|
|
|---|
Door Suzanne Tunc
Regels voor de correcte
interpretatie van de H. Schrift

* De letterlijke
betekenis
* Literaire
vormen
* Het beoogde
doel
*Rationaliseringen
Hoofdstuk IV van Des Femmes aussi Suivant
Jésus, Desclée de Brouwer, Paris 1998, pp 69-77. Uit het
Frans vertaald door John Wijngaards en gepubliceerd met toestemming van de
schrijfster.
De evangeliën vertellen ons niets uitdrukkelijks over de deelname
van Jezus aan de maaltijden die hij gebruikte met de twaalf apostelen. Laten we
de teksten echter zorgvuldig lezen.....
De maaltijden die Jezus hield met de mensen voor wie
hij preekte.
Eminente theologen zijn ervan overtuigd dat we van een aardig aantal
gebeurtenissen in de Evangeliën weten dat er nog andere leerlingen dan de
twaalf apostelen aanwezig waren bij Jezus maaltijden.
In 1972 schreef Joachim Jeremias:
"Volgens Mc 14,17 en Mt 26,20, werd Jezus bij het Laatste Avondmaal
omringd door zijn twaalf apostelen. Hieruit mogen we echter niet zonder meer
besluiten dat de vrouwen die genoemd worden in Mc 15,40v en Lc 23, 49-55 ervan
waren uitgesloten. Uit een Oosterse tekst mag men geen argumenten afleiden uit
het feit dat ergens niet over wordt gesproken. Ook mogen we niet teveel belang
hechten aan het feit dat de deelname aan de maaltijd (Jezus en de Twaalf) zoals
Marcus ons bericht nergens anders in de Evangeliën uitdrukkelijk wordt
vermeld: het is beslist puur toevalligheid. Het is daarentegen welhaast zeker
dat Jezus er een gewoonte van had gemaakt in de jaren dat hij predikend
rondging, zijn maaltijden te gebruiken tezamen met een grote kring luisteraars.
Dat volgt uit de waarschuwing aan de huichelaars dat het hen niet zou baten dat
ze tijdens zijn prediking in hun gebied gegeten hadden aan dezelfde tafel als
hij (Lc 13,26vv). Marcus vermeldt dat er vaak zoveel mensen om Jezus
heendrongen, dat het eten hem onmogelijk was (Mc 3,20; 6,31). En vaak, vooral
op de sabbat (Mc 1,29-31; Lc- 14,1), werd Jezus met anderen uitgenodigd deel te
nemen aan een maaltijd (Mc 14,3; Lc 7,36; 11,37; Joh 2,1-11). Een enkele maal
waren mensen bij hem te gast (Lc 15,1v; vgl. Joh 1,39). Eenmaal had hij zelfs
een groot aantal genodigden (Mk.2,15). Het feit dat men Jezus karakteriseerde
als een vraat en slemper, vriend van tollenaars en zondaars (Mt
11,19) bevestigt het feit dat maaltijden met grote aantallen mensen vaak
voorkwamen. Vaak was het voor Jezus tijdens zijn rondreizen heel normaal dat
hij zijn maaltijden gebruikte omringd door zijn discipelen en zijn fans.... (Mc
6,32-44; 8,14; Joh.4,8.31; 21,12).
Joachim Jeremias, The Eucharistic Words of Jesus, Londen
1966, blz. 46-47.
Ik heb deze teksten uitgebreid geciteerd, omdat men daardoor inzicht
krijgt in de levensstijl van Jezus in Galilea en tijdens zijn rondreizen, of
hij nu naburige provincies doortrok of op weg was naar Jeruzalem. Jeremias
spreekt over maaltijden met zijn discipelen en zijn
fans. Ook de vrouwen die hem volgden waren zijn leerlingen, dus
zullen zij ook hebben deelgenomen aan zijn maaltijden. Het is waar dat vrouwen
in Jezus tijd in het algemeen niet tezamen met de mannen aten: zij
dienden de mannen en bleven staan, terwijl in diezelfde tijd volgens andere
Joodse gewoonten de mannen eenvoudig niet zouden hebben gegeten als de vrouwen
in de keuken bleven
als er al een keuken was! Maar konden dergelijke
regels in acht genomen worden tijdens de reizen van Jezus?
We moeten bedenken wat een dergelijke reis inhield. De Joden reisden
vaak en dikwijls in gezinsverband of met vrienden. Bij pelgrimages
bijvoorbeeld, wanneer ze optrokken als groep, zoals Maria en Jozef deden toen
ze naar Jeruzalem reisden met de twaalfjarige Jezus (Lc 2,45-52). Ze reisden
met familie, buren en vrienden. Het zou ons niet verbazen als Jezus soms de
wegen van Galilea en Palestina blokkeerde wanneer hij langs trok met
zijn leerlingen, mannen en vrouwen, en soms met een hele menigte. De
aanwezigheid van vrouwen moet net zo weinig ongewoon zijn geweest als voor ons
vandaag de dag.
Heel wat teksten laten Jezus zien als hij maaltijd houdt in de open
lucht, zoals Jeremias aangeeft. Dit gebeurde niet enkel tijdens de
broodvermenigvuldiging (Mc 6,32 en parallelle teksten), of dat nu symbolische
verhalen zijn of niet, maar ook bij andere gelegenheden. Marcus vermeldt dat de
apostelen eens vergeten hadden brood mee te nemen (Mc 8,14). Wanneer Johannes
verslag doet van de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse, geeft hij aan dat
de leerlingen naar het dorp waren gegaan "om iets te eten te kopen" (Joh 4,8),
waarna hij het maal zelf beschrijft (Joh 4,31v). Dezelfde evangelist roept het
maal van Jezus met zijn leerlingen aan de kust van het meer van Tiberias in de
herinnering, na de verrijzenis (Joh. 21,12). Misschien namen er geen vrouwen
deel aan dit laatste maal, dat gesitueerd wordt buiten het aardse
leven van Jezus, maar hoe had men gedacht dat alles gebeurde bij die
andere maaltijden? Ze hebben allemaal in een kring moeten zitten zoals bij de
broodvermenigvuldiging.
Zelfs wanneer de maaltijd plaatsvond in een woning, laten de
evangelisten zien dat de vrouwen deelnamen. Bij de episode van Maria en Martha
(Lc. 10,38-42), vergeet Martha niet haar woordje te doen. Hetzelfde geldt voor
het diner ter ere van Lazarus, waarbij Maria de hoofdrol speelt aangezien zij
Jezus komt zalven met parfum (Joh 12,1-11). En ofschoon Martha aan tafel dient,
aarzelt Xavier Léon-Dufour niet te schrijven "onder de genodigden waren
ook Lazarus en zijn zusters". Volgens hem namen zij volledig deel aan het maal.
Hoe zouden we bovendien ook maar kunnen veronderstellen dat Jezus de bevriende
vrouwen die hem volgden toegang zou hebben geweigerd!?
X. Léon-Dufour, Lecture de lÉvangile selon
Jean, Seuil Parijs, vol. II, blz. 443.
Optrekken met Jezus veronderstelde
deelname aan zijn maaltijden.
Het hoeft ons niet te verbazen dat de evangeliën de aanwezigheid
van vrouwen bij de maaltijden van Jezus nooit noemen. Het stilzwijgen hierover
mag, zoals Jeremias ons helpt herinneren, niet worden gezien als bewijs voor
hun afwezigheid, aangezien het normaal was dat men haar niet noemde. Wanneer
Matteüs de vermenigvuldiging van de broden in herinnering roept, maakt hij
duidelijk dat er "ongeveer 5000 mannen waren, nog zonder dat vrouwen en
kinderen waren meegeteld " (Mt 14,21). Moet het ons dan verbazen dat er niet
vaker sprake is van vrouwen in de loop van hun leven met Jezus? Het
wekt al verbazing dat Lucas hen wel uitdrukkelijk noemt aan de zijde van Jezus!
Onze bezinning op het leven met Jezus en de twaalf vanaf zijn
prediking in Galilea tot zijn tocht naar Jeruzalem en zijn dood lijkt daarom te
suggereren dat we de vrouwen dienen te beschouwen als normale deelnemers aan de
maaltijden van de groep.
Jezus Laatste Avondmaal
Het ligt zeer voor de hand dat het Laatste Avondmaal van Jezus werd
gedeeld met anderen dan alleen de twaalf. Trouwens, Johannes noemt in zijn
verslag van dit avondmaal niet de twaalf maar de
leerlingen, een term die ruimer is en de vrouwen kan insluiten. Maar laat
ons eerst onze aandacht richten op een meer algemeen punt.
De episode van de leerlingen van Emmaüs, die Jezus herkennen bij
het breken van het brood (Lc 24,12-35) kunnen als typerend dienen. Hoe zouden
zij Jezus hebben kunnen herkennen aan dit teken als zij het brood niet met hem
hadden gedeeld bij het Laatste Avondmaal? Zelfs als deze episode symbolisch is,
zoals sommige geleerden denken, duidt het feit dat het door Lucas wordt
verteld, er op zijn minst op dat men geloofde dat men wist dat
anderen dan de twaalf bij het Laatste Avondmaal aanwezig waren geweest.
Bovendien kunnen we ons enkele vragen stellen over de identiteit van
deze twee leerlingen. Lucas noemt Klopas of Kleopas. De naam van de andere
leerling wordt niet genoemd. Maar het is mogelijk dat het deze Kleopas was die
een vrouw had, genaamd Maria een vrouw die onder het kruis stond met
Maria, de moeder van Jezus, en die moeilijk is thuis te brengen. "Naast het
kruis stond zijn moeder, de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas,
en Maria Magdalena." (Joh 19,25) Het kan dus heel goed zijn dat we de tweede
leerling van Emmaus moeten identificeren als de vrouw van Kleopas.
Zij zou daarom eveneens hebben deelgenomen aan de maaltijd met Kleopas, haar
man.
En wat te denken van de leerlingen die aan de voorwaarden
voldeden om Judas te vervangen na zijn val, Barsabbas en Mattias (Acts 1,21vv)?
Zullen zij niet hebben deelgenomen aan de slotmaaltijd met Jezus als zij hem zo
ver hadden gevolgd dat ze beschouwd werden als apostelen, aangezien
een van hen nu toegevoegd zou worden aan de andere elf?
Het ligt voor de hand dat de evangelisten andere leerlingen dan de
twaalf niet noemen bij het Laatste Avondmaal, aangezien zij de twaalf stammen
van het nieuwe Israël symboliseerden, en aangezien hun aanwezigheid in die
hoedanigheid onmisbaar was. Maar niets suggereert dat we moeten veronderstellen
dat er geen anderen aanwezig hebben kunnen zijn.
De aanwezigheid van vrouwen bij het Laatste
Avondmaal.
Wij mogen dus geloven dat, ondanks het feit dat de teksten er niets over
zeggen,er ook vrouwen aanwezig moeten zijn geweest bij het Laatste Avondmaal
van Jezus. Dit is niet alleen zo omdat Jeremias zich afvraagt " waar zouden de
vrouwen hun pascha hebben kunnen eten?", maar het is helemaal niet zeker dat
het Laatste Avondmaal een paasmaal is geweest, ofschoon de sfeer die van pasen
was. Doch vele in mijn ogen beslissende elementen pleiten vóór
haar aanwezigheid.
De vrouwelijke leerlingen van Jezus waren in Jeruzalem op het ogenblik
van Jezus dood, zoals de vier evangelisten getuigen. Het zou volkomen
onwaarschijnlijk zijn geweest als zij juist op de avond van Jezus
afscheidsmaal afwezig zouden zijn geweest. De liefde die Jezus voor hen
koesterde, pleit voor hun aanwezigheid. Lucas laat Jezus tot zijn vrienden
zeggen: "Jullie zijn altijd bij me gebleven als ik werd beproefd" (Lc 22,28).
Xavier Léon-Dufour, die de mening schijnt toegedaan dat de twaalf niet
de enige deelgenoten zijn geweest aan het laatste maaltijd , schrijft dat
gedurende dat avondmaal , "de leerlingen die hij zich had verkozen om hem heen
zijn, en dat zij bij dat maal de gemeenschap vertegenwoordigen die Jezus bijeen
heeft kunnen brengen. Zij zijn degenen die, met uitzondering van
één enkel persoon, "hem trouw gevolgd zijn tot op die dag . . ."
Wie verdienden deze titel van getrouwen meer dan de vrouwen die hem
zelfs niet in de steek lieten tijdens zijn lijden, zoals de elf apostelen deden
na het verraad van Judas, en die hem niet verloochenden zoals Petrus zou doen?
Xavier Léon-Dufour, die de vrouwen niet uitdrukkelijk noemt, spreekt van
de gemeenschap die voor dit maal bijeen is gekomen als de
kleine rest, degenen die in hem hebben geloofd, de zijnen. De
vrouwen behoorden tot deze kleine trouwe rest. We hebben al opgemerkt dat Maria
van Magdala beschouwd kon worden als een van hen die Jezus de
zijnen noemde, door de manier waarop zij hem enkel aan zijn stem herkende
tijdens zijn verschijning.
Andere argumenten wijzen in dezelfde richting.
Wanneer de vrouwen die vertrokken waren om een dode te balsemen
terugkeren als boodschappers van een levende, waar zullen ze dan vertellen wat
de Heer hen zelf heeft toevertrouwd? Hoewel noch Matteüs (28,8), noch
Marcus (16,10), noch Lucas (24,9) verdere details verschaffen, is het
waarschijnlijk in het cenakel, het huis dat Jezus had uitgezocht (Mt 26,17-19;
Mc 14,12-16; Lc 22,7-13), omdat dat huis groot was en alle leerlingen kon
herbergen voor zijn laatste maal een aanwijzing voor het grote aantal
disgenoten. Er wordt in de evangeliën geen ander huis genoemd. Er wordt
ook niet gezegd dat de leerlingen het hadden verlaten, behalve dan om hem te
volgen naar de Olijfhof. Ze moeten daar echter onmiddellijk na zijn arrestatie
terug zijn gekomen en zich daar goed verborgen hebben gehouden tot na het
lijden van Jezus, vanwege de angst die ze hadden. Het kan alleen maar die
plaats geweest zijn waar de vrouwen onmiddellijk zonder aarzeling heen gingen
toen zij terugkeerden van het graf, een teken dat de plaats hun bekend was en
dat ze er eerder geweest moeten zijn. En waarvoor, zoniet voor het Laatste
Avondmaal? Aangezien zij Jezus volgden was haar aanwezigheid aan
het maal heel natuurlijk. De twaalf in het huis (het cenakel)
lijken niet verbaasd de vrouwen te zien terugkeren.
Het is ook duidelijk dat de leerlingen van Emmaüs, als ze naar
Jeruzalem teruggaan nadat ze Jezus hebben herkend aan het breken van het brood
"de elf en hun gezellen" samen aantreffen. (Lc 24,33). Wie zijn die gezellen?
Alles wijst erop dat zij degenen waren die Jezus met de elf waren gevolgd, de
vrouwen dus, en ongetwijfeld zij die hadden deelgenomen aan Jezus Laatste
Avondmaal.
Een document uit de vierde eeuw bevestigt onze interpretatie. Het wordt
genoemd de Kerkelijke Regels van de Apostelen. Het biedt een
merkwaardige dialoog tussen de twaalf en Maria en Martha over de positie die
men terecht zou moeten toekennen aan vrouwen in de kerk, - wat erop schijnt te
duiden dat de kwestie toen nog niet precies bepaald was. Het document laat
Johannes zeggen dat Jezus bij het Laatste Avondmaal de vrouwen niet had
toegestaan rechtop te staan. Dat was de houding van de persoon die
in de vierde eeuw voorging bij de eucharistie, maar waarschijnlijk niet die van
de mannen bij het Laatste Avondmaal. Als de Joodse regels uit die tijd in acht
genomen waren (wat niet zeker is) zaten de mannen of ze lagen mogelijk op
rustbedden, en de vrouwen stonden rechtop. Volgens het document antwoordde
Martha: "Het is vanwege Maria, omdat Jezus haar heeft zien lachen". Maria zei
toen: "Het is niet omdat ik lachte. Want bij andere gelegenheden heeft hij ons
gezegd, tijdens zijn onderricht, dat wat zwak is zal worden gered door het
sterke". Deze discussie, die duidelijk denkbeeldig is, werd bedacht om de
vrouwen zelf hun ongeschiktheid voor het ambt te doen inzien, ongeschiktheid
vanwege haar veronderstelde gebrek aan ernst en hun zwakheid, maar ze gaat in
tegen de geest van Jezus, die de zwakken verheft en de machtigen onttroont. De
dialoog getuigt echter duidelijk van een traditie in de vierde eeuw, een
traditie die niet wordt betwist, volgens welke de vrouwen tegenwoordig waren
bij Jezus tijdens het Laatste Avondmaal, een tegenwoordigheid die werd
verondersteld net zo normaal te zijn als haar deelname aan de maaltijden van de
christelijke gemeente.
De maaltijden van de Heer in de vroege
gemeenten.
Juist datgene wat we nu weten over de maaltijden van de Heer
in de oudste gemeenten is een argument temeer ten gunste van de aanwezigheid
van vrouwen bij het Laatste Avondmaal. Zouden we ons in feite kunnen
voorstellen dat, te beginnen met de eerste gemeente in Jeruzalem die bestond
uit bekeerde Joden, de eerste christenen vrouwen zonder enig probleem hadden
toegelaten, als Jezus deze gewoonte niet eerst had bijgebracht aan zijn
apostelen door ze toe te laten tot de maaltijden, ook het Laatste Avondmaal?
Al deze argumenten pleiten dus sterk ten gunste van de aanwezigheid van
de vrouwen die Jezus volgden, zowel bij de maaltijden die hij gebruikte zowel
tijdens zijn openbaar optreden als bij zijn afscheidsmaal.
De betekenis van de aanwezigheid van vrouwen bij zijn laatste maal
brengt ook de kwestie te berde van de betekenis van de gedachtenis
die we dienen te bewaren aan Jezus woorden. "Het eten van het lichaam van
Christus en het drinken van zijn bloed" is nooit aan vrouwen geweigerd. Maar
toont Johannes in zijn evangelie niet duidelijk aan dat de woorden van Jezus
over zijn vlees dat gegeven zal worden voor de wereld, gericht zijn
tot de menigte, tot de hele gemeenschap van de mensheid, mannen en
vrouwen (Joh 6)? Jezus nodigt de hele mensheid aan zijn tafel -
Gods tafel, ook al werd die uitnodiging toentertijd ongetwijfeld niet geheel
beseft of begrepen.
Klaarblijkelijk duidt het feit dat vrouwen nooit de deelname aan
de maaltijd des Heren is geweigerd (Hand 2,47; 1 Kor 11,17-18) erop
dat de woorden van Jezus ook tot haar gericht waren tezamen met alle anderen.
Waarom dan het ontvangen van het lichaam van Christus gescheiden van de
verwezenlijking van zijn woorden en zo aanmerkelijk de opdracht verzwakken die
Jezus had gegeven volgens Lc 22,19 en Paulus 1 Kor 11,25? " Neemt allen
hiervan. . . Doet dit tot mijn gedachtenis!"
Suzanne Tunc
Zie ook: Bijbel en liturgie stemmen overeen: de
vrouwen waren aanwezig door Marjorie Reiley Maguire.
Vertaling: Theresia
Saers
Klik
hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt
steunen..

![]() |
In dit boek gaat Hans Wijngaards in op belangrijke historische bronnen, vanaf het begin van het christendom tot het jaar 900. Hij bewijst op overtuigende wijze dat vrouwen de rol van diaken op zich namen en hiertoe ook gewijd werden. Met zijn historische studie levert Wijngaards een belangrijke bijdrage aan het actuele debat over de wijding van vrouwen tot diaken. Klik hier! |