Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot’ (Luc 1, 44). Hiermee ging de voorspelling in vervulling die de engel aan Zacharias gedaan had: ‘Uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren...Met heilige Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder’ (Luc 1, 13.15). Natuurlijk was Maria ook zwanger en droeg zij Jezus in haar schoot. Maar het was door de bemiddeling van Maria, haar komst, haar stem, haar persoon dat deze genade van de heilige Geest geschonken werd. In Elisabets reactie horen we hoe zij deze heilbrengende aanwezigheid van Maria erkent. ‘Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?’ (Luc 1, 43). Ook Maria denkt na over haar eigen rol als ze zegt:

‘Hij heeft omgezien naar zijn vernederde dienares.
Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig,
want grote dingen heeft de Machtige met mij gedaan.
Heilig is zijn naam.’ (Luc 1, 48-49)

Het traditionele katholieke geloof heeft terecht de verheven positie van Maria als de moeder van Christus breed uitgewerkt. Het heeft Maria’s taak bij de verlossing, haar aandeel aan de uitdeling van de genade sterk doen uitkomen. Heeft het daarmee niet erkend dat Maria deed wat het wezen van de priesterlijke functie uitmaakte? Vaticanum II zegt:

'Zij heeft Christus ontvangen, gebaard, gevoed, in de tempel aan de Vader aangeboden, bij de dood van haar Zoon op het kruis meegeleden met Hem en aldus op volstrekt enige wijze aan het werk van de Heiland meegewerkt door haar gehoorzaamheid, haar geloof, haar hoop, haar vurige liefde, om het bovennatuurlijke leven van de zielen te herstellen. Daarom is zij, in de orde van de genade, onze moeder.'

Vaticanum II, Lumen Gentium, no 61.

Maria en de eucharistie

Heeft een priester ooit zo dicht bij het offer van Christus gestaan als Maria? En wat haar profetische rol betreft:

'De moeder van God heeft vol vreugde aan de herders en aan de wijzen haar eerst geboren Zoon getoond... Op de bruiloft te Kana in Galilea heeft ze, door medelijden bewogen, door haar voorspraak het begin van de messiaanse tekenen van Jezus ingeleid...'

Vaticanum II, Lumen Gentium, no 57-58.

Eigenlijk heeft Maria, door haar charismatisch optreden in Kana, bemiddeld bij de totstandbrenging van een eucharistisch teken: het veranderen van water in wijn...

Ik weet dat Maria in feite niet de priesterlijke functies uitoefende die Christus aan zijn apostelen oplegde. Ze ging niet voor bij het breken van het brood aan de eucharistische tafel. Ze trok niet rond om te preken, te dopen en de handen op te leggen. In het sociale klimaat van die tijd werden zulke functies uitgeoefend door mannen, en niet door vrouwen. En Maria accepteerde dit sociale feit zoals Christus dat deed.

Maar is het dan niet des te opvallender dat de evangelisten, en vooral Lucas, uitweiden over de voorname rol die Maria vervulde en haar meer prijzen dan welke man ook? Heeft Lucas niet, met zijn verwachting van het nieuwe dat in de Kerk zou komen, opzettelijk de aandacht op Maria gevestigd om vrouwen te bemoedigen? Als Maria het Magnificat zingt, doet zij dit dan ook niet als vrouw en namens alle vrouwen? Als ze spreekt van wie zich verheven waanden, de machthebbers op hun troon, en de rijken die met lege handen weggestuurd worden, zou dit dan geen zinspeling kunnen zijn op mannelijke verwaandheid, overheersing en zelfgenoegzaamheid? Als zij spreekt van de wijze waarop God vernederden een hoge plaats geeft en de hongerigen overlaadt met het beste, denkt ze dan ook niet hoe een vrouw, die door mannen geringschat wordt, een sleutelpositie van God ontvangt? Horen we hier niet een echo van het lied van Debora, die Barak voorspelde dat niet hij, maar een vrouw, de roem van de overwinning zou verwerven:

‘Gezegend boven alle vrouwen is Jaël, de vrouw van Cheber de Keniet; boven alle vrouwen in de tenten is Jaël gezegend. Hij vroeg haar water, zij gaf hem melk; zij bracht hem room in een feestschaal. Haar linkerhand greep een tentpin, haar rechter een timmermanshamer. Zo sloeg zij Sisera, verbrijzelde zijn hoofd.’ (Rechters 5, 24-26).

Is Maria niet de ‘vrouw’ van wie er gezegd is:

‘Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare’ (Gen 3, 15)?

Besluit

Als Maria in zo’n hoge mate naar binnen deel had aan het priesterschap van Christus dan is dat een argument a fortiori om tot het besluit te komen dat de vrouw naar buiten priesterlijke functies kan vervullen. Lucas’ belangstelling voor het dienstwerk van de vrouwen maakt zijn beschrijving van het dienstwerk van Maria tot een bijbelse bron van hoop, bezinning en verwachting van grote mogelijkheden.

Het lijkt theologisch zuiver om te zeggen dat Maria’s persoonlijkheid en haar rol in de verlossing voor eens en altijd de volledige gelijkheid van vrouwen in Gods ogen hebben bevestigd en, dus, rechtens in de Kerk. Dit zou dan, zoals ik het zie, vanzelfsprekend de geschiktheid insluiten om namens Christus op te treden aan de tafel van de eucharistie of in de biechtstoel.

Naar "Did Christ Rule out Women Priests?" van John Wijngaards, McCrimmon's, Great Wakering 1986, blz. 84-87.

Zie onze hele sectie over de devotie voor Maria als priester!

Vertaling: Theo van Schaick fic

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research