OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Vrouw en ambt: tegenspreken of zwijgen?

Vrouw en ambt: tegenspreken of zwijgen?

René van Eyden

Acht Mei Beweging. Den Bosch, 2 november 1996

Afbakenen van het onderwerp

Dit mag een historische dag genoemd worden: katholieken krijgen een onfeilbare uitspraak te horen, en gaan vervolgens in alle openheid daarover discussiëren als zelfstandige gelovigen met een eigen verantwoordelijkheid.

Wat ik wil bespreken is het thema: gewillig meewerken en lijdzaam zwijgen òf openlijk weerspreken en nieuwe praktijken bevorderen.

Slechts één aspect van het probleemveld ‘vrouw en ambt’ komt hier aan de orde: waarom laten veel pastores en parochianen de officiële praktijk van uitsluiting van vrouwen onweersproken, ook als zij die onterecht vinden? Wat betekent medeplichtigheid in dit verband?

Ik wil beginnen met u twee ervaringen te vertellen: twee priesterwijdingen die ik meemaakte.

Tegengestelde ervaringen

De eerste priesterwijding was in een parochie in Nederland. De parochianen hadden zich uitgeput om er een prachtige viering van te maken; zang, versiering, tekstboekje, enzovoorts. Dit alles was slechts achtergrond voor het eigenlijke: de Romeinse liturgie van de priesterwijding. Een extreem clericaal gebeuren, een ritueel van uitsluitend gewijde mannen. Geen enkele vrouw, geen enkele pastoraal werker. In de toespraak en de gebeden geen enkele toespeling op de (voorlopige?) uitsluiting van vrouwen. De bisschop en een grote kring van priesters voor de handoplegging. Voor de gelovigen, zonder de gelovigen.

Een hemelsbreed verschil was de viering waarin voor het eerst twee vrouwen tot priester werden gewijd in de Oud Katholieke Kerk in Duitsland, in Konstanz op Pinkstermaandag 27 mei 1996. Een liturgie, gedragen door heel de aanwezige gemeenschap, een bisschop met verbindende uitstraling, niet boven maar tussen de gelovigen, de priesters zichtbaar als gelijke broeders en zusters in het ambt.

Een wereld van verschil: daar de Romeinse ceremonie, clericaal, steriel en patriarchaal; hier een hartverwarmend feest van de Geest.

Pijnlijk en vernederend voor vrouwen

Hoe pijnlijk en vernederend zo’n plechtigheid voor een pastoraal werkster ken zijn, werd aangrijpend beschreven door Maria Mulder (in: Trouw, 3 juli 1992: ‘Een eenzaam en koud gevoel bij een priesterwijding’). De uitsluiting, niet om een tekort aan pastorale kwaliteiten maar alleen om het vrouwzijn, is ten diepste vernederend voor alle vrouwen.

De uitsluiting van vrouwen uit de gewijde ambten is uitputtend bestudeerd (1). De conclusie is duidelijk: pastoraal gezien wordt aan bepaalde vrouwen in de kerk een recht onthouden, worden alle vrouwen vernederd en wordt de kerkgemeenschap beroofd van onmisbare pastores. Theologisch gezien is het een misvorming van de identiteit van het ambt en van de kerk én een miskenning van het optreden en de boodschap van Jezus.

In een Open Brief van de Stichting ‘Vrouwmens’ aan de kardinaal naar aanleiding van ‘Ordinatio sacerdotalis’ staat te lezen: “Is deze wijze van argumenteren niet een belediging van God? Komt die niet méér voort uit zorg voor de eigen machtspositie den uit zorg voor de waarheid? ”

Er zat iets tegenstrijdigs in de plechtigheid in die Nederlandse parochie. De viering verliep vlekkeloos, er was niet één wanklank. Iedereen gunt de wijdeling een vreugdevol feest. Er werd met geen woord gesproken over het ambivalente karakter van de wijding, waar vrouwen principieel van uitgesloten worden.

De meeste van de aanwezige priesters zijn het eigenlijk niet eens met de uitsluiting van vrouwen, zij onderkennen de miserabele theologie van kerk en ambt in de wijdingsteksten, zij weten dat veel vrouwelijke collega’s er aan lijden.

Waarom doen we gewillig mee?

Uit onderzoek onder R.K. pastores in Nederland blijkt: 68 % is vóór het priesterschap van vrouwen, een ruime meerderheid! (zie ‘Pastores en Ambt’, uitgave VPW Nederland, juni 1994).

De vraag rijst dan: waarom doet men zo gewillig mee (handoplegging enzovoorts)? Waarom zwijgt ieder? Er was niets te merken van openlijke uitingen van verzet tegen de Romeinse uitsluiting. Er waren geen tekenen van solidariteit met vrouwen. Waarom blijft alles doorgaan op de traditionele manier?

Veel deelnemers zijn zich bewust van de fundamentele misvorming in de officiële kerkvisie en kerkpraktijk. Maar als de officiële kerk handelt, doen zij mee zonder openlijk tegengeluid.

De werking van een repressief systeem

Hoe valt deze inconsequentie te verklaren? Het heeft te maken met de werking van een repressief systeem.

Ondanks veel tegenkrachten kan een repressief systeem eindeloos lang blijven voortbestaan, als er een goed samenspel is van drie factoren:

  1. de inspanning van de overheersers,
  2. de taaiheid van de institutionele structuren van het systeem,
  3. de bewuste en vooral onbewuste medeplichtigheid van de overheersten.

Toegepast op ons onderwerp: de uitsluiting van vrouwen gaat door het samenspel van bovengenoemde krachten nog altijd onverbiddelijk voort.

Bestrijden van een repressief systeem

Wanneer we deze uitsluiting van vrouwen uit het ambt (en andere vormen van repressie) willen bestrijden, kan dat gebeuren op drie manieren: door ons te richten op personen, namelijk de overheersers, of op de structuren van het systeem, of op de overheersten als medeplichtigen.

Gericht op personen

De kerkleiders baseren de uitsluiting op bepaalde theologische leerstellingen. De strategie is dan: tracht het inzicht van deze personen te veranderen door juistere argumenten te geven. Dat blijkt echter een uitzichtloze onderneming.

De paus beijvert zich al jaren om aan vrouwen uit te leggen hoe zij zichzelf moeten zien, wat het wezen van de vrouw is, wat zij kan en niet kan, wat zij mag en niet mag. Intussen zijn sterke argumenten aangedragen tegen deze Romeinse theologie, maar vergeefs. De waarheid zit gevangen in de strik van de macht (2).

Het woord ‘macht’ horen kerkleiders niet graag. Macht words vergoelijkt door het ‘gezag’ te noemen. Jan Roes noemt dat “de reductie van het waarheidsbegrip tot de beslissingsbevoegdheid en daarmee tot de gehoorzaamheid aan het souvereine leergezag" (In de kerk geboren, Nijmegen 1994, blz. 56). De uitsluiting van vrouwen is inmiddels tot onfeilbare leer verklaard en daarmee is het laatste woord gezegd.

Gericht op de structuren

De uitsluiting van vrouwen uit het gewijde ambt is slechts het topje van de ijsberg, die verder onzichtbaar is: het eeuwenoude gevaarte van patriarchale structuren en ideologieën. De machtsongelijkheid tussen vrouwen en mannen is in de loop van de eeuwen gestold tot een patriarchaal en hierarchisch instituut.

Hier is de strategie deze: tracht het instituut en zijn structuren te veranderen door georganiseerde tegenmacht op te bouwen. Ook dat blijkt geen eenvoudige taak. Veel meer dan schijn-hervormingen werd er tot nu toe niet bereikt. Pogingen in deze richting lijken op speldeprikken in een granietblok.

Medeplichtigheid van de overheersten

De derde factor is de medeplichtigheid van de overheersten. Vanouds is in de katholieke kerk de uitsluiting van vrouwen volkomen vanzelfsprekend geweest, een onderdeel van de gevestigde orde, die vanzelf volgzaamheid oproept. Zo is nu eenmaal het officiële beleid van de kerk, en pastores en parochianen voegen zich ernaar, zeker in het openbare handelen. Ze houden zich aan de regels, ook al hebben zij soms bedenkingen. De macht van het Romeinse systeem words overeind gehouden mede door degenen, die er door in de greep gehouden worden.

De strategie die hier nodig is, blijft dichter bij huis: verander jezelf, maak je los van repressieve bindingen in je bewustzijn, kijk niet meer met de ogen van de hoge autoriteiten, luister naar de achtergestelden en ga doelbewust aan hun kant staan.

Deze houding geeft mannen en vrouwen de vrijheid om, persoonlijk en gezamenlijk, de officiële leer en praktijk van uitsluiting in concrete situaties onder kritiek te stellen, zodat een heilzame ‘onderbreking’ plaats vindt. Om noodzakelijke vernieuwingen te bereiken moeten namelijk volgens de theoloog J.B. Metz in ongestoord voortbestaande leerstelsels eerst ‘onderbrekingen’ aangebracht worden (3).

Vernieuwen van kerk en ambt als doel

De ambtswijding van vrouwen is geen doel op zich. Het gaat om een alomvattende vernieuwing van kerk en ambt, zoals het motto van de Women’s Ordination Conference aangeeft: New women - new Church - new priestly ministry.

Als het meefunctioneren van vrouwen het kerkelijk ambt verder onveranderd zou laten, zou dat een versterking zijn van het nu bestaande patriarchale kerkinstituut. Er zijn mensen die de komst van vrouwen in de gewijde ambten daarom ongewenst vinden. Anderen hebben echter ervaren dat als vrouwen een kerkelijk ambt vervullen, het ‘een ander ambt’ wordt (4).

Het gaat erom dat er ruimte is voor verscheidenheid in visie en strategie: niet tegen elkaar, maar naast elkaar op weg naar hetzelfde uiteindelijke doel. Voor mannen in een mannenkerk is dat een moeizaam proces.

Medeplichtigheid

In Vrouwenstudies is er op gewezen dat veranderingen in opvattingen eerder tot stand komen dan veranderingen in gedrag. Dat betekent dat er een groot verschil kan bestaan tussen denken en doen. Zo kunnen mannen door hun volgzame gedrag medeplichtig worden, ook al zien ze in dat er veel moet veranderen voor vrouwen in de kerk.

Het woord ‘medeplichtig’ klinkt nogal onthutsend vooral voor mannen die eenvoudig doen wat van hen verwacht words. Wat wordt ermee bedoeld? Lieve Troch heeft in haar boek ‘Verzet is het geheim van de vreugde’ (Zoetermeer 1996) heldere dingen gezegd over medeplichtigheid. Medeplichtigheid is aanwijsbaar bij personen of groepen als verzet tegen onrecht niet openlijk tot uiting gebracht wordt en niet concreet gestalte krijgt. Dan is er medeverantwoordelijkheid voor het voortduren van dominantie en onderdrukking.

Medeplichtigheid doet zich voor in persoonlijk gedrag maar ook in collectief gedrag. Het is niet per se hetzelfde als schuldig gedrag.

Vaak zijn mensen zich er niet eens van bewust dat zij er in feite medeverantwoordelijk voor zijn dat een concreet onrecht blijft voortbestaan door hun meegaand en onkritisch gedrag: onbewuste medeplichtigheid. Als dit zich wijdverbreid voordoet, is dat schadelijker voor de benadeelden dan vormen van bewuste medeplichtigheid.

Nu de discussie over vrouwen in het ambt gesloten is verklaard, is er een nieuwe situatie in de kerk ontstaan. Als de pastores en de gelovigen nu zouden zwijgen, worden ze in de volle zin medeplichtig.

Meer den ooit is het nu van belang alle vormen van medeplichtigheid te onderkennen en om te buigen. Hoe blijft onze individuele en gezamelijke integriteit bewaard, als we onze handelwijze niet in overeenstemming brengen met het soms moeizaam verworven inzicht? In welke mate we daarin consequent kunnen zijn, hangt mede af van de steun die we elkaar geven in persoonlijk en georganiseerd contact.

Wanneer we ons in openlijke vormen tegen de uitsluiting van vrouwen verzetten, zal er bijval zijn maar ook weerstand, bijvoorbeeld het verwijt dat we polariseren door negatieve kritiek op de kerkelijke leiding. Hanna-Renate Laurien, lid van het Centrale Comitee van Duitse Katholieken schrijft: “Spreken is niet alleen een recht, het is ook een gelovige plicht voor allen die meer geloofwaardigheid in de kerk willen. Kritische loyaliteit luidt het devies, juist ook bij het thema van vrouwen in het ambt van priester”. Onze hoop voor de toekomst van de kerk, zegt zij: “komt voort uit de gemeenten, de parochieraden, de diocesane pastorale raden: uit de ortho-praxis”, het gelovig handelen van de kerkelijke basis. Haar boek is een moedig pleidooi voor een faire discussie over het priesterambt van vrouwen (5).

Vorm geven aan verzet en solidariteit

Tenslotte enkele voorbeelden hoe verzet en solidariteit tot uitdrukking gebracht kunnen worden.

* Elisabeth Schüssler Fiorenza stelt voor dat bij de schuldbelijdenis in de Eucharistieviering ook de zonde wordt beleden dat vrouwen van de ambtsbediening worden uitgesloten: een gezamelijk schuldbesef als eerste step tot opheffing van het ‘structureel sexisme’ (New woman, New Church, New Priestly Ministry. Women’s Ordination Conference,1980).

* Het rapport: ‘Een vrouwvriendelijke liturgie in de rooms-katholieke kerk. Advies van de werkgroep Vrouw en Kerk, de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving, en de Unie Nederlandse Katholieke Vrouwenbeweging, aan de Nederlandse bisschoppen’, september 1991, bladzijden 37-44, geeft belangrijke overwegingen en aanbevelingen inzake de wijding van vrouwen tot het ambt van diaken en priester.

* De Pastorale Brief van de ‘Priesters voor Gelijkheid’, 8 december 1985 (zie de tekst in: Archief van de Kerken, jg.42, nr. 6, juni 1987; en een gedeelte van de tekst als bijlage in het rapport ‘Een vrouwvriendelijke liturgie in de r.k.kerk’).

‘Priests for Equality’ werd in 1975 in USA opgericht; deze organisatie telt nu meer den 3000 priesters uit 35 landen, die het ‘Handvest voor Gelijkheid in de Kerk’ onderschrijven. De Pastorale Brief schetst een aktieplan om in concrete stappen te komen tot de ambtswijding van vrouwen: het is een indrukwekkend document van solidariteit en bewogenheid om de toekomst van de kerk.

* In de ‘Landelijke Uitspraak’ van ‘Kerk Hardop’ (de Nederlandse parallel-organisatie van het’Kirchenvolks-Begehren’ in Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland en elders) wordt in het tweede van de vijf punten gesteld: “Openstelling van het diakonaat voor vrouwen. Toegang voor vrouwen tot het priesterschap. Het weren van vrouwen heeft geen bijbelse grondslag.” Dit pleidooi is vooral waardevol als stimulans tot sterkere bewustmaking op het kerkelijk grondvlak. Het sluit aan bij het standpunt dat De Acht Mei Beweging vanaf het begin heeft ingenomen.

* Soms brengen mannelijke wijdingskandidaten vóór, tijdens of na de wijdingsplechtigheid openlijk tot uiting dat zij de uitsluiting van vrouwen onterecht vinden.

* De VPW (Vereniging van Pastoraal Werkenden) kan zich duidelijk opstellen aan de kant van de vrouwelijke pastores bijvoorbeeld naar aanleiding van een diaken- of priesterwijding.

* De pastorale werkers in het bisdom Salzburg hebben de afspraak gemaakt: niemand laat zich tot diaken wijden, zolang vrouwen niet toegelaten worden. Zie hiervoor het internationale pastorale tijdschrift Diakonia, jg.24, Nr.3, Mei 1993: themanummer over mannen; onder andere hoe priesters met hun vrouwelijke collega’s kunnen delen in het pijnlijke probleem van de uitsluiting.

* Elke parochie kan zoeken naar symbolische en ludieke uitingen van verzet en solidariteit. In de parochie waarover ik sprak, stuurden parochianen op de dag van de wijding bloemen, attenties en brieven van meeleven aan hun vrouwelijke pastor. In hun aanvoelen had minstens één vlag halfstok moeten hangen en konden de geel-witte vlaggen beter wegblijven.

* In de vormgeving van de wijdingsplechtigheid kan op verschillende manieren tot uitdrukking gebracht worden dat de geloofsgemeenschap mannen én vrouwen nodig heeft in het pastorale ambt.

* Aan een vrouwelijke predikant uit een zusterkerk kan bijvoorbeeld een opvallende taak van gebed of getuigenis in de viering gegeven worden.

NOTEN

1. Het Romeinse verbod van discussie over de ambtswijding van vrouwen heeft een stroom van theologische publicaties tot gevolg gehad. De reflectie is in een nieuwe fase gekomen. Een herder overzicht biedt het bock: Walter Grosz (Hg.), Frauenordination. Stand der Diskussion in der Katholischen Kirche. München 1996.

Een duidelijk overzicht van de Nieuw Testamentische gegevens over het ambt geeft Peter Schmidt, ‘Ambten in het Nieuwe Testament en de vroege kerk’. In: Jan Kerkhofs, (Red.), Europa zonder priesters?, Averbode-Baarn 1995, bladzijden 55-116.

2. In de bundel van de Commissie Justitia et Pax Nederland, Mensenrechten in de kerk. Een dossier, Oegstgeest 1993, bladzijde 33, wordt in verband met totalitaire systemen naar een woord van V.Havel verwezen: ‘Als het centrum van de macht samenvalt met het centrum van de waarheid, den loert de verloedering om de hoek’.

3. J.B.Metz, Unterbrechungen. Theologisch-politische Perspektiven und Profile. Gütersloh 1981.

4. Martine Bakema en Lies Sluis (red.), Een ander ambt. 25 Jaar vrouwen in het ambt in de Gereformeerde Kerken in Nederland, Kampen 1994.

5. Hanna-Renate Laurien, Abgeschrieben? Plädoyer für eine faire Diskussion über das Priestertum der Frau, Freiburg Basel-Wien 1995.

René van Eyden

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research