OOK VROUWEN PRIESTER? JAZEKER!header

Responsive image

BEGIN

REDEN GENOEG

TEGEN DE PAUS?

DEBAT

MENU

Nederlands/Vlaams Deutsch Francais English language Spanish language Portuguese language Catalan Chinese Czech Malayalam Finnish Igbo
Japanese Korean Romanian Malay language Norwegian Swedish Polish Swahili Chichewa Tagalog Urdu
------------------------------------------------------------------------------------
Je krijgt het er niet door bij vrouwen

Hoe ga je om met een Christus die een bijna net zo groot tegenstander is van de wijding van vrouwen tot priester als Hij voorstander is van het Brits blijven van Ulster

[Antwoord op Ordinatio Sacerdotalis (1994) en uitspraken van kardinaal Ratzinger (1995) dat de discussie over de wijding van vrouwen tot priester gesloten is.]

door Mary McAleese

Uit Women Sharing Fully, verslag van de seminar, Dublin 1995, pag. 11-21; B.A.S.I.C., Saint Francois, Avoca Avenue, Blackrock, Co. Dublin, Republiek Ierland; met toestemming van de uitgever.

Mary McAleese, de president van de Ierse Republiek (1997-2011). Zij heeft onder andere de volgende academische posten bekleed:

Ze zeggen dat de discussie gesloten is. Ik denk dat ze hun hoorapparaten maar beter wat harder kunnen zetten.

Om te beginnen wil ik zeggen dat ik met hart en ziel van de Kerk houd.

Ik houd van mijn moeder en mijn moeder houdt van mij. We zijn geen van beiden volmaakt en van tijd tot tijd voelen we ons geroepen de ander op de hoogte te brengen van haar onvolmaaktheden, in de hoop dat onze band daardoor sterker wordt. Dat is de reden waarom ik vandaag hier ben gekomen: om de Kerk die ik liefheb te vertellen wat ik denk, en waarom ik zo denk.

Ik ben in Belfast geboren, tussen het klooster van de Passionisten en het ontmoetingshuis van de orangisten, deOrange Hall. In die eerste was God een man; het altaar was een aan mannen voorbehouden plaats, priesters waren helden, en iedere moeder wilde natuurlijk een held als zoon. Mijn moeder ook, net als al haar zussen. ‘Mijn zoon de priester’ heeft een cachet waar zelfs ‘mijn dochter de non’ niet aan kan tippen. Ik begreep dat zonder het ooit verteld te krijgen. Ik ben daar op de een of andere manier van doordrongen geraakt.

Het sprak vanzelf. God was de vader (een man), de zoon (een man), en de Heilige Geest (een man). Vanuit de Orange Hall kwam er een ander beeld van God, God de beschermheer van de protestanten, die had bepaald dat de noordwestelijke hoek van Noord-Ierland protestants en Brits moest zijn. Een God die, vreemd genoeg, in staat was katholieken te haten.

En dan was er natuurlijk ook de katholieke God, het katholieke Ierland. Die God leek - al net zo vreemd - ook in staat protestanten te verachten. Twee Goden die hun kruizen droegen als lansen in een toernooi. Twee bekrompen, obsessieve Goden met een kleingeestige kijk op zaken. Zenuwachtige Goden die als een kip op kleine stukjes van de wereld zaten te broeden en slechts een paar uitverkorenen in Hun armen wilden sluiten - niet de God die Zijn armen openhield voor iedereen, de God die ik leerde kennen en nodig had.

In die tijd - maar nu niet meer - verbleven er in het klooster meer dan veertig mannen die gekleed gingen in vrouwelijk aandoende habijten.

Ze domineerden het landschap van mijn denkwereld en ik hield van hen allemaal. Ze domineerden ook het religieuze landschap van mijn kindertijd. Ik ben ze veel verschuldigd – een schuld die nooit terugbetaald zal worden.

Maar er was, en is nu nog steeds, sprake van een deficiëntie. Niet opzettelijk of kwaad bedoeld, maar toch een deficiëntie. Op de dag dat ik voor het eerst vrijuit sprak over mijn ambitie advocaat te worden, was de eerste die zei dat dat niet kon, omdat ik een vrouw was en bij ons in de familie niemand in de rechten zat, onze in Dublin geboren parochiepriester die elke week een glas whiskey of drie kwam drinken met mijn vader. Het werd gezegd op een toon van geringschattende autoriteit die bedoeld is protest of discussie tot zwijgen te brengen. Iemand met een superieure wijsheid en een ware overtuiging had gesproken, en dat was dat.

Nu had mijn moeder haar negen kinderen een respect voor het priesterschap bijgebracht dat aan ontzag grensde. Ik keek dus met verbazing toe hoe de stoel onder de geestelijke vandaan werd gehaald en hij door mijn moeder naar de voordeur werd geduwd, nog voordat de fles whiskey was opengedraaid. "Jij," zei ze, “eruit”, en “Jij,” zei ze tegen mij, “let maar niet op die ouwe gek”. Ik heb dat advies sindsdien altijd opgevolgd. Dat was het enige carrièreadvies dat ik ooit van mijn ouders heb gekregen.

Mijn schoolopleiding heb ik volledig op nonnenscholen doorlopen, dus ik kan niet zeggen dat ik nooit werkende vrouwen als rolmodel heb gehad. In feite heb ik mijn leven doorgebracht tussen werkende vrouwen. In de nonnen, mijn moeder en haar zussen vond ik vele rolmodellen. Er waren echter ook grenzen die zo duidelijk, zo scherp waren dat zelfs nu, tientallen jaren later, mijn moeder, die zo doortastend de seksistische priester de deur uit kon zetten, het nog presteert slapjes te zeggen: "Ik sta niet achter de wijding van vrouwen tot priester, maar ik weet niet waarom niet." Het eerste bedroeft me, maar het tweede geeft me moed. Als zij wist waarom niet, dan zou ik me pas echt zorgen maken.

Door diezelfde grenzen, met aan de ene kant autoriteit en aan de andere kant onderdanigheid, presteerde ik het om jaren later, toen het onderwerp vrouwen en priesterschap aan de orde kwam, net zo slapjes te zeggen: “Ik begrijp niet waarom vrouwen uitgesloten worden van het priesterschap, maar ik ben dan ook geen theoloog.”

De historische overeenkomsten tussen de redenen waarom vrouwen uitgesloten worden van het priesterschap en de redenen waarom vrouwen geen advocaat konden worden, niet tot universiteiten konden worden toegelaten, geen stemrecht konden krijgen en hun carrière moesten opgeven als ze trouwden, ontgingen me niet. Ik stopte ze gewoon weg. Want het in twijfel trekken van de ontzagwekkende autoriteit van de hiërarchie leek een doos van Pandora te openen vol zaken die wellicht moeilijk aan te nemen waren. Als de Kerk het bij het foute einde had in een kwestie zoals deze, waarover zij met zo'n beangstigende duidelijkheid sprak, hoeveel andere fouten zou ik dan misschien nog ontdekken? En diegenen van u die voor hun geloof hebben gestreden en de donkere zijde van het geloof kennen, weten hoe moeilijk het is om angstig te zijn en twijfels onder ogen te zien.

De nonnen van de Dominicaner Orde, bij wie ik een heel fijne middelbare schoolopleiding heb gevolgd, gaven mij les over de H. Thomas van Aquina, het grote intellectuele zwaargewicht wiens invloed over negen eeuwen kerkgeschiedenis voelbaar is. Maar 20 jaar nadat ik St. Dominic’s aan de Falls Road had verlaten ontdekte ik dat de nonnen mij slechts – voorzichtig gezegd - geredigeerde hoogtepunten uit het leven van de H. Thomas hadden bijgebracht. Ik kan niet onder woorden brengen hoe verraden ik me voelde toen ik uiteindelijk de oorspronkelijke tekst van de Summa Theologica las en de zin “de vrouw is geestelijk onvolwaardig en verachtelijk" tegenkwam.

Ik begon toen het verband te zien tussen het denken door de eeuwen heen, het onderwijs en de cultuur die de rol die vrouwen mogen spelen heeft gevormd en omschreven, maar het was nog steeds gemakkelijker om te doen alsof ik het niet wist, dan mijn twijfels onder ogen te zien. Er was nu echter een kiem van twijfel gezaaid.

Want als ik iets heb geleerd over de waarheid, dan is dat dat die niet weg te stoppen is. Hoe je het ook probeert, op een gegeven moment komt ze toch aan het licht. Wat ik het beste hedendaagse voorbeeld vind van iets wat parallel loopt aan de ontwikkelingen in de discussie over vrouwen in de Kerk, zijn zaken die mij na aan het hart liggen, namelijk de rehabilitatie van de familie Maguire en van de Zes van Birmingham en de Vier van Guildford: Ieren die in de jaren zeventig in het Verenigd Koninkrijk beschuldigd werden van terroristische aanslagen en tot lange celstraffen zijn veroordeeld, hoewel zij onschuldig waren

De hele gevestigde orde, de media, de rechtbanken en de sympathie van het publiek waren tegen hen gekeerd, alsof zij een ondoordringbare muur vormden. Maar door en over de muur heen waren steeds vaker de stemmen te horen van stille mensen, machteloze mensen, mensen die een dringende waarheid in hun eigen hart hoorden, ook al werd deze niet gehoord in harten van anderen, en hun aanhoudende geschraap heeft de muur letterlijk doen instorten. Er zijn zoveel rechtszittingen geweest, op hoog niveau zoveel brieven en voorschriften geschreven met de bedoeling de publieke discussie en bezorgdheid voorgoed een halt toe te roepen, en zie hoe weinig invloed dat uiteindelijk heeft gehad.

En er zijn parallellen te trekken tussen de campagnes voor de familie Maguire en de campagnes voor het toelaten van vrouwen tot alle ambten binnen de Kerk. In het begin bestond het kleine aantal campagnevoerders uit buitenstaanders, mensen met weinig macht of invloed. Zij waren buitenstaanders die het woord richtten tot een zeer sterk paradigma, waarbinnen men verschoond was van enige zelfkritiek en niet gewend een verschil van mening van binnenuit te horen, laat staan van buitenaf.

Toen de Kerk de stemmen van buitenaf hoorde die vraagtekens zetten bij dit paradigma, reageerde de kleine elite, degenen met de macht en de autoriteit, vol minachting. De stemmen van buitenaf klonken rauw, ongeschoold; het waren niet de stemmen van de insiders. Daarom werden die stemmen en mensen als slecht bestempeld. En de mensen binnen het paradigma hielden zich steeds dover en bouwden aan hun verdediging om de vragende stemmen buiten te houden.

De buitenstaanders moesten hun stem dus steeds scheller laten klinken om nog gehoord te worden. Juist deze schelheid bevestigde nu het vooroordeel van degenen die zich veilig binnen het paradigma bevonden, dat dit inderdaad vreselijke, zeer slechte mensen waren die niet te vertrouwen waren en niet de moeite van het aanhoren waard.

Ik herinner me nog goed welke vreselijke dingen er met veel zelfvertrouwen zijn gezegd over twee mannen die ik meer bewonder dan enig andere man op dit eiland – frater Denis Faul en frater Raymond Murray – toen zij hun eenzame strijd begonnen. En ik was erbij toen er dingen over hen werden gezegd die niet alleen lasterlijk waren, maar ook ongekend onchristelijk. Maar toch hielden zij moed. Zij hadden het vuur van de waarheid in hun hart en dat vuur kon niet gedoofd worden.

Toen bereikten zij een doorbraak, want Christus werkt ook binnen het paradigma, ook al is dat moeilijker voor Hem. Pas toen een paar moedige mensen binnen het paradigma besloten te luisteren en daarna besloten te handelen, begonnen de overigen binnen het paradigma zich af te vragen wat de stemmen van buitenaf te melden hadden. Vervolgens sloten deze mensen zich aan bij de stemmen van buitenaf en brokkelde de monoliet af.

De kwestie van vrouwen en hun rol binnen de Kerk lijkt hier erg op. Laten we eens kijken naar de vorm van de structuur die we hier bespreken en het communicatiesysteem binnen deze structuur. Het model dat ik het beste kan gebruiken om een beeld hiervan te schetsen, is gemaakt door Fisher Price.

Herinnert u zich het kinderspeelgoed dat in het midden een steel heeft waaromheen je steeds kleinere ringen moet gooien? Stelt u zich eens voor, als u dat kan, dat de steel het lichaam van Christus is waaromheen wij plastic ringen plaatsen. De ringen stellen Gods volk voor dat zich rond Christus verzamelt. De grootste ring gaat onderop, en de grootste ring staat voor de meesten van ons, niet-geestelijke mannen en vrouwen. Wij hebben inbreng in ons gezin, de kerkvereniging, de school, de congregatie en de kerkeraad, maar die inbreng lijkt mij net binnen de ring te blijven.

Er is voor zover ik weet geen officieel forum waaraan u en ik de respons die wij krijgen op onze inbreng kunnen voorleggen en dat vervolgens deze respons door de structuur heen naar boven sluist. Het is eigenlijk heel interessant dat toen Soline de kardinaal de petitie ten gunste van de wijding van vrouwen toezond, Zijne Eminentie meende dat hij deze niet in ontvangst kon nemen. In alle eerlijkheid moet ik opmerken dat Zijne Heiligheid de paus mijn persoonlijke brieven over dit onderwerp altijd in ontvangst heeft genomen en de ontvangst ervan bevestigd.

Ik kan u zeggen dat hij het niet met mij eens is, maar hij heeft verschillende malen aangeboden voor mij te bidden. Dat geldt dan wederzijds.

De volgende ring stelt de geestelijkheid voor, priesters en nonnen. Het is een kleinere ring maar heeft een aanzienlijke inbreng in de opleiding en training van de ring eronder waartoe zij natuurlijk ook ooit behoorden. Een vorm van wat ik eufemistisch "differentieel verdeeld geheugenverlies" noem, treedt echter op als men hoger de steel op gaat.

De invloed van deze laag, die bestaat uit parochiepriesters en onderwijzers, is door de geschiedenis heen groot geweest. Hoewel deze invloed afneemt nu het aantal parochiepriesters en onderwijzers kleiner wordt, is deze laag toch een zeer belangrijk deel van de structuur. Hij heeft niet alleen een effectieve, vaste verbinding met de ring eronder, waartoe de meesten van ons horen, maar heeft ook redelijk vaste formele en informele verbinding met de laag erboven.

Het is interessant en opmerkelijk dat de twee lagen waarover ik het zojuist heb gehad de enige lagen zijn die uit zowel mannen als vrouwen bestaan. De lagen die ik nu ga bespreken bestaan uitsluitend uit mannen.

We nemen nu het volgende stel ringen en plaatsen die om de steel. Bij deze ringen vallen twee dingen op: ze bestaan uitsluitend uit mannen en in deze lagen bevindt zich vrijwel alle beslissingsmacht binnen de Kerk. Ik denk dat ik hier het woord ‘vrijwel’ zelfs niet hoef te gebruiken.

De volgende ring vertegenwoordigt de bisschoppen, de ring daarboven de kardinalen en de laatste ring vertegenwoordigt natuurlijk Zijne Heiligheid de paus. Het is ironisch dat dit uiteraard de kleinste ring is.

De communicatiekanalen tussen deze laatste drie machtige groepen die uitsluitend uit mannen bestaan, zijn uiteenlopend en bestaan al lang. Van alle lagen hebben deze de meest geformaliseerde structuren voor het doorgeven van informatie via hun eigen informatiesnelweg. Maar er is een groot verschil tussen de informatiesnelweg die naar boven loopt en die waarover informatie naar beneden wordt vervoerd.

De snelweg naar boven begint bij de bisschoppen en gaat via de kardinalen tot aan de paus. De snelweg naar beneden begint bij de paus en loopt door tot de niet-geestelijken. Maar over die laatste snelweg gaat voornamelijk éénrichtingsverkeer, afgezien van zo nu en dan wat correspondentie van mensen zoals ik. Dat betekent dat, als de stem van niet-geestelijken in het algemeen en van vrouwen in het bijzonder via een formeel intern kanaal moet gaan, deze maar zelden gehoord wordt binnen de machtsstructuren van de Kerk. Hiervoor bestaat immers geen formeel intern kanaal van enige betekenis.

Natuurlijk bestaan er informele en ad hoc-contacten – gelegenheidswerkgroepen, kerkcomités, deelname van niet-geestelijken aan enkele zorgvuldig geselecteerde raden, etc. Maar omdat deelname aan deze groepen wordt bepaald door de mensen in de hogere lagen, voornamelijk door degenen in de bovenste drie delen van de toren, kunnen deze mensen in feite bepalen welke stemmen zij willen horen en zelfs welke boodschap zij door deze stemmen uitgedragen willen zien.

Het uiteindelijke resultaat van deze structuur is dat vrouwen, als zij hun stem willen laten horen, omhoog moeten roepen via onofficiële kanalen, met behulp van de pers, bijeenkomsten zoals deze, lobbygroepen, brieven en campagnes. Het is alsof zij altijd van buitenaf roepen. En het resultaat hiervan is hetzelfde als voor frater Faul, frater Murray en voor de actievoerders aan het begin van de campagnes voor de familie Maguire, de Zes van Birmingham en de Vier van Guildford.

De mensen die zij wilden toespreken, de mensen tot wie de boodschap van waarheid was gericht, vormden wat ik een hermetisch afgesloten groep noem, bijna een subcultuur, die bestond uit zeer succesvolle, zelfverzekerde en soms erg arrogante mensen, kopstukken. Niet het type mensen dat kritiek licht opvat, zeker niet als het gaat om kritiek op henzelf. En bepaald niet het type dat kritiek van het gepeupel buiten de magische cirkel aanvaardt.

Want zo zien actievoerders er vaak uit in de ogen van degenen binnen de cirkel. Juist door de afwezigheid van afdoende interne structuren voor discussie en communicatie naar boven toe wordt een communicatiemuur opgetrokken waardoor slechts wrevel wordt gekweekt, posities worden versterkt en een dialoog onmogelijk wordt gemaakt. En ik vraag me af of het gebod elkaar lief te hebben op zich niet met voeten getreden wordt doordat er geen enkel forum bestaat voor communicatie en debat, zodat mensen gedwongen worden om met elkaar in discussie te gaan in een forum zoals dit bijvoorbeeld, waar bijna een onderstroom van subversie voelbaar is.

Het heeft er soms op geleken dat de hermetische cirkel geen zwakke plekken kent en God weet dat deze groep een beeld van zichzelf naar voren heeft gebracht als een groep die onder andere op dit punt geen zwakke plekken kent. Net nu het erop leek dat door de strenge berisping van de paus aan het adres van de actievoerders om hun campagnes stop te zetten – zij die de discussie voortzetten zouden buiten de gemeenschap van de Kerk gesloten worden – de buitenste verdedigingswerken van de cirkel geconsolideerd waren, zijn er tekenen, belangrijke tekenen, dat de strijd wellicht al “half gewonnen” is!

Deze strijd is natuurlijk al grotendeels gestreden in onze christelijke zusterkerken, waar de onenigheid tussen de lagen – afgezien van een rap slinkende minderheid die zich schrap zet - nu in ieder geval verleden tijd is. Wij kunnen veel leren van de stapsgewijze aanpak van deze zusterkerken.

Het heeft er lang op geleken dat de macht van het theologische gebod dat vrouwen van het priesterschap uitsloot zo verreikend was dat vrouwen niet alleen van het priesterschap uitgesloten waren, maar ook van het misdienaarschap en natuurlijk van het diakenschap. Wat de onuitgesproken dan wel uitgesproken visie van Christus op vrouwelijke priesters ook moge zijn, het werd steeds moeilijker de vast te houden aan de uitsluiting van vrouwen van het misdienaarschap op grond van traditie of doctrine. Die doctrine was precies zoals zij eruit zag: eeuwenoude, bevooroordeelde veronderstellingen over de geëigende domeinen voor mannen en vrouwen, vertaald naar vaste concepten, vaste regels en vaste rollen. Doordat er druk werd uitgeoefend - mensen raakten in toenemende mate gevoelig voor en geïnformeerd over emancipatiekwesties - verdween de regel. Een kleine eerste overwinning voor christelijke feministen binnen de katholieke Kerk, feministen onder wie zich een hoogopgeleide generatie mannen en vrouwen bevindt die seksistische dwazen slecht kunnen uitstaan.

Het volgende punt op de agenda moet gaan over vrouwen als diaken, lijkt me. Hierbij vinden we steun in de bijbel. Het is niet zo dat ik vind dat die niet aan onze kant staat als het gaat om vrouwelijke priesters, maar laten we deze mensen stukje bij beetje aanpakken. Zij zijn erg langzaam.

Het Nieuwe Testament bevat een aantal interessante verwijzingen naar vrouwen in het ambt van diacones; een van die verwijzingen is verrassend genoeg van Paulus. En ook al betwisten theologen de bijbelse context misschien en stellen zij dat de historische rol van de diaken niet hetzelfde is als de priesterwijding, toch is de kwestie een vruchtbare voedingsbodem voor een discussie over het uitbreiden van de rol van vrouwen in de Kerk.

Ik ben zeer verheugd dat de paus een grote bijdrage aan deze discussie heeft geleverd door onlangs een aantal uitspraken te doen over de noodzaak het obstakel dat onderwerping heet en vrouwen wereldwijd gevangen houdt, af te breken. Zijn perspectief lijkt alleen jammer genoeg volledig naar buiten gericht.

Wat ik nu voor wil stellen is dat wij een discussie met hem aangaan over de problemen in zijn eigen achtertuin en hem erop wijzen dat, als hij het in zijn prachtige geschrift heeft over de waardigheid van vrouwen – en ik vind dat het in veel opzichten een heel mooi geschrift is -, wij het recht hebben om te vragen: hoe zit het dan met het gebod om vrouwen lief te hebben? Vergroot het de waardigheid van vrouwen dat wij uitgesloten worden van het priesterschap en van het diakonaat? Vergroot het onze waardigheid dat wij gedwongen worden buiten het paradigma om te gaan om onze stem te laten horen? Dat wij via onofficiële kanalen en onofficiële manieren van lobbyen steun voor onze zaak moeten zoeken, waardoor wij in hun oren schel klinken? Onze zaak is tenslotte ook een zaak van de mensheid en het evangelie. En met onze acties willen wij nota bene alleen maar vragen of wij volledig mogen deelnemen in deze Kerk, en of deze Kerk onze gaven volledig wil delen.

Er doet zich hier dus een perfecte gelegenheid voor om een oprecht gebaar van betrokkenheid te maken naar vrouwen toe, in de achtertuin van de Kerk zelf, een gebaar waarvoor precedenten te vinden zijn in de bijbel. Bovendien zijn er precedenten van recentere datum terug te vinden in de Anglicaanse traditie, waar vrouwen toegang kregen tot het permanente diakenschap terwijl de traditionele ban op toelating tot het priesterschap in stand bleef. Ik wil op deze ochtend degenen die niet tot onze hiërarchie behoren, vragen hoe het dan mogelijk is dat volgens de kerkelijke wetten het permanente diakenschap slechts voor mannen – getrouwd dan wel vrijgezel – openstaat.

Het zou interessant zijn de theologische en op doctrine gebaseerde funderingen van die uitsluiting opgesomd te krijgen; wat kunnen we in dat licht beter doen dan een campagne starten ter ere van Phoebe, de diacones die door Paulus wordt aangeprezen in Romeinen 16,1. Misschien moeten we de campagne 'Phoebe’s offensief’ noemen.

In een tijd waarin de toestroom van mensen die een leven als priester ambiëren terugloopt tot een verwaarloosbaar stroompje en kloosters moeten sluiten of nog maar net kunnen blijven bestaan door hergebruik als conferentieoorden, lijkt het buitengewoon ondankbaar om tegen mensen van het vrouwelijk geslacht die graag een rol willen spelen als zielenherder in de Kerk van de toekomst, of het nu als diaken of priester is, te zeggen dat men van hun diensten geen gebruik wil maken. Het is immers hun nieuw gevonden spirituele energie die een vermoeide en energieloze Kerk, soms zelfs een gedemoraliseerde Kerk, een nieuw gezicht kan geven.

Zoals de Franciscaner theoloog Leonardo Boff heeft gezegd: “Op kritieke momenten zijn het altijd de vrouwen die de meeste moed tonen.” Net nu het erop lijkt dat de Kerk niet genoeg verdedigers heeft om de barricades te bemannen bij aanvallen van secularisme, gerechtvaardigd cynisme en terugtrekking uit het priesterschap, zijn daar de vrouwen die zeggen: laat ons helpen. En als antwoord klinkt dan weer die overbekende stem die “nee” zegt tegen verandering, een stem die ik in Noord-Ierland maar al te goed heb leren kennen in een andere context. “Nee” tegen verandering, “nee” tegen discussie, “nee” tegen het delen van de macht, zelfs “nee” tegen luisteren en praten.

Degenen onder u die op de hoogte zijn van de politieke situatie in Noord-Ierland zullen weten over welke overeenkomst ik het heb, zonder dat ik dat hoef uit te leggen. De God van het formidabele “nee” heeft in Ierland, of sterker nog: overal ter wereld, vele merkwaardige bondgenoten. Hoe verschillend van elkaar zijn de stemmen die pleiten voor besnijdenis van vrouwen in Afrika, omdat dat nu eenmaal traditie is, en de stemmen die ooit pleitten voor het inbinden van voeten van vrouwen, omdat dat nu eenmaal traditie was? Je vraagt het je af. En hoe verschillen die stemmen van de stem die de toetreding van vrouwen tot het priesterschap afwijst, omdat dat nu eenmaal traditie is?

Ik woon in Noord-Ierland, waar traditie ervoor zorgde dat het leven er een puinhoop werd, met 3.000 doden en ongekende schade. Wij doen erg ons best om deze traditie achter ons te laten, er een streep onder te zetten en een nieuw type traditie tot stand te brengen. Met sommige tradities kun je maar één ding doen: ze in de vuilnisbak gooien.

Wat de bezwaren op grond van de doctrine betreft: als argument wordt aangevoerd dat dit de wil van Christus is. Voor het bepalen van deze wil gebruikt men veronderstellingen op basis van Zijn gedrag op aarde. Nu heb ik grote moeite met een God die tegen zoveel zaken "nee" zegt, die zo opzettelijk verkwistend omspringt met mensen die in Zijn dienst willen werken, een God die het priesterschap aan mannen voorbehoudt om redenen die verdacht veel lijken op vrouwenhaat verpakt in mooie woorden, een God die nooit van gedachten verandert ook al heeft het getij zich volledig tegen Hem gekeerd.

De theologische argumenten, de argumenten op grond van de doctrine en zelfs de argumenten op basis van de traditie - als men zich de moeite wil troosten ernaar te zoeken - lijken uiteindelijk pijnlijk veel op de nieuwe kleren van de keizer. Ik heb daarom besloten om ze niet aan de orde te stellen: ze zijn het gewoon niet waard. U kunt het hiermee eens zijn of niet. Maar ik vind dat deze argumenten al te lang serieus genomen zijn en dat er daarbij al te veel woorden verspild zijn en te veel gevoelens geuit. De argumenten zijn vals, dom en moeten vooral niet serieus genomen worden.

Als ik echt geloofde dat Christus ertoe opdracht had gegeven vrouwen puur op grond van hun vrouwzijn uit te sluiten van het priesterschap, dan zou ik nadrukkelijk moeten zeggen dat dat een Christus is in wiens godheid ik niet kan en wil geloven. En als ik dat zou moeten zeggen, zou dat zwaar wegen voor mij. Het is niet iets wat je lichtzinnig zegt.

Een dergelijke Christus is te kleingeestig, te enghartig om de Christus uit het evangelie te zijn in wie ik geloof en van wie ik graag mag denken dat ik Hem minstens net zo goed ken als de paus hem kent. Hij is tenslotte ook mijn Vader en Moeder.

Die Christus is kleinzielig genoeg om te geloven dat katholieken minderwaardig zijn, dat zwarten niet zuiver van ras zijn, dat joden geminacht moeten worden. Hij is immers te hulp geroepen door al die volgelingen van Hem die uit Zijn naam verkondigd hebben dat Hij daar nadrukkelijk in gelooft, omdat Hij hen heeft toegesproken en hun dat exclusief heeft meegedeeld. Een God die geschapen is naar beeld en gelijkenis van enkele van de meest laakbare ideeën en persoonlijkheden die helaas ooit op deze aardbol hebben bestaan. Als onvermijdelijke eindresultaat van hun daden en denken is de wereld verwrongen en uit balans gebracht. Door hen is de wereld vervuld van ellende, niet van hoop, vreugde of liefde.

Maar gelukkig geloof ik niet een dergelijke Christus. Deze Christus, deze God, prees de gehele mensheid en bracht één eenvoudige, ongecompliceerde boodschap: als je echt, ten volle leefde in de liefde voor God en voor je naaste, dan kon en zou dit de wereld hervormen. Dat was een gebod, niet een uitnodiging; niets minder dan een gebod. En nu moet men zich afvragen of de Kerk met haar houding ten opzichte van vrouwen dit gebod niet dagelijks met voeten treedt.

De mensen die opperen dat vrouwen recht hebben op een volwaardige rol binnen de Kerk worden steeds meer gedemoniseerd. In frater Kevin Donlons hoofdartikel in de editie van Intercom van deze maand viel mij een verwijzing op naar de school der rancune. En ik vroeg me af tot wie dit artikel gericht is. Hij zegt: “Waar de Kerk - waar niemand – op zit te wachten, is niet-aflatende, knagende kritiek met weinig blijk van warmte; kritiek die enorme schade zal aanrichten aan het geloof en de trouw van de jongere generaties.”

Ik kan u niet zeggen hoe terneergeslagen ik raakte toen ik dat artikel las. Het roept op tot stilzwijgen in vele opzichten, en ik hoop maar dat mijn interpretatie van de woorden van frater Donlon verkeerd is. Ik hoop dat dit niet is wat hij bedoelt. Maar dat is hoe het zich laat lezen. Dat diegenen van ons die kritiek hebben op de Kerk simpelweg tot de school der rancune behoren en erop uit zijn afbraak te plegen zonder op te willen bouwen. Ik moet zeggen dat ik persoonlijk aanstoot neem aan dat etiket.

Ik wil opbouwen. Ik wil een Kerk die ik tevreden en blijmoedig kan doorgeven aan mijn kinderen. Voor mij als Noord-Ierse heeft die demonisatie akelig veel weg van wat de grote presbyteriaanse dichter W.R. Rogers beschreef in zijn gedicht Home Thoughts from Abroad (gedachten van verre aan thuis). W.R. Rogers was een presbyteriaanse dominee die helaas begin 1969 gestorven is, voordat de “troubles”, de problemen in Noord-Ierland, echt begonnen. In het begin van de jaren zestig woonde hij in Californië en hoorde van verre wat er in Noord-Ierland gebeurde, toen de eerwaarde Ian Paisley de draak van het sectarisme opstookte en zichzelf vervolgens uitriep tot Sint Joris.

In zijn gedicht Home Thoughts from Abroad beschreef hij dit heel profetisch:

Hearing this June day the thin thunder
Of far-off invective and old denunciation
Lambasting and Lambegging the homeland,
I think of that brave man Paisley, eyeless
In Gaza with a daisy chain of millstones
Round his neck; groping like blind Samson
For the soapy pillars and greased poles of lightning
To pull them down in rains and borborygmic roars
Of rhetoric. There but for the grace of God goes God….
Some day of course he’ll be one
With the old Giants of Ireland...
Filed safely away on the shelves
Of memory; preserved in ink, oak gall
Alcohol, aspic, piety, wit…
In fond memory of his last stand
I dedicate this contraceptive pill
Of poetry to his unborn followers
And I place
This bunch of beget-me-nots on his grave.

(Als ik op deze dag in juni het ijle gedonder hoor
van getier, ver weg, en oude beschuldigingen
die het vaderland hekelen en bestoken,
moet ik denken aan die moedige man, Paisley, blind
in Gaza, met een krans molenstenen
rond zijn nek; rondtastend als een blinde Samson
naar de glibberige pilaren en gesmeerde bliksemschichten
om ze neer te halen in een rommelende regen
van retoriek. De gratie Gods verhoede dat dat God is…
Ooit zal hij één zijn
met de oude reuzen van Ierland…
veilig opgeborgen op de planken
van de herinnering; geconserveerd in inkt, eikengal,
alcohol, aspic, vroomheid, scherpzinnigheid…
In liefdevolle herinnering aan zijn laatste stellingname
draag ik deze anticonceptiepil
in dichtvorm op aan zijn ongeboren volgelingen
en ik leg
dit boeket verwek-mij-nietjes op zijn graf.)

Ik denk dat het onderwerp van dit gedicht net zo goed een paar van de uitspraken zouden kunnen zijn die vanuit de hoogste ringen van het Fisher Price-speeltje over vrouwen en het priesterschap zijn gedaan. Het zou net zo goed een grafschrift kunnen zijn voor de god van de vrouwenhaat als voor de god van het sektarisme. Want in de kern zijn deze dezelfde.

In hun naam is besloten een afkeer te hebben van een deel van de schepping Gods, deze te minachten, te haten en onder de duim te houden.

Ik wil eindigen met twee citaten uit het prachtige gedicht van Rodgers, Resurrection (de verrijzenis), dat heel toepasselijk is op deze vastendag, omdat het Maria Magdalena beschrijft die rouwt om het verlies van Jezus, net als wij rouwen om het verlies van de volle gave van vrouwen die door de verstopte aderen van de Kerkbureaucratie zou moeten stromen. Laten wij bidden voor de bypassoperatie die binnenkort wordt uitgevoerd.

It is always the women who are the Watchers and the Wakeners
Slowly his darkened voice that seems like doubt
Morninged into noon; the summering bees
Mounted and boiled over in the bell flowers.
Come out of your jail, Mary, he said. The doors are open.

(Het zijn altijd de vrouwen die waken en wekken
Langzaam ging zijn verduisterde stem, gelijk twijfel,
van ochtend naar middag. De zomerbijen
daalden in overvloed neer op de klokbloemen.
Kom uit je gevangenis, Maria, zei hij. De deuren staan open.)

Mary McAleese

Vertaling Mirjam Bonné

Lees ook Meer recht dan alleen het aanrecht van Mary McAleese

Terug naar De plicht om te spreken?

Klik hier als U onze campagne voor de wijding van vrouwen aktief wilt steunen..

historische overzichten


This website is maintained by the Wijngaards Institute for Catholic Research.

John Wijngaards Catholic Research

since 11 Jan 2014 . . .

John Wijngaards Catholic Research