|
|
|---|
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
Uit het feit dat alle gelovigen delen in het algemene priesterschap van
Christus volgt onvermijdelijk dat ze ook kunnen delen in het ambtelijk
priesterschap van Christus. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen, daar
beiden door het doopsel op gelijke wijze delen in het priesterschap van
Christus.
Dit principe geldt op een speciale wijze
voor Maria. En ofschoon Maria nooit is voorgegaan bij de viering van de
eucharistie, zoals herhaaldelijk door Rome benadrukt,
was Maria zo wezenlijk in het algemeen
priesterschap van Christus opgenomen dat dit haar zonder meer tot een ambtelijk
priester gemaakt zou hebben.
Dit blijkt vooral duidelijk uit het evangelie van Lucas.
Lucas benadrukt de rol van de vrouw in de jonge Kerk. Hij voorziet
kennelijk een actieve rol voor de vrouw in het apostolaat. Tegen deze
achtergrond schildert hij ons Maria als voorbeeld daarvan.
De mededeling van de Heilige Geest
Met de boodschap van haar eigen uitverkiezing tot moeder van de
Zoon van God, ontving Maria ook een opdracht. Gabriël vertelde
haar dat Elisabet zwanger was (Luc 1, 35-36). Maria vertrok meteen om haar
zending te beginnen. Ze trad het huis van Zacharias binnen, en groette
Elisabet. Toen Elisabet de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind
op in haar schoot. Elisabet werd vervuld met heilige Geest. (Luc 1, 41).
Het brengen van de Heilige Geest was
onmiskenbaar iets dat de apostelen voorbehouden was. Toen de diaken Filippus in Samaria preekte, kon hij wel
dopen. Hij kon echter niet de Heilige Geest schenken. Petrus en Johannes
moesten uit Jeruzalem komen om hun door handoplegging de heilige Geest te
schenken (Hand 8, 14-17). De bekeerlingen in Efeze ontvingen de heilige Geest
pas toen Paulus kwam om hun de handen op te leggen (Hand 19, 6). Soms was het
voldoende dat de apostel een huis binnentrad en Gods woord verkondigde: zoals
toen Petrus het huis van Cornelius binnentrad en over Jezus predikte.
Petrus was nog aan het woord toen de heilige Geest neerdaalde op allen
die naar zijn toespraak luisterden (Hand 10, 44). Dit was het doopsel
met de heilige Geest wat de eerste christenen zo bewust
ondergingen.
Jezus had zelf bij zijn hemelvaart gezegd: Blijf wachten op de
belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers Johannes doopte
met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest (Hand 1,
4-5). Het was het teken waardoor Jezus' eigen optreden zich kenmerkte. Om de
woorden van Johannes de Doper te gebruiken: Ik doop u met water... Hij
zal u dopen in heilige Geest en vuur (Luc 3, 16).
Optreden van Maria
Dopen met de heilige Geest was het werk van de apostelen. Maria werd
naar Elisabet gestuurd om haar nog ongeboren zoon op deze wijze te dopen.
Op het moment dat je groet mij in de oren klonk, sprong het kind van
blijdschap op in mijn schoot (Luc 1, 44). Hiermee ging de voorspelling in
vervulling die de engel aan Zacharias gedaan had: Uw vrouw Elisabet zal u
een zoon baren...Met heilige Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van
zijn moeder (Luc 1, 13.15). Natuurlijk was Maria ook zwanger en droeg zij
Jezus in haar schoot. Maar het was door de bemiddeling van Maria, haar komst,
haar stem, haar persoon dat deze genade van de heilige Geest geschonken werd.
In Elisabets reactie horen we hoe zij deze heilbrengende aanwezigheid van Maria
erkent. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij
komt? (Luc 1, 43). Ook Maria denkt na over haar eigen rol als ze zegt:
Hij heeft omgezien naar zijn vernederde dienares.
Voortaan
prijzen alle generaties mij gelukkig,
want grote dingen heeft de Machtige
met mij gedaan.
Heilig is zijn naam. (Luc 1, 48-49)
Het traditionele katholieke geloof heeft terecht de verheven positie van
Maria als de moeder van Christus breed uitgewerkt. Het heeft Marias taak
bij de verlossing, haar aandeel aan de uitdeling van de genade sterk doen
uitkomen. Heeft het daarmee niet erkend dat Maria deed wat het wezen van de
priesterlijke functie uitmaakte? Vaticanum II zegt:
'Zij heeft Christus ontvangen,
gebaard, gevoed, in de tempel aan de Vader aangeboden, bij de dood van haar
Zoon op het kruis meegeleden met Hem en aldus op volstrekt enige wijze aan het
werk van de Heiland meegewerkt door haar gehoorzaamheid, haar geloof, haar
hoop, haar vurige liefde, om het bovennatuurlijke leven van de zielen te
herstellen. Daarom is zij, in de orde van de genade, onze
moeder.'
Vaticanum II,
Lumen Gentium, no 61.
Maria en de eucharistie
Heeft een priester ooit zo dicht bij het offer van Christus gestaan als
Maria? En wat haar profetische rol betreft:
'De moeder van God heeft vol vreugde aan de herders en aan de
wijzen haar eerst geboren Zoon getoond... Op de bruiloft te Kana in Galilea
heeft ze, door medelijden bewogen, door haar voorspraak het begin van de
messiaanse tekenen van Jezus ingeleid...'
Vaticanum II, Lumen
Gentium, no 57-58.
Eigenlijk heeft Maria, door haar charismatisch optreden in Kana,
bemiddeld bij de totstandbrenging van een eucharistisch teken: het veranderen
van water in wijn...
Ik weet dat Maria in feite niet de priesterlijke functies uitoefende die
Christus aan zijn apostelen oplegde. Ze ging niet voor bij het breken van het
brood aan de eucharistische tafel. Ze trok niet rond om te preken, te dopen en
de handen op te leggen. In het sociale klimaat van die tijd werden zulke
functies uitgeoefend door mannen, en niet door vrouwen. En Maria accepteerde
dit sociale feit zoals Christus dat deed.
Maar is het dan niet des te opvallender dat de evangelisten, en vooral
Lucas, uitweiden over de voorname rol die Maria vervulde en haar meer prijzen
dan welke man ook? Heeft Lucas niet, met zijn verwachting van het nieuwe dat in
de Kerk zou komen, opzettelijk de aandacht op Maria gevestigd om vrouwen te
bemoedigen? Als Maria het Magnificat zingt, doet zij dit dan ook niet als vrouw
en namens alle vrouwen? Als ze spreekt van wie zich verheven waanden, de
machthebbers op hun troon, en de rijken die met lege handen weggestuurd worden,
zou dit dan geen zinspeling kunnen zijn op mannelijke verwaandheid,
overheersing en zelfgenoegzaamheid? Als zij spreekt van de wijze waarop God
vernederden een hoge plaats geeft en de hongerigen overlaadt met het beste,
denkt ze dan ook niet hoe een vrouw, die door mannen geringschat wordt, een
sleutelpositie van God ontvangt? Horen we hier niet een echo van het lied van
Debora, die Barak voorspelde dat niet hij, maar een vrouw, de roem van de
overwinning zou verwerven:
Gezegend boven alle vrouwen is
Jaël, de vrouw van Cheber de Keniet; boven alle vrouwen in de tenten is
Jaël gezegend. Hij vroeg haar water, zij gaf hem melk; zij bracht hem room
in een feestschaal. Haar linkerhand greep een tentpin, haar rechter een
timmermanshamer. Zo sloeg zij Sisera, verbrijzelde zijn hoofd. (Rechters
5, 24-26).
Is Maria niet de vrouw van wie er gezegd is:
Vijandschap sticht Ik tussen jou en
de vrouw, tussen jouw kroost en het hare (Gen 3, 15)?
Besluit
Als Maria in zon hoge mate naar
binnen deel had aan het priesterschap van Christus dan is dat een argument a
fortiori om tot het besluit te komen dat de vrouw naar buiten priesterlijke
functies kan vervullen. Lucas belangstelling voor het dienstwerk van de
vrouwen maakt zijn beschrijving van het dienstwerk van Maria tot een bijbelse
bron van hoop, bezinning en verwachting van grote mogelijkheden.
Het lijkt theologisch zuiver om te zeggen dat Marias
persoonlijkheid en haar rol in de verlossing voor eens en altijd de volledige
gelijkheid van vrouwen in Gods ogen hebben bevestigd en, dus, rechtens in de
Kerk. Dit zou dan, zoals ik het zie, vanzelfsprekend de geschiktheid insluiten
om namens Christus op te treden aan de tafel van de eucharistie of in de
biechtstoel.
Naar "Did Christ Rule out Women Priests?"
van John Wijngaards, McCrimmon's, Great Wakering 1986, blz.
84-87.
Zie
onze hele sectie over de devotie voor Maria als
priester!
Vertaling: Theo van Schaick
fic
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |