OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
De maaltijden van de gemeente

De maaltijden van de gemeente

Door Suzanne Tunc

Regels voor de correcte interpretatie van de H. Schrift
* De ‘letterlijke’ betekenis
* Literaire vormen
* Het beoogde doel
*Rationaliseringen

Hoofdstuk IV van Des Femmes aussi Suivant Jésus, Desclée de Brouwer, Paris 1998, pp 69-77. Uit het Frans vertaald door John Wijngaards en gepubliceerd met toestemming van de schrijfster.

De evangeliën vertellen ons niets uitdrukkelijks over de deelname van Jezus aan de maaltijden die hij gebruikte met de twaalf apostelen. Laten we de teksten echter zorgvuldig lezen.....

De maaltijden die Jezus hield met de mensen voor wie hij preekte.

Eminente theologen zijn ervan overtuigd dat we van een aardig aantal gebeurtenissen in de Evangeliën weten dat er nog andere leerlingen dan de twaalf apostelen aanwezig waren bij Jezus’ maaltijden.

In 1972 schreef Joachim Jeremias:

"Volgens Mc 14,17 en Mt 26,20, werd Jezus bij het Laatste Avondmaal omringd door zijn twaalf apostelen. Hieruit mogen we echter niet zonder meer besluiten dat de vrouwen die genoemd worden in Mc 15,40v en Lc 23, 49-55 ervan waren uitgesloten. Uit een Oosterse tekst mag men geen argumenten afleiden uit het feit dat ergens niet over wordt gesproken. Ook mogen we niet teveel belang hechten aan het feit dat de deelname aan de maaltijd (Jezus en de Twaalf) zoals Marcus ons bericht nergens anders in de Evangeliën uitdrukkelijk wordt vermeld: het is beslist puur toevalligheid. Het is daarentegen welhaast zeker dat Jezus er een gewoonte van had gemaakt in de jaren dat hij predikend rondging, zijn maaltijden te gebruiken tezamen met een grote kring luisteraars. Dat volgt uit de waarschuwing aan de huichelaars dat het hen niet zou baten dat ze tijdens zijn prediking in hun gebied gegeten hadden aan dezelfde tafel als hij (Lc 13,26vv). Marcus vermeldt dat er vaak zoveel mensen om Jezus heendrongen, dat het eten hem onmogelijk was (Mc 3,20; 6,31). En vaak, vooral op de sabbat (Mc 1,29-31; Lc- 14,1), werd Jezus met anderen uitgenodigd deel te nemen aan een maaltijd (Mc 14,3; Lc 7,36; 11,37; Joh 2,1-11). Een enkele maal waren mensen bij hem te gast (Lc 15,1v; vgl. Joh 1,39). Eenmaal had hij zelfs een groot aantal genodigden (Mk.2,15). Het feit dat men Jezus karakteriseerde als een ‘vraat en slemper, vriend van tollenaars en zondaars’ (Mt 11,19) bevestigt het feit dat maaltijden met grote aantallen mensen vaak voorkwamen. Vaak was het voor Jezus tijdens zijn rondreizen heel normaal dat hij zijn maaltijden gebruikte omringd door zijn discipelen en zijn fans.... (Mc 6,32-44; 8,14; Joh.4,8.31; 21,12).

Joachim Jeremias, The Eucharistic Words of Jesus, Londen 1966, blz. 46-47.

Ik heb deze teksten uitgebreid geciteerd, omdat men daardoor inzicht krijgt in de levensstijl van Jezus in Galilea en tijdens zijn rondreizen, of hij nu naburige provincies doortrok of op weg was naar Jeruzalem. Jeremias spreekt over maaltijden met zijn ‘discipelen’ en zijn ‘fans’. Ook de vrouwen die hem volgden waren zijn leerlingen, dus zullen zij ook hebben deelgenomen aan zijn maaltijden. Het is waar dat vrouwen in Jezus’ tijd in het algemeen niet tezamen met de mannen aten: zij dienden de mannen en bleven staan, terwijl in diezelfde tijd volgens andere Joodse gewoonten de mannen eenvoudig niet zouden hebben gegeten als de vrouwen in de keuken bleven… als er al een keuken was! Maar konden dergelijke regels in acht genomen worden tijdens de reizen van Jezus?

We moeten bedenken wat een dergelijke reis inhield. De Joden reisden vaak en dikwijls in gezinsverband of met vrienden. Bij pelgrimages bijvoorbeeld, wanneer ze optrokken als groep, zoals Maria en Jozef deden toen ze naar Jeruzalem reisden met de twaalfjarige Jezus (Lc 2,45-52). Ze reisden met familie, buren en vrienden. Het zou ons niet verbazen als Jezus soms de wegen van Galilea en Palestina blokkeerde wanneer hij langs trok – met zijn leerlingen, mannen en vrouwen, en soms met een hele menigte. De aanwezigheid van vrouwen moet net zo weinig ongewoon zijn geweest als voor ons vandaag de dag.

Heel wat teksten laten Jezus zien als hij maaltijd houdt in de open lucht, zoals Jeremias aangeeft. Dit gebeurde niet enkel tijdens de broodvermenigvuldiging (Mc 6,32 en parallelle teksten), of dat nu symbolische verhalen zijn of niet, maar ook bij andere gelegenheden. Marcus vermeldt dat de apostelen eens vergeten hadden brood mee te nemen (Mc 8,14). Wanneer Johannes verslag doet van de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse, geeft hij aan dat de leerlingen naar het dorp waren gegaan "om iets te eten te kopen" (Joh 4,8), waarna hij het maal zelf beschrijft (Joh 4,31v). Dezelfde evangelist roept het maal van Jezus met zijn leerlingen aan de kust van het meer van Tiberias in de herinnering, na de verrijzenis (Joh. 21,12). Misschien namen er geen vrouwen deel aan dit laatste maal, dat gesitueerd wordt buiten ‘het aardse leven’ van Jezus, maar hoe had men gedacht dat alles gebeurde bij die andere maaltijden? Ze hebben allemaal in een kring moeten zitten zoals bij de broodvermenigvuldiging.

Zelfs wanneer de maaltijd plaatsvond in een woning, laten de evangelisten zien dat de vrouwen deelnamen. Bij de episode van Maria en Martha (Lc. 10,38-42), vergeet Martha niet haar woordje te doen. Hetzelfde geldt voor het diner ter ere van Lazarus, waarbij Maria de hoofdrol speelt aangezien zij Jezus komt zalven met parfum (Joh 12,1-11). En ofschoon Martha aan tafel dient, aarzelt Xavier Léon-Dufour niet te schrijven "onder de genodigden waren ook Lazarus en zijn zusters". Volgens hem namen zij volledig deel aan het maal. Hoe zouden we bovendien ook maar kunnen veronderstellen dat Jezus de bevriende vrouwen die hem volgden toegang zou hebben geweigerd!?

X. Léon-Dufour, Lecture de l’Évangile selon Jean, Seuil Parijs, vol. II, blz. 443.

Optrekken ‘met Jezus’ veronderstelde deelname aan zijn maaltijden.

Het hoeft ons niet te verbazen dat de evangeliën de aanwezigheid van vrouwen bij de maaltijden van Jezus nooit noemen. Het stilzwijgen hierover mag, zoals Jeremias ons helpt herinneren, niet worden gezien als bewijs voor hun afwezigheid, aangezien het normaal was dat men haar niet noemde. Wanneer Matteüs de vermenigvuldiging van de broden in herinnering roept, maakt hij duidelijk dat er "ongeveer 5000 mannen waren, nog zonder dat vrouwen en kinderen waren meegeteld " (Mt 14,21). Moet het ons dan verbazen dat er niet vaker sprake is van vrouwen in de loop van hun ‘leven met Jezus’? Het wekt al verbazing dat Lucas hen wel uitdrukkelijk noemt aan de zijde van Jezus!

Onze bezinning op het ‘leven met Jezus en de twaalf vanaf zijn prediking in Galilea tot zijn tocht naar Jeruzalem en zijn dood lijkt daarom te suggereren dat we de vrouwen dienen te beschouwen als normale deelnemers aan de maaltijden van de groep.

Jezus’ Laatste Avondmaal

Het ligt zeer voor de hand dat het Laatste Avondmaal van Jezus werd gedeeld met anderen dan alleen de twaalf. Trouwens, Johannes noemt in zijn verslag van dit avondmaal niet ‘de twaalf’ maar ‘de leerlingen’, een term die ruimer is en de vrouwen kan insluiten. Maar laat ons eerst onze aandacht richten op een meer algemeen punt.

De episode van de leerlingen van Emmaüs, die Jezus herkennen bij het breken van het brood (Lc 24,12-35) kunnen als typerend dienen. Hoe zouden zij Jezus hebben kunnen herkennen aan dit teken als zij het brood niet met hem hadden gedeeld bij het Laatste Avondmaal? Zelfs als deze episode symbolisch is, zoals sommige geleerden denken, duidt het feit dat het door Lucas wordt verteld, er op zijn minst op dat men geloofde – dat men wist – dat anderen dan de twaalf bij het Laatste Avondmaal aanwezig waren geweest.

Bovendien kunnen we ons enkele vragen stellen over de identiteit van deze twee leerlingen. Lucas noemt Klopas of Kleopas. De naam van de andere leerling wordt niet genoemd. Maar het is mogelijk dat het deze Kleopas was die een vrouw had, genaamd Maria – een vrouw die onder het kruis stond met Maria, de moeder van Jezus, en die moeilijk is thuis te brengen. "Naast het kruis stond zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena." (Joh 19,25) Het kan dus heel goed zijn dat we de tweede ‘leerling’ van Emmaus moeten identificeren als de vrouw van Kleopas. Zij zou daarom eveneens hebben deelgenomen aan de maaltijd met Kleopas, haar man.

En wat te denken van de ‘leerlingen’ die aan de voorwaarden voldeden om Judas te vervangen na zijn val, Barsabbas en Mattias (Acts 1,21vv)? Zullen zij niet hebben deelgenomen aan de slotmaaltijd met Jezus als zij hem zo ver hadden gevolgd dat ze beschouwd werden als ‘apostelen’, aangezien een van hen nu toegevoegd zou worden aan de andere elf?

Het ligt voor de hand dat de evangelisten andere leerlingen dan de twaalf niet noemen bij het Laatste Avondmaal, aangezien zij de twaalf stammen van het nieuwe Israël symboliseerden, en aangezien hun aanwezigheid in die hoedanigheid onmisbaar was. Maar niets suggereert dat we moeten veronderstellen dat er geen anderen aanwezig hebben kunnen zijn.

De aanwezigheid van vrouwen bij het Laatste Avondmaal.

Wij mogen dus geloven dat, ondanks het feit dat de teksten er niets over zeggen,er ook vrouwen aanwezig moeten zijn geweest bij het Laatste Avondmaal van Jezus. Dit is niet alleen zo omdat Jeremias zich afvraagt " waar zouden de vrouwen hun pascha hebben kunnen eten?", maar het is helemaal niet zeker dat het Laatste Avondmaal een paasmaal is geweest, ofschoon de sfeer die van pasen was. Doch vele in mijn ogen beslissende elementen pleiten vóór haar aanwezigheid.

De vrouwelijke leerlingen van Jezus waren in Jeruzalem op het ogenblik van Jezus’ dood, zoals de vier evangelisten getuigen. Het zou volkomen onwaarschijnlijk zijn geweest als zij juist op de avond van Jezus’ afscheidsmaal afwezig zouden zijn geweest. De liefde die Jezus voor hen koesterde, pleit voor hun aanwezigheid. Lucas laat Jezus tot zijn vrienden zeggen: "Jullie zijn altijd bij me gebleven als ik werd beproefd" (Lc 22,28). Xavier Léon-Dufour, die de mening schijnt toegedaan dat de twaalf niet de enige deelgenoten zijn geweest aan het laatste maaltijd , schrijft dat gedurende dat avondmaal , "de leerlingen die hij zich had verkozen om hem heen zijn, en dat zij bij dat maal de gemeenschap vertegenwoordigen die Jezus bijeen heeft kunnen brengen. Zij zijn degenen die, met uitzondering van één enkel persoon, "hem trouw gevolgd zijn tot op die dag . . ." Wie verdienden deze titel van ‘getrouwen’ meer dan de vrouwen die hem zelfs niet in de steek lieten tijdens zijn lijden, zoals de elf apostelen deden na het verraad van Judas, en die hem niet verloochenden zoals Petrus zou doen? Xavier Léon-Dufour, die de vrouwen niet uitdrukkelijk noemt, spreekt van de ‘gemeenschap’ die voor dit maal bijeen is gekomen als ‘de kleine rest’, degenen die in hem hebben geloofd, ‘de zijnen’. De vrouwen behoorden tot deze kleine trouwe rest. We hebben al opgemerkt dat Maria van Magdala beschouwd kon worden als een van hen die Jezus ‘de zijnen’ noemde, door de manier waarop zij hem enkel aan zijn stem herkende tijdens zijn verschijning.

Andere argumenten wijzen in dezelfde richting.

Wanneer de vrouwen die vertrokken waren om een dode te balsemen terugkeren als boodschappers van een levende, waar zullen ze dan vertellen wat de Heer hen zelf heeft toevertrouwd? Hoewel noch Matteüs (28,8), noch Marcus (16,10), noch Lucas (24,9) verdere details verschaffen, is het waarschijnlijk in het cenakel, het huis dat Jezus had uitgezocht (Mt 26,17-19; Mc 14,12-16; Lc 22,7-13), omdat dat huis groot was en alle leerlingen kon herbergen voor zijn laatste maal – een aanwijzing voor het grote aantal disgenoten. Er wordt in de evangeliën geen ander huis genoemd. Er wordt ook niet gezegd dat de leerlingen het hadden verlaten, behalve dan om hem te volgen naar de Olijfhof. Ze moeten daar echter onmiddellijk na zijn arrestatie terug zijn gekomen en zich daar goed verborgen hebben gehouden tot na het lijden van Jezus, vanwege de angst die ze hadden. Het kan alleen maar die plaats geweest zijn waar de vrouwen onmiddellijk zonder aarzeling heen gingen toen zij terugkeerden van het graf, een teken dat de plaats hun bekend was en dat ze er eerder geweest moeten zijn. En waarvoor, zoniet voor het Laatste Avondmaal? Aangezien zij ‘Jezus volgden’ was haar aanwezigheid aan het maal heel natuurlijk. De twaalf ‘in het huis’ (het cenakel) lijken niet verbaasd de vrouwen te zien terugkeren.

Het is ook duidelijk dat de leerlingen van Emmaüs, als ze naar Jeruzalem teruggaan nadat ze Jezus hebben herkend aan het breken van het brood "de elf en hun gezellen" samen aantreffen. (Lc 24,33). Wie zijn die gezellen? Alles wijst erop dat zij degenen waren die Jezus met de elf waren gevolgd, de vrouwen dus, en ongetwijfeld zij die hadden deelgenomen aan Jezus’ Laatste Avondmaal.

Een document uit de vierde eeuw bevestigt onze interpretatie. Het wordt genoemd de Kerkelijke Regels van de Apostelen. Het biedt een merkwaardige dialoog tussen de twaalf en Maria en Martha over de positie die men terecht zou moeten toekennen aan vrouwen in de kerk, - wat erop schijnt te duiden dat de kwestie toen nog niet precies bepaald was. Het document laat Johannes zeggen dat Jezus bij het Laatste Avondmaal de vrouwen niet had toegestaan ‘rechtop te staan’. Dat was de houding van de persoon die in de vierde eeuw voorging bij de eucharistie, maar waarschijnlijk niet die van de mannen bij het Laatste Avondmaal. Als de Joodse regels uit die tijd in acht genomen waren (wat niet zeker is) zaten de mannen of ze lagen mogelijk op rustbedden, en de vrouwen stonden rechtop. Volgens het document antwoordde Martha: "Het is vanwege Maria, omdat Jezus haar heeft zien lachen". Maria zei toen: "Het is niet omdat ik lachte. Want bij andere gelegenheden heeft hij ons gezegd, tijdens zijn onderricht, dat wat zwak is zal worden gered door het sterke". Deze discussie, die duidelijk denkbeeldig is, werd bedacht om de vrouwen zelf hun ongeschiktheid voor het ambt te doen inzien, ongeschiktheid vanwege haar veronderstelde gebrek aan ernst en hun zwakheid, maar ze gaat in tegen de geest van Jezus, die de zwakken verheft en de machtigen onttroont. De dialoog getuigt echter duidelijk van een traditie in de vierde eeuw, een traditie die niet wordt betwist, volgens welke de vrouwen tegenwoordig waren bij Jezus tijdens het Laatste Avondmaal, een tegenwoordigheid die werd verondersteld net zo normaal te zijn als haar deelname aan de maaltijden van de christelijke gemeente.

De ‘maaltijden van de Heer’ in de vroege gemeenten.

Juist datgene wat we nu weten over de ‘maaltijden van de Heer’ in de oudste gemeenten is een argument temeer ten gunste van de aanwezigheid van vrouwen bij het Laatste Avondmaal. Zouden we ons in feite kunnen voorstellen dat, te beginnen met de eerste gemeente in Jeruzalem die bestond uit bekeerde Joden, de eerste christenen vrouwen zonder enig probleem hadden toegelaten, als Jezus deze gewoonte niet eerst had bijgebracht aan zijn apostelen door ze toe te laten tot de maaltijden, ook het Laatste Avondmaal?

Al deze argumenten pleiten dus sterk ten gunste van de aanwezigheid van de vrouwen die Jezus volgden, zowel bij de maaltijden die hij gebruikte zowel tijdens zijn openbaar optreden als bij zijn afscheidsmaal.

De betekenis van de aanwezigheid van vrouwen bij zijn laatste maal brengt ook de kwestie te berde van de betekenis van de ‘gedachtenis’ die we dienen te bewaren aan Jezus’ woorden. "Het eten van het lichaam van Christus en het drinken van zijn bloed" is nooit aan vrouwen geweigerd. Maar toont Johannes in zijn evangelie niet duidelijk aan dat de woorden van Jezus over zijn ‘vlees’ dat gegeven zal worden voor de wereld, gericht zijn tot de ‘menigte’, tot de hele gemeenschap van de mensheid, mannen en vrouwen (Joh 6)? Jezus nodigt de ‘hele’ mensheid aan zijn tafel - Gods tafel, ook al werd die uitnodiging toentertijd ongetwijfeld niet geheel beseft of begrepen.

Klaarblijkelijk duidt het feit dat vrouwen nooit de deelname aan ‘de maaltijd des Heren’ is geweigerd (Hand 2,47; 1 Kor 11,17-18) erop dat de woorden van Jezus ook tot haar gericht waren tezamen met alle anderen. Waarom dan het ontvangen van het lichaam van Christus gescheiden van de verwezenlijking van zijn woorden en zo aanmerkelijk de opdracht verzwakken die Jezus had gegeven volgens Lc 22,19 en Paulus 1 Kor 11,25? " Neemt allen hiervan. . . Doet dit tot mijn gedachtenis!"

Suzanne Tunc

Zie ook: Bijbel en liturgie stemmen overeen: de vrouwen waren aanwezig door Marjorie Reiley Maguire.

Vertaling: Theresia Saers

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research