| |
|
Verwijzingen |
De
Kerk - en ik denk hier vooral aan de Rooms Katholieke Kerk - moet zich
in ieder tijdperk aanpassen aan de omstandigheden. Honderd jaar geleden stonden
vrouwen op een lagere rang in de Kerk, zoals ook in de maatschappij. Vrouwen
mochten tijdens hun maandperioden geen Communie ontvangen. En na de geboorte
van een kind moesten zij gezuiverd worden door de kerkgang vóór
zij een kerkgebouw weer mochten betreden (*). Het was vrouwen streng verboden
gewijde voorwerpen aan te raken, zoals de kelk, de pateen of de
vingerdoekjes (*). Zij mochten zeker niet de Heilige Communie uitdelen (*).
Vrouwen moesten in de kerk het hoofd bedekken (*). Het was vrouwen ook verboden
om:
--- de altaarruimte te betreden, behalve om ze schoon te maken (*);
--- de lezingen te verzorgen tijdens de Mis (*); --- te preken (*); ---
lid te zijn van een kerkkoor; --- Mis te dienen (*); --- volledig lid
te zijn van parochiebewegingen en organisaties (*). Belangrijker dan dit
alles: vrouwen werden geweerd van het priesterlijke ambt (*). |
|
De verboden die met een ster zijn aangegeven
golden nog in het kerkelijke rechtboek dat
in 1917 werd afgekondigd en tot 1983 van kracht bleef! |
| |
|
|
In onze tijd zijn wij ons meer bewust geworden van
mensenrechten, ook van de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en de behoefte
om voor allen gelijke mogelijkheden te scheppen. Dit heeft ook zijn invloed
gehad op de houding tegenover vrouwen in de Kerk. Vrouwen mogen nu
tijdelijk gedelegeerd worden om Mis te dienen, vóór
te lezen, te zingen, te preken, gebedsdiensten te leiden, het doopsel toe te
dienen en Communie uit te delen.
Maar het verbod op de wijding van vrouwen
blijft gehandhaafd. |
|
Enkele verbeteringen zijn vervat in
het nieuwe kerkelijk recht (1983). |
| |
|
|
| Waarom? |
|
|
| |
|
|
| Conservatieve theologen, gesteund door de Congregatie
voor Geloofsleer in Rome, geven toe dat de andere beperkingen die aan vrouwen
werden opgelegd te wijten waren aan vooroordelen. Zij zeggen, echter, dat het
verbod op de wijding van vrouwen behoort tot de onveranderlijke katholieke
leer. Jezus Christus zelf heeft vrouwen uitgesloten van het priesterlijke
ambt en de Kerk heeft zijn voorbeeld altijd gevolgd door nooit vrouwen tot
priester te wijden. |
|
Lees de argumenten van Rome in deze
samenvatting. |
| |
|
|
| Zonder twijfel is dit een belangrijke zaak. Als de
leiders in het Vaticaan zich vergissen - en met het merendeel der katholieke
theologen ben ik daarvan overtuigd! - , dan wordt de Kerk grote schade
toegebracht door zon ingrijpende pastorale ontwikkeling tegen te houden.
|
|
Het is de plicht van
theologen hun bezwaren duidelijk te maken. |
| |
|
|
| Veel mensen denken misschien dat dit een kwestie van
gelijke rechten betreft, een zaak van emancipatie voor de vrouw,
maar dat is niet zo. Tenminste niet op de eerste plaats. Het doorslaggevend
argument voor ons, Katholieken, is altijd geweest om de bedoeling van Christus
trouw te blijven en de betekenis van de overlevering te begrijpen. De vraag of
vrouwen priester gewijd mogen worden of niet, mag niet beslist worden door
sociale druk. Het kan alleen maar beslist worden door een studie van de
bronnen. Heeft Jezus zelf vrouwen uitgesloten? Waarom werden vrouwen vroeger
niet gewijd? Zijn er geldige theologische redenen om vrouwen van het ambt uit
te sluiten? Dit zijn de argumenten die uitsluitsel moeten geven. |
|
Van de andere kant, moeten wij wel van echte
discriminatie spreken, als de weigering van
het priesterschap niet voortvloeit uit de bedoeling van Christus, maar uit de
vooroordelen van de Kerk . . . ! |
| |
|
|
| Ofschoon ik mijn feministische theologische
collegas respekteer, ben ik zelf geen feminist. |
|
Kijk even naar de oorsprong van mijn eigen
onderzoek. |
| |
|
|
| Wat dacht Jezus er
zelf van? |
|
|
| |
|
|
De Evangelies
maken duidelijk dat mannen en vrouwen gelijk waren voor Christus. Beiden
gaan Gods koninkrijk binnen door het doopsel, terwijl in het
Oude Testament alleen mannen de besnijdenis ontvingen. Waarom heeft Jezus dan
alleen mannen uitgekozen om zijn twaalf apostelen te vormen? Waarschijnlijk om
praktische redenen -- zoals hij enkel Joden uitkoos. Het zou verkeerd zijn
daaruit af te leiden dat hij daarmee een vaste norm wilde vastleggen die altijd
zou gelden. Zoals in zovele andere zaken, heeft Jezus ook hier de nauwkeurige
uitwerking van de sacramenten aan de latere Kerk overgelaten. |
|
De Heilige
Schrift laat de vraag inzake de wijding van de vrouw open. |
| |
|
|
| Enkele passages in de brieven van Paulus, bijvoorbeeld
dat vrouwen haar hoofd moeten bedekken, onderworpen moeten zijn aan hun
echtgenoten en hun mond moeten houden in de kerk, mogen niet worden gehanteerd
als redenen om vrouwen uit het priesterschap te weren. |
|
Wij mogen niet méér in schriftuur
teksten leggen dan door de geïnspireerde
schrijver bedoeld werd. |
| |
|
|
| Gedurende de eerste eeuwen na Christus werden
verantwoordelijke ambten toevertrouwd aan vrouwen, onder andere het diakonaat.
Geschiedkundige bronnen tonen aan dat vrouwen in het oosterse deel der
Katholieke Kerk als diakens fungeerden tot ver in de 9de eeuw. Aangezien zij
diakens werden door een volle sacramentele wijding, identiek aan de wijding van
mannelijke diakens, is het duidelijk dat vrouwen in feite al gewijd zijn. Dit
sluit de mogelijkheid van de priesterwijding in, omdat de drie graden
(diakonaat, priesterschap en episcopaat) tot hetzelfde sacrament behoren. |
|
Het vergeten feit van devrouwelijke diakens bewijst de
mogelijkheid van de vrouwelijke priesterwijding. |
| |
|
|
| Waarom heeft de
Kerk vrouwen dan niet tot priester gewijd? |
|
|
| |
|
|
| Een drievoudig vooroordeel heeft in afgelopen eeuwen de
wijding van vrouwen geblokkeerd: |
|
|
1. Vrouwen werden beschouwd lagere wezens te zijn. De
Griekse filosofie verklaarde dat elke vrouw een onvoltooide mens
is. De Romeinse wet, die ook in de Kerk maatgevend werd, sloot vrouwen uit van
iedere publieke verantwoordelijkheid. Als iedereen zo dacht, hoe kon men dan
aan vrouwen de leiderschapsfunctie van het priesterschap
toevertrouwen? |
|
Vrouwen werden beschouwd
minder dan mannen te zijn. |
| 2. Vrouwen werden
beschouwd zich in een conditie van straf te bevinden, door hun aandeel in
zonde. Men hield vrouwen verantwoordelijk voor de zondeval en erfzonde. Vrouwen
waren een voortdurende verleiding tot zonde. Hoe zouden zulke zondige wezens
instrumenten van Gods genade kunnen zijn? |
|
Men dacht dat God vrouwen aan mannen had
onderworpen als straf voor haar zonden. |
| 3. Vrouwen werden
beschouwd ritueel onrein te zijn door hun maandelijkse bloedingen. Hoe kon
men vrouwen toelaten de heiligheid van kerkgebouw, altaarruimte en gewijde
vaten te bezoedelen? |
|
Maandbloeding
bracht bevuiling, naar algemeen oordeel. |
| |
|
|
| Let op! Ofschoon deze vooroordelen sociaal en kultureel
van oorsprong waren, werden zij echte theologische vooroordelen. Zij waren de
werkelijke redenen waarom vrouwen van het priesterambt bleven uitgesloten,
zoals duidelijk blijkt uit de geschiften van kerkvaders, plaatselijke
concilies, kerkelijke leiders en middeleeuwse theologen. |
|
De bronnen bewijzen dit
ten voeten uit! |
| |
|
|
| Hieruit blijkt dat de zogenaamde
overlevering om vrouwen niet te wijden een valse overlevering was.
Een echte en geldige Overlevering moet op juiste gronden gevestigd zijn. Zoals
de heilige Cyprianus terecht zei: Een gebruik zonder waarheid is niets
anders dan een oude dwaling! (Brief 74,9). |
|
De
OVERLEVERING moet worden onderscheiden van menselijke
overleveringen. |
| |
|
|
| Als we de geschiedenis van de Kerk bestuderen, ontdekken
wij een impliciete en dynamische overlevering die de
mogelijkheid van de wijding van de vrouw wèl inhoudt. Het betekent dat
Katholieken altijd, in het diepste van hun hart, geweten hebben dat de
priesterwijding van de vrouw niet tegen Christus wil in zou gaan. Net
zoals het echte katholieke geweten altijd wist dat slavernij fout zat, ondanks
het feit dat de officiële leer verdedigd door pausen, theologen en het
kerkelijk recht slavernij toestond. |
|
De ware overlevering is vaak
latent, dat wil zeggen:
impliciet en onbewust vervat in andere overtuigingen. |
| Deze latente overlevering wordt gevonden in het feit dat
enkele vrouwen toch gewijd werden; in het aanvaarden van priesterlijke functies
in Maria; in het feit dat ook vrouwen in Christus naam het doopsel en het
huwelijk hebben toegediend; in het ononderbroken christelijke bewustzijn dat
vrouwen en mannen gelijk zijn in Christus, ondanks gangbare
opvattingen en praktijken. |
|
Slechts geleidelijk ontdekken wij de volle omvang
van dit christelijke bewustzijn. |
| |
|
|
| Theologische
argumenten? |
|
|
| |
|
|
De Romeinse
theologen brengen naar voren dat in de eucharistie Christus alleen door
een mannelijke priester vertegenwoordigd kan worden, omdat hij zelf een man
was. Dit argument komt uit de Middeleeuwen toen, zoals we gezien hebben, iedere
vrouw als een onvolledige mens werd aangezien. Vanzelfsprekend dat
men toen aannam dat alleen een volledige mens -- een man - Christus kan
vertegenwoordigen. Ook in een gemoderniseerde vorm gaat dit argument niet op.
Het spreekt de katholieke leer tegen. Ook vrouwen dragen het beeld van Christus
in zich, als aangenomen kinderen van God. In het doopsel en het huwelijk
vertegenwoordigen vrouwen Christus volledig. Trouwens, wat de priester
vertegenwoordigt in de eucharistie is niet Christus mannelijke of
vrouwelijke geslacht, maar zijn zichzelf opofferende liefde. |
|
Er bestaan geen geldige gronden waarom een vrouw
niet kan voorgaan bij de eucharistie als een
andere Christus. |
| |
|
|
| Onfeilbaar
leerstuk? |
|
|
| |
|
|
Rome heeft
de verwarring nog vergroot door te beweren dat de zaak al
onfeilbaar beslist is -- niet door de paus, maar door het
gewone algemene leergezag. Dit slaat op een gezamenlijke
uitoefening van het leerambt door alle bisschoppen in de wereld. Rome neemt
blijkbaar aan dat zij allemaal - door geen vrouwen te wijden en door niet over
deze zaak te spreken - , zich onfeilbaar erover hebben uitgesproken! |
|
Het wereld
episcopaat oefent soms het onfeilbare leergezag uit.. |
| |
|
|
| Het is echter duidelijk dat de voorwaarden voor de
uitoefening van dit onfeilbare algemene leerambt niet voldaan zijn. Bisschoppen
hebben de plicht hierbij te luisteren naar het woord van God en acht te slaan
op de sensus fidelium (wat overtuigde Katholieken in hun
hart geloven). Bovendien moeten de bisschoppen hun gezag als één
lichaam uitoefenen. Zij moeten de zaak persoonlijk beoordelen en vrij zijn hun
mening weer te geven. De bisschoppen moeten de leer als bindend willen
opleggen. Aan geen van deze voorwaarden is voldaan. |
|
De algemen Concilies van de Kerk hebben
de grenzen van onfeilbaarheid duidelijk
vastgelegd. |
| |
|
|
| Wat nu? |
|
|
| |
|
|
| De huidige spanning binnen de Kerk inzake de
wijding van de vrouw hoeft ons niet te zeer te verontrusten. Crisis en conflict
gaan aan groei vooraf. De officiële Kerk zal tot een beter inzicht komen,
zoals zij in zovele andere vraagstukken heeft gedaan. Maar tot de zaak is
opgelost mogen wij onze plicht als verantwoordelijke Katholieken niet uit de
weg gaan. Wij moeten onze mening laten horen -- want pas als ook in de
Katholieke Kerk vrouwen priester gewijd worden, zal Christus bedoeling
volledig verwerkelijkt zijn! |
|
|
| |
|
|
| Hier begint het debat! |
|
|