OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Professor Nicholas Lash

"I would want to be a priest"

Professor Nicholas Lash

“Een doctrine is niet maakbaar” door Nicholas Lash, The Tablet, 2 december 1995, p. 1544

Opnieuw gepubliceerd op het Internet met toestemming van The Tablet. Adres: 1 King Street Cloisters, Clifton Walk, Londen W6 0QZ, Engeland. Telefoon: 00-44-20-8748 8484; fax 00-44-20-8748 1550; e-mail thetablet@the tablet.co.uk

Nicholas Lash is professor in de theologie aan de universiteit van Cambridge. Hij heeft vele boeken geschreven, waaronder:
* Theology on Dover Beach (1979)
* Theology on the Way to Emmaus
* Voices of Authority
* Newman on development : the search for an explanation in history
*A matter of hope : a theologian's reflections on the thought of Karl Marx
* Change in focus; a study of doctrinal change and continuity
* Banking Laws and Regulations : An Economic Perspective (1987)
*Easter in Ordinary : Reflections on Human Experience and the Knowledge of God (1990)
*Believing Three Ways in One God : A Reading of the Apostles' Creed (1993)
*The Beginning and the End of 'Religion' (1996).

Dezer dagen wordt er veel gereageerd op de verklaring vanuit het Vaticaan waarin onfeilbaarheid wordt toegekend aan de brief van de paus waarin hij de priesterwijding van vrouwen onmogelijk verklaart. Nicholas Lash, professor in de theologie aan de universiteit van Cambridge, brengt hier zijn ontsteltenis en verontrusting over deze laatste doctrinaire ontwikkeling onder woorden. Hij vreest dat deze verklaring wellicht een nieuwe gezagscrisis tot gevolg zal hebben.

De overtuiging dat de boodschap die wordt gebracht als het leven, de leer, de dood en de wederopstanding van Jezus van Nazareth het eigen Woord van God is, het definitieve Woord van God, maakt een wezenlijk deel uit van het katholieke christendom. Zo schenkt hij zichzelf onherroepelijk als belofte van het eeuwige leven. In die overtuiging leeft het “volk”, geboren uit water en de geest van de verrezen Christus, dat wij de Katholieke Kerk noemen. Ontelbare mannen en vrouwen hebben in getuigenis van deze eeuwige waarheid geleefd, gewerkt, boete gedaan, gebeden, geleden en zijn gestorven. Vasthouden aan deze waarheid betekent dat we de “onfeilbaarheid” van de Kerk erkennen, de kracht en trouw van de Heilige Geest, ondanks onze grote blindheid, lafheid, domheid en ons egoïsme. Deze overtuiging staat formeel bekend als geloof in de “onfeilbaarheid” of “onverbrekelijkheid” van de Kerk, en vele orthodoxe, anglicaanse en protestantse christenen delen deze overtuiging. Rooms-katholieken preciseren de overtuiging echter met de toevoeging dat deze onfeilbaarheid ook ligt in de begeleiding die vanuit het gezag plaatsvindt, in het bijzonder als deze de vorm krijgt van bepaalde beslissende verklaringen die gedaan worden door hen die de allerhoogste episcopale verantwoordelijkheid dragen.

Deze verantwoordelijkheid – in de vorm van dogmatische definities opgesteld door paus of concilie, of, meer gewoonlijk, in de praktijk van wat nu het “gewone leergezag” genoemd wordt – betekent getuigen van de waarheid, niet deze construeren of doen alsof ze maakbaar is. Voordat iets echt “de leer van de Kerk” genoemd kan worden, moet het aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Zo lezen wij bijvoorbeeld in artikel 25 van de Constitutie van de Kerk van het Tweede Vaticaanse Concilie, Lumen Gentium, dat “de onfeilbaarheid die aan de Kerk is toegezegd ook berust bij de gezamenlijke bisschoppen als zij verbonden met de opvolger van Petrus het opperste leergezag uitoefenen. De Kerk moet de definities die hieruit voortvloeien, aannemen ter wille van de werking van diezelfde Heilige Geest waardoor de hele kerkelijke gemeente van Christus wordt behouden en verbonden in geloof voorwaarts gaat.”

De editie van The Documents of Vatican II van Walter Abbott SJ voegt op dit punt een nuttige voetnoot toe: “Op de moeilijke vraag die soms gesteld wordt, ‘Wat nu als de paus definities opstelt waarmee de rest van het college der bisschoppen en de gelovigen het niet eens zijn?’ is het antwoord dat in de constitutie gegeven wordt dat dit een zuiver denkbeeldige situatie is, omdat de paus, het college van bisschoppen en de volledige gemeenschap der gelovigen worden geleid door een en dezelfde Heilige Geest. In de praktijk overlegt de paus altijd met de andere bisschoppen en de gelovigen voordat hij een beslissing over de doctrine neemt, maar juridisch gezien is de geldigheid van zijn handelen niet afhankelijk van welke vorm van goedkeuring door hen dan ook.” Heel goed en nauwkeurig uitgedrukt. Kwamen feiten en theorie nu maar altijd met elkaar overeen…

In hetzelfde artikel van Lumen Gentium staat dat bisschoppen mogen verkondigen dat “de doctrine van Christus onfeilbaar is … zelfs wanneer zij over de wereld verspreid leven, op voorwaarde dat zij in eenheid verbonden blijven met elkaar en de opvolger van Petrus en het eens zijn dat zij één definitief standpunt moeten innemen. Wat de huidige situatie betreft: welke stappen hebben de paus en kardinaal Ratzinger ondernomen om zich te vergewissen van de zienswijze van de bisschoppen van de Katholieke Kerk (en daarmee bedoel ik werkelijk navragen, niet druk uitoefenen)? En dan is er nog “de volledige gemeenschap der gelovigen”. Welke stappen zijn ondernomen om na te gaan wat de mening van de Kerk hierover is?

Wat ik hier graag duidelijk wil stellen, is dat de leer over onfeilbaarheid die in de constituties van de laatste twee concilies aangetroffen wordt, gaat over het verwoorden van het katholieke geloof. Waar het niet over gaat, is het uitrusten van gezaghebbers met wapens waarmee zij kunnen proberen moeilijke vragen op te lossen door het willekeurig aanwenden van macht.

De paus heeft het onlangs verschenen Antwoord van de Congregatie voor de doctrine van het geloof goedgekeurd en de publicatie ervan heeft gelast; wij mogen dan toch aannemen het ermee eens is. Volgens de paus nu moet deze leer onherroepelijk aanvaard worden, omdat hij onfeilbaar is verklaard door het gewone en universele leergezag (vergelijk het Tweede Vaticaanse Concilie, dogmatische constitutie van de Kerk, Lumen Gentium 25,2). De leer is immers gebaseerd op het geschreven Woord van God en is vanaf het begin voortdurend levend gehouden en toegepast in de traditie van de Kerk.” Het belangrijkste woord in deze passage is “omdat”. Het is duidelijk dat geen enkele leer zo gepresenteerd had kunnen worden zonder dat zij die deze onderwezen wisten dat hij op het “geschreven Woord van God” gebaseerd was en “voortdurend levend gehouden en toegepast is in de traditie van de Kerk” (hoewel het misschien goed is de lezer erop te wijzen dat de frase “gewoon en universeel leergezag” niet voorkomt in paragraaf 25 van Lumen Gentium).

De paus en de andere bisschoppen kunnen natuurlijk onmogelijk vaststellen of aan deze twee voorwaarden is voldaan, tenzij ze allereerst bijbelgeleerden en daarna ook nog kerkhistorici en theologen raadplegen. Het is algemeen bekend dat, toen paus Paulus VI de Pauselijke Bijbelse Commissie om advies vroeg over deze kwestie, hij te horen kreeg dat er over de kwestie geen beslissing genomen kon worden op grond van de exegese van het Nieuwe Testament alleen. Met andere woorden: de bijbelse “fundamenten” van de huidige paus in zijn apostolische brief Ordinatio Sacerdotalis – voor zover zij überhaupt bestaan – zijn veel te zwak om het gewicht te dragen dat hij erop wil plaatsen.

Wat geschiedkundigen en theologen betreft: ik heb niet de indruk dat de paus veel moeite heeft gedaan om te weten te komen wat hun mening over deze kwestie is. Als hij dat wel zou doen, ontdekte hij ongetwijfeld twee zaken die hem zouden doen opkijken. In de eerste plaats werd de vraag of de “vertegenwoordiging” van Christus vereist dat zij die voorgaan in de viering van de Eucharist man zijn pas halverwege de twintigste eeuw gesteld – er is dus geen sprake van een leer die “vanaf het begin voortdurend levend gehouden en toegepast is”. In de tweede plaats is bij de zeldzame gelegenheden in de geschiedenis van de Kerk waarbij de vraag over de geschiktheid van vrouwen voor het hiërarchische ambt ter sprake kwam, op deze vraag altijd een negatief antwoord gegeven. Er bestaat, met andere woorden, een leer die vanaf het begin “levend gehouden en toegepast” is, namelijk dat vrouwen niet tot het apostolische ambt kunnen toetreden, omdat zij minderwaardig zijn aan mannen.

Hieruit vloeit voort dat er, als we de argumenten die gebaseerd zijn op de minderwaardigheid van vrouwen buiten beschouwing laten - en de huidige paus heeft aangegeven dat wij daar verstandig aan doen - , gewoonweg geen traditionele leer over deze kwestie bestaat. De huidige kwestie is een nieuwe kwestie. En zoals alle nieuwe kwesties vraagt deze tijd, geduld, aandacht, gevoeligheid en een zorgvuldige wetenschappelijke benadering.

De paus noch kardinaal Ratzinger kan maken dat een leer “gegrond is op het geschreven Woord van God” enkel door te beweren dat hij erop gebaseerd is. Ook kunnen ze het niet een kwestie maken die “voortdurend levend gehouden is en toegepast in de traditie van de Kerk” door dit enkel te beweren. De poging om de doctrine van de onfeilbaarheid, een doctrine die bedoeld is om de grond en aard van het vertrouwen van katholieken in de officiële leer aan te geven, te gebruiken als een stomp voorwerp waarmee voorkomen moet worden dat een kwestie kan rijpen in de geest van katholieken, is een schandalig machtsmisbruik. Het meest ernstige gevolg hiervan zal zijn dat het verdere gezag van de paus – gezag dat hij juist in stand probeert te houden - nog verder ondermijnd wordt.

Nicholas Lash

Terug naar andere theologen?

Vertaling Mirjam Bonné


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research